Kopafbeelding publicaties CPB

Risicorapportage Cyberveiligheid Economie

CPB Notitie, 3 juli 2017

De samenleving digitaliseert. De vijf meest waardevolle bedrijven ter wereld zijn ict-bedrijven, Nederlanders maken volop gebruik van internet en ook de overheid zet steeds meer in op digitale middelen. Met de digitalisering neemt ook het economische belang van cyberveiligheid toe. Cyberveiligheid draagt bij aan het benutten van economische kansen en voorkomt schade door uitval of verstoring van ict. Uitval of verstoring kan per ongeluk gebeuren (bijvoorbeeld door softwarefouten) en opzettelijk (bijvoorbeeld door een cybercrimineel).

Lees ook het bijbehorende persbericht en bekijk de video.

De belangrijkste conclusies van deze rapportage zijn:

  • Staatshackers (hackers in dienst van een land) richten zich ook in Nederland op politieke partijen en democratische instituties. Deze interventies zetten internationale economische relaties onder druk en schaden zo de economische belangen van Nederland als kleine open economie.
  • Elf procent van de Nederlanders geeft aan slachtoffer te zijn geweest van cybercriminaliteit. Dit is een lichte daling ten opzichte van vorig jaar.
  • Cybercriminelen ontlenen schaalvoordelen aan digitale infrastructuur (bijvoorbeeld voor anonieme communicatie of voor anonieme betalingen). Het internationale karakter van cybercriminaliteit beperkt de mogelijkheden van opsporingsdiensten om deze schaalvoordelen tegen te gaan. Hierdoor blijft de pakkans laag en blijven criminele activiteiten winstgevend. Snelle internationale samenwerking kan helpen om effectief op te treden.
  • Inlichtingendiensten maken gebruik van softwarekwetsbaarheden (‘zero-days’). Onrechtmatige publicatie van deze informatie leidt tot een plotseling onveiliger ict-omgeving voor gebruikers en maatschappelijke schade. Een afwegingskader en een reactieplan zijn beleidsopties die deze schade kunnen voorkomen of beperken. Een afwegingskader helpt bij de beoordeling of een zero-day gebruikt kan worden voor inlichtingendoeleinden of gemeld moet worden bij de aanbieder van de software. Gegeven dat de zero-day is gelekt beperkt een goed voorbereid reactieplan de maatschappelijke schade.
  • Encryptie maakt het mogelijk om wereldwijd intellectueel eigendom, concurrentiegevoelige informatie en persoonsgegevens te beschermen. Verzwakking van encryptie via het inbouwen van ‘achterdeurtjes’ beperkt dit. Aan de andere kant maken achterdeurtjes het voor inlichtingendiensten eenvoudiger om grootschalig communicatie te analyseren.
  • Er is relatief weinig bekend over de omvang van schade door cybercriminaliteit. Dit kan ertoe leiden dat ict-gebruikers zich onvoldoende bewust zijn van de risico’s. Meer informatie, bijvoorbeeld door statistisch onderzoek of meer openheid door bedrijven kan de bewustwording vergroten.
  • Grote datalekken en andere cyberincidenten komen soms pas jaren later aan het licht. Reputatiemechanismen werken hierdoor niet optimaal, wat het belang van encryptie, preventief toezicht en beveiligingsstandaarden vergroot.
  • Incidenten bij ziekenhuizen en gemeenten laten zien dat risico’s op datalekken juist bij decentrale administratieve gegevensstromen liggen.
  • Een verplichte publieke infrastructuur voor gegevensuitwisseling in de zorgsector kan naleving van normen makkelijker maken, voorkomt afhankelijkheid van een enkele private partij en kan burgers inzicht geven in wie toegang tot hun gegevens heeft. Onderzocht kan worden of deze voordelen opwegen tegen de risico’s.

Deel deze pagina