Kopafbeelding publicaties CPB

Duurafhankelijkheid in bijstand en WW; de gevolgen van het profileren van werklozen

CPB Onderzoeksmemorandum 163, 1 mei 2000

Het is algemeen bekend dat de kans op het vinden van baan voor een werkloze afneemt naarmate de werkloosheid langer duurt.

Lees ook het bijbehorende persbericht.

Enerzijds is dit het gevolg van duurafhankelijkheid op individueel niveau: werkloze werkzoekenden kunnen ontmoedigd raken, verliezen hun vaardigheden en worden gestigmatiseerd door potentiƫle werkgevers ('zuivere' individuele effecten). Anderzijds, als er verschil is in individuele uittreedsnelheid, dan vindt er een dynamische sortering plaats van werklozen met lage uittreedkansen ('sorteer effect').

Gebaseerd op Nederlandse micro-data van uitkeringsgerechtigden in de bijstand en de WW voor 1989-1996, onderzoeken we in hoeverre deze zogenaamde 'negatieve afhankelijkheidsduur' te wijten is aan het sorteereffect of aan 'pure' individuele effecten. Uit de analyse blijkt dat na een werkloosheidsduur van een half jaar, de daling van de kansen op het vinden van een baan voor bijstandsontvangers voor 20% tot 25% kan worden toegerekend aan het sorteereffect. Na een periode van drie tot vier jaar, verslechtert de kans om een baan te vinden verder, maar dat is alleen te wijten aan individuele duur-effecten. Voor de ontvangers van een werkloosheidsuitkering worden vergelijkbare resultaten gevonden.

Hieruit kunnen we concluderen dat specifieke maatregelen die gericht zijn op de instroom van werklozen met een slechte kans op een baan een belangrijke risicofactor met zich meebrengen: werklozen die in eerste instantie zijn aangemerkt als kansrijk voor het vinden van een baan, kunnen ook langdurige werklozen worden. Daarom moet het arbeidsmarktbeleid zich ook richten op algemene maatregelen, bijvoorbeeld door het stimuleren van zoek-activiteiten voor alle werknemers die een bepaalde tijd werkloos zijn geweest.

Dit is een Engelstalige publicatie.

Deel deze pagina