Kopafbeelding publicaties CPB

Overstapgedrag en prijsconcurrentie bij zorgverzekeringen: een overzicht van de afgelopen twintig jaar

CPB Discussion Paper 343, 24 februari 2017

De afgelopen twintig jaar is er in Nederland gewerkt aan een geleidelijke invoering van concurrentie in de zorgverzekeringsmarkt. De belangrijkste hervorming was de introductie van de Zorgverzekeringswet (Zvw) in 2006. Een belangrijke voorwaarde van dit zorgstelsel is dat verzekerden voldoende kritisch zijn en veranderen van zorgverzekeraar wanneer een verzekeraar voor een vergelijkbare polis een hogere zorgpremie vraagt dan andere verzekeraars. Zorgverzekeraars worden dan gestimuleerd om polissen met een gunstige prijs-kwaliteit verhouding aan te bieden en doelmatig zorg in te kopen, waardoor de zorgpremie laag kan blijven.

In dit onderzoek analyseren we het overstapgedrag van verzekerden tussen zorgverzekeringspolissen in de afgelopen twintig jaar. We splitsen de twintig jaar op in drie perioden, de Ziekenfondswet (Zfw, 1995-2005), de overgang van de Zfw naar de Zvw (2005-2006) en de Zvw (2007-2015). In het onderzoek gebruiken we informatie over zorgpremies en marktaandelen van alle ziekenfondsen (1995-2005) en zorgverzekeraars (2006-2015).

Er is een aantal duidelijke trends zichtbaar. Ten eerste is premievariatie aanzienlijk toegenomen over de jaren omdat verzekeraars meer risico zijn gaan lopen over hun zorguitgaven en meer mogelijkheden hebben gekregen om zorgpakketten te differentiëren. Ten tweede zien we dat door de toename van de premievariatie ook de financiële opbrengsten van overstappen toenemen. Hierdoor zijn de totale jaarlijkse overstapwinsten opgelopen van circa 1 tot 7 miljoen in de voormalige ziekenfondsverzekering tot circa 30 tot 50 miljoen euro in de huidige zorgverzekeringsmarkt.

De introductie van de Zorgverzekeringswet in 2006 was een bijzonder jaar waarbij ongeveer 18% van de populatie koos voor een andere zorgverzekeraar. De bereidheid tot overstappen was toen groot omdat er veel veranderingen plaatsvonden op de verzekeringsmarkt, zoals het samenvoegen van de private en ziekenfondsmarkt, waardoor veel verzekerden een sterke impuls kregen om nieuwe polissen te overwegen en naar een verzekeraar met een goedkopere polis over te stappen. In de jaren daarna nam het overstappercentage aanzienlijk af en fluctueerde dit tussen de 4% en 8%. In het begin van de Zvw profiteerden vooral verzekerden die overstapten van een individueel naar een collectief contract, in de meest recente jaren kwam de overstapwinst vooral door overstap tussen individuele of tussen collectieve contracten.

Veel verzekerden lijken niet optimaal te profiteren van de bestaande premieverschillen. Wanneer alle verzekerden in enig jaar zouden zijn overgestapt naar een van de 5 voordeligste zorgpolissen, zou de totale overstapwinst voor verzekerden in dat jaar circa 10 keer zo hoog zijn geweest. Dit grote verschil tussen de feitelijke en potentiele overstapwinst duidt er op dat veel verzekerden een suboptimale keuze maken, temeer omdat kwaliteitsverschillen tussen verzekeringspolissen met uiteenlopende premies vaak beperkt zijn. Door de transparantie op de verzekeringsmarkt te vergroten en het keuzeproces van verzekerden makkelijker te maken kan de bereidheid van verzekerden om over te stappen verder worden vergroot.

Deel deze pagina