Onderwerp: persbericht
Nummer: 2
Datum: 17 januari 2008
Inlichtingen bij: Ruud de Mooij en Dick Morks (tel: 070-3383 410)
Belastingconcurrentie bedreigt ook inkomstenbelasting in Europa
De almaar dalende tarieven van de vennootschapsbelasting (Vpb) in Europa hebben de afgelopen decennia niet geleid tot een afname van de Vpb-opbrengsten. Dit is echter geen reden om de schadelijke gevolgen van belastingconcurrentie te bagatelliseren. De consequenties van lagere Vpb-tarieven voor de overheidsbegroting komen namelijk voor een deel tot uitdrukking in de vorm van een lagere opbrengst van de inkomstenbelasting (IB).Dit concluderen de onderzoekers Ruud de Mooij (CPB) en Gaëtan Nicodème (Europese Commissie) in het vandaag verschenen CPB Discussion Paper Corporate tax policy and incorporation in the EU. Het International Institute for Public Finance heeft dit onderzoek in 2007 bekroond met de 'Richard and Peggy Musgrave Prize' voor het beste artikel van dat jaar op het terrein van de openbare financiën.
De puzzel van lagere tarieven en gelijke opbrengsten
De Vpb-tarieven zijn in Europa sinds het begin van de jaren '80 gestaag
gedaald (zie linkerfiguur). In de EU-15 (de 15 Europese lidstaten van voor de
toetreding van de Midden- en Oost-Europese landen in 2004) daalden de
tarieven van gemiddeld 48% in 1985 naar minder dan 30% in 2006. In de nieuwe
lidstaten uit Midden- en Oost-Europa zijn de tarieven afgenomen van gemiddeld
36% in 1993 naar 18% in 2006. Toch zijn de Vpb-opbrengsten in dezelfde
periode - ook relatief gezien - niet afgenomen. Het rechterfiguur laat zien
dat de Vpb-opbrengst als percentage van het bruto binnenlands product (BBP)
gemiddeld genomen vrijwel gelijk is gebleven over de tijd of zelfs nog iets
is gestegen.
| Ontwikkeling in gemiddelde Vpb-tarieven in Europa | Gemiddelde Vpb-opbrengsten als % van het BBP |
|---|---|
![]() |
![]() |
Verschuiving naar meer vennootschappen....
De combinatie van dalende tarieven en gelijkblijvende opbrengsten in de Vpb
kan deels worden verklaard uit een beleid van tariefsverlaging en
grondslagverbreding in veel landen, waaronder recentelijk in Nederland.
Daarbij wordt de opbrengstvermindering vanwege de lagere tarieven
gecompenseerd door de bredere belastinggrondslag vanwege minder aftrekposten
en minder ruimhartige fiscale afschrijvingen, etc.
Dit beleid kan echter niet alles verklaren. Daarom is in de onderhavige studie een tweede verklaring onderzocht: de verschuiving van rechtsvorm. Door het verlagen van de Vpb-tarieven (onder invloed van belastingconcurrentie) ontstaat in sommige landen een toenemend verschil tussen het toptarief in de IB en het tarief van de Vpb. Dit moedigt bedrijven aan om hun onderneming te voeren in de vennootschapsvorm (waarbij je Vpb moet betalen) in plaats van een zelfstandige onderneming zoals de eenmanszaak (waarbij je IB betaalt, in Nederland Box 1). De invloed van belastingen op de ondernemingsvorm is voor Europa niet eerder onderzocht.
.... waardoor bedrijven besparen op belasting
Het onderzoek maakt gebruik van gegevens over de ondernemingsvorm in 17
Europese landen en over 6 jaren. Uit het onderzoek blijkt dat een
systematische invloed waarneembaar is van belastingverschillen op de keuze
van rechtsvorm. Zo leidt een 1%-punt groter tariefsverschil tussen de Vpb en
de IB tot een stijging in het aandeel ondernemingen in de vennootschapsvorm
met 0,55%-punt. Een Vpb-verlaging die aanvankelijk 100 euro
lijkt te kosten, verlaagt de Vpb-opbrengst uiteindelijk niet met 100 euro maar
slechts met 76 euro (voor een gemiddeld Europees land). Dit komt doordat
bedrijven hun rechtsvorm aanpassen in reactie op het relatief aantrekkelijker
geworden Vpb-regime. Tegenover de afname van de Vpb-opbrengst door lagere
tarieven staat dan een toename van de Vpb-opbrengst doordat er meer
vennootschappen komen. De budgettaire kosten van tariefsverlaging voor de
overheid lijken daardoor echter kleiner dan ze feitelijk zijn. De
verschuiving richting vennootschappen gaat namelijk ten koste van de
opbrengst van de IB. In landen waar vennootschappen gemiddeld minder
belasting betalen dan zelfstandige ondernemers, zal de totale
belastingopbrengst voor de overheid zelfs extra dalen door dit effect.
Per saldo lagere belastingopbrengsten EU door lagere Vpb-tarieven
De verschuiving in ondernemingsvorm verklaart voor een deel de puzzel van
dalende Vpb-tarieven en de gelijkblijvende Vpb-opbrengst. Zo is het
tariefverschil tussen de IB en de Vpb tussen 1990 en 2004 in de EU-15
gemiddeld gestegen van 12% naar 20% als gevolg van de steeds lagere
Vpb-tarieven. Volgens de bovengenoemde schatting heeft dit geleid tot een
extra Vpb-opbrengst van jaarlijks circa 0,25% van het BBP in recente jaren
omdat bedrijven hun rechtsvorm hebben aangepast. De opbrengst van de IB is
daardoor echter meer dan navenant lager uitgekomen. Lagere Vpb-tarieven
vormen daarom een bedreiging voor de opbrengst van de inkomstenbelasting en
zijn waarschijnlijk schadelijker voor de overheidskas dan vaak wordt
aangenomen.
CPB Discussion Paper 97, Corporate tax policy and incorporation in the EU, is te bestellen bij:
Bibliotheek Centraal Planbureau
Postbus 80510
2508 GM Den Haag
Telefax: 070-3383350
E-mail: bibliotheek@cpb.nl
Prijs: 9,- euro
De publicatie is tevens (gratis) beschikbaar als PDF-bestand.


