Kopafbeelding publicaties CPB

Vermogensschokken en consumptie in Nederland

CPB Achtergronddocument, 18 maart 2014

Dit document laat zien hoe het vermogen van huishoudens zich in de afgelopen jaren heeft ontwikkeld en waarom dit invloed heeft op de consumptie. Ook laat het document zien hoe groot het effect van een vermogensschok op de consumptie is op basis van de theoretische en empirische literatuur.

Deze publicatie behoort bij het Centraal Economisch Plan 2014.

Op microniveau blijkt dit effect aanwezig, afhankelijk van de mate van liquiditeitsrestricties die huishoudens ervaren. Dit is niet een op een te vertalen naar macroniveau, omdat het vermogensverlies van de ene persoon vaak de vermogenswinst van een andere persoon is. Toch zijn er verklaringen voor een macro-economisch effect. De belangrijkste zijn: (1) een verschil tussen de consumptie-elasticiteit tussen huishoudens die de voordelen van de schok ondervinden en degenen die de nadelen ondervinden; (2) verschil in het tijdstip van consumeren tussen de huidige en toekomstige vermogensbezitter; en (3) het bestaan van liquiditeitsrestricties.

Uit de empirische literatuur blijkt dat vermogensschokken wel degelijk een effect op macroniveau hebben: gemiddeld stijgt de consumptie met ongeveer vier tot vijf cent bij een vermogenstoename van één euro. Ook in het CPB-model Saffier II worden vergelijkbare effecten gebruikt voor de ramingen. Hoewel de theorie suggereert dat het effect van een vermogensschok niet voor elk vermogenstype gelijk is, is hier in de empirie niet veel bewijs voor. De gevonden effecten kennen wel een zeer grote spreiding. Ook wordt in de empirie geen eenduidig bewijs gevonden voor het bestaan van asymmetrische effecten. De theorie geeft zowel redenen voor een groter effect bij positieve, als bij negatieve schokken. Er zijn wel aanwijzingen dat de consumptiereactie op vermogensschokken groter is bij een hoge bruto schuld (lange balans) en een scheve vermogensverdeling, maar ook dit empirische bewijs is dun.

In de tweede plaats onderzoeken we de omvang van vermogens en schulden en vermogensschokken met verschillende datasets over vermogens van huishoudens, zowel in historisch als internationaal perspectief. Hieruit blijkt dat Nederlandse huishoudens veel schulden hebben, maar nog veel meer bezittingen. Vooral het huizenvermogen (met daartegenover lagere hypotheekschulden) en het pensioenvermogen zijn daar voor verantwoordelijk. Wel daalt het netto vermogen (exclusief pensioenen) de laatste jaren, vooral onder invloed van de huizenprijsdalingen. Dit vermogen is in vijf jaar tijd ongeveer tien procent gedaald door vermogensschokken; ongeveer 200 mld euro. De schulden blijven wel oplopen, waardoor de verhouding tussen schulden en bezittingen verslechtert. Ook in vergelijking met onze buurlanden en met het eurogebied is de situatie in Nederland opvallend, omdat Nederlandse huishoudens een lange balans hebben: ze hebben zowel veel bezittingen als veel schulden. De schulden stijgen veel harder dan in andere eurolanden, terwijl de bezittingen zich op een vergelijkbare manier ontwikkelen. Dit uit zich in een relatief slecht ontwikkelend netto vermogen.

Het vermogen van Nederlandse huishoudens is met een gini-coëfficiënt van ongeveer 0,8 veel schever verdeeld dan inkomen. Het is niet duidelijk of dit in internationaal perspectief hoog is, omdat er hierover weinig vergelijkbare data beschikbaar zijn. Uit studies die wel een poging wagen komt een wisselend beeld naar voren. De scheefheid verandert nauwelijks over de tijd. Wel is het aantal huishoudens met een negatief vermogen (exclusief pensioenvermogen) de laatste jaren verdubbeld. Dit betreft vooral huizenbezitters.

Door het hoge niveau van bezittingen en schulden is de Nederlandse economie kwetsbaar voor vermogensschokken. Er zijn echter weinig aanwijzingen dat deze consumptiereactie nu sterker is dan in tijden van een waardestijging van het vermogen. Op de onderzoeksagenda van het CPB voor 2014 staan enkele projecten die hierover meer duidelijkheid moeten gaan geven, ook in relatie tot de ramingen voor de Nederlandse economie die het CPB periodiek publiceert en het model Saffier II dat het daarvoor gebruikt.

Deel deze pagina