Kopafbeelding publicaties CPB

Decemberraming 2017: economische vooruitzichten 2018

CPB Policy Brief 2017/13, 20 december 2017

De economische groei zet door. In 2018 stijgt het bbp, net als in het voorgaande jaar, met meer dan 3%. Dergelijke groeipercentages hebben zich sinds 2007 niet meer voorgedaan. Door de aanhoudend hoge groei is volgend jaar sprake van hoogconjunctuur. De economische groei is breed gedragen. Bedrijfsinvesteringen, de consumptie door huishoudens, investeringen in woningen en de uitvoer dragen alle bij aan de groei van het bbp.

Lees ook het bijbehorende persbericht of ga direct naar de cijfers van deze kortetermijnraming, waar ook de reguliere bijlagen te downloaden zijn. De infographic met de conclusies is hieronder bijgevoegd als bijlage-bestand (PDF).

Een opvallende rol is weggelegd voor de overheidsbestedingen. De overheid voert een procyclisch begrotingsbeleid en jaagt daarmee de economische groei verder aan. In 2017 is de groei van de overheidsbestedingen nog 0,4%; in 2018 wordt die 3,5%. De maatregelen in het regeerakkoord – onder andere intensiveringen bij onderwijs en defensie – en de stijgende zorguitgaven zijn hiervan de belangrijkste determinanten. Het expansieve begrotingsbeleid verklaart voor een belangrijk deel de hogere bbp-groei dan die in onze buurlanden. Ondanks de stijgende overheidsbestedingen is nog steeds sprake van een overschot op de overheidsbegroting, onder meer doordat de uitgaven aan werkloosheidsuitkeringen dalen en de belastingopbrengsten stijgen.

In 2018 stijgt de werkgelegenheid met 2%. Omdat het arbeidsaanbod minder snel groeit, daalt de werkloosheid in 2018 verder naar 3,9% van de beroepsbevolking, het laagste niveau in tien jaar. Door de krappe arbeidsmarkt betalen bedrijven meer loon om personeel te kunnen aantrekken of om zittend personeel te kunnen behouden. Door de hogere werkgelegenheid en stijgende reële lonen hebben huishoudens meer te besteden. 

De groeiraming kent zowel opwaartse als neerwaartse risico’s. De economische groei kan hoger uitvallen als huishoudens meer gaan besteden, als de bedrijfsinvesteringen verder stijgen of als de lonen harder stijgen dan nu geraamd. Het laatste is historisch gezien niet onrealistisch. Een neerwaarts risico is juist een lagere loonstijging dan geraamd. Het zeer recente verleden laat immers zien dat ook een aantrekkende economie met een snel verkrappende arbeidsmarkt zich niet direct vertaalt in grotere loonstijgingen. Andere neerwaartse risico’s hangen samen met de overwaardering van activa als gevolg van overvloedige liquiditeit, de Chinese economie en de Brexit. Ook blijft onduidelijk hoe en wanneer de ECB terugkeert naar normaal monetair beleid, nu het aankoopprogramma tot september 2018 blijft doorlopen. De gevolgen van snelle of langzame afbouw zullen waarschijnlijk pas na de ramingsperiode zichtbaar worden. Een te langzame afbouw kan leiden tot oververhitting van de economie, snel oplopende inflatie en financiële zeepbellen terwijl sterk oplopende kapitaalkosten bij snelle afbouw kunnen zorgen voor nieuwe spanningen in het eurogebied. Een laatste onzekerheid betreft de realisatie van extra werkgelegenheid bij de overheid. Het is de vraag of de intensiveringen bij onderwijs en defensie zich in de huidige krappe arbeidsmarkt gemakkelijk laten vertalen naar nieuw geworven personeel. Een tegenvallende werkgelegenheidsgroei bij de overheid heeft een temperend effect op de economie en een gunstig effect op de overheidsbegroting.

Bijlagen

Deel deze pagina