Kopafbeelding publicaties CPB

Huizenbezit en financiële portfolio’s van huishoudens

CPB Discussion Paper 318, 22 december 2015

We bestuderen het effect van huizenbezit op de samenstelling van het financieel vermogen van Nederlandse huishoudens gedurende de periode 2006-2012. Het financieel vermogen van huishoudens is onderverdeeld in bank- en spaartegoeden, obligaties en aandelen.

We maken een onderscheid tussen de effecten van netto huizenvermogen (waarde huis minus hypotheekschuld) en hypotheekschuld op het percentage aandelen in het financieel vermogen. Zowel het netto huizenvermogen als de hoogte van de hypotheekschuld hebben geen significant effect op het percentage aandelen in de portfolio van Nederlandse huishoudens.

Deze conclusie volgt uit een empirische analyse door het Centraal Planbureau op basis van administratieve microdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De dataset bevat gegevens over inkomens, vermogenscomponenten, schulden en woningbezit voor een willekeurige steekproef van Nederlandse huishoudens over de periode 2006-2012. Er zijn twee econometrische uitdagingen om het effect van woningbezit op het percentage aandelen te bepalen. Ten eerste is er sprake van een selectieprobleem: veel Nederlandse huishoudens bezitten überhaupt geen aandelen, veelal vanwege de hoge verplichte pensioenbesparingen. Huishoudens die wel aandelen hebben, zijn bovengemiddeld opgeleid en vermogend. Ten tweede ligt het voor de hand dat risicotolerante huishoudens en huishoudens met hoge verwachte toekomstige inkomens zowel een duurder huis kopen als meer aandelenrisico aangaan. Er is dus een potentieel endogeniteitsprobleem.

In simpele econometrische modellen, waarin we geen rekening houden met deze uitdagingen, hebben het netto huizenvermogen en de hoogte van de hypotheekschuld een positief en significant effect op het percentage aandelen in het financieel vermogen. Echter, de effecten zijn niet langer significant wanneer we bij de schattingen rekening houden met het selectie- en endogeniteitsprobleem. De bevinding dat netto huizenvermogen en hypotheekschuld geen effect hebben op het percentage aandelen in het vermogen blijft overeind wanneer we onze schattingen uitvoeren op specifieke subgroepen (jonge huishoudens, ondernemers, huizenbezitters) en wanneer we de overwaarde opnemen als een percentage van de woningwaarde.

Twee recente studies laten zien dat in de VS en in Frankrijk het netto huizenvermogen en de hoogte van de hypotheekschuld wél het percentage aandelen beïnvloeden. Huishoudens met een hoger netto huizenvermogen hebben in die landen een hoger percentage aandelen in hun financiële portfolio. Voor de uitstaande hypotheekschuld geldt een omgekeerd effect. Een mogelijke verklaring voor de verschillen tussen Nederland enerzijds en de VS en Frankrijk anderzijds, is dat relatief weinig huishoudens investeren in de aandelenmarkt. Hierdoor is het aandelenbezit mogelijk niet de eerste knop waar Nederlandse huishoudens aan denken als ze hun financiële portfolio willen aanpassen. Een andere verklaring is dat het investeringsaspect van woningbezit mogelijk een minder prominente rol speelt in Nederland. Immers, Nederlandse huishoudens beschikken over hoge pensioenvermogens, waardoor investeren in een eigen woning om consumptie na pensionering te financieren minder van belang is. Wanneer het investeringsaspect van woningbezit van ondergeschikt belang is, kunnen veranderingen in netto huizenvermogen en hypotheekschulden een kleinere impact hebben op de samenstelling van het financieel vermogen. Hieruit volgt niet dat beleidsmaatregelen op de koopwoningmarkt geen impact hebben op de samenstelling van het financieel vermogen.

Deel deze pagina