Bijlagen per partij

14.1 VVD

Deze paragraaf geeft een gedetailleerd overzicht van de door de VVD voorgestelde maatregelen en hun effecten op de overheidsfinanciën. De bedragen zijn ex ante, in prijzen 2017 en betreffen afwijkingen ten opzichte van de middellangetermijnverkenning zoals weergegeven in hoofdstuk 4 van de Macro Economische Verkenning 2017.

14.1.1Uitgaven

De VVD buigt per saldo 4,3 mld euro in 2021 om op de collectieve uitgaven. Na een opsomming volgt een tabel met de uitgavenmaatregelen.

Openbaar bestuur

  • De VVD verlaagt de uitgaven aan het Gemeente- en Provinciefonds taakstellend via een apparaatskorting. Dit is een besparing van 0,7 mld euro in 2021 en 0,9 mld euro structureel. (VVD_102)
  • De VVD beperkt taakstellend de apparaatsuitgaven bij het Rijk en zondert bereikbaarheid, veiligheid en defensie uit van deze korting. Dit betekent een ombuiging van 0,4 mld euro in 2021 en 0,5 mld euro structureel op het openbaar bestuur. (VVD_101_a, 101_b)

Veiligheid

  • De VVD verhoogt de uitgaven aan veiligheid en justitie met 0,7 mld euro onder meer voor wijkagenten en rechercheurs, contraterrorisme en bestrijding cybercriminaliteit. (VVD_219)

Defensie

  • De VVD verhoogt het defensiebudget, oplopend tot 1 mld euro in 2021 met het oog op vernieuwing krijgsmacht, versterking operationele gevechtsonderdelen en verbetering cyber- en informatiedomein. (VVD_215)

Bereikbaarheid

  • De VVD verhoogt de uitgaven aan weginfrastructuur jaarlijks met 0,4 mld euro in 2021, oplopend tot 0,5 mld euro structureel. (VVD_204)
  • De VVD trekt 0,1 mld euro extra uit voor overige infrastructuur. (VVD_208)

Onderwijs

  • De VVD intensiveert 0,3 mld euro in onderwijs met als doel het bevorderen van de kwaliteit van leraren via extra begeleiding voor beginnende leraren, meer vakdocenten gymles, een prestatiebeloning voor leraren en het versterken van de Onderwijscoöperatie. (VVD_177, 178, 179, 180)
  • De VVD intensiveert 0,1 mld euro om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te bevorderen. De partij doet dit via het stimuleren van BBL-plekken, decentrale accreditatie in het mbo, een landelijk steunpunt erkenning EVC's (eerder verworven competenties) en het vergroten van het (v)mbo-investeringsfonds. (VVD_182, 181, 184, 185)
  • De VVD intensiveert 0,1 mld euro in de lerarenbeurs. (VVD_176)
  • De VVD intensiveert 0,1 mld euro in scholingsvouchers van 555 euro voor laagopgeleiden. (VVD_183)
  • De VVD verhoogt de onderwijsbekostiging met 0,1 mld euro ten behoeve van extra banen voor leraren en onderwijsondersteunend personeel. (VVD_263)
  • De VVD buigt generiek taakstellend 0,3 mld euro om op subsidies uitgegeven door het ministerie van OCW. (VVD_261_b)
  • De VVD buigt 0,2 mld euro om op onderwijsbekostiging, met als doel het afromen van de stijging van de productiviteit in onderwijs en onderzoek. De structurele ombuiging is 0,3 mld euro. (VVD_191)
  • De VVD buigt 0,1 mld euro om op onderwijs via het verminderen van de instroom in kunstopleidingen met meer dan 50%. (VVD_200)

