Kopafbeelding publicaties CPB

Arbeidsmobiliteit van onder water huishoudens

CPB Discussion Paper 345, 16 maart 2017

Tijdens de huizenmarktcrisis in 2008-2011 daalden de huizenprijzen in Nederland met gemiddeld 20%. Het aantal huishoudens dat onder water stond steeg tot ruim 1 miljoen; deze 25% van alle huizenbezitters had een hogere hypotheekschuld dan de waarde van hun woning. Voor beleidsmakers is het belangrijk om de interactie tussen huizenbezit, hoge schulden en andere economische uitkomsten te begrijpen.

De Oswald-hypothese stelt dat een relatief hoog percentage huizenbezitters kan leiden tot negatieve effecten op de arbeidsmarkt en op de economie als geheel. Volgens deze theorie zijn huizenbezitters minder flexibel doordat zij minder snel willen of kunnen verhuizen. Dit geldt in sterkere mate voor huishoudens die onder water staan, aangezien een verhuizing leidt tot een restschuld. Huizenbezitters kunnen zich vervolgens minder goed aanpassen aan omstandigheden op de arbeidsmarkt.

In deze studie onderzoeken we het effect van onder water raken op de arbeidsmobiliteit van Nederlandse huizenbezitters. Daarvoor gebruiken we een panel dataset opgebouwd uit administratieve data van meer dan 400,000 Nederlandse huishoudens met een eigen woning in de periode 2006-2011. De dataset bevat onder andere informatie over: de uitstaande hypotheekschuld, de aankoopdatum, de waarde van de eigen woning, het (netto) financieel vermogen, netto huishoudinkomen, de huishoudsamenstelling, leeftijd van huishoudleden en de werkgemeente van huishoudleden.

De schattingen laten een beperkt negatief verband zien tussen onder water staan en arbeidsmobiliteit: de kans om van baan te wisselen daalt met 6% als een huishouden ‘onder water’ raakt. Met andere woorden, nadat de waarde van het huis daalt tot onder de hypotheekschuld, daalt de kans om van baan te wisselen slechts beperkt. Dit effect is er bovendien alleen voor huishoudens die onvrijwillig onder water raken door een daling in de waarde van hun huis. Voor huishoudens die vrijwillig voor een hoge hypotheekschuld ten opzichte van de waarde van hun huis kiezen, vinden we geen effect op hun arbeidsmobiliteit. Ook laten onze resultaten zien dat de hypotheekschuld ten opzichte van de waarde van het huis forensengedrag niet beïnvloedt. De relatief beperkte omvang van de effecten schrijven we toe aan de specifieke Nederlandse instituties, zoals arbeidsbeschermingswetgeving, de NHG en de relatief korte afstanden tussen stedelijke regio’s.

Lees ook: DIscussion Paper 323 'De invloed van onderwaterhypotheken op de mobiliteit van huishoudens'.

Deel deze pagina