Projecten Sector Economie en fysieke omgeving
- Studie over agglomeratie, subsidiariteit en grondprijzen
- Bijdrage aan nieuwe WPRB-publicatie
- NICIS project Stedelijke netwerken
- Locatiekeuze van huishoudens
Programma: Wonen
- Integrale woningmarktstudie
Programma: Mobiliteit en infrastructuur
- Indirecte effecten
- Kennisontwikkeling KBA's en OEI
Programma: Milieu, natuur en landbouw
- Betekenis van 1e generatie biomassaproductie
- Duurzaamheidsmonitor
- Kosten-effectief klimaatbeleid
Programma: Waterveiligheid
- Project Waterveiligheid 21e eeuw (WV21)
Programma: Ruimtelijke economie
Programma: Ruimtelijke economie
Studie over agglomeratie, subsidiariteit en grondprijzenKomend jaar zal een brede en overkoepelende publicatie (Speciale studie) worden gemaakt over de relaties tussen (allerlei aspecten van) ruimte, mobiliteit, bestuur en productiviteit. Die studie heeft als belangrijke bouwstenen de onderzoeken die de afgelopen jaren binnen de sector zijn verricht, te weten:
Op korte termijn zal een outline voor die overkoepelende publicatie worden opgesteld. Daarbij kunnen nog witte vlekken naar voren komen die aanvullend (literatuur)onderzoek vereisen. Naast de drie bovengenoemde studies past daarin ook een stuk over de financiële verhoudingen tussen het Rijk en de lagere overheden vanuit sector 2. Ook sector 6 zal een bijdrage leveren.
Bijdrage aan nieuwe WPRB-publicatie
Het WPRB (Werkverband periodieke rapportage bevolkingsvraagstukken, een
samenwerkingsverband van de planbureaus onder leiding van het NIDI) zal weer
een publicatie maken, dit maal over (regionale) bevolkingskrimp. Vanuit het
programma Ruimtelijke Economie zal een theoretisch getint hoofdstuk worden
geschreven hoe krimp regionaal-economisch verschillend uitwerkt, eerst op de
woningmarkt, daarna op de samenstelling van de bevolking en ten slotte op de
werkgelegenheid.
NICIS project
Stedelijke netwerken
Er is toegezegd jaarlijks een bijdrage te leveren
aan dit onderzoek dat 4 jaar loopt en zal worden geleid door de Universiteit
Utrecht. Medewerking is wel afhankelijk van het werkplan dat op dit moment nog
weinig is uitgewerkt.
Locatiekeuze van huishoudens
In het kader van de ontwikkeling (in samenwerking met de Vrije Universiteit)
van methodieken om de effecten van RO-beleid in kaart te kunnen brengen wordt
verder onderzoek gedaan naar de locatiekeuze van huishoudens en met name van
(hoog opgeleide) tweeverdieners. Het onderzoek richt zich op de mogelijke
consequenties van het feit dat tweeverdieners een ingewikkeldere woon-werk
relatie hebben dan éénverdieners. De eventuele gevolgen voor de
woon-werkafstand, woonlocatie en preferenties op de huizenmarkt worden
onderzocht.
Programma: Wonen
Integrale woningmarktstudieDe integrale woningmarktstudie is in 2010 afgerond. In deze studie worden analyses gepresenteerd van de economische effecten op de woningmarkt en daarbuiten van alternatieven voor het huidige woonbeleid. Dit project bouwt voort op eerdere studies naar de koopwoningmarkt en de huurwoningmarkt. De studie voegt daaraan toe een beeld van de interactie tussen beide markten, een expliciete schets van alternatieven voor het huidige beleid en de daarvan gevolgen voor de koopkracht en de welvaart.
Programma: Mobiliteit en infrastructuur
Indirecte effectenDit betreft onderzoek naar kwantificering van de indirecte effecten van transportlijn-infrastructuur met de methode van het Britse Ministerie van Transport (Department for Transport; DfT). Het moet leiden tot aanvulling van de OEI-methodiek. Het is de bedoeling dat het onderzoek in 2008 wordt afgerond middels publicatie als CPB Document. Deze studie kan in 2009 een vervolg krijgen door de methodiek en bevindingen ook voor andere terreinen dan transport lijninfrastructuur uit te werken. De wijze van publicatie daarvan wordt nog nader bezien.
