Kopafbeelding publicaties CPB

De impact van de overheid op de economie tijdens de grote recessie

CPB Achtergronddocument, 2 mei 2016

Heeft de overheid de economie voor een nog diepere terugval behoed de afgelopen jaren, of heeft ze de recessie juist verergerd? Dat is de vraag die in dit CPB Achtergronddocument centraal staat.

Stabilisatie van de economie door de overheid kan op een aantal manieren plaatsvinden. De eerste manier is dat de overheidsbegroting (inkomsten en uitgaven) constant blijven en niet meebewegen met de conjunctuur. Conjunctuurschokken in de marktsector (industrie en private dienstverlening) werken dan slechts ten dele door in de totale economie. De tweede manier is dat de overheidsbegroting automatisch tegen de conjunctuur in beweegt, doordat in een recessie de overheidsuitgaven sterker stijgen (bijvoorbeeld werkloosheidsuitkeringen) of de inkomsten harder dalen (bijvoorbeeld vpb-opbrengst) dan de economische groei. De derde manier is dat de overheid bewust meer uitgeeft of lasten verlicht in een recessie. De overheid kan echter ook de conjunctuur versterken door juist in een recessie te bezuinigen en de lasten te verhogen.

In onze analyse kijken we naar de impact van de overheid door de daadwerkelijke economische ontwikkeling sinds 2008 te vergelijken met de economische ontwikkeling die plaatsgevonden zou hebben als de sector overheid van de economie zich net zo gedragen had als de andere sectoren in de economie. In die situatie was de omvang van de overheidssector in de grote recessie even hard gekrompen als de rest van de economie. Het verschil tussen de daadwerkelijke ontwikkeling van de overheidsuitgaven en de –inkomsten, en een constante quote van uitgaven en inkomsten ten opzichte van het bruto binnenlands product (bbp) geeft aan hoe de reactie van de overheid sinds 2008 anders was dan die van de rest van de economie. We gebruiken het macro-econometrische model Saffier-II om de macro-economische gevolgen van deze overheidsimpulsen in kaart te brengen. Paragraaf 2 ligt de werkwijze verder toe.

Het antwoord op de hoofdvraag wordt gegeven in paragraaf 3 en is als volgt: doordat de overheid niet met de rest van de economie is mee gekrompen in 2009 heeft de overheid een diepere terugval van de economie voorkomen vanaf 2009. Op het hoogtepunt in 2012 lag daardoor het bbp 6,5% hoger (1,6% per jaar) en de werkloosheid 5,0%-punt (1,3%-punt per jaar) lager dan als de overheid met de economie mee gekrompen zou zijn. In de zes jaar na 2009 is de overheid ieder jaar weer wat kleiner geworden ten opzichte van de economie. Hierdoor is de impact van de overheid aan de conjunctuur in 2015 lager dan in 2012 (beide ten opzichte van 2008): 3,9% op bbp (0,6% per jaar) en 3,1%-punt (0,4%-punt per jaar) op werkloosheid.

Merk op dat de manier waarop we hier naar de impact van de overheid kijken afwijkt van hoe dit meestal gebeurt. Vaak ligt de focus van onderzoek op discretionair beleid , want dat kan de beleidsmaker direct beïnvloeden, en brengt onderzoek de kosten en baten van individuele maatregelen in kaart. Of het onderzoek richt zich op hoe de economie op schokken reageert door te kijken naar tijdreeksen waar de gevolgen van automatische stabilisatie al in zitten. Hierdoor zijn de resultaten van het onderzoek in dit Achtergronddocument lastig te vergelijken met de literatuur, waar effecten op bbp en werkloosheid vaak veel kleiner zijn.

Paragraaf 4 gaat ten slotte in op hoe de overheid deze bijdrage levert. Met een aantal aannames is het mogelijk een deel van de effecten van automatische stabilisatie van die van discretionair beleid te scheiden. Hierdoor is het mogelijk een gedeeltelijke schatting te maken van de bijdrages van deze twee delen. Het beeld dat hieruit naar voren komt is dat de overheid in 2009 en 2010 actief verruimd heeft, maar dat de omvang en de impact hiervan minder groot waren dan die van automatische stabilisatie. Op het hoogtepunt in 2011 was het bbp 4,2% hoger en de werkloosheid 3,7%-punt lager als gevolg van discretionair beleid. In de vijf jaar na 2010 heeft de overheid ieder jaar wat meer omgebogen, zie ook Suyker (2015). Hierdoor is de impact van discretionair beleid van de overheid in 2015 beperkt: een 1% hoger bbp en 1%-punt lagere werkloosheid.

Deel deze pagina