Zorg

  • De VVD intensiveert 1,9 mld euro in 2021 ten behoeve van een nog nader uit te werken bezettingsnorm voor de verpleeghuiszorg. De structurele intensivering bedraagt 2,0 mld euro. Het kost namelijk tijd om het aantal medewerkers voldoende te laten toenemen om de norm te halen. (VVD_164)
  • De VVD schaft de vermogensinkomensbijtelling (VIB) van 8% in de Wlz af. Dit is een intensivering van 0,2 mld euro in 2021. Het gaat deels om een verschuiving van private naar collectieve zorguitgaven. (VVD_165_a)
  • De VVD heeft de intentie om een hoofdlijnenakkoord af te sluiten in combinatie met het macrobeheersinstrument. In 2021 resulteert dit in ombuigingen van 0,9 mld euro in de ziekenhuiszorg, 0,1 mld euro in de geestelijke gezondheidszorg en 0,1 mld euro in de wijkverpleging. Voor ombuigingen geldt dat lagere zorguitgaven leiden tot minder zorg of lagere kwaliteit van zorg. (VVD_142)
  • De VVD neemt in de curatieve zorg diverse maatregelen uit Zorgkeuzes in Kaart op het gebied van geneesmiddelen: aanpassing van Wet geneesmiddelenprijzen (ZIK_065), herberekening van limieten geneesmiddelenvergoedingssysteem (ZiK_066), overhevelen medisch specialistische geneesmiddelen naar ziekenhuisbudget (ZiK_067), verplichten uniforme barcodering genees- en hulpmiddelen (ZiK_073). Bij de herberekening van limieten geneesmiddelenvergoedingssysteem gaat het deels om een verschuiving van collectieve naar private zorguitgaven. Samen betreft dit een ombuiging van 0,3 mld euro. (VVD_144_a, 156_a, 157_a, 158)
  • De VVD beperkt het verzekerde pakket op basis van lage ziektelast. Deze maatregel kent een geleidelijke ingroei. Dit betekent een verlaging van de collectieve zorguitgaven met 0,3 mld euro in 2021 en 0,6 mld euro structureel. Het gaat deels om een verschuiving van collectieve naar private zorguitgaven. Zie ook maatregel ZiK_011 uit Zorgkeuzes in Kaart. (VVD_143_a)
  • De VVD neemt in de curatieve zorg diverse kleine maatregelen uit Zorgkeuzes in Kaart: capaciteitsplan spoedeisende hulp (ZiK_042), substitutie eenvoudige tweedelijnszorg (ZiK_051), integraal tarief geboortezorg voor alle regio's en aanbieders (variant ZiK_053), palliatieve zorg van ziekenhuis naar thuissetting (ZiK_055), belonen van infectiepreventie in ziekenhuizen (ZiK_059), verminderen vermijdbare heropnames (ZiK_060) en een bestuurlijk akkoord mondzorg (ZiK_061). Tezamen is dit een ombuiging van 0,2 mld euro. (VVD_149_a, 150_a, 151_a, 152_a, 153, 154_a, 155)
  • De VVD voert in de Wlz een verplichting in voor zorgkantoren om meerjarige contracten met budgetafspraken af te sluiten met zorgaanbieders. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_085). Het is een ombuiging van 0,1 mld euro in 2021. Door de combinatie met een objectief verdeelmodel kan de maatregel pas in 2021 ingaan. (VVD_166)
  • De overheid verplicht zorgkantoren om bij de zorginkoop in de Wlz gedifferentieerde tarieven te hanteren die afhangen van het overheadpercentage en het ziekteverzuim van de aanbieder. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_002). Het is een ombuiging van 0,1 mld euro in 2021. (VVD_168)
  • De VVD stimuleert integrale dementiezorg door de introductie van een landelijke subsidieregeling ter bekostiging van casemanagers dementiezorg. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_091). De beperkte ombuiging door de grotere inzet van casemanagers dementiezorg in 2021 loopt op tot 0,1 mld euro structureel. (VVD_169)
  • De VVD introduceert een verdeelmodel in de Wlz dat de regionale contracteerruimte van de zorgkantoren bepaalt op basis van objectieve criteria. Het macrobudget wordt gekort op basis van de afwijking tussen de huidige en door het nieuwe model toegestane uitgaven voor de 25% slechtst presterende regio's. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_089b). De beperkte ombuiging in 2021 loopt op tot 0,1 mld euro structureel. (VVD_170)

