Kopafbeelding publicaties CPB

Blijfkansen van buitenlandse promovendi in Nederland

CPB Achtergronddocument, 24 september 2015

In deze publicatie brengen we de blijfkansen van buitenlandse promovendi in Nederland in beeld op basis van empirisch onderzoek. Het aandeel buitenlanders dat als promovendus aan een Nederlandse universiteit werkt, is in de afgelopen jaren sterk gestegen. In 2013 was dit aandeel 44 procent.

Of buitenlandse promovendi baten opleveren voor de Nederlandse economie hangt in grote mate af van of zij op langere termijn in Nederland blijven. Hier was tot nu toe niets over bekend.

Het onderzoek laat zien dat 32 procent van de buitenlandse promovendi zich tien jaar na de promotie nog in Nederland bevindt. De blijfkans verschilt tussen specifieke groepen buitenlandse promovendi. Vrouwen blijven vaker dan mannen. Buitenlanders die promoveren in een technische wetenschapsgebied, blijven vaker dan promovendi in andere gebieden. Promovendi uit minder ontwikkelde landen blijven vaker dan promovendi uit ontwikkelde landen. Voor buitenlandse promovendi die Nederland verlaten, zijn Duitsland, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk de meest populaire bestemmingen.

De gevonden blijfkansen zijn van vergelijkbare hoogte als eerder gevonden blijfkansen van buitenlandse masterstudenten (zie link). De blijfkans na tien jaar is aanzienlijk lager dan in de Verenigde Staten. Dit verschil kan komen door het verschil in grootte van de landen, maar zou ook te maken kunnen hebben met institutionele verschillen in het onderwijssysteem of de arbeidsmarkt voor hogeropgeleiden.

Om de blijfkans van buitenlandse promovendi te onderzoeken, hebben we gebruik gemaakt van administratieve data over personen die tussen 2003 en 2008 als promovendus werkzaam waren op een Nederlandse universiteit. Door deze data te koppelen aan migratiedata en de personen te volgen over de tijd, was het mogelijk de blijfkans te schatten over een periode van maximaal tien jaar vanaf het einde van het dienstverband. Wij beschikten niet over gegevens voor promovendi zonder dienstverband aan een universiteit (ongeveer de helft van alle gepromoveerden) of die werkzaam zijn aan een universitair medisch centrum. Voor deze groepen zouden de blijfkansen dus kunnen afwijken van onze resultaten.

Deel deze pagina