Kopafbeelding publicaties CPB

Economische gevolgen van de Belastingherziening 2001

CPB Werkdocument 115, 1 november 1999

Het Nederlandse kabinet heeft onlangs haar voorstellen gepresenteerd voor een grondige herziening van de belastingwetgeving in 2001.

Lees ook het bijbehorende persbericht.

De voorstellen omvatten een verschuiving van directe naar indirecte belastingen (met inbegrip van milieu belastingen), een verbreding van de belastinggrondslag en een verlaging van het belasting-en premie-tarief op arbeid. Dit document beschrijft de voorstellen en hun impact op de overheidsbegroting en geeft een beoordeling van de effecten op de koopkracht van individuele huishoudens. Deze effecten zijn ex-ante effecten aangezien er geen rekening wordt gehouden met de indirecte effecten van de belastingherziening op de economie, zoals bijvoorbeeld loonmatiging. Bovendien zijn deze effecten eenzijdig, omdat ze om technische redenen geen rekening houden met een beperking van de aftrekmogelijkheden en de invoering van een forfaitaire rendementsheffing. Tot slot wordt een analyse gegeven van de lange termijn macro-economische effecten van de belasting herziening.

De ex-ante budgettaire kosten van de belastingvoorstellen wordt geschat op ongeveer 5 miljard gulden (prijspeil 1999), zij het met een aanzienlijke onzekerheidsmarge. De ex ante en deeleffecten op de koopkracht van individuele huishoudens zijn positief, maar zijn niet neutraal ten opzichte van de inkomensniveaus. Gezinnen met lage inkomens zullen aanzienlijk profiteren, mede als gevolg van de invoering van een belastingvermindering op arbeid. Inkomens net boven het gemiddelde zullen relatief veel minder stijgen, terwijl de hogere inkomens weer flink profiteren. Er moet echter worden opgemerkt dat hogere inkomens zullen worden getroffen door de forfaitaire rendementsheffing en de beperking van aftrekmogelijkheden. De analyse van de lange termijn macro-economische effecten laat zien dat de belastingherziening een positief effect op de werkgelegenheid heeft. De werkgelegenheid in uren stijgt met 1,5% van de ongeschoolde arbeid die met 2,2%. De reden hiervoor is tweeledig. Lagere marginale belastingtarieven betekenen voor de meeste groepen dat het arbeidsaanbod zal stijgen. De tweede reden ligt in de daling van de evenwichtswerkloosheid als gevolg van de verlaging van het gemiddelde belastingtarief en de replacement rate die beiden loonmatiging bevorderen.

Deel deze pagina