Sociale zekerheid

  • De VVD verhoogt de kinderopvangtoeslag via de vergoedingspercentages in de eerstekindtabel. Dit is een intensivering van 0,5 mld euro in 2021. (VVD_141)
  • De VVD introduceert een collectieve verzekering voor het tweede jaar loondoorbetaling bij ziekte voor bedrijven tot 25 werknemers. De overheidsuitgaven nemen met 0,3 mld euro toe. Hier staat een verhoging van de werkgeverspremies tegenover (zie VVD_113_b). (VVD_113_a)
  • De VVD stelt een geoormerkt budget beschikbaar voor meer face-to-face gesprekken in de dienstverlening van het UWV. Dit is een intensivering van 0,1 mld euro in 2021. (VVD_120)
  • De VVD intensiveert 0,1 mld euro in bijzondere bijstand. (VVD_135)
  • De VVD breidt het aantal beschutte werkplekken uit met 20.000 plekken. De ingroei van deze extra werkplekken sluit aan bij het ingroeipad van de oorspronkelijke plekken. Dit is een intensivering van 0,1 mld euro in 2021 en een structurele intensivering van 0,5 mld euro. (VVD_112)
  • De VVD ontkoppelt het minimumloon en de socialezekerheidsuitkeringen, met uitzondering van de AOW, gedurende vier achtereenvolgende jaren. Dit is een ombuiging van 1,1 mld euro in 2021. (VVD_106)
  • De VVD buigt 0,7 mld euro om op het budget van de huurtoeslag. De kan-bepaling wordt geschrapt, de huurgrenzen worden bevroren en studenten worden uitgesloten van de huurtoeslag. (VVD_172)
  • De VVD beperkt de kinderbijslag en het kindgebonden budget tot maximaal 2 kinderen. Dit is een ombuiging van 0,4 mld euro. (VVD_139)
  • De VVD beperkt de duur van de WW-uitkering naar maximaal achttien maanden waarvan de laatste zes maanden op bijstandsniveau zonder inkomens- en partnertoetsen. De partij verhoogt de uitkering naar 80% in de eerste drie maanden en beperkt de opbouw van de uitkering naar een halve maand per gewerkt jaar. De maatregelen leveren een besparing op van 0,3 mld euro in 2021 en dat loopt op tot 0,5 mld euro structureel. (VVD_115)
  • De VVD biedt de mogelijkheid om, actuarieel neutraal, de AOW maximaal drie jaar later te laten ingaan. In de jaren 2019-2021 zijn de AOW-uitgaven lager omdat een deel van de ‘nieuwe’ AOW-gerechtigden opteert voor latere opname. In 2021 is dit effect 0,3 mld euro. Omdat dit vanwege de actuariële neutraliteit leidt tot hogere uitkeringen zijn de AOW-uitgaven op lange termijn echter hoger (0,3 mld euro). De actuariële neutraliteit leidt er bij later opnemen namelijk toe dat de (procentuele) stijging van de uitkeringen groter is dan de (procentuele) daling van het aantal uitkeringsjaren. (VVD_138_a)
  • Om de maximale zorgtoeslag te verlagen, verhoogt de VVD het normpercentage van een alleenstaande met 0,25%-punt en het normpercentage van een stel met 0,5%-punt. Dit is een ombuiging van 0,3 mld euro in 2021. (VVD_145)
  • De VVD schaft de tegemoetkoming arbeidsongeschikten af. De besparing is 0,2 mld euro. (VVD_109)
  • De VVD schaft de kinderopvangtoeslag af voor doelgroepouders. De zogenoemde doelgroepouders werken niet, maar hebben bij uitzondering toch recht op kinderopvangtoeslag. Dit is een ombuiging van 0,1 mld euro. (VVD_140)
  • De VVD voert een langdurigheidskorting in voor bijstandsgerechtigden. De bezuiniging is 0,1 mld euro in 2021. (VVD_132)
  • De VVD schaft de vakantietoeslag in de bijstand af. Dit is een verlaging van de uitkering met 5%. De ombuiging is 0,1 mld euro in 2021 en 0,4 mld euro structureel. (VVD_131)
  • De VVD verrekent de ZW-periode voor zieke werklozen en werknemers van wie de dienstbetrekking eindigt bij ziekte (uitzendkrachten en eindedienstverbanders) met het recht op WW. De maatregel levert een structurele besparing op van 0,1 mld euro. (VVD_118)
  • De VVD vervangt de loonkostensubsidie in de Participatiewet door loondispensatie. Dit levert een besparing op van 0,1 mld euro in 2021 en 0,5 mld euro structureel. (VVD_130)
  • De VVD past het Schattingsbesluit aan zodat het arbeidsongeschiktheidspercentage voortaan wordt gebaseerd op het loon dat men nog kan verdienen in minimaal twee functies. Dit levert een beperkte besparing in 2021 en 0,2 mld euro structureel doordat minder mensen volledig arbeidsongeschikt zullen worden verklaard. (VVD_110)
  • De VVD beperkt de duur van de ANW tot maximaal één jaar. Nabestaanden met onvoldoende inkomen en vermogen komen daarna in aanmerking voor de bijstand. De besparing is 0,1 mld euro structureel. (VVD_137)
  • De VVD verlaagt de WIA-uitkering na de transitieperiode naar 70% minimumloon. De maatregel geldt voor nieuwe gevallen en daardoor is de besparing 0,0 mld euro in 2021 en 1,3 mld euro structureel. (VVD_107)
  • De VVD vervangt het loongerelateerde gedeelte in de WIA door een zogenoemde transitieperiode die afhankelijk is van de benodigde re-integratie-inspanningen (voor nieuwe ziektegevallen). De structurele besparing is 0,4 mld euro. (VVD_108)

Overdrachten aan bedrijven

  • De VVD vergroot het budget voor het lage-inkomensvoordeel (LIV) voor werkgevers die werknemers in dienst nemen met een salaris tot 120% wml. Dit is een intensivering van 0,5 mld euro in 2021. (VVD_245)
  • De VVD kort 0,1 mld euro in 2021 en 0,2 mld euro structureel op subsidies op overdrachten aan bedrijven. (VVD_261_c)

Internationale samenwerking

  • De VVD verhoogt de uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking ten behoeve van asielopvang in de regio met 0,2 mld euro. (VVD_226)
  • De VVD buigt 2,8 mld euro op ontwikkelingssamenwerking om, door ODA te beperken tot noodhulp, verplichte bijdragen en toerekeningen. (VVD_224)
  • De VVD buigt 0,1 mld euro om op internationale samenwerking (HGIS non-ODA), door vrijwillige bijdragen aan internationale organisaties stop te zetten. (VVD_225)

