Onderwerp: persbericht
Nummer: 37
Datum: 8 december 2008
Inlichtingen bij: Dick Morks (tel: 070-3383 410), Mark Roscam Abbing (tel. 070-3383301), Johan Verbruggen (tel. 070-3383404), Wim Suyker (tel. 070-3383456) en Michiel Bijlsma (tel. 070-3383490)
Tijdens de persconferentie van maandag 8 december, van 13.30 tot 16.00 uur, informatie verkrijgbaar bij Henk Kranendonk (tel. 070-3383406)
Nederlandse economie krimpt volgend jaar ¾%; licht herstel in 2010
De kredietcrisis zorgt voor een terugval van de economische bedrijvigheid in Nederland die sinds het begin van de jaren tachtig niet is voorgekomen. Volgend jaar krimpt de Nederlandse economie naar verwachting met ¾%. Vooral het exporterende bedrijfsleven ondervindt de gevolgen van de internationale economische malaise. Opdrogende financieringsbronnen en de terugval van de productie ontmoedigen bovendien de investeringen. In de huidige raming ligt besloten dat de wereldhandel en de kredietverlening in de loop van volgend jaar enigszins herstellen. De Nederlandse economische groei trekt hierdoor aan, zodat deze 1% bedraagt in de prognose voor 2010. De onzekerheden rondom de timing van dit herstel zijn echter groot.Door de terugval van de economie loopt de werkloosheid de komende twee jaar sterk op, tot 6½% in 2010. Lagere grondstof- en energieprijzen drukken de inflatie, wat de ontwikkeling van de koopkracht ten goede komt.
De ongunstige economische situatie komt ook in de overheidsfinanciën tot uiting. Het begrotingsoverschot van dit jaar slaat om in een tekort van 2,4% BBP in 2010. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door lagere ontvangsten uit belasting- en premieheffing en aardgas en door hogere uitgaven aan werkloosheidsuitkeringen.
Dit zijn de hoofdlijnen uit de vandaag gepresenteerde Decemberraming 2008. Door de kredietcrisis is er sprake van een uitzonderlijke economische situatie. Daarom presenteert het Centraal Planbureau in deze Decemberraming 2008 niet alleen analyses en prognoses voor de Nederlandse en voor de wereldeconomie in het huidige en het komende jaar, 2008 en 2009, maar ook voor 2010. Een apart document gaat dieper in op de oorzaken van de kredietcrisis en de mogelijke consequenties voor het economische beleid.
Wereldhandelsvolume neemt volgend jaar af
De toch al aanzienlijke problemen op de internationale financiële markten
zijn sinds het faillissement van Lehman Brothers op 15 september alleen maar
toegenomen. Voor nagenoeg alle westerse economieën is het beeld voor volgend
jaar dan ook somber. Zowel in de Verenigde Staten als in het eurogebied
krimpt de economie. Ook opkomende economieën blijven niet buiten schot, al
blijft de economische groei in China hoog vergeleken met die in de rijke
landen. In 2010 volgt een beperkt herstel in de Verenigde Staten en het
eurogebied. Het expansieve monetaire en begrotingsbeleid in de verschillende
westerse landen draagt hieraan bij.
Door de mondiale recessie neemt het volume van de voor Nederland relevante
wereldhandel in 2009 naar verwachting af met 2¾%. Met deze raming
onderscheidt het CPB zich van andere ramingsinstituten, die voor komend jaar
nog uitgaan van een geringe stijging van de wereldhandel. Sinds 1975 is de
relevante wereldhandel niet meer gedaald. In 2010 is in de prognose sprake
van een bescheiden groei van 3% door het beperkte economische herstel in de
Verenigde Staten en het eurogebied.
Onzekerheden ongekend groot
De ramingen van de Nederlandse economie zijn met grote onzekerheden omgeven.
Van belang is vooral hoe lang en in welke mate de financiële markten nog in
de greep blijven van de economische crisis. De neerwaartse risico's zijn
aanzienlijk. Vooral de doorwerking van de financiële crisis op de reële
sector kan ernstiger zijn dan nu in de ramingen wordt verondersteld.
Onderzoek naar eerdere financiële crises in Spanje, Zweden,
Noorwegen, Finland en Japan laat zien dat dergelijke financiële crises
meestel langer duren dan een gewone conjuncturele inzinking. De huidige
crisis is bovendien wereldwijd. Er is een variant berekend waarin wordt
uitgegaan van een lagere wereldhandelsgroei om rekening te houden met deze
negatieve risico's.
