Doelstellingen van het klimaatbeleid en beperkingen aan emissiehandel;
dilemma's in de vormgeving van post-Kyoto beleid
JC Bollen*, AJG Manders*, PJJ Veenendaal**1 juli 2005
Het Kyoto Protocol is een eerste, kleine stap op weg naar stabilisatie van de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer. Na de eerste budgetperiode van het Kyoto protocol (2008-2012) zal de uitstoot van broeikasgassen in sterkere mate beperkt moeten worden om stabilisatie te bereiken. Ambitieuzere doelstellingen vergen toetreding van landen die nu nog niet meedoen aan het klimaatbeleid.
Dit blijkt uit een gezamenlijke studie van CPB en het Milieu- en Natuur Planbureau. Deze studie is een vervolg op het rapport dat gepresenteerd werd op de klimaatdag (30 juni 2004) over de gevolgen van een beperking van 30 procent van de uitworp van broeikasgassen in 2020 ten opzichte van het niveau van 1990. Het doel van de studie is om met additionele analyses beleidsmakers te informeren over de gevolgen van alternatieve varianten van post-Kyoto klimaatbeleid.
De studie analyseert de macro-economische gevolgen van post-Kyoto beleid voor het jaar 2020. De kosten van het beleid worden bepaald door drie factoren: het niveau van de doelstelling, de economische ontwikkeling in het achtergrondscenario zonder nieuw klimaatbeleid en de vormgeving van het beleid. De onderzochte beleidsalternatieven omvatten klimaatbeleid met coalities van slechts een beperkt aantal landen of met beperkingen op de vrije verhandelbaarheid van emissierechten, met vrije of beperkte toepassing van het Clean Development Mechanism (CDM), en met minder ambitieuze doelstellingen voor niet-mondiale coalities.
De kosten van klimaatbeleid verminderen de economische groei. De studie gaat in op de uitruil tussen economische groei en de beleidsinspanning. De kosten zijn relatief beperkt bij een mondiale coalitie met vrije emissiehandel. Zij stijgen sterk bij kleinere coalities en bij beperkingen op de verhandelbaarheid van emissierechten of op de toepassing van CDM. Bij niet-mondiale coalities verhuist een deel van de energie-intensieve industrie naar landen die geen klimaatbeleid voeren.
CDM kan de kosten van het klimaatbeleid voor de geïndustrialiseerde wereld aanzienlijk verlagen, maar tegelijkertijd treden er onbedoelde weglekeffecten in de landen waar de CDM-projecten worden uitgevoerd. Uniforme koolstofheffingen zijn even effectief als emissiehandel, maar de verdeling van de lasten over de deelnemende landen kan heel verschillend zijn.
MNP Rapport 500035003/2005, 'Caps and Fences in Climate Change Policies;
trade-offs in shaping post-Kyoto', is te bestellen bij:
Milieu -en Natuur Planbureau
Postbus 303
3720 AH Bilthoven
Fax: 030 - 2744464
De publicatie is tevens (gratis) beschikbaar als PDF-bestand (187 Kbytes)
.
* Milieu- en Natuur Planbureau
** Centraal Planbureau