Overig

  • De VVD intensiveert in totaal 0,1 mld euro in sport, Koninklijke Marechaussee/grensbewaking, startups en om lichten op snelwegen aan te doen in de nacht. (VVD_262)
  • De VVD buigt in 2021 0,3 mld euro om door het beperken van de taken van de publieke omroep. (VVD_203)

Tabel 14.1 Netto ombuigingen in 2021, t.o.v. basispad ex ante, mld euro

(-) betekent EMU-saldo verslechterend, (+) betekent EMU-saldo verbeterend. 2021
Totaal 4,3
   
Openbaar bestuur 1,2
Apparaatskorting lokale overheden (VVD_102) 0,7
Apparaatskorting Rijk: openbaar bestuur Rijk (VVD_101_a, 101_b) 0,4
   
Veiligheid -0,7
Intensivering veiligheid en justitie (VVD_219) -0,7
   
Defensie -1,0
Verhogen defensie-uitgaven (VVD_215) -1,0
   
Bereikbaarheid -0,5
Intensiveren in weginfrastructuur (VVD_204) -0,4
Intensivering overige infrastructuur (VVD_208) -0,1
   
   
Onderwijs -0,1
Verhoging lumpsum ter bevordering van kwaliteit leraren (VVD_177, 178, 179, 180) -0,3
Bevorderen aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt (VVD_182, 181, 184, 185) -0,1
Uitbreiden lerarenbeurs (VVD_176) -0,1
Scholingsvouchers t.w.v. 555 euro voor laagopgeleiden (VVD_183) -0,1
Intensivering onderwijs (VVD_263) -0,1
Subsidietaakstelling: Onderwijs (VVD_261_b) 0,3
Generieke korting onderwijs en onderzoek (VVD_191) 0,2
Verminderen instroom met meer dan 50% in kunstopleidingen (VVD_200) 0,1
   
Zorg 0,2
Taakstellende intensivering t.b.v. bezettingsnorm verpleeghuiszorg (VVD_164) -1,9
Afschaffen vermogensinkomensbijtelling Wlz (VVD_165_a) -0,2
Hoofdlijnenakkoord i.c.m. MBI (VVD_142) 1,2
Diverse maatregelen op het gebied van geneesmiddelen. (VVD_144_a, 156_a, 157_a, 158) 0,3
Pakketmaatregel lage ziektelast (VVD_143_a) 0,3
Diverse maatregelen curatieve zorg (VVD_149_a, 150_a, 151_a, 152_a, 153, 154_a, 155) 0,2
Verplichten meerjarige contracten in de Wet langdurige zorg (VVD_166) 0,1
Overhead- en ziekteverzuimnormen in de Wlz (VVD_168) 0,1
Stimuleren integrale dementiezorg (subsidieregeling casemanager dementiezorg) (VVD_169) 0,0
Objectief verdeelmodel Wet langdurige zorg (correctie slechtst presterende kwartiel) (VVD_170) 0,0
   
Sociale zekerheid 2,7
Verhogen kinderopvangtoeslag (VVD_141) -0,5
Loondoorbetaling bij ziekte: collectief tweede jaar kleine werkgevers (VVD_113_a) -0,3
Meer face-to-face gesprekken in dienstverlening UWV (VVD_120) -0,1
Intensivering bijzondere bijstand (VVD_135) -0,1
Uitbreiding beschutte werkplekken (VVD_112) -0,1
Minimumloon ontkoppelen (excl. doorwerking AOW) (VVD_106) 1,1
Ombuiging huurtoeslag (VVD_172) 0,7
Kinderbijslag en kindgebonden budget voor maximaal twee kinderen (VVD_139) 0,4
Duurverkorting WW, eerste maanden hoger en langzamere opbouw (VVD_115) 0,3
Flexibele AOW-leeftijd: maximaal drie jaar later (VVD_138_a) 0,3
Aanpassen normpercentages (verlagen maximale zorgtoeslag) (VVD_145) 0,3
Afschaffen AO-tegemoetkoming (VVD_109) 0,2
Afschaffen kinderopvangtoeslag voor niet-werkende ouders (doelgroepouders) (VVD_140) 0,1
Langdurigheidskorting bijstand (VVD_132) 0,1
Afschaffen vakantietoeslag bijstand (VVD_131) 0,1
Anti-cumulatie WW (VVD_118) 0,1
Loondispensatie Participatiewet (VVD_130) 0,1
Aanscherpen claimbeoordeling (VVD_110) 0,0
ANW beperken tot één jaar (VVD_137) 0,0
WIA-transitieperiode: vervolguitkering 70% wml (VVD_107) 0,0
WIA transitieperiode: afhankelijk van re-integratie (VVD_108) 0,0
   
Overdrachten aan bedrijven -0,4
Uitbreiding LIV (VVD_245) -0,5
Subsidietaakstelling: Overdrachten aan bedrijven (VVD_261_c) 0,1
   
