Kopafbeelding onderzoek CPB

Onderwijs en Wetenschap

Kennis is één van de stuwende krachten achter economische groei en welvaart. Niet alleen voor de samenleving die zich steeds meer in richting ´kenniseconomie´ verandert maar ook voor de individuen voor wie het opdoen en verder ontwikkelen van kennis en vaardigheden centraal staat om zich te kunnen ontplooien in deze maatschappij.

Foto van een collegezaal vol met studenten
Ga direct naar: Publicaties over dit onderwerp.

Het programma Onderwijs en Wetenschap doet daarom onderzoek naar de factoren die bijdragen aan het opdoen, benutten en verder ontwikkelen van kennis.

Centrale vragen binnen het programma Onderwijs zijn: Hoe komt kennis - oftewel menselijk kapitaal - tot stand en wat zijn de opbrengsten van dit kapitaal? Op welke wijze kan beleid bijdragen aan haar productie, welk beleid is effectief en in welke mate? Welke rol is weggelegd voor de bestaande instituties in het onderwijsbestel. Hoe prikkelen zij de belangrijkste actoren in het onderwijsbestel, zoals leraren of leerlingen, tot optimale kennisproductie.

Centrale vragen binnen de kennisunit Wetenschap zijn: Hoe groot is de invloed van wetenschap op economische groei daadwerkelijk? Hoe effectief is het huidige beleid rond om wetenschap? Wat is de rol en het belang van bepaalde institutionele aspecten op de markt van wetenschap? 

Lopende projecten onderwijs

Het rendement van een verandering in de leerplichtwet

In 1971 is de leerplichtige leeftijd opgetrokken van 14 naar 15. Het doel van deze wetswijziging was om leerlingen in het (toenmalige) LBO de mogelijkheid te bieden een diploma te laten halen. In dit project wordt onderzocht wat de effecten zijn geweest van deze verandering op het behaalde opleidingsniveau, inkomen en andere arbeidsmarktuitkomsten.

Experiment extra taalonderwijs MBO

In 2014 krijgen MBO-opleidingen te maken met centrale examinering van de taal- en rekenvaardigheden van hun leerlingen, gecombineerd met concrete normen welke niveaus gehaald moeten worden. Verschillende scholen zijn zich hier langzamerhand op aan het voorbereiden. Binnen een experimentele setting bij een grote ROC wordt gekeken naar wat de effecten zijn van extra taallessen gericht op strategisch lezen en schrijven op het taalniveau van studenten. Dit gebeurt op niveau 3 en niveau 4 onder eerstejaarsstudenten.

VSV experimenten

Het ministerie van OCW beoogt door middel van experimenteel onderzoek inzicht te krijgen in de effectiviteit van specifieke maatregelen gericht op het terugdringen van voortijdig schoolverlaten. Hiertoe verleent zij subsidie aan een viertal experimenten op verschillende ROC’s. Het betreft interventies op het gebied van intake, verzuimbeleid en ouderbetrokkenheid. Het CPB evalueert de effecten van deze interventies op opleidingsuitval en voortijdig schoolverlaten.

De effecten van studiekeuzeactiviteiten op studiesucces

Op dit moment stopt zo’n vier op de tien studenten in het hbo voortijdig met de opleiding. Bij universiteiten gaat het om drie op de tien studenten. De in 2013 aangenomen wet ‘Kwaliteit in Verscheidenheid’ is er op gericht een einde te maken aan deze hoge uitval en switchgedrag te beperken. De wet bevat een tweetal maatregelen om de match tussen student en studie te bevorderen: instelling van een vervroegde aanmelddatum en verplicht aanbod van studiekeuzeactiviteiten. De scholieren die nu in 5 havo of 6 vwo zitten, moeten zich voor 1 mei aanmelden bij een opleiding naar keuze. Zij hebben dan recht op toelating en recht op een studiekeuzeactiviteit zoals proefstuderen of een gesprek bij de opleiding. Dit project onderzoekt of studiekeuzeactiviteiten leiden tot minder studie-uitval en bijdragen aan meer studiesucces.

