This publication is in Dutch, there is no English translation!
June 2, 2020

Risicorapportage Financiële markten 2020

Coronacrisis legt kwetsbaarheden financiële systeem bloot

Press release
Hoewel zeker Nederlandse banken weerbaarder zijn dan in 2008, brengt de coronacrisis bestaande kwetsbaarheden in het financieel systeem opnieuw aan het licht. Door de omvang van de schok kan de coronacrisis grote financiële problemen veroorzaken bij bedrijven en huishoudens, en daarmee uiteindelijk ook financiële instellingen meetrekken. In de eurozone kunnen, met name bij het langer voortduren van de recessie, de extra overheidsuitgaven en oplopende schulden bij bedrijven, financiële instellingen en overheden leiden tot een nieuwe eurocrisis. Dit concluderen onderzoekers van het Centraal Planbureau (CPB) in de vanmorgen verschenen Risicorapportage Financiële Markten, die zich dit jaar richt op financiële risico’s die door de coronacrisis veroorzaakt of aan het licht gekomen zijn.
No title

In Nederland vangt, naast de overheid, vooral het bedrijfsleven de eerste financiële klappen van de coronacrisis op. Zo blijkt bijvoorbeeld uit eerste stresstesten van het CPB op de financiële buffers van het Nederlandse mkb, dat 25% van deze bedrijven ondanks de bestaande overheidssteun extra liquiditeit nodig heeft bij een omzetschok van 6 maanden. Wanneer deze bedrijven in de betalingsproblemen komen, tast dit de kapitaalpositie van banken aan.

De huidige steunmaatregelen voor getroffen bedrijven helpen om de gevolgen van de coronacrisis voor banken te beperken en daarmee de risico’s voor de financiële stabiliteit. Een snelle afbouw van deze steunmaatregelen zal zijn weerslag hebben op banken, omdat er dan meer probleemleningen ontstaan. Dit betekent overigens niet dat de maatschappelijke voordelen van steun tot in lengte van dagen de kosten overstijgen. De kans bestaat dat de overheid tegen hoge kosten te veel bedrijven overeind houdt die uiteindelijk niet levensvatbaar zijn.

De EMU blijft kwetsbaar voor het langer aanhouden van de coronacrisis. In een aantal landen van de eurozone is de verwevenheid tussen overheden en banken door het bezit van staatsobligaties nog steeds aanwezig. Deze verwevenheid heeft tijdens de kredietcrisis, en de daaropvolgende eurocrisis, grote problemen opgeleverd. Wel zijn banken nu beter gekapitaliseerd en is het aantal probleemleningen teruggebracht. Daarnaast zijn er stappen gezet in het reduceren van risico’s via een bankenunie. Ook Nederland loopt risico’s bij een nieuwe eurocrisis, niet in de laatste plaats vanwege de blootstelling van de private sector aan aandelen-, obligaties en bankleningen in de zwaarst getroffen landen.

Huishoudens met weinig vermogen zijn gevoelig voor inkomensverlies door de coronacrisis. Vooral zelfstandigen en flexwerkers zonder werk zullen door de coronacrisis hun financiële buffers moeten aanspreken, en hier zitten kwetsbare huishoudens tussen. Zo heeft een kwart van de zelfstandigen minder dan 3000 euro vrij opneembaar spaargeld.

Mede als gevolg van de lage rente zijn voorafgaand aan de coronacrisis de beleggingsportefeuilles van Nederlandse financiële instellingen risicovoller geworden. Zeker verzekeraars en beleggingsfondsen zijn risicovoller gaan beleggen. Nadeel van deze search for yield is dat een snelle stijging van de voorheen lage risicopremies tot verliezen zal leiden. 

Noot voor de redactie:
Op 10 juni 2020 om 13.00 uur licht Pieter Hasekamp, directeur van het CPB, de Risicorapportage Financiële Markten toe in de Tweede Kamer. Klaas Knot, president van DNB, en Laura van Geest, voorzitter van de AFM, zijn tegelijkertijd ook uitgenodigd door de vaste Kamercommissie voor Financiën. 
 

Contacts

Photo of Suzanne van Gils
Suzanne van Gils +31 6 21560776 Read more

Op verzoek van de Tweede Kamer schrijft het Centraal Planbureau sinds 2012 jaarlijks een risicorapportage financiële markten. Het doel is het informeren van het parlement over de belangrijkste risico’s voor de stabiliteit van het financiële stelsel en vanuit het financiële stelsel voor de reële economie. In deze editie van de risicorapportage staan financiële risico’s centraal die door de coronacrisis veroorzaakt of aan het licht gekomen zijn. De coronapandemie is uiteraard in eerste instantie een groot risico voor de gezondheid en levens van vele mensen wereldwijd. Daarnaast heeft de pandemie, vooral vanwege de getroffen contactbeperkende maatregelen, direct grote negatieve gevolgen voor de economische activiteit. 

June 2, 2020
This background document to CPB’s Financial Stability Report provides policymakers with an initial assessment of the effects of the corona crisis on the liquidity position of Dutch SMEs and its impact on their solvency. It provides information by means of a stress test. Based on 2018 administrative data on Dutch small and medium-sized enterprises (SMEs), we simulated the decrease in turnover for individual companies, in various sectors. On average, the pre-corona financial starting position of Dutch SMEs was good; many companies were both liquid and solvent. We subsequently looked at the impact of the corona shocks on the liquidity position and analysed the liquidity needs.