Internationale samenwerking 2,7
Intensivering ontwikkelingssamenwerking voor opvang in de regio (VVD_226) -0,2
Ombuiging ontwikkelingssamenwerking ODA (VVD_224) 2,8
Beëindigen vrijwillige bijdragen internationale organisaties (non ODA) (VVD_225) 0,1
Overig 0,2
Overige intensiveringen (VVD_262) -0,1
Beperken taak Publieke Omroep (VVD_203) 0,3
   

14.1.2Lasten

De VVD verlaagt de collectieve lasten met per saldo 12,0 mld euro in 2021. Een opsomming van de lastenmaatregelen wordt gevolgd door een tabel. Het gaat hier om de beleidsmatige lastenontwikkeling op EMU-basis (blo). De verlaging van 12,0 mld euro is opgebouwd uit een verlaging van 14,7 mld euro voor gezinnen en een verhoging van 2,7 mld euro voor bedrijven.

Inkomen en arbeid

  • De VVD verhoogt het maximale bedrag in de arbeidskorting met in totaal 1734 euro. Daarnaast wordt het afbouwpunt verhoogd met 17.618 euro en wordt het afbouwpercentage verhoogd naar 9%. Per saldo is sprake van een lastenverlichting van 8,8 mld euro in 2021 en 11,3 mld euro structureel. (VVD_237_a, 237_b, 237_c, 237_e)
  • De VVD verhoogt het inkomensafhankelijke deel van de IACK met 4900 euro en verhoogt het opbouwpercentage naar 27%. Dit kost 2,9 mld euro in 2021. (VVD_238)
  • De VVD verlaagt de tarieven van de tweede en derde schijf met 1,1%-punt. Daardoor worden deze tarieven in de structurele situatie gelijk aan het tarief van de eerste schijf. Door deze verlaging ontstaat een lastenverlichting van in totaal 1,7 mld euro in 2021. (VVD_234, 235)
  • De VVD verhoogt de ouderenkorting voor lagere inkomens met 770 euro. Dit is een lastenverlichting van 1,1 mld euro in 2021. (VVD_241)
  • De VVD verlaagt de Aof-premie voor werkgevers. Dit is een lastenverlichting van 0,3 mld euro in 2021. (VVD_246)
  • De VVD verhoogt de algemene heffingskorting met 22 euro. Dit kost 0,2 mld euro in 2021. (VVD_240)
  • De VVD schaft de aftrek specifieke zorgkosten af (inclusief de tegemoetkoming). Dit is een lastenverzwaring van 0,4 mld euro. (VVD_256)
  • De VVD introduceert een collectieve verzekering voor het tweede jaar loondoorbetaling bij ziekte voor bedrijven tot 25 werknemers. De toename van overheidsuitgaven (VVD_113_a) wordt betaald uit een verhoging van werkgeverspremies. Dit is een EMU-relevante lastenverzwaring van 0,3 mld euro. De lastenverzwaring is gedeeltelijk een schuif van private loondoorbetaling naar de collectieve verzekering. (VVD_113_b)
  • De VVD voert in de WW een individueel gedifferentieerde premie in, waardoor werkgevers die weinig mensen de WW laten instromen een lagere premie betalen. Dit wordt budgetneutraal vormgegeven. (VVD_121)

Vermogen en winst

  • De VVD verlaagt het tarief in de eerste schijf van de vennootschapsbelasting van 20% naar 17%, waardoor de lasten voor bedrijven met 0,7 mld euro worden verlicht. (VVD_243)
  • De VVD verhoogt het heffingsvrije vermogen in box 3 van 25 duizend euro naar 35 duizend euro per persoon. Dit is een lastenverlichting van 0,3 mld euro in 2021. (VVD_250)
  • De VVD verhoogt de verhuurderheffing met 2,7 mld euro en verlaagt de liberalisatiegrens naar 600 euro. De VVD handhaaft de huursombenadering zodat corporaties de heffing niet door huurverhogingen kunnen financieren maar genoodzaakt zijn jaarlijks een deel van hun bezit te verkopen. (VVD_247)
  • De VVD beperkt de renteaftrek voor bedrijven door middel van implementatie van de ATAD-richtlijn zoals beschreven in bouwsteen 0 van de werkgroep fiscaliteit van de Studiegroep Duurzame Groei. Dit betekent dat de aftrekbaarheid van rente wordt beperkt tot maximaal 30% van de winst voor rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie (EBITDA) met een drempel van 3 mln euro en een groepsvrijstelling. Dit is een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,7 mld euro. (VVD_244)

Milieu

  • De VVD verlaagt de opbrengst van de bpm taakstellend 0,1 mld euro. (VVD_254)
  • De VVD verlaagt de opbrengst van de motorrijtuigenbelasting taakstellend met 0,1 mld euro. (VVD_255)

Tabel 14.2Lastenmutaties t.o.v. basispad in 2021, ex ante, mld euro

(-) betekent EMU-saldo verslechterend, (+) betekent EMU-saldo verbeterend. 2021
        bedrijven 2,7
   