Impuls knelpuntregio’s onderwijsarbeidsmarkt

Dit project evalueert de impuls knelpuntregio’s onderwijsarbeidsmarkt van OCW. Onder de aanname dat de onderwijsmarkt vooral een lokale markt betreft, zet de directie leraren in op een derde regionale impuls om de knelpunten op de onderwijsarbeidsmarkt terug te dringen en de aantrekkelijkheid van het beroep leraren in knelpuntregio’s te vergroten. De discussie wordt bemoeilijkt, doordat het lastig blijkt voldoende zicht te krijgen op de onderliggende arbeidsmarktmechanismen, de relevante spelers (scholen, schoolbesturen, regio’s, leerlingen, leraren, zij-instromers etc.) en de wijze waarop vraag en aanbod zijn te meten. Een effectmeting van beleid gericht op regionale arbeidsmarkttekorten is dan ook complex. Op kleine schaal biedt deze interventie de mogelijkheid om met behulp van aselecte toewijzing van middelen aan scholen (door tijdsvariatie in de toekenning) zicht te krijgen op het belang van het toekennen van (vrij besteedbare) financiële middelen bij de aanpak van deze problematiek.

Impuls leraren tekortvakken

Het begrotingsakkoord voorziet in een intensivering van 105 mln euro om de kwaliteit van docenten en schoolleiders in het voortgezet onderwijs te verbeteren. Het regeerakkoord voegt hier 100 mln euro aan toe, waarbij in het bijzonder aandacht is voor de begeleiding van startende leraren in bèta vakken en jonge academische leraren. Dit project doet onderzoek naar de effectieve inzet en het meten van behaalde resultaten van deze middelen. Een deel van de uitkomsten, een analyse van de situatie op de arbeidsmarkt leraren, is reeds gepubliceerd als CPB Notitie 'Arbeidsmarkt leraren: aanpassingsmechanismen en aangrijpingspunten voor beleid' en diende als input voor de lerarenagenda van het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap, die in de tweede helft van 2013 is verschenen. De tweede onderzoekslijn evalueert de inzet van de impuls. Voor een tweetal maatregelen zal dat gebeuren met een effectmeting, waarbij de omvang van de maatregel en de vormgeving van de evaluatie zodanig is dat de effecten significant en causaal kunnen worden vastgesteld. De overige maatregelen worden gemonitord op basis van dezelfde indicatoren om de veranderingen in de kwantiteit en kwaliteit van het lerarencorps vast te stellen. 

Stelselstudie hoger onderwijs

De markt voor het hoger onderwijs is volop in beweging. De afgelopen decennia is de deelname aan het hoger onderwijs sterk toegenomen. Daarnaast is sprake van een sterke internationalisering. In het licht van deze trends beoogt deze studie op basis van economische theorie zicht te bieden op de rol van de overheid in deze veranderende omgeving. Welke doelen streeft de onderwijsmarkt na? Welke marktfalens kunnen daarbij optreden en op welke wijze kan beleid daarop inspelen?

Accountability Amsterdam

In 2008 is de gemeente Amsterdam gestart met de Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam (KBA) om de onderwijskwaliteit in het primair onderwijs te verhogen. Een belangrijke component van dit beleid is de 'Verbeteraanpak', waarbij scholen onder begeleiding van onderwijskundige experts werken aan de verbetering van de onderwijskwaliteit. Het betreft een tweejarig programma gericht op de invoering van een systematische en opbrengstgerichte manier van werken binnen alle lagen van de school (bestuur, schoolleider, leraar en intern begeleider). Het doel van het project is om de effecten van het programma op de onderwijsprestaties van leerlingen te meten.

Cognitieve en Niet-cognitieve vaardigheden

Beleidsmakers, politici, onderwijsbestuurders en ouders leggen veel nadruk op de uitkomsten van allerlei testen om kinderen te beoordelen en te selecteren en zelfs om de onderwijsprestaties van landen met elkaar te vergelijken. Ouders en kinderen wachten in spanning op de uitslag van de citotoets in groep 8; toegelaten worden tot de universiteit wordt steeds meer afhankelijk van de punten op de middelbare school; en ministers en ambtenaren worden nerveus als de OESO nieuwe lijstjes publiceert waaruit blijkt hoe onze kinderen het in internationaal perspectief doen. Ondanks het gewicht dat aan deze scores wordt gegeven, is het niet duidelijk wat ze precies meten en in hoeverre de vaardigheden die worden gemeten van belang zijn voor maatschappelijk succes. In deze Policy Brief laten we zien dat een eenzijdige nadruk op toetsscores misleidend is om mensen en landen te beoordelen en te selecteren. Tevens laten we zien dat niet-cognitieve vaardigheden, in de vorm van verschillende persoonlijkheidsdimensies, een belangrijke bijdrage leveren aan het verklaren van sociaaleconomische uitkomsten en verschillen daarin. Deze vaardigheden zijn aan te leren en verdienen meer aandacht in de beleidsdiscussie en onderwijscurricula.

Wat meet een IQ-test?

