8 juni 2018

Doorrekening varianten aanpassing aflossingseis

Naar aanleiding van de motie Snels/Dijkgraaf (34 819 nr. 14) heeft het ministerie van Financiën het CPB verzocht om een aantal effecten in kaart te brengen voor acht varianten waarin de aflossingseis wordt versoepeld. De aflossingseis is ingevoerd in 2013 en is voor nieuwe schulden een voorwaarde om in aanmerking te komen voor hypotheekrenteaftrek. De aflossingseis houdt in dat de schuld binnen dertig jaar volledig en minstens annuïtair moet worden afgelost.

Bij de eerste vier varianten geldt de aflossingseis voor 70% (1a), 50% (1b), 30% (1c) of 0% (1d) van de schuld en mag het overige deel aflossingsvrij blijven. Bij de andere vier varianten moet 70% (2a), 50% (2b), 30% (2c) of 0% (2d) van de schuld worden afgelost volgens het aflossingsschema van de huidige aflossingseis en vanaf dat moment vervalt de aflossingseis. De acht varianten zijn grafisch weergegeven in figuur 1.1. Varianten 1d en 2d zijn identiek aangezien de aflossingseis in beide varianten komt te vervallen. In 2001 is bepaald dat het recht op HRA na dertig jaar vervalt en deze bepaling blijft in alle varianten gehandhaafd.

De gevraagde effecten zijn (i) het structurele budgettaire effect, (ii) welke verlaging van de HRA de versoepeling van de aflossingseis kan financieren en (iii) het effect op huizenprijzen. 

Auteurs

Stefan Groot
Patrick Koot

Lees meer over