Kopafbeelding publicaties CPB

Trefzekerheid van CPB-ramingen in 2011-2013

CPB Achtergronddocument, 15 september 2013

In de MEV 2014 wordt in enkele paragrafen ingegaan op de neerwaartse bijstellingen van de economische groei wereldwijd en ook voor Nederland in de afgelopen jaren. Dit CPB Achtergronddocument geeft een nadere onderbouwing van deze analyses in de MEV.

Dit CPB Achtergronddocument behoort bij de Macro Economische Verkenning 2014.

In paragraaf 1.2 van de Macro Economische Verkenning 2014 wordt een duiding gegeven van de overschatting van de economische groei voor de jaren 2011-2013 voor Nederland. Een tekstkader in paragraaf 2.1 gaat in op bijstellingen van de economische groei wereldwijd. In een tekstkader in paragraaf 2.2 wordt nader ingezoomd op de bijstelling van de consumptie.

Het CPB maakt elk kwartaal een raming van de economie voor het lopend en het komend jaar. Deze ramingen zijn niet systematisch te hoog of te laag, maar in afzonderlijke jaren worden (onvermijdelijk) voorspelfouten gemaakt. Zo ook in de afgelopen jaren (2011-2013), waarin wij de economische groei te optimistisch hebben ingeschat, waarbij voor 2013 de huidige raming als voorlopige indicatie wordt gezien van de te verwachten realisatie. Dit achtergronddocument geeft een verantwoording van de bijstelling die daar door nodig was. Deze verantwoording is minder uitgebreid dan in voorgaande analyses (De Jong et al., 2010; Lanser en Kranendonk, 2008), maar zoomt in op de specifieke aspecten van de bijstelling in de afgelopen jaren. Dit betekent bijvoorbeeld dat wel aandacht wordt besteed aan de snelheid waarmee consumptie reageert op veranderingen in het beschikbaar inkomen, maar voorbij wordt gegaan aan de rol van bijstellingen van de cijfers door het CBS op de ramingen.

Nadat in 2010 de bbp-groei hoger uitgekomen is dan een jaar eerder werd geraamd, was in de drie jaren daarna de eerste raming veel te optimistisch. In de MEV 2014 is ook voor het jaar 2014 een neerwaartse bijstelling gemaakt, mede onder invloed van een beleidspakket van 6 mld. In dit achtergronddocument beperken wij de analyse tot de neerwaartse bijstellingen voor de jaren 2011-2013.

De neerwaartse bijstelling in 2011-13 van gemiddeld 2,1% betrof alle bestedingscomponenten van het bbp, waarbij de particuliere consumptie de grootste bijdrage van 0,9%-punt leverde. Overheidsbestedingen, investeringen in woningen, bedrijfsinvesteringen en uitvoer droegen elk 0,3%-punt bij. Aan de bijstelling in de consumptieve bestedingen liggen meerdere factoren ten grondslag. Naast sterke(re) dalingen van de huizenprijzen en lagere inkomens mede door (aanvullend) overheidsbeleid zijn huishoudens voorzichter zijn geweest dan in de raming lag besloten. De bijstelling in uitvoer van goederen en diensten kan evenals in eerdere analyses voor deze jaren weer grotendeels worden verklaard uit de wereldhandelsgroei die zich gematigder heeft ontwikkeld dan geraamd.

Deel deze pagina