Kopafbeelding publicaties CPB

Overheidslonen volgen marktlonen

CPB Policy Brief 2014/12, 19 december 2014

De ontwikkeling van lonen in de publieke sector wijkt alleen tijdelijk af van de marktsector. Op termijn volgen de overheidslonen de marktlonen, blijkt uit recent onderzoek voor Nederland in de periode 1980-2012.

Lees ook het bijbehorende persbericht.

Dit impliceert dat een nullijn voor ambtenaren slechts tijdelijk leidt tot een besparing van overheidsuitgaven. Voor het blijvend terugdringen van het overheidstekort zijn andere maatregelen noodzakelijk.

De arbeidsmarkt van de overheid en die van de markt wijken van elkaar af. Werkgevers in de marktsector produceren goederen en diensten en proberen deze veelal zo winstgevend mogelijk in de markt te verkopen. De overheidswerkgevers daarentegen produceren diensten die veelal niet op de markt worden aangeboden. Ook verschillen de kenmerken van de werknemers tussen beide sectoren. Werknemers bij de overheid zijn bijvoorbeeld ouder en hoger opgeleid. Daarnaast verschillen beide sectoren in de opbouw van het loongebouw en de wijze waarop de loononderhandelingen zijn georganiseerd.

Ondanks bovenstaande verschillen is er interactie tussen beide sectoren, in directe zin door werknemers die van sector wisselen. Ook concurreren overheidswerkgevers met werkgevers in de marktsector om dezelfde werknemers, zeker om pas afgestudeerden. Bovendien is er een institutionele koppeling tussen overheidslonen en marktlonen. Bij het vaststellen van de loonruimte voor de overheidssector wordt de ontwikkeling in de marktsector in beginsel gevolgd. Hierdoor is de loonvorming op beide arbeidsmarkten verbonden.

In de periode 1980-2012 duurde het gemiddeld genomen drie tot vier jaar totdat een verschil tussen overheidslonen en marktlonen werd ingelopen. Dit is echter een gemiddelde. De snelheid waarmee het evenwicht wordt hersteld, hangt mede af van de stand van de conjunctuur. Tijdens een hoogconjunctuur is de arbeidsmarkt krap. De concurrentie om schoolverlaters is dan heviger en de arbeidsmobiliteit hoger. Hierdoor wordt het evenwicht sneller hersteld dan bij een ruime arbeidsmarkt, wanneer werknemers minder geneigd zijn van baan te wisselen en er minder concurrentie is om schoolverlaters.

De inhaal van de overheidslonen kan op verschillende manieren plaatsvinden. Bijvoorbeeld via een generieke loonstijging, maar in het verleden zijn achterblijvende overheidslonen ook wel gecompenseerd door additionele loonstijgingen voor specifieke groepen werknemers, op deelmarkten met de grootste knelpunten.

Lees ook CPB Discussion Paper 274 'Leider of volger? Interactie tussen overheids- en marktlonen'.

Deel deze pagina