Kopafbeelding publicaties CPB

Ouderen aan het werk

CPB Policy Brief 2013/02, 22 februari 2013

Deze CPB Policy Brief introduceert en bespreekt beleidsopties die werkgevers en werknemers ertoe aanzetten beter rekening te houden met de maatschappelijke baten van werkgelegenheid over het gehele werkzame leven en op latere leeftijd in het bijzonder.

Lees het bijbehorende persbericht , het bijbehorende CPB AchtergronddocumentCPB Discussion Paper 234 en Netspar-publicatie 'Employability and the labour market for older workers in the Netherlands' (Panel paper 43, november 2014).

De werkgelegenheid van 55-plussers in Nederland is de afgelopen jaren sterk gestegen als gevolg van de vergrijzing van de beroepsbevolking en de stijging van de participatie van ouderen. Veel van de waargenomen patronen, zoals een lage werkgelegenheidsgraad, een lage kennisontwikkeling en een geringe mobiliteit op latere leeftijd, zijn in overeenstemming met een functionerende arbeidsmarkt. Maar het kan beter. Daarvoor moeten zowel werkgevers als werknemers meer investeren in duurzame inzetbaarheid. Tevens dienen werkgevers een grotere bereidheid te tonen om oudere werknemers aan te nemen, want de waargenomen patronen wijzen tegelijkertijd op belemmeringen op de arbeidsmarkt. De meeste oudere werklozen hebben een lage kans op werkhervatting, sommige ouderen investeren wel erg weinig in kennis en de beperkte mobiliteit van werkende ouderen leidt tot verschraling van het werk. Dit alles motiveert de gemiddelde werknemer vanaf 55 jaar niet om langer door te werken en pensionering een aantal jaren uit te stellen. Maar dat is wel wat de beleidsmakers beogen en is afgesproken door bijvoorbeeld de AOW-leeftijd aan de levensverwachting te koppelen.

De CPB Policy Brief introduceert en bespreekt beleidsopties die werkgevers en werknemers ertoe aanzetten beter rekening te houden met de maatschappelijke baten van werkgelegenheid over het gehele werkzame leven en op latere leeftijd in het bijzonder. Tegelijkertijd geven deze opties aan dat het belangrijk is om de kosten van werkloosheid, wederom vooral van ouderen, beter in beschouwing te nemen.

Eén voorbeeld van deze opties is het invoeren van premiedifferentiatie in de vorm van een hogere WW-premie voor werkgevers die hogere kosten veroorzaken door relatief veel werknemers te ontslaan. Als alternatief zou de huidige ontslagbescherming kunnen plaatsmaken voor een ontslagbelasting die door de werkgever aan de overheid wordt betaald bij ontslag, gecombineerd met een aannamesubsidie die wordt uitgekeerd bij het aannemen van oudere uitkeringsgerechtigden. Daarbij zijn een goede uitwerking en onderlinge afstemming van instituties van groot belang om ongewenste neveneffecten binnen de perken te houden.

De arbeidsmarkt voor ouderen functioneert ook beter als werkgevers en werknemers erin slagen afspraken te maken over (bij)scholing en mogelijkheden voor aanpassing of ontbinding van het arbeidscontract. Bij die afspraken moet ook ruimte zijn voor ontslagvergoedingen. Dergelijke afspraken zijn primair een verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers. De overheid kan eventueel ondersteuning geven als geloofwaardige afspraken moeilijk tot stand komen.

Deel deze pagina