Kopafbeelding publicaties CPB

Loongebouw overheid en mobiliteit

CPB Notitie, 1 november 2011

De overheid als werkgever staat voor een uitdagende opgave. Van alle bedrijfstakken is het openbaar bestuur het meest vergrijsd en tegelijkertijd dient een flexibel personeelsbestand opgebouwd te worden om de publieke taken te blijven vervullen.

Deze CPB Notitie draagt bij aan kennis over de arbeidsmarkt door lonen en mobiliteit tussen openbaar bestuur en marktsector te vergelijken. In hoeverre verschilt het oplopen van lonen met ervaring tussen openbaar bestuur en marktsector? Welke argumenten zijn er voor verschillen in de loonprofielen? Wat betekent dit voor de mobiliteit van (oudere) werknemers in het openbaar bestuur?

De empirische resultaten laten zien dat de loonprofielen in openbaar bestuur en marktsector van elkaar verschillen. De verschillen zitten vooral in de eerste jaren van het werkzame leven, de lonen in het openbaar bestuur beginnen relatief hoog maar nemen minder toe met ervaring. Op latere leeftijd is het verschil in loongroei met ervaring gering. Verder is de spreiding in de lonen in het openbaar bestuur geringer. Er kunnen goede argumenten zijn voor verschillen in de beloningstructuur.

De algemene conclusies luiden:

  • zowel openbaar bestuur als marktsector maken gebruik van impliciete prikkels in de vorm van uitgestelde beloning. Het openbaar bestuur doet dit minder in de vorm van hogere lonen voor productieve werknemers op latere leeftijd.
  • de lage externe mobiliteit aan het einde van het werkzame leven is deels het gevolg van de stelsels met uitgestelde beloning. Er zijn geen aanwijzingen dat het effect van de stelsels verschilt, in beide sectoren is de externe mobiliteit onder ouderen laag.
  • de lage externe mobiliteit in het openbaar bestuur is niet het gevolg van het beloningstelsel. En de interne mobiliteit onder oudere werknemers is juist relatief hoog in het openbaar bestuur. Een mogelijke verklaring is dat werknemers bewust kiezen voor het openbaar bestuur en dat ze daarom wel bereid zijn intern en niet bereid zijn extern mobiel te zijn. Secundaire arbeidsvoorwaarden en de mate van ontslagbescherming spelen mogelijkerwijs ook een rol bij de lage externe mobiliteit.

Deel deze pagina