Kopafbeelding publicaties CPB

Actualisatie economische effecten van een verdere verlaging van de LTV-limiet

CPB Achtergronddocument, 6 juni 2017

In de notitie uit 2015 analyseerden we de gevolgen van een verlaging van de LTV-limiet tot 90%. Dit achtergronddocument vormt zowel een actualisatie als een uitbreiding van de notitie uit 2015. De actualisatie betreft het literatuuroverzicht en de gebruikte data. De uitbreiding heeft betrekking op de simulatie van mogelijke gedragsreacties op de verlaging van de maximale LTV. Bovendien besteden we in dit achtergronddocument aandacht aan de interactie tussen de effecten van strengere LTV en LTI -normen.

Lees ook de CPB Notitie 'Risicorapportage Financiële Markten 2017' en het bijbehorende persbericht.

In de CPB notitie “De economische effecten van een verdere verlaging van de LTV-limiet” uit 2015 analyseerden we de gevolgen van een verlaging van de LTV-limiet tot 90%. Dit CPB Achtergronddocument vormt zowel een actualisatie als een uitbreiding van de notitie uit 2015. De actualisatie betreft het literatuuroverzicht en de gebruikte data. De uitbreiding heeft betrekking op de simulatie van mogelijke gedragsreacties op de verlaging van de maximale LTV. Bovendien besteden we in dit achtergronddocument aandacht aan de interactie tussen de effecten van strengere LTV en LTI -normen.

Strengere hypothecaire leennormen zijn nog steeds een actueel thema in de beleidsdiscussie. Zo roept het IMF in zijn meest recente landenrapportage Nederlandse beleidsmakers op de LTV bij aankoop te maximaliseren op 90% (IMF, 2017). Ook De Nederlandsche Bank (DNB) acht een verdere verlaging van de LTV-limiet naar uiteindelijk 90% nodig om de financiële weerbaarheid van met name jonge huiseigenaren te vergroten en de huizenmarkt en economie stabieler te maken (DNB, 2017).

In 2015 constateerden wij echter dat een verlaging van de LTV-norm naar 90% het onderliggende probleem van overmatige schuldopbouw op de hypotheekmarkt niet direct aanpakt. Een versobering van de hypotheekrenteaftrek is effectiever, omdat het bestaan van deze aftrekpost huishoudens aanspoort om maximaal te lenen. De baten van een strengere LTV-norm (meer financiële stabiliteit en minder restschuldrisico’s) zijn bovendien lastig te kwantificeren, maar de kosten zijn met name voor starters hoog, concludeerden wij in 2015. Kredietrantsoenering dwingt een flink aantal met name jonge huishoudens die een woning willen kopen, voor een langere tijd extra te sparen. Deze rantsoenering verstoort zowel de koop-huurbeslissing[1] als de optimale spreiding van consumptie en sparen over de levenscyclus.

De beschikbaarheid van meer microdata op basis van administratieve bronnen stelt ons in staat om bovenstaande bevindingen uit onze eerdere notitie te actualiseren. Bovendien bieden deze data de mogelijkheid om eventuele verschillen tussen diverse groepen van huishoudens beter in kaart te brengen. Daarnaast besteden we in dit achtergronddocument aandacht aan de empirische literatuur over gedragseffecten bij strengere leennormen. Ten slotte brengen we de interactie in beeld tussen de effecten van strengere LTV- en LTI-normen.

 

Deel deze pagina