Kopafbeelding publicaties CPB

Evaluatie pilot investeren in kwaliteit leraren

CPB Achtergronddocument, 29 januari 2013

Dit CPB Achtergronddocument onderzoekt een pilot die is uitgevoerd bij 125 leerkrachten van zeven basisscholen in Amsterdam. De pilot vond plaats in het schooljaar 2011-12 en besloeg een periode van een half jaar. Dit document behoort bij CPB Discussion Paper 230 'Teacher evaluations and pupil achievement: Evidence from classroom observations'.

Dit CPB Achtergronddocument behoort bij CPB Discussion Paper 230 'Teacher evaluations and pupil achievement: Evidence from classroom observations'.

De kwaliteit van leraren is cruciaal voor de leerprestaties van kinderen in het primair onderwijs. Klassenobservaties, waarin leerkrachtvaardigheden worden gemeten, maken verschillen in kwaliteit zichtbaar. De kwaliteit blijkt sterk te verschillen. Een basisschoolleerling met in potentie vwo-niveau die twee jaar op rij een zwakke in plaats van een goede leraar krijgt toegewezen, kan daardoor wegzakken naar havo-niveau. De beschikbare gegevens over de kwaliteit van leraren uit de lesobservaties kunnen bijdragen aan verbetering van het personeels-, belonings- en ontwikkelingsbeleid op scholen.

Dit blijkt uit analyses van een pilot bij zeven basisscholen die in het schooljaar 2011/2012 heeft plaatsgevonden in een grote stad in Nederland. De kwaliteit van de leraren is aan het begin en het einde van het jaar gemeten door getrainde observanten. De observanten maken gebruik van een gedetailleerd meetinstrument waarmee leraren kunnen worden gescoord op verschillende gedragsaspecten. Deze gedragsaspecten geven een indruk van de pedagogische, vakinhoudelijk-didactische en organisatorische vaardigheden van de leraren. In de analyses zijn de evaluatiescores van de leraren afgezet tegen de toetsprestaties van hun leerlingen, waarbij uitgebreid rekening wordt gehouden met verschillen in aanvangsniveaus van de leerlingen en relevante leerling- en klaskenmerken. De toetsprestaties zijn beschikbaar op kernvakken rekenen, spelling en lezen en zijn afkomstig uit het CITO-volgsysteem. Het blijkt dat leerlingen van leraren die slecht scoren op het instrument, gemiddeld veel minder vooruitgaan dan die van leraren met een hoge observatiescore.

De pilot betreft een combinatie van het meten van leerkrachtvaardigheden, teambeloning en intensieve coaching op maat. Deze interventies gingen gepaard met een substantiële vooruitgang in gemeten leerkrachtvaardigheden tussen het begin en eind van de pilotperiode. De vooruitgang was het grootst bij de zwakkere leraren. De zwakkere leraren hebben gemiddeld twee keer zo veel coaching gekregen als de betere leraren. Ook waren de gestelde verbeterdoelen hoger naarmate de leraren lager scoorden op de nulmeting. Zowel leraren als directeuren waren het meest positief over de 1-op-1 interventies van de coaches, zoals lesobservaties en individuele coachgesprekken. Bij vergelijkbare interventies in het buitenland met evaluaties op basis van klassenobservaties en gerichte feedback en coaching zijn eerder positieve effecten op toetsprestaties van leerlingen gevonden. Dit type interventies lijkt daarom kansrijk. Het document presenteert ook lessen en aandachtspunten uit de pilot voor scholen die dit type interventies mogelijk willen gaan invoeren.

Deel deze pagina