6 februari 2006

De betekenis van inflatiegeïndexeerde leningen voor het Nederlandse EMU-saldo

Na de ondertekening van het Verdrag van Maastricht en de komst van het Stabiliteits- en Groeipact hebben EMU-tekort (het vorderingensaldo) en EMU-schuld in Nederland aan beleidsrelevantie gewonnen.

Dit memorandum richt zich op de vraag in welke mate indexleningen de stabiliteit van het Nederlandse EMU-saldo zouden veranderen. Voor de nominale rentelasten leiden indexleningen per definitie tot een hogere variabiliteit dan nominale leningen, voor de reële rentelasten is dat precies omgekeerd. Als de nadruk ligt op de stabiliteit van het EMU-saldo in plaats van de rentelasten als zodanig is ook de samenhang tussen de schokken in de rentelasten en de overige begrotingsposten van belang. Simulaties tonen dan dat indexleningen naar verwachting een gunstige samenhang met andere schokken opleveren, waardoor zij tot een stabieler EMU-saldo leiden. Deze 'hedge' van indexleningen hangt niet af van of het EMU-saldo nominaal of reëel wordt gemeten.

Auteurs

Barthold Kuipers
Jan Lemmen