Kopafbeelding perscentrum CPB

Centraal Economisch Plan 2017 gepubliceerd, overschot op de begroting; inflatie dempt koopkracht

Gepubliceerd: 24 maart 2017

De Nederlandse economie vertoont robuuste groei. Het Centraal Planbureau (CPB) becijfert een groei van 2,1% voor dit jaar, en 1,8% in 2018. In beide jaren is er een overschot op de begroting en de werkloosheid blijft dalen. Tegelijkertijd zorgt de oplopende inflatie voor een dempend effect op de koopkracht. Ook voor de middellange termijn (2018 t/m 2021) zijn de economische vooruitzichten gunstig. De economie groeit in die periode met gemiddeld 1,7% per jaar en de overheidsfinanciën zijn op orde. Dit blijkt uit het Centraal Economisch Plan (CEP) 2017, dat vandaag is gepubliceerd.

De Nederlandse economie krijgt in 2017 en 2018 op diverse fronten een impuls. De export blijft het goed doen en bedrijven gaan weer meer investeren. Daarnaast leveren ook huishoudens (consumptie), woninginvesteringen en overheidsbestedingen een bijdrage aan de groei. De werkloosheid daalt dit jaar naar 4,9% en komt in 2018 uit op 4,7%. Hogere energietarieven en grondstofprijzen leiden ertoe dat de inflatie in de hele eurozone zal stijgen: In Nederland gaat het om een inflatiestijging van 1,6% dit jaar en 1,4% in 2018. Door de oplopende inflatie en het aflopen van het pakket aan lastenverlichting uit 2016 is de stijging van de mediane koopkracht dit jaar en volgend jaar minder sterk dan in de periode 2014-2016.

Overheidsfinanciën

Dit jaar bedraagt het geraamde overschot op de Rijksbegroting 0,5% bbp, en in 2018 neemt dat verder toe tot 0,8% bbp. Deze verbetering is vooral het gevolg van sterk toenemende belastingontvangsten en dalende uitgaven aan werkloosheidsuitkeringen. Het teruglopen van de gasbaten (door lagere productie en lagere prijzen) heeft juist een tegengesteld effect. De overheidsschuld ligt in 2017 met 58,5% bbp voor het eerst sinds 2010 onder de Europese schuldnorm van 60% bbp. In 2018 neemt de schuld verder af, tot 55,5% bbp.

Mondiale economie

Het economisch herstel zet zich wereldwijd door, vooral door de relatief hoge economische groei in opkomende economieën in Azië. In de VS is de groei robuust, en groeiverwachtingen voor de korte termijn zijn gunstig. De economische groei in de eurozone ligt zowel dit jaar als volgend jaar op 1,7%. In veel EU-landen daalt de werkloosheid, maar de cijfers liggen nog boven het langjarig gemiddelde. Ook voor de komende jaren zijn de economische vooruitzichten zowel mondiaal als binnen Europa omgeven met risico’s en onzekerheden. Het gaat daarbij onder andere om verkiezingen in diverse EU-lidstaten, de afwikkeling van de Brexit en onzekerheid over het beleid van de nieuwe regering in de Verenigde Staten ten aanzien van handel en regulering van de financiële sector.

Middellange termijn

In de periode 2018 tot en met 2021 groeit de Nederlandse economie met gemiddeld 1,7% per jaar, zo blijkt uit de in het CEP opgenomen actualisatie van de Middellangetermijnverkenning. Door een gelijk opgaande groei van werkgelegenheid en arbeidsaanbod blijft de werkloosheid in die jaren stabiel op 4,7%. Rente en inflatie lopen licht op, maar blijven laag. De overheidsbegroting komt in 2021 uit op een overschot van 1,3% bbp. De combinatie van een groeiende economie en een overschot op de begroting leidt ertoe dat de overheidsschuld in 2021 gedaald zal zijn tot 46,6% bbp. Het houdbaarheidscijfer, dat aangeeft of het huidige niveau van overheidsvoorzieningen ook op de lange termijn betaalbaar blijft, komt uit op een overschot van 0,5% bbp. Het begrotingssaldo voor 2021 en de houdbaarheid verbeteren daarmee met respectievelijk 0,4 en 0,1%-punt ten opzichte van de meest recente raming (MEV, september 2016), die ook als basis diende voor de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s.

Structureel lagere groei

Voor de komende decennia ligt het groeipotentieel voor de Nederlandse economie lager dan in de jaren voor de financiële en economische crisis, zo blijkt uit een beschouwing die is opgenomen in het CEP. “Groeicijfers van 3, 4 of zelfs 5% behoren tot het verleden. Lagere groei is het voorland, niet alleen voor Nederland, maar ook voor veel andere westerse landen. Dit is onder andere het gevolg van vergrijzing en afnemende productiviteitsgroei. Potentiele groei stimuleren is mogelijk, maar weerbarstig”, aldus CPB-directeur Laura van Geest.

Bij het opstellen van het Centraal Economisch Plan 2017 is het CPB zoals gebruikelijk uitgegaan van ongewijzigd overheidsbeleid. De formatie van een nieuw kabinet – en het regeerakkoord dat daaruit voortvloeit – zal uiteraard van invloed zijn op de economische vooruitzichten.

Deel deze pagina