Onderwerp: persbericht
Nummer: 13
Datum: 23 april 2009
Inlichtingen bij: Dick Morks (tel: 070-3383 410) of Ruud de Mooij
Arbeidsmarkt ouderen: beter functionerende markt is het meest urgent
De participatie van 55- tot 65-jarigen op de arbeidsmarkt is de afgelopen jaren sterk gestegen. Hervorming van WAO en VUT hebben hieraan een belangrijke bijdrage geleverd. Naar verwachting zal de arbeidsdeelname van ouderen de komende jaren verder toenemen. Het beleid voor een verhoging van de ouderenparticipatie is succesvol. Nu wacht een volgende uitdaging. De markt voor oudere werknemers wordt gekenmerkt door een lage mobiliteit en weinig kansen voor oudere werklozen. Het kernprobleem is dat loon naar leeftijd in plaats van loon naar werk wordt betaald. De markt zal beter moeten gaan functioneren dan ze nu doet. Deze uitdaging wordt nijpender door de huidige economische crisis en bovendien relevanter indien de AOW-leeftijd wordt verhoogd.Dit zijn enkele conclusies die het Centraal Planbureau (CPB) trekt in de vandaag verschenen studie ‘Rethinking Retirement’. In de studie bespreken de onderzoekers Rob Euwals, Ruud de Mooij en Daniël van Vuuren in samenwerking met andere auteurs het functioneren van de arbeidsmarkt voor ouderen in Nederland. Ook biedt het onderzoeksrapport inzicht in de gevolgen van beleidshervormingen. De studie wordt gepresenteerd op het gezamenlijke Netspar-SER-CPB-congres ‘Rethinking Retirement’ dat vandaag en morgen, 23 en 24 april, plaatsvindt in Den Haag.
Snel groeiende arbeidsparticipatie ouderen ...
De Nederlandse arbeidsmarkt voor ouderen (55- tot 65-jarigen) werd
decennialang gekenmerkt door een lage participatiegraad. Genereuze regelingen
voor arbeidsongeschiktheid en vervroegde uittreding zijn hieraan debet
geweest. De regelingen zijn de afgelopen jaren aanzienlijk hervormd. Daardoor
is de participatie sterk gestegen. De hervormingen waren nodig omdat
vroegtijdige uittreding onhoudbaar werd in het licht van de vergrijzing. Op
dit moment wordt langer doorwerken zelfs financieel aangemoedigd. Zo verlaagt
de recent ingevoerde doorwerkbonus de belasting op werken boven de 62 jaar.
De pensioenpremie in de meeste pensioenregelingen levert bovendien veel extra
pensioenopbouw op in de laatste jaren voor het pensioen, waardoor
participatie op oudere leeftijd verder wordt aangemoedigd. Naar verwachting
zal de participatie van ouderen, zonder aanvullend beleid en zonder rekening
houdend met een eventuele verhoging van de AOW-leeftijd, stijgen van ongeveer
48% in 2008 naar ruim 60% in 2020 (zie figuur 1). Dit komt deels door betere
prikkels om langer door te werken en deels doordat ouderen beter opgeleid
zijn en er meer oudere vrouwen werken.
Figuur 1: Participatiegraad 20-64 en 55-64, realisaties 1980 - 2007 en projecties 2007 - 2040
... brengt nieuwe knelpunten aan het licht ...
Vroege uittreding heeft problemen met het functioneren van de arbeidsmarkt
voor ouderen lange tijd gemaskeerd. Nu de participatie snel stijgt, komen
deze problemen aan de oppervlakte. De Nederlandse arbeidsmarkt voor ouderen
functioneert namelijk niet goed. De mobiliteit onder ouderen is
internationaal gezien laag en bedrijven zijn terughoudend bij het aannemen
van ouderen. Hierdoor benutten we als samenleving onvoldoende het menselijk
kapitaal van oudere werknemers. Ouderen blijven vaak hangen in hun banen en
investeren nog maar weinig in hun menselijk kapitaal, wat de innovatie
belemmert Bovendien hebben ouderen die hun baan verliezen nauwelijks nog
kans om terug te keren naar de arbeidsmarkt. Daardoor is de ongelijkheid
tussen de ‘insiders’ en de ‘outsiders’ groot. De werkloosheidsduur voor
ouderen in Nederland is met gemiddeld 3 jaar exceptioneel lang. Ter
vergelijking: het OESO-gemiddelde voor de werkloosheidsduur van 55 tot
65-jarigen is ongeveer de helft van het Nederlandse gemiddelde. De kans dat
een 55-jarige vanuit een WW-uitkering weer aan het werk komt is 10 procent in
Nederland, voor een 60-plusser is dat nog maar 3 procent.
