Kopafbeelding publicaties CPB

Pensioen en rentegevoeligheid

CPB Policy Brief 2016/12, 10 november 2016

Veel Nederlandse pensioenregelingen keren hun deelnemers minder uit dan beoogd door de rentedaling van de afgelopen jaren. Ook buitenlandse pensioenregelingen met kapitaaldekking staan onder druk door de wereldwijde daling van de rente. Uitkeringsovereenkomsten (DB) in de VS en het VK kampen met lage dekkingsgraden en premieovereenkomsten (DC) in Denemarken, Zweden en België hebben de rendementsgarantie op de ingelegde premie sterk versoberd of geschrapt. Een aanpassing van de tarieven voor annuïteiten in Zwitserland vanwege de lage rente leidt tot 12% lagere uitkeringen. De rentegevoeligheid van pensioenen wordt als een probleem ervaren. Deze Policy Brief gaat in op de rol van het contract, het toezicht en het beleggingsbeleid bij de rentegevoeligheid van pensioen.

Lees het persbericht en bijbehorende achtergronddocument.

De rentegevoeligheid van pensioen is zichtbaarder in de uitkeringsovereenkomst dan in de premieovereenkomst, maar deze zichtbaarheid biedt ook aanknopingspunten om ermee om te gaan. Een uitkeringsovereenkomst biedt de deelnemer in de opbouwfase enige bescherming tegen renterisico, doordat de opbouw in beginsel vast is. De jaarlijkse aanpassing van de aanspraken is afhankelijk van de dekkingsgraad, die gevoelig is voor de rente. De rentegevoeligheid is in deze fase afhankelijk van het beleggingsbeleid en de mate van renteafdekking. In een premieovereenkomst of een persoonlijke pensioenrekening krijgen deelnemers niet direct een aanspraak op een toekomstige uitkering. Deelnemers beleggen als jongere vooral in zakelijke waarden zoals aandelen en bij het naderen van de pensioendatum vooral in vastrentende waarden zoals obligaties. De rente ten tijde van de conversie naar vastrentende waarden en/of pensioenaanspraken heeft grote invloed op de resulterende uitkeringen. De invloed van de rente op de uitkeringen kan beperkt worden door aanpassing van de premie en tijdige afdekking van het renterisico, maar het contract geeft hiertoe weinig prikkels.

Kortdurende renteschokken werken in het Nederlandse toezichtkader beperkt door in de premie en de uitkeringen. Langdurende rentewijzigingen werken wel door in de premie en/of de uitkeringen, maar dit is onvermijdelijk. De rentegevoeligheid neemt nauwelijks af bij gebruik van een andere rekenrente in de uitkeringsovereenkomst, maar het risico op ongewenste herverdeling neemt wel toe. Andere landen hanteren soms hogere rekenrentes of lagere buffereisen, maar bieden minder ruimte om de kosten van indexatie buiten de verplichtingen te houden of verplichten werkgevers tot bijstorting. In de discussie over toezicht blijft de vraag welk beleid voor beleggen en renteafdekking passend is wat onderbelicht.

De rentegevoeligheid van pensioenuitkeringen kan beperkt worden door het renterisico grotendeels af te dekken. Dit hoeft in beginsel niet ten koste te gaan van het verwachte beleggingsrende­ment, want bij inzet van rentederivaten zijn beleggingsrisico nemen en renterisico afdekken prima te combineren. Bij individuele pensioenvermogens zijn de mogelijkheden voor inzet van renteswaps waarschijnlijk beperkt vanwege eisen aan onderpand en liquiditeit. De beperkte mogelijkheden voor het combineren van beleggingsrisico en renteafdekking schaden het pensioenresultaat. Renteafdekking heeft vanwege de lage rentestand bij veel fondsen nu niet de hoogste prioriteit, maar de (on)mogelijkheden hiervoor zijn wel van belang bij een contractkeuze voor de lange termijn.

Deel deze pagina