Kopafbeelding publicaties CPB

Een internationale literatuurstudie naar hoe efficiënt gemeenten met hun geld omgaan

CPB Notitie, 7 oktober 2015

Deze notitie verkent in hoeverre gemeenten op een efficiënte wijze met hun geld omgaan, middels een internationale empirische literatuurstudie.

Er blijkt weinig bekend over de vraag of gemeenten het dienstenpakket leveren naar behoefte van burgers (allocatieve efficiëntie). Hetgeen hierover wel bekend is, geeft een voorzichtig positief signaal af. Wat betreft doelmatigheid (technische efficiëntie) is er voor Nederland enkel onderzoek te vinden over specifieke gemeentelijke beleidsdomeinen. Er bestaat nog geen gemeentebrede evaluatie, in tegenstelling tot in vele andere landen. Het beschikbare onderzoek wijst erop dat doelmatigheidsverschillen tussen gemeenten niet groot zijn.

De literatuurstudie volgt de twee methoden die in de wetenschappelijke literatuur het meest gangbaar zijn. De informatie over het allocatieve efficiëntievraagstuk is afkomstig van vastgoedprijzen. Deze weerspiegelen namelijk de aantrekkelijkheid van een gemeente; die is maximaal als de gemeente efficiënte keuzes maakt met betrekking tot het dienstenpakket. Technische efficiëntie, de tweede methode, wordt gemeten met de zogeheten benchmarkmethode. Benchmarking stelt verschillen in doelmatigheid vast door de kosten van een bepaalde gemeente te vergelijken met die van de goedkoopst producerende gemeenten.

De enige studie naar Nederlandse gemeenten (Allers en Vermeulen, 2013) concludeert dat Nederlandse gemeenten hun algemene uitkering besteden naar wens van de marginale huizenkoper. De uitgaven van de gemeenten kapitaliseren namelijk een-op-een in de huizenprijs. Dit kan suggereren dat gemeenten het dienstenpakket aanbieden naar behoefte van hun burgers en dat zij dus allocatief efficiënt opereren. De buitenlandse, voornamelijk op de Verenigde Staten gerichte, literatuur is verdeeld over de allocatieve efficiëntie van gemeenten: ongeveer de helft vindt bewijs dat gemeenten een te sober of een te ruim dienstenpakket aanbieden naar de behoefte van burgers. Gemeenten lijken dus niet in alle situaties allocatief efficiënt.

De literatuur geeft verder aan dat gemeenten in Noordwest-Europa niet veel onderdoen voor de technisch meest efficiënte gemeenten. De gemiddelde gemeente moet circa 12 procent van de kosten terugdringen om ook tot de top te behoren, zonder dat dit ten koste gaat van het dienstenpakket. Deze technische efficiëntieverschillen zijn redelijk laag te noemen, zeker in internationaal perspectief. De drie bestaande studies over Nederland vinden een nog kleiner verschil in doelmatigheid tussen gemeenten, wat betreft de bijstand (Broersma et al., 2013), afvalbeheer (Felsö et al., 2011) en burgerzaken (Van Hulst en De Groot, 2011). Er bestaan nog geen studies over de technische efficiëntie van Nederlandse gemeenten in het algemeen. Voor de toekomst is een dergelijk onderzoek kansrijk. Ook verdienen studies op andere beleidsdomeinen aanbeveling.

Deze literatuurstudie is uitgevoerd op verzoek van de Kennisunit Infrastructuur en Ruimtelijke Economie (KIRE).

Deel deze pagina