Kennisontwikkeling KBA's en OEI
Op het gebied van kosten-batenanalyse komen er voortdurend nieuwe vragen op
enerzijds omdat in concrete situaties niet precies duidelijk is hoe bepaalde
zaken moeten worden aangepakt, anderzijds omdat onder meer vanuit het beleid
nieuwe vragen worden gesteld die om een verdere uitwerking van het
instrumentarium vragen. In het kader van het programma Mobiliteit en
infrastructuur zijn een aantal projecten geformuleerd waar eigenlijk aandacht
aan besteed zou moeten worden, maar waarvan het nog niet duidelijk is in welke
mate van urgentie zij zich in de loop van het jaar zullen presenteren. De keuze
welke van de projecten daadwerkelijk zullen worden uitgevoerd zal in een latere
fase worden gemaakt. In totaal zijn 10 maanden beschikbaar voor een aantal van
deze projecten. Het gaat om de volgende projecten:
Programma: Milieu, natuur en landbouw
Betekenis van 1e generatie biomassaproductieUitwerking van de betekenis van (grootschalige) 1e generatie biomassaproductie in de energievoorziening en de implicaties voor de agrarische grondstofmarkten.
Duurzaamheidsmonitor
Volgens plan zal begin 2009 de eerste Duurzaamheidsmonitor verschijnen. Het is
de bedoeling dat dit de start is van een jaarlijkse reeks. De monitor is een
gezamenlijk project van het CBS en de drie planbureaus. De monitor bestaat
enerzijds uit een beschrijving van 'de stand van zaken' in Nederland m.b.t. tot
de ontwikkeling van een aantal voor duurzaamheid relevante indicatoren; en
anderzijds uit een gedetailleerde uitwerking van enkele interessante
duurzaamheidthema's. Afhankelijk van de thema's waaraan in de volgende
duurzaamheidmonitor aandacht zal worden besteed, kan de CPB-bijdrage ook door
een andere sector/programma moeten worden geleverd.
Kosten-effectief klimaatbeleid
Het CPB is in 2007 samen met het ECN gestart met een economische analyse van de
doelstellingen op het terrein van duurzame energie in het Regeerakkoord. De
beleidsruimte voor Nederland binnen de context van het EU-beleid vormt in de
studie het uitgangspunt. Daarbij zal tevens aandacht worden besteed aan andere
maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te beperken, zoals CO2-opslag en
energiebesparing, aan effecten op het terrein van de voorzieningszekerheid en
aan externe effecten (waaronder landschap, natuur etc). Meer institutionele
vraagstukken, bijvoorbeeld rond het emissiehandelssysteem, zullen eveneens in
de studie aan bod komen. Het project wordt begeleid door een departementale
begeleidingscommissie. In 2008 is dit project tijdelijk stopgezet omdat er een
actualisatie nodig was van de scenario's voor olieprijzen en daaraan
gerelateerde prijzen. In 2009 zal de studie worden afgerond, waarbij met sector
4 zal worden samengewerkt. Ambitie is hierover een CPB Document uit te brengen.
Programma: Waterveiligheid
Project Waterveiligheid 21e eeuw (WV21)
In het kader van WV21 moet in 2010 een KBA gereedkomen met optimale
veiligheidsniveaus voor dijkringen als uitkomst. Ter voorbereiding daarvan is
in 2008 een KKBA gemaakt over hetzelfde onderwerp, waaruit een aantal lacunes
naar voren kwam. Het CPB is betrokken bij twee vervolgonderzoeken.
Verder wordt het CPB geconsulteerd over allerlei nota's op het gebied van water(veiligheid), onder andere ook in het Adaptatieprogramma Ruimte en Klimaat (ARK) en projecten die daar ondervallen. Tot slot moet er een tijdschriftartikel worden gemaakt van het oorspronkelijke model.