Inkomen en arbeid -14,2
Verhogen arbeidskorting (VVD_237_a, 237_b, 237_c, 237_e) -8,8
Verhogen inkomensafhankelijke combinatiekorting (VVD_238) -2,9
Verlagen tarief tweede schijf met 1,1%-punt in box 1 (VVD_234, 235) -1,7
Verhogen ouderenkorting onder de inkomensgrens (VVD_241) -1,1
Verlaging Aof-premie (VVD_246) -0,3
Verhogen algemene heffingskorting (VVD_240) -0,2
Afschaffen aftrek specifieke zorgkosten (VVD_256) 0,4
Loondoorbetaling bij ziekte: premie tweede jaar kleine werkgevers (VVD_113_b) 0,3
Premiedifferentiatie WW (VVD_121) 0,0
   
Vermogen en winst 2,4
Verlagen eerste schijf vennootschapsbelasting (VVD_243) -0,7
Verhoging heffingsvrije vermogen in box 3 van 25.000 euro naar 35.000 euro (VVD_250) -0,3
Verhogen verhuurderheffing (VVD_247) 2,7
Beperken renteaftrek bedrijven (VVD_244) 0,7
   
Milieu -0,2
Verlagen bpm (VVD_254) -0,1
Verlagen motorrijtuigenbelasting (VVD_255) -0,1
   
Totaal beleidsmatige lasten -12,0
w.v. gezinnen -14,7

14.2 PvdA

Deze paragraaf geeft een gedetailleerd overzicht van de door de PvdA voorgestelde maatregelen en hun effecten op de overheidsfinanciën. De bedragen zijn ex ante, in prijzen 2017 en betreffen afwijkingen ten opzichte van de middellangetermijnverkenning zoals weergegeven in hoofdstuk 4 van de Macro Economische Verkenning 2017.

14.2.1Uitgaven

De PvdA intensiveert per saldo 22,2 mld euro in 2021 op de collectieve uitgaven. Na een opsomming volgt een tabel met de uitgavenmaatregelen.

Openbaar bestuur

  • De PvdA creëert structureel 100.000 publieke banen, waarvan een deel bij de overheid terechtkomt (PvdA_106_b) en een deel bij het onderwijs (PvdA_106_a). In 2021 zijn 40.000 van de structurele 100.000 plekken gerealiseerd. Het totale budgettair beslag (inclusief het deel dat bij het onderwijs terechtkomt) is 1,5 mld euro in 2021 en structureel 3,8 mld euro. (PvdA_106_b)
  • De PvdA intensiveert 0,5 mld euro in de Belastingdienst. De daardoor gegenereerde extra belastingopbrengst is gelijk aan dit bedrag (zie PvdA_215_b). (PvdA_215_a)

Veiligheid

  • De PvdA verhoogt de uitgaven aan politie met 0,3 mld euro ten behoeve opleidingen, innovatie, cyberdreiging, bestrijding mensensmokkel en projecten tegen radicalisering. (PvdA_180)
  • De PvdA trekt 0,1 mld euro ter vergroting van het aantal wijkagenten tot een norm van 1 wijkagent per 5000 inwoners. (PvdA_181)
  • De PvdA kort op subsidies. Deze generieke subsidietaakstelling leidt tot een beperkte besparing op veiligheid. (PvdA_276_c)

Defensie

  • De PvdA verhoogt de defensie-uitgaven, met 0,4 mld euro in 2021. (PvdA_186)
  • De PvdA kort op subsidies. Deze generieke subsidietaakstelling leidt tot een beperkte besparing bij defensie. (PvdA_276_e)

Bereikbaarheid

  • De PvdA trekt 0,2 mld euro extra uit voor het openbaar vervoer. (PvdA_195)
  • Het invoeren van de kilometerheffing op vrachtwagens (Maut) leidt tot exploitatiekosten. Dit is een intensivering van 0,2 mld euro. (PvdA_222_c)
  • Het invoeren van de kilometerheffing op bestel- en personenauto's leidt tot exploitatiekosten. Dit is een intensivering van 0,2 mld euro. (PvdA_223_c)
  • De PvdA trekt 0,1 mld euro extra uit voor aanleg van fiets- en wandelpaden. (PvdA_202_a)

Milieu

  • De PvdA introduceert een investeringsfonds duurzame energie. Dit is een intensivering van 0,3 mld euro. (PvdA_212)
  • De PvdA besteedt tijdens de kabinetsperiode jaarlijks 0,2 mld euro aan woningisolatie. (PvdA_201)
  • Bij de PvdA nemen de SDE+-uitgaven toe met 0,2 mld euro in 2021 (geen structureel effect). Het gaat hierbij om het naar voren halen van uitgaven aan zon-pv. (PvdA_282_a)
  • Om de gaswinning in Groningen met 5 mld Nm3 te kunnen verlagen (PvdA_213_a) zijn investeringen in de infrastructuur nodig. Dit is een jaarlijkse intensivering van 0,1 mld euro tijdens de kabinetsperiode. Het structurele effect is 0. (PvdA_213_b)
  • De PvdA trekt 0,1 mld euro uit voor de verbetering van de ecologische structuur. (PvdA_196)
  • De PvdA kort op subsidies. Deze generieke subsidietaakstelling leidt tot een beperkte besparing op milieusubsidies. (PvdA_276_f)