The support measures announced in March and April 2020 have helped cushion corporate liquidity shocks. The stress tests also took into account tax deferrals, the Temporary Emergency Bridging Measure to Preserve Employment (NOW), the Temporary Support Scheme for Self-Employed Persons (TOZO), and the Compensation for Entrepreneurs in Affected Sectors COVID-19 (TOGS). In addition, deferrals of interest payments and repayments offered by banks to their customers have also been taken into account.

Downloads

During the first three months of the corona crisis, 30% of Dutch SMEs needed at least 12 billion euros in additional liquidity. Under continuing low turnovers, within six months, this amount will increase to 30 billion euros, for almost 50% of Dutch SMEs. A significant part of the liquidity need will be absorbed by government support measures. Incidentally, the scenarios we used contain assumptions that are likely to underestimate the stress resistance of the business community.

The effects are highly sector-dependent. The greatest need for liquidity is in trade, industry, transport & storage and the hospitality industry.  There are two explanations for this effect: these sectors were hit the hardest by the lockdown measures and had the most vulnerable starting position.

The solvency of most companies remains in order, according to the results from our stress tests, but this seems to be due, in part, to our assumptions which are likely to underestimate the effects of the corona crisis. Here too, there are strong differences between sectors. According to the scenarios, hospitality, trade, culture, sports and industry are hit the hardest, in terms of solvency. In these sectors, more than 25% of companies will be in a less secure solvency position within 6 months.

The government support package will have a positive spillover effect that is, however, not taken into account in this analysis. In our stress test, the total cost of all measures for a three-month period will be around 4 billion euros. This amount, ultimately, not only increases liquidity, but will also reduce job losses. The exact number of prevented job losses is as yet unknown. That depends on the delayed impact of problems at individual companies on others. 

Contacts

Photo of Benedikt Vogt
Benedikt Vogt +31 6 50630893 Read more
Karen van der Wiel Read more
This publication is in Dutch, there is no English translation!
June 2, 2020
In dit achtergronddocument behorend bij het hoofdstuk ‘Risico’s in en voor de EMU’ van de Risicorapportage Financiële Markten 2020, vullen wij de analyse in twee richtingen aan. Ten eerste analyseren wij het bezit van Nederlandse vermogenstitels en investeringen in Nederland die de door de coronacrisis zwaarst getroffen eurolanden (Frankrijk, Italië en Spanje) hebben gedaan. Hiervoor bekijken wij het bezit van Nederlandse aandelen en schuldbewijzen van, en de directe investeringen in Nederland door, de private sector van deze landen. In hoofdstuk 5 van de Risicorapportage hebben wij de omgekeerde blootstelling geanalyseerd, namelijk van Nederland aan de zwaarst getroffen landen. Ten tweede onderzoeken wij de ontwikkelingen in de blootstelling van individuele banken aan de eigen overheid en het aantal niet-presterende leningen voorafgaand aan de coronacrisis.

Nederland loopt ook risico op een eventuele terugval in de vraag naar Nederlandse schuldbewijzen en aandelen en een afname in buitenlandse directe investeringen. Wij onderzoeken de blootstelling van de buitenlandse private sector aan Nederlandse aandelen en schuldbewijzen, en de directe investeringen in Nederland. Hiervoor maken wij gebruik van de Coordinated Portfolio Investment Survey (CPIS) en de Coordinated Direct Investment Survey (CDIS) van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). De data is beschikbaar vanaf de kredietcrisis in 2009 tot aan 2018.

De verschillen in de blootstelling aan de eigen overheid en het aantal niet-presterende leningen (NPLs) tussen banken kunnen groot zijn. Aan de hand van publiekelijk beschikbare data kunnen wij analyseren hoe de bank-overheidnexus en de stand van niet-presterende leningen over tijd zijn ontwikkeld. Hiervoor gebruiken wij data van de European Banking Authority’s (EBA) Transparency Exercise voor de 81 grootste banken in het Eurogebied.  Hier vergelijken wij de ontwikkelingen in juni 2019 ten opzichte van juni 2017. Dit geeft een beeld van de ontwikkelingen voorafgaand aan de coronacrisis, en gedurende een gedeeltelijke afronding van de Bankenunie. 

De blootstelling van de buitenlandse private sector aan Nederland is niet gering

De blootstelling van private sector in de zwaarst getroffen eurolanden aan Nederlandse aandelen en obligaties is niet gering, en kan mogelijk afnemen door de coronacrisis. In totaal had de private sector in de zwaarst getroffen eurolanden door het coronavirus in 2018 ongeveer 60 mld euro van Nederlandse aandelen in handen, waarvan het leeuwendeel in Frankrijk (44 mld) wordt aangehouden. Het bezit van Nederlandse schuldbewijzen is aanzienlijk groter met in totaal ongeveer 257 mld euro in 2018; de Franse private sector is hiervan de grootste bezitter (190 mld euro). Door de coronacrisis kan de vraag naar Nederlandse aandelen en obligaties terugvallen. 

Contacts

Photo of Beau Soederhuizen
Beau Soederhuizen +31 6 52658469 Read more
Photo of Fien van Solinge
Fien van Solinge +31 6 11045018 Read more

Contacts

Karen van der Wiel Read more
Photo of Adam Elbourne
Adam Elbourne +31 6 11627514 Read more
Photo of Bert Kramer
Bert Kramer +31 6 11034794 Read more
Photo of Sander Lammers
Sander Lammers +31 6 21599652 Read more
Photo of Beau Soederhuizen
Beau Soederhuizen +31 6 52658469 Read more
Photo of Fien van Solinge
Fien van Solinge +31 6 11045018 Read more
Photo of Benedikt Vogt
Benedikt Vogt +31 6 50630893 Read more
Lu Zhang Read more