Kopafbeelding publicaties CPB

Financiering decentralisaties: betalen zonder te bepalen?

CPB Policy Brief 2015/08, 1 juni 2015

Het Rijk geeft gemeenten een uitkering om de decentralisaties binnen het sociaal domein te financieren, maar verplicht hen niet het geld hieraan uit te geven. Zij heeft daardoor geen garantie dat gemeenten de uitkering uitgeven aan het sociaal domein.

Lees ook het bijbehorende persbericht en CPB Discussion Paper 308.

Ervaringen met de decentralisatie van huishoudelijke verzorging in 2007 geven echter aan dat ook zonder bestedingsvoorwaarden een uitkering de specifieke gemeentelijke uitgaven beïnvloedt. Na een stijging van de vrij-besteedbare uitkering voor huishoudelijke verzorging besteedden gemeenten vijftig cent van iedere euro aan dit type zorg. Na een afname van deze uitkering bezuinigden gemeenten vijftig cent van iedere euro minder op huishoudelijke verzorging. Deze veranderingen in de hoogte van de uitkering hebben lokale verschillen verkleind. Veranderingen in de hoogte van de uitkering waren ook van invloed op het aantal geleverde uren huishoudelijke hulp. Minder geld heeft dus geleid tot minder zorg en vice versa. Gemeenten bleken vooral het aanbod van meer gespecialiseerde en duurdere vormen van huishoudelijke hulp te hebben aangepast.

Een vrij-besteedbare uitkering stuurt gemeentelijke uitgaven dus ook. Maar omdat deze sturing onvolledig is, blijft het risico bestaan op onderbesteding en afwenteling van kosten op andere partijen. Dit blijkt uit ervaringen met de Wet Werk en Bijstand, die de financiering van de bijstand meer het karakter gaf van een vrij-besteedbare uitkering. Hierdoor daalden de gemeentelijke uitgaven aan de bijstand, maar nam het beroep toe op de door het Rijk gefinancierde Wajong.

Beide inzichten zijn belangrijk voor de recente decentralisaties binnen het sociaal domein. Het Rijk kan ook zonder bestedingsvoorwaarden gemeentelijke uitgaven aan het sociaal domein beïnvloeden, door het nationaal beschikbare budget aan te passen of door dit budget anders te verdelen. Het risico op onderbesteding en afwenteling is daarmee kleiner dan verwacht, maar blijft relevant. Het risico op afwenteling treedt bijvoorbeeld op bij de door het Rijk gefinancierde langdurige zorg. Het Rijk kan dit risico beperken door de hoogte van de uitkering afhankelijk te maken van door gemeenten behaalde resultaten, zoals een lage instroom in zorginstellingen. Daarmee behouden gemeenten wel de ruimte om de uitkering naar eigen inzicht te besteden.

Deel deze pagina