Werkloosheid loopt sterk op
Dit jaar komt een einde aan een periode van drie jaar waarin de werkloosheid
daalde. De arbeidsmarkt reageert vertraagd op de terugval van de productie.
Hoewel naar verwachting ook volgend jaar de werkloosheid al toeneemt, zal de
werkloosheid echter vooral in 2010 stijgen. Volgend jaar is naar verwachting
4½% van de beroepsbevolking werkloos, terwijl in 2010 dit percentage 6½ is.
Het gemiddelde aantal werkloze personen in dat jaar is bijna 200 000 hoger
dan in 2008. Daarmee is de daling van de afgelopen drie jaar ongedaan
gemaakt.
Inflatie en loonstijging gematigd
Door de wereldwijd afnemende economische bedrijvigheid zijn met name de
olieprijzen de afgelopen maanden flink gedaald. In de raming wordt gerekend
met een olieprijs van 50 dollar per vat Brent in de komende twee jaar,
vrijwel een halvering ten opzichte van de 98 dollar die dit jaar gemiddeld
voor een vat Brent moest worden neergeteld. Dit vermindert de inflatie. De
geraamde stijging van de consumentenprijsindex is 1½% in 2009 en 1% in 2010,
tegenover 2½% in 2008. De lagere inflatie heeft een drukkend effect op de
loonontwikkeling, net als de verslechterde situatie op de arbeidsmarkt. De
loonstijging in de cao's wordt geraamd op 3% in 2009 en 1½% in 2010.
Vermogensverliezen temperen consumptiegroei
De consumptieve bestedingen van gezinnen groeien dit jaar nog met 2%, maar
volgend jaar is naar verwachting sprake van een nulgroei. Opmerkelijk genoeg
stijgt het reëel beschikbaar gezinsinkomen dan juist iets harder dan in 2008,
vooral door de lagere inflatie. Dit wordt echter volledig tenietgedaan door
de effecten van de opgetreden vermogensverliezen. De AEX-index lag ultimo
november bijna 50% lager dan eind 2007. Dit werkt sterk door in de
consumptiegroei van volgend jaar. Verondersteld wordt dat in 2010 geen
verdere vermogensverliezen worden geleden. Omdat bovendien sprake is van een
bescheiden inkomensverbetering, consumeren huishoudens in 2010 naar
verwachting 1½% meer.
Koopkracht verbetert in 2009 en 2010
De statische koopkracht - die geen rekening houdt met individuele
veranderingen zoals promotie, werkloosheid, samenwonen of scheiden - neemt in
2009 in doorsnee met 1¾% toe. De koopkracht verbetert sterk t.o.v. de raming
in de Macro Economische Verkenning van september jl. doordat de inflatie snel
afneemt vanwege de daling van de olieprijs. De inkomensstijging is in 2009
nog vrij hoog, mede doordat bij de afsluiting van cao's nog werd gerekend op
een hoge inflatie en een lage werkloosheid. Werknemers houden bovendien netto
meer over, doordat zij vanaf 2009 geen WW-premie meer hoeven te betalen. De
koopkracht van 65-plussers neemt in veel gevallen nog toe, ondanks de
achterblijvende indexatie van de aanvullende pensioenen. 65-plussers met
individuele inkomens boven 34 000 euro gaan er dikwijls in koopkracht op
achteruit, doordat zij niet profiteren van de verhoging van de
ouderenkorting.
Bedrijven investeren minder
Het volume van de investeringen van bedrijven neemt in de prognose de komende
twee jaar af. Er is gezien de zwakke vraag weinig noodzaak te investeren in
nieuwe machines. Bovendien daalt het rendement op investeringen door lagere
winsten. De kredietcrisis leidt daarnaast tot hogere rentes op leningen, wat
investeringen duurder maakt. Ten slotte hebben banken de kredietvoorwaarden
voor bedrijven aangescherpt, zodat de financiering van de investeringen
moeilijker is geworden.
