Kopafbeelding publicaties CPB

De effecten van onconventioneel monetair beleid in het eurogebied

CPB Discussion Paper 371, 6 februari 2018

Hoe effectief is het onconventionele monetair beleid en via welke mechanismen werkt het? Centrale banken hebben onconventionele monetaire instrumenten ingezet, zoals het uitbreiden van hun balansen of forward guidance, omdat het reguliere instrument (de kortetermijnbeleidsrente) na de val van Lehmann Brothers bijna de ondergrens had bereikt. Het onconventionele beleid van de ECB werd eerder al besproken in CPB Policy Brief 2017/07, ‘Onderweg naar normaal monetair beleid’. Begrip van hoe en waarom onconventioneel monetair beleid werkt, is een cruciale eerste stap om vervolgvragen te kunnen beantwoorden, zoals vragen naar de waarschijnlijke effecten van het terugdraaien van het beleid, of hoe nationale beleidsmakers het beste kunnen reageren. Deze Discussion Paper bevat een uitgebreide weergave van het empirische onderzoek naar de gevolgen van het gevoerde onconventionele beleid en de mechanismen die daarbij van belang zijn. De paper draagt zo bij aan de relatief weinige literatuur op dit gebied.

We evalueren de effecten van schokken in onconventioneel monetair beleid op de productie en inflatie in het eurogebied. Hiervoor gebruiken we data over de periode 2009-2016 waarin het meeste onconventionele beleid van de ECB heeft plaatsgevonden. We gebruiken een tweetrapsprocedure; eerst identificeren we schokken in onconventioneel monetair beleid in een structureel autoregressief model (SVAR) voor het eurogebied. Vervolgens gebruiken we deze schokken in modellen voor de afzonderlijke landen. Door de effecten van het ECB-beleid op landenniveau te relateren aan landspecifieke kenmerken, zoals de gezondheid van de bankensector, krijgen we meer zicht op de belangrijkste mechanismen. 

We vinden zwak bewijs dat expansief onconventioneel monetair beleid een positief effect heeft op de productie, maar de effecten op de inflatie in het eurogebied zijn niet significant. Op landenniveau vinden we een waaier aan uitkomsten voor de landen die we beschouwen. De uitkomsten zijn consistent met enkele van de transmissiemechanismen die in de literatuur genoemd worden. Opvallend genoeg vinden we dat landen met een gezonder bankwezen en lagere overheidsschulden een groter effect op de productie ervaren. Dit is in tegenstelling met wat het bank lending channel voorspelt, wat in de literatuur regelmatig als belangrijkste mechanisme wordt genoemd. Van Dijk en Dubovik (2018) vinden in hun studie naar het effect van de aankondiging van het aankoopprogramma van de ECB op rentes op bedrijfsleningen ook geen bewijs dat dit mechanisme effectief is. 

Deel deze pagina