18 september 2007

Macro Economische Verkenning (MEV) 2008

MEV 2008: Economische vooruitzichten gunstig maar onzeker

Persbericht
Met een geraamde groei van 2,75% dit jaar en 2,5% komend jaar presteert de Nederlandse economie drie jaren op rij boventrendmatig. De economische ontwikkeling in Nederland volgt de Europese ontwikkeling op de voet. Bij de neerwaartse risico's moet vooral de recente onrust op de financiële markten worden genoemd.

De spanning op de arbeidsmarkt loopt verder op, met opwaartse druk op de contractloonstijging als gevolg. De koopkracht neemt komend jaar in doorsnee niet of nauwelijks toe, maar de spreiding tussen huishoudens is groot. Het feitelijke EMU-saldo slaat om van -0,3% BBP in 2007 naar 0,7% BBP in 2008 als gevolg van de gunstige conjunctuur en de oplopende gasbaten.

Dit zijn de hoofdlijnen uit de vandaag gepresenteerde Macro Economische Verkenning (MEV) 2008. Het Centraal Planbureau (CPB) presenteert hierin analyses en prognoses voor de Nederlandse en voor de wereldeconomie in de jaren 2007 en 2008. Tevens bevat de MEV 2008 twee speciale onderwerpen: 'Geluk en economie' en 'Arbeidsmarktparticipatie vrouwen'. In diverse kaders belicht het CPB een aantal actuele onderwerpen, zoals de effecten van de huidige financiële crisis, de Amerikaanse hypotheekmarkt en de gevolgen van het nieuwe huurbeleid voor woningcorporaties.

Nederland in de pas met Europa
Met een groeiraming van de Nederlandse economie van 2,75% in 2007 en 2,5% in 2008 loopt Nederland volledig in de pas met Europa. Sinds 2004 is dit al geval. In de periode 1995-2003 was de overeenkomst tussen de Nederlandse en de Europese economische ontwikkeling minder groot en vertoonde de Nederlandse economie vaak een afwijkend patroon. Specifiek Nederlandse factoren, zoals de inhaalslag op het gebied van arbeidsparticipatie, de relatief sterke doorwerking van de (positieve en negatieve) vermogenseffecten door prijsontwikkelingen van aandelen en huizen, alsmede de uitzonderlijk krappe arbeidsmarktsituatie aan het begin van deze eeuw, speelden in die jaren een grote rol.

Extra onzekerheid door onrust op financiële markten
De geraamde stabiele economische ontwikkeling, met slechts een lichte afvlakking van de economische groei in dit en komend jaar, is met grote onzekerheden omgeven. Zo is in de actuele raming nog geen rekening gehouden met de gevolgen van de recente onrust op de financiële markten. De wijze waarop en de mate waarin deze onrust zal doorwerken zijn uiterst onzeker. In een variant is berekend wat de gevolgen voor de Nederlandse economie zouden kunnen zijn van wereldwijd hogere rentes voor bedrijven en gezinnen, lagere aandelenkoersen, lagere wereldhandel en lagere (invoer)prijzen van grondstoffen, waaronder olie. De gevolgen hiervan voor de Nederlandse economie zullen beperkt zijn in 2007, maar in 2008 zou bij deze variant de groei van het BBP terugvallen tot 1,75%.

Spanning op de arbeidsmarkt loopt verder op
In navolging van de gunstige productieontwikkeling en de hoge winstgevendheid neemt dit jaar de werkgelegenheid naar verwachting met 2,25% toe (140 000 arbeidsjaren). Hierdoor neemt de krapte op de arbeidsmarkt, die onder andere tot uiting komt in de hoge vacaturegraad, verder toe. Vooral de groei van het aantal zelfstandigen is dit jaar opmerkelijk. Vorig jaar groeide dit aantal al met 4%, het hoogste groeicijfer in 50 jaar, terwijl het aantal zelfstandigen in 2007 naar verwachting met 5,75% toeneemt. Hoewel de gunstige arbeidsmarktsituatie vooral dit jaar veel mensen aanmoedigt zich aan te bieden op de arbeidsmarkt, blijft de stijging van het arbeidsaanbod achter bij de vraag. Hierdoor daalt de werkloosheid naar gemiddeld 4,5% van de beroepsbevolking in 2007. Komend jaar vlakt de werkgelegenheidsstijging af tot 1%. Dit is ook in dat jaar meer dan de groei van de beroepsbevolking, zodat de werkloosheid daalt tot gemiddeld 310 000 personen ofwel 4%.

Loonstijging en inflatie versnellen, koopkracht stabiel
De contractloonstijging versnelt van 1,75% dit jaar naar 3,25% volgend jaar. De hogere contractloonstijging komt deels voort uit de hogere inflatie, maar vooral door de opgelopen spanning op de arbeidsmarkt. Naast hogere contractlonen leidt ook de hogere bijdrage voor ziektekosten tot fors hogere loonkosten voor werkgevers. Neemt naar verwachting dit jaar de loonsom per werknemer in de marktsector toe met 2,25%, voor komend jaar wordt een stijging met 4,5% voorzien. De inflatie loopt in de raming geleidelijk op, tot 2% volgend jaar, voornamelijk door stijgende arbeidskosten, hogere energieprijzen en hogere productgebonden belastingen. De koopkracht van huishoudens verbetert dit jaar in doorsnee met 0,75%. Volgend jaar gaat een deel van de huishoudens er in koopkracht op vooruit, een ander deel erop achteruit; gemiddeld blijft de koopkracht dan ongeveer stabiel. Het opwaartse effect van de reële loonstijging wordt tenietgedaan door hogere ziektekostenpremies en andere lastenverzwaringen.