Internationale malaise treft uitvoer
De verslechterde internationale economische situatie zorgt naar verwachting
in 2009 voor een daling van de uitvoer van fabrikaten met 2¼%. De
prijsconcurrentie verbetert door de recentelijk goedkoper geworden euro, maar
dit biedt geen soelaas. Zowel de binnenslands geproduceerde uitvoer als de
wederuitvoer dalen. Het is naar verwachting vooral de wederuitvoer die harde
klappen krijgt. De wederuitvoer bestaat voor een relatief groot deel uit
goederen die conjunctuurgevoeliger zijn. In 2010 trekt de wereldhandel weer
iets aan. In navolging daarvan neemt ook de uitvoer toe. Vooral de
wederuitvoer kan dan profiteren.
Overheidsfinanciën
De snel verslechterende economische vooruitzichten komen ook bij de
overheidsfinanciën tot uiting. Het begrotingsoverschot van 1,3% BBP dit jaar
slaat om in een tekort van naar verwachting 1,2% BBP in 2009 en 2,4% BBP in
2010. De economische tegenwind uit zich bij de collectieve financiën in
aanzienlijk lagere ontvangsten uit belasting- en premieheffing en in hogere
uitgaven aan werkloosheidsuitkeringen. Bovendien ondersteunt het kabinet de
conjunctuur door lastenverlichting te geven. Naast de lastenverlichting die
al was opgenomen in de begroting voor volgend jaar, worden de lasten verder
verlaagd door versnelde fiscale afschrijving op investeringen toe te staan.
De EMU-schuld neemt als gevolg van de interventies van het rijk in de
financiële sector aanzienlijk toe. Daartegenover staan meer bezittingen,
zodat de netto vermogenspositie in eerste instantie niet verandert. Het
effect op het EMU-saldo van deze interventies is beperkt, omdat tegenover
hogere rentebetalingen hogere dividenden en renteontvangsten staan.
Het CPB brengt vandaag de volgende artikelen rond de kredietcrisis naar buiten:
- Zwaar weer op komst: artikel over de ontwikkeling van de Nederlandse economie en de wereldeconomie in de jaren 2008-2010 (zie ook hierboven)
- De kredietcrisis en de Nederlandse economie in acht Frequently Asked Questions: gaat in op de oorzaken van de crisis en de maatregelen die nodig zijn in reactie hierop; zie verder hieronder.
- Pensioenspaarpot verdampt: dit artikel gaat in op de gevolgen van de kredietcrisis voor de pensioenfondsen
- Gooi het kind niet weg met het badwater: column van Coen Teulings over de kredietcrisis.
Grote veranderingen nodig in financiële sector en toezicht hierop
De kredietcrisis zal leiden tot aanpassingen in het toezicht. In de afgelopen
jaren is wereldwijd te veel krediet verstrekt als gevolg van financiële
innovaties, te optimistische verwachtingen en gaten in de regulering. Vorig
jaar ging het mis bij de hypotheken die zijn verstrekt aan weinig
kredietwaardige Amerikaanse huizenbezitters, met forse verliezen voor banken
tot gevolg. Daarna leden banken ook flinke verliezen op andere activa,
waardoor hun kredietcapaciteit sterk verminderde. Bovendien ontstond
wantrouwen tussen banken onderling en onrust bij hun klanten. Overheden
grepen terecht in om te voorkomen dat banken massaal zouden omvallen. Zo'n
golf aan bankfaillissementen zou, net als in de jaren dertig, tot een diepe
recessie en massawerkloosheid leiden. De Nederlandse staat verschafte tot nu
toe voor 30 mld euro aan kapitaal aan banken, zegde 200 mld euro aan
kredietgaranties toe en breidde de depositiegarantieregeling sterk uit.
De crisis zal leiden tot grote veranderingen in de financiële sector en het toezicht daarop. Bij nieuwe regelgeving dient gewaakt te worden tegen doorschieten, want goed functionerende financiële markten stimuleren investeringen en innovatie. Het recente overheidsingrijpen bij de Nederlandse banken was noodzakelijk, maar het is gewenst dat de staat zijn belangen zo snel als mogelijk is afbouwt om nadelige economische effecten te vermijden.
Voornoemde publicaties zijn gratis beschikbaar als PDF-file op de website van het Centraal Planbureau (www.cpb.nl):
CPB Memorandum 209, Decemberraming 2008: Zwaar weer op komst
CPB Memorandum 210, De kredietcrisis en de Nederlandse economie in acht Frequently Asked Questions
CPB Memorandum 211, Pensioenspaarpot verdampt
Column Coen Teulings, Gooi het kind niet weg met het badwater
