Kopafbeelding publicaties CPB

Samenwerking kinderopvang en onderwijs

CPB Policy Brief 2017/03, 27 januari 2017

De doelen die het primair onderwijs en de kinderopvang nastreven, overlappen voor een belangrijk deel: voor beide sectoren is het belangrijk dat kinderen zich ontwikkelen en dat ouders in staat zijn om arbeid en zorg te combineren. (Meer) samenwerking tussen opvang en onderwijs lijkt daarom logisch – zowel tussen voorschoolse voorziening en basisschool, als tussen basisschool en buitenschoolse voorziening. Het is echter niet duidelijk wat de opbrengsten van meer samenwerking zijn voor kinderen en hun ouders. Deze policy brief wil daarom een helder beeld scheppen over de voor- en nadelen van verschillende samenwerkingsvormen.

Lees ook het bijbehorende persbericht.

Samenwerking tussen opvang en onderwijs levert voordelen op voor gezinnen die gebruik maken van kinderopvang. Door kinderopvang en het basisonderwijs één locatie te laten delen, kost het ouders minder tijd om hun kinderen van de opvang te halen en hoeven zij minder zelf te organiseren. Inhoudelijke samenwerking kan, zolang de pedagogische kwaliteit van de opvang op orde is, positief zijn voor de ontwikkeling van kinderen – vooral voor kinderen met een taal- of onderwijsachterstand. Deze voordelen gelden echter alleen voor kinderen die daadwerkelijk van opvang gebruik maken en juist kinderen met een taal- of onderwijsachterstand maken in verhouding weinig gebruik van opvang.

Op de arbeidsparticipatie van ouders en de segregatie in het gebruik van opvang heeft samenwerking tussen opvang en onderwijs waarschijnlijk nauwelijks effect. Door samenwerking wordt formele opvang aantrekkelijker voor ouders. Eerder onderzoek laat zien dat ouders iets meer gaan werken als opvang financieel aantrekkelijker wordt. Het is te verwachten dat dit ook geldt voor meer samenwerking. Daarnaast wordt segregatie in het gebruik van opvang door samenwerking niet tegengegaan. Laagopgeleide ouders maken minder gebruik van formele opvang dan hoogopgeleide ouders. Samenwerking leidt er niet toe dat het gebruik onder laagopgeleide ouders harder stijgt dan onder andere groepen.

Aan samenwerking kleven ook beperkingen. Samenwerking kan segregatie tussen scholen zelfs in de hand werken. Dit gebeurt als de samenwerking op sommige scholen intensiever is dan op andere scholen. Werkende ouders kiezen namelijk eerder voor dit soort scholen dan niet-werkende ouders. Door het grote aantal kinderopvangorganisaties waar scholen mee te maken hebben, is het bovendien bewerkelijk om intensieve samenwerking tussen opvang en onderwijs vorm te geven zonder de keuzevrijheid van ouders in te perken. Tot slot, voor het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen, het verhogen van de arbeidsparticipatie en het tegengaan van segregatie zijn effectievere of beter uitvoerbare maatregelen te bedenken, zoals het verbeteren van de toegankelijkheid of de kwaliteit van kinderopvang. Deze maatregelen zijn ook in de huidige situatie waarin opvang en onderwijs relatief zelfstandig opereren, te realiseren. Wel hangt aan deze maatregelen een behoorlijk prijskaartje.

Lichte vormen van samenwerking tussen opvang en onderwijs, zoals aan dezelfde thema’s werken of informatie delen over kinderen, lijken een no-regret-beleidsoptie. De tijdsinspanning die het vraagt is beperkt en het heeft een klein positief effect op de betrokken kinderen, omdat er iets meer maatwerk kan worden geboden.

Deel deze pagina