Onderwijs

  • De PvdA creëert structureel 100.000 publieke banen, waarvan een deel bij het onderwijs terechtkomt (PvdA_106_a) en een deel bij de overheid (PvdA_106_b). In 2021 zijn 40.000 van de structurele 100.000 plekken gerealiseerd. Het totale budgettair beslag (inclusief het deel dat bij de overheid terechtkomt) is 1,5 mld euro in 2021 en structureel 3,8 mld euro. (PvdA_106_a)
  • De PvdA verhoogt de lumpsum van het primair en voortgezet onderwijs samen met 0,5 mld euro met als doel verlaging van de lestaak van leraren op achterstandsscholen met 120 klokuren per fte per jaar. (PvdA_169_a)
  • De PvdA verhoogt de lumpsum van het primair onderwijs met 0,4 mld euro met als doel 3,25% salarisverhoging voor docenten. (PvdA_170_a)
  • De PvdA verhoogt de lumpsum van het voortgezet onderwijs met 0,4 mld euro, waarvan 0,3 mld euro met als doel 3,5% salarisverhoging voor docenten en 0,1 mld euro met als doel het stimuleren van een brede brugklas. (PvdA_170_b, 172)
  • De PvdA intensiveert 0,3 mld euro in scholingsvouchers van 415 euro voor laag- en middelbaar opgeleide werkenden. (PvdA_168)
  • De PvdA verhoogt de uitgaven voor fundamenteel onderzoek en wetenschap met 0,2 mld euro. (PvdA_174)
  • De PvdA intensiveert 0,2 mld euro om vroeg- en voorschoolse educatie uit te breiden van tien naar zestien uur. (PvdA_156_a)
  • De PvdA verlaagt het collegegeld voor de tweede bachelor- en tweede masterstudie naar de hoogte van het wettelijk collegegeld. Dit is een intensivering van 0,2 mld euro. (PvdA_167_b)
  • De PvdA verhoogt de lumpsum van het voortgezet onderwijs en mbo met in totaal 0,1 mld euro met als doel het verminderen van achterstanden en het stimuleren van taalonderwijs voor vluchtelingen. (PvdA_160)
  • De PvdA intensiveert 0,1 mld euro in scholingsvouchers van 555 euro voor laagopgeleiden. (PvdA_167_a)
  • De PvdA verlengt het vmbo met één jaar, wat een intensivering van 0,1 mld euro in 2021 betekent en een structurele intensivering van 0,6 mld euro. (PvdA_159)
  • De PvdA buigt generiek taakstellend 0,4 mld euro in 2021 en 0,5 mld euro structureel om op subsidies uitgegeven door het ministerie van OCW. (PvdA_276_d)

