Kopafbeelding publicaties CPB

Leraren, tekorten en salarissen; een empirisch onderzoek voor het voortgezet onderwijs

CPB Werkdocument 129, 1 november 2000

In dit rapport gaan we nader in op de relatie tussen het tekort aan leraren en de hoogte van de salarissen in het voortgezet onderwijs (VO).

Lees ook het bijbehorende persbericht.

Het onderzoek richt zich op de volgende vragen.

  1. Wat is de ontwikkeling van de salarissen van leraren over de periode 1977 - 1997?
  2. Wat zijn de kwantitatieve gevolgen van een generieke salarisverhoging voor het aanbod van zittende leraren?
  3. Kan loondifferentiatie bijdragen aan een betere aansluiting tussen vraag en aanbod van leraren?
  4. Zijn er verschillen in beloning tussen groepen docenten?

Er zijn twee perioden in de ontwikkeling van de contractlonen te onderscheiden. 

  • Van 1977 tot 1985 namen de reële contractjaarlonen in het onderwijs jaarlijks gemiddeld met 1,7% af.
  • Van 1985 tot 1997 stegen de reële contractjaarlonen jaarlijks gemiddeld met 0,1%.

Uit vergelijkend onderzoek naar de hoogte van de salarissen van leraren ten opzichte van die van vergelijkbare werknemers elders blijkt dat de aantrekkelijkheid van het beroep over deze periode behoorlijk is veranderd. In 1979 waren de uurlonen van leraren nog hoger dan die van vergelijkbare werknemers in de marktsector en bij de overheid. In de jaren tachtig is deze positie omgeslagen in een achterstand. In de jaren negentig is de salarispositie van leraren weer enigszins verbeterd, maar gemiddeld verdienen 8 leraren nog steeds circa 5 procent minder (1995 - 1997) dan vergelijkbare werknemers elders.

 Voor het VO vinden we dat een generieke verhoging van het bruto uurloon met 10 procent kan leiden tot een vergroting van de werktijd van de zittende werknemers met 2 tot 2,5 procent. Op langere termijn is de toename van het aantal leraren groter: hogere lonen leiden tot grotere instroom in de lerarenopleiding en een toename van zijinstroom. Bovendien zullen docenten langer werkzaam blijven in het onderwijs.

 Met de invoering van de lumpsum bekostiging in 1996 hebben scholen in het VO de mogelijkheid gekregen om via salarisbeleid te reageren op schaarste. Scholen maakten in 1997 echter nauwelijks gebruik van de mogelijkheden tot loondifferentiatie. Wellicht is door een toenemende verkrapping van de arbeidsmarkt voor leraren in latere jaren wel sprake van een gerichte aanpak van de tekorten door scholen. Vervolgonderzoek moet uitwijzen of in latere jaren de loondifferentiatie in het VO is toegenomen.

Zoals hierboven opgemerkt zijn de salarissen van leraren gemiddeld lager dan die van andere werknemers. De aantrekkelijkheid van het lerarenvak verschilt tussen groepen docenten echter aanmerkelijk. Dit onderstreept het belang van een gerichte aanpak van het tekortenprobleem.

Deel deze pagina