EMU-saldo van rood naar zwart
Ondanks de gunstige conjunctuur verslechtert het feitelijke EMU-saldo van 0,6% BBP in 2006 tot -0,3% BBP in 2007. Dit wordt vooral veroorzaakt door lagere aardgasbaten en tegenvallers in de collectieve uitgaven. In 2008 verbetert het feitelijke EMU-saldo fors, tot 0,7% BBP. Deze verbetering wordt volledig gedragen door de gunstige conjunctuur en de weer oplopende gasbaten. Voor de beoordeling van de overheidsfinanciën op lange termijn is het zogenoemde robuuste EMU-saldo relevant. Daarbij blijven conjuncturele fluctuaties, rentebaten en -lasten en gasbaten buiten beschouwing, omdat deze sterk fluctueren en omdat ze tijdelijk zijn. Het robuuste saldo verslechtert van -0,1% BBP in 2006 naar circa -1,0% BBP in zowel 2007 als 2008.

Internationale vooruitzichten positief
In het eurogebied hield de gunstige economische ontwikkeling in de eerste helft van 2007 aan, al was de groei - vooral door de forse btw-verhoging in Duitsland - wel wat lager dan vorig jaar. De werkloosheid in Europa daalde tot het laagste niveau in meer dan een kwart eeuw. In de eerste jaarhelft was de Amerikaanse economische groei zwak als gevolg van de crisis op de woningmarkt. Doordat in de loop van volgend jaar de woningmarktsituatie geleidelijk begint te normaliseren, zal de economische groei in de Verenigde Staten naar verwachting oplopen tot 2,75%, dat is 0,75%-punt hoger dan dit jaar. Hoewel eveneens met grote onzekerheden omgeven, zijn de mondiale vooruitzichten voor 2008 gunstig gezien de goede winstgevendheid, sterke bedrijfsbalansen en de gunstige onderliggende ontwikkelingen in de opkomende economieën, met name China.

Geluk en Economie
Geluksmetingen laten zien dat - voorbij een bepaald inkomensniveau - mensen nauwelijks gelukkiger worden als hun inkomen stijgt. Deze bevinding moet, volgens sommige economen, gevolgen hebben voor de manier waarop in economische analyses wordt omgegaan met het begrip welvaart. De nadruk zou niet moeten liggen op absoluut inkomen, maar veel meer op relatief inkomen: hoe is je inkomenspositie ten opzichte van anderen? Tot nu toe is in het economisch beleid geen rekening gehouden met het feit dat het succes van de één een bron van ongeluk van de ander kan zijn. Ook zou meer rekening moeten worden gehouden met het feit dat mensen systematisch beoordelingsfouten maken: zij maken keuzes die soms zelfs schadelijk zijn voor hun geluk. Kan en mag de overheid vanuit paternalistisch motief proberen dat gedrag te beïnvloeden? Tot slot is er discussie over de betrouwbaarheid van geluksmetingen. Al met al is nog veel theoretisch en empirisch onderzoek nodig voordat het duidelijk is welke gevolgen het geluksonderzoek heeft voor het economisch beleid.

Arbeidsparticipatie vrouwen: ook jonge generaties vrouwen kiezen vooralsnog voor deeltijd
De huidige discussie over de arbeidsparticipatie van vrouwen richt zich enerzijds op de rol van de baanomvang in uren bij de emancipatie en anderzijds op de mogelijke bijdrage van een hogere participatie en meer gewerkte uren aan de houdbaarheid van de verzorgingsstaat. De deelname van vrouwen op de arbeidsmarkt is sterk gestegen, van 32% in 1975 naar 62% in 2005. Dit is voor een belangrijk deel het gevolg van een stijging van de participatie over de generaties. De stijging heeft bijgedragen aan de economische groei. Nederland is niet uniek in deze stijgende participatie. In internationaal opzicht is echter opvallend dat Nederlandse vrouwen erg vaak in deeltijd werken. Het gemiddeld aantal gewerkte uren is voor de jongere generaties werkende vrouwen niet hoger dan voor de oudere generaties. De bijdrage van de stijgende participatie aan de economische groei had hoger kunnen uitvallen als vrouwen meer uren waren gaan werken. Naar verwachting zal het aantal gewerkte uren van werkende vrouwen niet aanzienlijk stijgen in de nabije toekomst. Uit diverse onderzoeken naar de voorkeur van Nederlandse vrouwen blijkt dat het werken in deeltijd voor veel vrouwen een bewuste keuze is. Beleid kan vrouwen die helemaal niet werken, stimuleren om dat wel te doen; naar verwachting kan beleid maar in geringe mate vrouwen stimuleren om meer uren per week te werken. Voor sommige vormen van beleid is het effect op de houdbaarheid van de verzorgingsstaat gering, bijvoorbeeld omdat de maatregel gefinancierd moet worden door een belastingverhoging, wat weer een negatief effect heeft op de participatie van anderen.

De Macro Economische Verkenning (MEV) wordt jaarlijks in september gepubliceerd.

Lees meer over