Pensioenakkoord juni 2011

Het pensioenakkoord vormt een belangrijke stap naar een meer toekomstbestendig pensioenstelsel. In het pensioenakkoord staan verhoging van de pensioenleeftijd en een hervorming van de aanvullende pensioenen centraal. Deze notitie schetst de effecten op hoofdlijnen en op beschrijvende en kwalitatieve wijze.

Pensioenakkoord juni 2011

Download (PDF document, 358.3 KB) | CPB Notitie  | 24‑06‑2011 | 12 pagina's

Foto van de publicatieomslagFoto van de publicatieomslag

Informatie verkrijgbaar bij Marcel Lever (06-52485856)

Een kwantitatieve doorrekening is vanwege het korte tijdsbestek niet mogelijk en wordt door het CPB verkend in een vervolgonderzoek op verzoek van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De voorgestelde verhoging van de aow-leeftijd is goed voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën en bevordert het toekomstige arbeidsaanbod. Een kanttekening hierbij is dat de maatregel volgens het CPB onvoldoende verankerd is in het beleid omdat de eerste stap pas in 2020 wordt gezet. Door de koppeling van de aow- en pensioenleeftijd aan de levensverwachting verbetert de financierbaarheid van de aow ook op langere termijn. De geleidelijke invoering van de hogere pensioenleeftijd betekent dat huidige ouderen (geboren vóór 1955 bij de aow en vóór 1948 bij de aanvullende pensioenen) worden ontzien. Opname van de aow wordt flexibel. Werknemers krijgen de mogelijkheid aow op te nemen op 65-jarige leeftijd, ook na de verhoging van de wettelijke aow-leeftijd naar 66 jaar en later naar 67 jaar. De koopkracht over hun resterende leven gaat dan gemiddeld 6 à 7% achteruit. Op 65-jarige leeftijd zijn grotere negatieve effecten mogelijk.

Over CPB

Het Centraal Planbureau is een onderzoeksinstituut dat sinds 1945 onafhankelijke, beleidsrelevante, economische analyses maakt.

Lees meer over CPB