Kopafbeelding publicaties CPB

De CEP2016-raming en de Europese begrotingsregels

CPB Achtergronddocument, 21 maart 2016

Voor Nederland zijn momenteel de begrotingsregels van de preventieve arm van het Stabiliteits- en Groeipact van belang. De preventieve arm ziet toe op het toegroeien naar en behouden van begrotingsevenwicht.

Lees het Centraal Economisch Plan 2016.

Een begroting is in evenwicht als het structurele EMU-saldo minimaal gelijk is aan de middellangetermijndoelstelling (MTO).  Voor de preventieve arm zijn de volgende vier variabelen relevant: het feitelijke EMU-saldo, het structurele EMU-saldo, de overheidsschuld en de (gecorrigeerde) overheidsuitgaven.

De belangrijkste norm is dat Nederland het feitelijke overheidstekort beneden de 3% bbp houdt. Nederland zou weer met een buitensporigtekortprocedure te maken kunnen krijgen als blijkt dat het feitelijke overheidstekort in het afgelopen jaar meer dan 3% bbp bedroeg, of als het geraamde tekort meer dan 3% bbp is.  In alle ramingsjaren blijft het tekort minder dan 3% bbp. Als aan de 3%-norm is voldaan, wordt getoetst op toegroeien naar begrotingsevenwicht. Voor Nederland dient het structurele EMU-saldo uiteindelijk minimaal gelijk te zijn aan zijn middellangetermijndoelstelling van het EMU-saldo (MTO): -0,5% bbp.  In 2015 en de twee ramingsjaren is het saldo negatiever dan de MTO, ook inclusief de toegestane onzekerheidsmarge. De begroting is daarmee niet in evenwicht.

Deel deze pagina