Kopafbeelding publicaties CPB

Economisch beeld 2001-2002; enkele varianten

CPB Werkdocument 123, 1 mei 2000

In het onlangs verschenen Centraal Economisch Plan 2000 presenteert het CPB prognoses voor de jaren 2000 en 2001. Dit Werkdocument geeft een prognose voor 2002, het laatste jaar van de huidige kabinetsperiode.

Lees ook het bijbehorende persbericht.

Aangezien projecties onzekerder geworden als de tijdshorizon langer wordt, wordt het economisch beeld geschetst aan de hand van twee simulaties, een met een iets lagere groei, de ander met een iets hogere groei. Beide simulaties houden rekening met de grote onzekerheden voor het jaar 2001, zoals aangegeven in het Centraal Economisch Plan. Deze onzekerheden hebben betrekking op de internationale economische ontwikkelingen en die in de Verenigde Staten in het bijzonder. Aan de ene kant kan de Amerikaanse groei hoog blijven als de productiviteitstijgingen de inflatiedruk weten te beteugelen en de vermogenseffecten van de hausse van de aandelenkoersen aanzienlijk blijven. Aan de andere kant zouden de onevenwichtigheden in de Amerikaanse economie net zo goed kunnen resulteren in een veel somberder internationaal beeld, samen met verminderde bereidheid van buitenlandse investeerders om de Amerikaanse overbesteding te financieren, een lagere dollar en de dalende aandelenkoersen.

In de lage-groeivariant zullen de Nederlandse exportmarkten groeien met gemiddeld 6 ½% over de periode 2001-2002. In dat geval zal Nederlandse BBP-groei afnemen tot 2 ½% per jaar. In de hoge-groeivariant blijft de wereldhandel op een hoog niveau van 10% per jaar gemiddeld en blijft de Nederlandse economie sterk groeien, met een BBP-groei van 3 ¾% per jaar in 2001-2002. In beide varianten, zal de groei van de particuliere consumptie naar verwachting hoog blijven als gevolg van de aanzienlijke stijging van het besteedbaar inkomen door de belastinghervorming 2001. De werkloosheid toont in beide varianten een verdere daling, mede als gevolg van de hoge groei van het BBP in eerdere jaren. De varianten gaan ervan uit dat het kabinet eventuele extra meevallers in de openbare uitgaven en inkomsten gebruikt om het EMU-saldo te verbeteren. Op grond van deze aanname zal de meevaller in de openbare uitgaven in de lage-groeivariant 1 miljard bedragen en in de hoge-groeivariant 2 miljard. Deze uitkomsten zijn het netto resultaat van enerzijds minder werkloosheid en lagere rentebetalingen dan oorspronkelijk verwacht en aan de andere kant hogere reële lonen en uitkeringen. De meevallers in de openbare inkomsten bedragen 20 miljard in de lage-groeivariant en meer dan 30 miljard in de hoge-groeivariant. Deze substantiële meevallers tonen aan dat het regeerakkoord van 1998 met opzet was gebaseerd op een voorzichtig scenario voor de economische groei in 1999-2002.

Deel deze pagina