Kopafbeelding publicaties CPB

Werken in goede gezondheid

CPB Policy Brief 2014-03, 16 april 2014

Hoewel werkgevers in Nederland in internationaal perspectief veel verplichtingen hebben om hun werknemers gezond te houden, wordt in ons land meer uitgegeven aan ziekte en arbeidsongeschiktheid dan in andere landen. Dit suggereert dat er ruimte is voor verbeteringen.

Maar bij gebrek aan goed onderzoek is onduidelijk welke aanpassingen van het overheidsbeleid het meest effectief zijn.

Lees het bijbehorende persbericht.

Samenvatting
Beleidsmaatregelen om langer door te werken en de arbeidsmarktparticipatie van oudere werknemers te verhogen hebben mede geleid tot een stijging van de uittredingsleeftijd en een verdubbeling van het aantal werkende 55+’ers in de afgelopen 20 jaar. Naast deze successen is het ziekteverzuim en het percentage arbeidsongeschikten in Nederland in international perspectief hoog. Veel mensen halen de eindstreep niet of niet in goede gezondheid. De vraag is daarom hoe instituties, die participatie en langer doorwerken stimuleren, zoals de Participatiewet, kunnen voorzien in gezonde participatie tot aan het pensioen. Het huidige beleid legt de verantwoordelijkheid om mensen aan het werk te houden, of om gedeeltelijk arbeidsongeschikten weer aan het werk te krijgen, voor een belangrijk deel bij werkgevers. In internationaal perspectief zijn deze verplichtingen hoog, zoals op het terrein van de loondoorbetaling bij ziekte. Er zijn verschillende economischtheoretische redenen voor deze prikkels. De keerzijde, door economen geduid als ‘perverse effecten’, is dat werkgevers hun werknemers sterker selecteren op basis van gezondheidskenmerken en dat zij werknemers met een mindere gezondheid onder slechtere arbeidsvoorwaarden in dienst nemen. De balans tussen werkgeversprikkels en perverse effecten is precair. Uit het schaars beschikbare empirische onderzoek is op dit moment onvoldoende duidelijk hoe effectief de werkgeversverplichtingen op dit vlak zijn in Nederland.

Deel deze pagina