... zoals de gouden kooi voor ouderen
Een belangrijke oorzaak voor het slecht functioneren van de arbeidsmarkt voor
ouderen is het verschil tussen het loon en de productiviteit van oudere
werknemers. Lonen nemen in Nederland sterk toe met de leeftijd van
werknemers, terwijl dat niet geldt voor de productiviteit. Daardoor raken
ouderen opgesloten in een soort ‘gouden kooi’. Mobiliteit, scholing en
zelfstandig ondernemerschap worden ontmoedigd, omdat de leeftijdspremie is
gekoppeld aan de oude baan. Baanduren zijn in Nederland langer dan in andere
landen. Vanaf een bepaalde leeftijd, die per beroepsgroep kan variëren, is
het moeilijk om van baan te veranderen. Demotie, ofwel gaan werken in een
baan die een minder hoog loon oplevert maar die ook minder intensief is, komt
weinig voor.
Hoewel loonstijging met leeftijd in Nederland en een aantal andere Europese
landen bijna vanzelfsprekend lijkt, is dit in Scandinavië totaal anders (zie
figuur 2): lonen stijgen daar veel minder met ervaring en leeftijd, met als
gevolg een aanzienlijk flexibelere arbeidsmarkt. De werkloosheidsduur van
oudere werklozen is in Scandinavië bijvoorbeeld slechts een derde van die in
Nederland en de mobiliteit onder ouderen is aanzienlijk groter.
Figuur 2: Loonprofiel in leeftijden in 5 West-Europese landen en 4 Scandinavische landen
   
Discussie over WW en ontslagrecht
De WW en het ontslagrecht bieden werknemers in Nederland bescherming tegen de
financiële gevolgen van werkloosheid en ontslag. De bescherming stijgt met de
leeftijd doordat regelingen genereuzer worden met de duur van het
arbeidsverleden (bij de WW) en met de duur van het dienstverband (bij
ontslagrecht). De ontslagvergoeding in Nederland neemt boven een bepaalde
leeftijd zelfs versneld toe, om uiteindelijk bij de leeftijd van 65 ineens te
vervallen. Samen met de hoge lonen van ouderen brengen deze regelingen hoge
maatschappelijke kosten met zich mee. Oudere werknemers die worden ontslagen
zullen niet snel een andere baan accepteren tegen een lager loon. Anderen
willen niet van baan wisselen omdat dit een lager loon impliceert en omdat
het recht op ontslagvergoeding wordt aangetast, dat immers afhankelijk is van
de lengte van het dienstverband. Werkgevers nemen geen oudere mensen aan
vanwege de lage productiviteit ten opzichte van het geëiste loon en de snel
oplopende ontslagvergoeding die ouderen opbouwen. De hoge mate van
bescherming en de hoge lonen leiden daarom tot een zeer kleine kans op
terugkeer naar werk als iemand ontslagen wordt. In andere landen is de
ontslagkans vaak groter, maar de omvang van het risico kleiner omdat ouderen
makkelijker een nieuwe baan vinden.
Financiële crisis en eventueel hogere AOW-leeftijd vergroten urgentie van hervorming
De financiële crisis vergroot de urgentie van hervorming. Door de uitholling
van pensioenvermogens zullen veel ouderen besluiten langer door te werken om
zo de financiële schok op te vangen. Ook een verhoging van de AOW-leeftijd,
waarover het kabinet advies heeft gevraagd aan de SER, zal de
uittreedleeftijd verhogen. Tegelijkertijd zullen veel ouderen hun baan
kwijtraken door de financiële crisis. De uitdaging voor het beleid is ervoor
te zorgen dat deze groep kan terugkeren op de arbeidsmarkt.
De transitie naar een beter functionerende markt
Het oude evenwicht van goede bescherming en vroege uittreding maakt
geleidelijk plaats voor een nieuw evenwicht waarin Nederlanders langer
doorwerken. Dit is een belangrijke eerste stap die nodig is met het oog op de
vergrijzing. Het is echter niet genoeg. Een hogere participatie maakt het des
te belangrijker dat de kennis van oudere werknemers goed wordt benut. Dit kan
door te investeren in de inzetbaarheid van mensen en het vergroten van
mobiliteit. De nadruk in het beleid zal daarom moeten verschuiven van
participatie naar een goede allocatie van oudere werknemers. Dit stelt nieuwe
eisen aan de vormgeving van de WW en het ontslagrecht, de
leeftijdbeloningprofielen in CAO´s en investeringen in de inzetbaarheid van
werknemers.
Tegelijk met deze bijzondere publicatie wordt het CPB Memorandum Arbeidsaanbod en gewerkte uren tot 2050: een beleidsneutraal scenario gepubliceerd.
De Bijzondere Publicatie ‘Rethinking Retirement’ is te bestellen bij:
Bibliotheek Centraal Planbureau
Postbus 80510
2508 GM Den Haag
Telefax: 070-3383350
E-mail: bibliotheek@cpb.nl
Prijs: 20,- euro
Beide publicaties, ‘Rethinking Retirement’ en Arbeidsaanbod en gewerkte uren tot 2050: een beleidsneutraal scenario, zijn tevens (gratis) beschikbaar als PDF-bestand op de website van het CPB.
Voor het programma van de conferentie over Rethinking Retirement op 23 en 24 april: zie http://www.netspar.nl/events/2009/annual/