Dit onderzoek biedt een economisch model dat de afwegingen die mensen tijdens een IQ-test maken, in beeld brengt. We onderscheiden een technologie die beschrijft hoe tijdsinvesteringen de prestaties bevorderen van voorkeuren die bepalen hoeveel mensen bereid zijn te investeren in een vraag. We halen deze twee elementen empirisch uit elkaar en tonen het belang in een labexperiment dat is uitgevoerd met studenten van de Universiteit Maastricht. De belangrijkste bevindingen zijn dat zowel intrinsieke motivatie (vragen die mensen leuk vinden om te beantwoorden), als extrinsieke motivatie (beloningen voor een juist antwoord) de tijdsinvesteringen per vraag verhogen en daarmee de prestaties. De aanwezigheid van beloningen is belangrijker dan de omvang van de beloning en beide vormen van motivatie zijn complementair.

De effecten van spreidingsbeleid op leerprestaties

Deze studie onderzoekt in hoeverre de samenstelling van de klas van invloed is op de leerprestaties van leerlingen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een beleidswijziging in 1997 in de gemeente Gouda, waar men tot dan toe een spreidingsbeleid voerde onder leerlingen in het primair onderwijs.
De output van dit project is een Engelstalig discussion paper en een Nederlandstalig achtergronddocument. Beide zullen in 2014 verschijnen.

naar boven

Lopende projecten wetenschap

The value of Science

Het doel van dit project is om meer te weten te komen over de link tussen door de overheid gefinancierd onderzoek en economische groei. Het project bestaat grotendeels uit een literatuurstudie naar de invloed van overheidsfinanciering op de productie van wetenschappelijke kennis, de economische waarde van die wetenschappelijke kennis en de kanalen waarlangs deze waarde gecreëerd wordt. Daarnaast wordt er getracht om met macro-economische gegevens een empirisch verband te leggen tussen onderzoek dat door de overheid wordt gefinancierd en BBP-groei. In dit project wordt samengewerkt met Bart Verspagen van de Universiteit van Maastricht.

Bekostiging van wetenschap

De Nederlandse overheid besteedt jaarlijks meer dan vijf miljard aan wetenschappelijk onderzoek. Het grootste gedeelte van dit geld komt via een bekostigingssysteem bij universiteiten terecht. Wat weten we over de prikkels die ontstaan door deze systematiek? In hoeverre leiden verschillen in de financiële aansturing tot verschillen in wetenschapsproductiviteit tussen universiteiten en/of landen? Wij doen een internationale benchmark vergelijking met België, Duitsland, Groot-Brittannië, Denemarken, Zwitserland en Verenigde Staten. Met longitudinale data over Nederlandse universiteiten kan verder een gedetailleerde analyse van het effect van wijzigingen in de bekostiging worden uitgevoerd.

Het rendement op promoties

Tussen 2000 en 2010 groeide het aantal dissertaties met meer dan 50%. Wat zijn de macrogevolgen geweest van beleidswijzigingen in het verleden om een promotie aantrekkelijker te maken: heeft dit het rendement op proefschriften verlaagd of werd er juist een marktfalen gerepareerd? Wat zijn de economische en maatschappelijke rendementen van het schrijven van een proefschrift? Voor deze analyse wordt gebruikt gemaakt van CBS microdata verzameld voor Loopbanen van Gepromoveerden 2010.

naar boven

Meest recente publicaties

Een verloren generatie? Het effect van afstuderen tijdens een recessie

Tijdens recessies stijgt de jeugdwerkloosheid. Jongeren komen moeilijker aan een baan en degenen met een tijdelijk contract verliezen vaak hun baan. In zo’n situatie is te verwachten dat net afgestudeerden moeilijk aan werk komen en vaker werken in banen onder hun niveau. Een belangrijke vraag is of de jongeren die tijdens een recessie starten daar ook op langere termijn nadeel van ondervinden.

CPB Discussion Paper 356 | 6 juli 2017

38 pagina's | pdf document, 1.4 MB

ISBN 978-90-5833-779-5 | Naar publicatie

De effectiviteit van de fiscale aftrek scholingsuitgaven

Het CPB publiceerde in juli 2016 de notitie “Evaluatie aftrekpost scholingsuitgaven”. Deze notitie beschreef het gebruik van de aftrekpost en het effect ervan op de deelname en uitgaven aan scholing. De achterliggende econometrische analyses bij deze notitie zijn nu in detail uitgewerkt in een wetenschappelijk paper, dat ook aanvullende analyses bevat op basis van de recent ontwikkelde techniek ‘regression kink design’.

CPB Discussion Paper 353 | 13 juni 2017

56 pagina's | pdf document, 2 MB

ISBN 978-90-5833-776-4 | Naar publicatie

Deel deze pagina