Kopafbeelding publicaties CPB

Biomassa met CO2-opslag direct inzetten

CPB Policy Brief 2017/02, 19 januari 2017

De Europese Unie heeft de ambitie uitgesproken om de broeikasgasemissies in 2050 met 80 tot 95% te verlagen om zo klimaatverandering te voorkomen. In deze Policy Brief vragen we ons af welke rol negatieve emissietechnologie, zoals het vergassen van biomassa in speciaal daarvoor te bouwen elektriciteitscentrales met CO2‐opslag, kan spelen bij het bereiken van een bepaalde reductiedoelstelling. We concluderen dat de inzet van dit type technologie het Europese klimaatbeleid veel goedkoper maakt. Voor de duidelijkheid, het gaat hier niet omde nu gangbare techniek van bij‐ en meestook van biomassa in bestaande kolencentrales.

De totale besparing als gevolg van de inzet van biomassa in elektriciteitscentrales met CO2‐opslag bedraagt ongeveer 0,3 biljoen (300 miljard) euro als de EU haar emissies van broeikasgassen in 2050 met 80% wil verminderen en loopt op tot maar liefst 7,7 biljoen (7700 miljard) euro als de broeikasgasemissies in de EU in 2050 met 95% omlaag moeten. Per Europeaan kan het klimaatbeleid daarmee, afhankelijk van de ambities, 500 tot ruim 15000 euro goedkoper uitvallen.

De inzet van dit type negatieve emissietechnologie leidt tot een daling van de wereldwijde vraag naar biomassa. De inzet ervan vergroot namelijk de beschikbare emissieruimte in de Europese Unie. Deze toename van de emissieruimte stelt de EU‐lidstaten in staat om meer  fossiele energie te gebruiken zonder daarbij de klimaatdoelstellingen los te laten. Hierdoor neemt de energieschaarste af en is er minder biomassa en landbouwgrond nodig. Negatieve effecten op ontbossing en de voedselproductie blijven dan achterwege.

Omdat de inzet van biomassa in elektriciteitscentrales met CO2‐opslag leidt tot een stijging van het gebruik van fossiele energie, valt de verbetering van de luchtkwaliteit minder groot uit. Door technische maatregelen te nemen die specifiek luchtvervuiling tegengaan kunnen de EU‐lidstaten dit echter vrij eenvoudig ondervangen. Verder kan de Europese Unie door een verbod van CO2‐opslag op land eenvoudig tegemoet komen aan de aan CO2‐opslag verbonden veiligheidsaspecten.

Zelfs als we rekening houden met de kosten voor het weer op peil brengen van de luchtkwaliteit blijft de inzet van negatieve emissietechnologie financieel gezien zeer aantrekkelijk. Door de extra emissieruimte is er namelijk minder noodzaak om buiten de elektriciteitssector emissiereducerende maatregelen te nemen. En hoewel elektrische auto’s en nul‐op‐de‐meter‐woningen positieve effecten hebben op zowel lucht als klimaat, is de grootschalige inzet van deze opties vóór 2050 voor de maatschappij duurder dan de inzet van biomassa in elektriciteitscentrales met CO2‐opslag.

Om van deze lagere klimaatrekening te profiteren moet de Europese Unie een weeffout in het emissiehandelssysteem (ETS) herstellen. Onder de huidige ETS‐richtlijn ontvangen bedrijven die investeren in negatieve emissietechnologie namelijk geen beloning voor het opslaan van CO2. Dit in tegenstelling tot bedrijven die CO2 uit fossiele energie opslaan. Door deze weeffout te herstellen ontstaat wel een eerlijk speelveld voor alle technologieën.

Maar zelfs na het herstel van deze weeffout hebben bedrijven nauwelijks een prikkel om te investeren in dit type centrale. De prijs van emissierechten is daarvoor namelijk te laag. Alleen als bedrijven hun emissierechten kunnen verkopen aan marktpartijen die nu niet onder het emissiehandelssysteem vallen, of als het aantal rechten in het emissiehandelssysteem drastisch afneemt, zal de prikkel om te investeren in biomassacentrales met CO2‐ opslag voldoende zijn om de klimaatrekening inderdaad met 0,3 tot 7,7 biljoen (300 tot 7700 miljard) euro te verlagen.
 

ERRATUM

In een eerdere versie van deze Policy Brief zijn de gepresenteerde cumulatieve kosten van klimaatmaatregelen tot en met 2050 berekend met een te hoge discontovoet. Na correctie zijn deze naar boven bijgesteld. Het voordeel van biomassa met CO2-opslag valt daarmee substantieel hoger uit. Deze correctie heeft geen gevolgen voor de in het rapport gepresenteerde analyse of conclusies.

 

Bijlagen

Deel deze pagina