Zorg

  • De PvdA schaft het verplicht eigen risico af. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_021d). Door interactie met het hoofdlijnenakkoord (PvdA_149_a) zijn de eigen betalingen onder het eigen risico lager. Het afschaffen van het eigen risico resulteert hierdoor in een verhoging van de collectieve zorguitgaven van 4,3 mld euro. Het gaat deels om een verschuiving van private naar collectieve zorguitgaven. (PvdA_133_a, 133_d)
  • De PvdA intensiveert 0,5 mld euro in 2021 in de verpleeghuiszorg. (PvdA_155)
  • De PvdA intensiveert voor 0,3 mld euro in 2021 in de wijkverpleging. (PvdA_139)
  • De PvdA intensiveert taakstellend 0,1 mld euro in 2021 voor verschillende doeleinden op het gebied van zorg, welzijn en sport (zowel breedtesport als topsport). (PvdA_143)
  • De PvdA verhoogt de Rijksbijdrage Wmo aan gemeenten in 2021 met 0,1 mld euro met het oog op betere arbeidsvoorwaarden in de thuiszorg. (PvdA_277)
  • De PvdA heeft de intentie om in de ziekenhuiszorg en de geestelijke gezondheidszorg een hoofdlijnenakkoord af te sluiten in combinatie met het macrobeheersinstrument. Per saldo resulteren ombuigingen van 0,9 mld euro in de ziekenhuiszorg en 0,1 mld euro in de geestelijke gezondheidszorg. Voor ombuigingen geldt dat lagere zorguitgaven leiden tot minder zorg of lagere kwaliteit van zorg. (PvdA_149_a)
  • De PvdA neemt in de curatieve zorg drie maatregelen uit Zorgkeuzes in Kaart op het gebied van geneesmiddelen: herberekening van limieten geneesmiddelenvergoedingssysteem (ZiK_066), uitbreiding centrale inkoop genees- en hulpmiddelen door de Rijksoverheid (ZiK_071), en aanpassing Wet geneesmiddelenprijzen (ZiK_065). Bij de herberekening van limieten geneesmiddelenvergoedingssysteem gaat het deels om een verschuiving van collectieve naar private zorguitgaven. Samen betreft dit een ombuiging van 0,4 mld euro. (PvdA_266_a, 267_a, 268_a)
  • De PvdA voert in de Wlz een verplichting in voor zorgkantoren (Wlz-uitvoerders) om meerjarige contracten met budgetafspraken af te sluiten met zorgaanbieders. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_085). Het is een ombuiging van 0,2 mld euro in 2021. De structurele ombuiging is 0,1 mld euro. De concurrentie tussen aanbieders neemt namelijk op den duur af. (PvdA_150)
  • De PvdA neemt in de curatieve zorg diverse kleine maatregelen uit Zorgkeuzes in Kaart: capaciteitsregulering dure infrastructuur (ZiK_041), capaciteitsplan spoedeisende hulp (ZiK_042), substitutie eenvoudige tweedelijnszorg (ZiK_051) en verminderen vermijdbare heropnames (ZiK_060). Tezamen is dit een ombuiging van 0,1 mld euro. (PvdA_269, 140, 142, 270)
  • De overheid verplicht zorgkantoren om bij de zorginkoop in de Wlz gedifferentieerde tarieven te hanteren die afhangen van het overheadpercentage en het ziekteverzuim van de aanbieder. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_002). Het is een ombuiging van 0,1 mld euro in 2021. (PvdA_151)
  • De PvdA zet in op gepast gebruik van zorg. Deze maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_014) betekent een ombuiging van 0,1 mld euro. (PvdA_136)
  • De PvdA beperkt de voorwaardelijke toelating tot een subsidieregeling. Deze maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_013a) betekent een ombuiging van 0,1 mld euro. (PvdA_135)
  • Medisch specialisten in loondienst komen onder de Wet normering topinkomens (WNT). Het maximale salaris dat een medisch specialist in loondienst mag ontvangen wordt zo genormeerd. Dit betreft een structurele ombuiging van 0,1 mld euro. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_007). (PvdA_138)

Sociale zekerheid

  • De PvdA verhoogt de kinderopvangtoeslag voor alle inkomensniveaus, door een verlaging van de ouderbijdrage. Dit is een intensivering van 2,0 mld euro. (PvdA_120)
  • De PvdA verhoogt de AOW-uitkering met (netto) 4%. Dit is een intensivering van 1,6 mld euro in 2021. (PvdA_128)
  • Als gevolg van de afschaffing van het eigen risico door de PvdA daalt de standaardpremie voor de zorgtoeslag met 281 euro in 2021. Dit zou een ombuiging zijn van 1,5 mld euro in 2021. De partij kiest er voor om de zorgtoeslag niet te verlagen en daar bovenop een verhoging door te voeren. Dit is een intensivering van 1,0 mld euro in 2021. (PvdA_133_c)
  • De PvdA verhoogt de inkomensondersteuning AOW voor ouderen met een inkomen tot 30.000 euro. Dit is een intensivering van 0,5 mld euro in 2021. (PvdA_249)
  • De PvdA biedt de mogelijkheid om de AOW maximaal 3 jaar eerder of later te laten ingaan. Bij latere opname is dit geheel actuarieel neutraal. Bij eerdere opname wordt van de actuariële neutraliteit afgeweken: voor de laagste een-derde qua inkomenshoogte is bij eerdere opname de korting 4,5%, voor de middelste groep 6,5% en voor de hoogste een-derde is de korting 8,5%. Ook geldt bij eerdere opname de restrictie dat de leeftijd van 65 moet zijn bereikt. In de jaren tot 2021 leidt de overwegend vervroegde opname tot hogere AOW-uitgaven. In 2021 is dit 0,4 mld euro. Op lange termijn leidt het grote aandeel vervroegde opnemers met een korting die kleiner is dan actuarieel neutraal tot lagere uitkeringsniveaus. Omdat uitkeringen naar voren worden gehaald valt het totaal aan AOW-uitkeringen later uiteindelijk 0,6 mld euro lager uit. Dit is een gevolg van het gegeven dat bij vervroegde opname de actuariële neutraliteit het noodzakelijk maakt dat de (procentuele) korting op de uitkeringshoogte groter is dan de (procentuele) stijging van het aantal jaren waarover de uitkering wordt versterkt. (PvdA_124_a)
  • De PvdA breidt het betaald geboorteverlof voor de partner uit met twaalf weken tegen 70% van het loon. Dit is een intensivering van 0,2 mld euro. (PvdA_119)
  • De PvdA verhoogt de kinderbijslag. Dit is een intensivering van 0,2 mld euro. (PvdA_279)
  • De PvdA introduceert een collectieve verzekering voor het tweede jaar loondoorbetaling bij ziekte voor bedrijven tot tien werknemers. De overheidsuitgaven nemen met 0,2 mld euro toe. Hier staat een verhoging van de werkgeverspremies tegenover (zie PvdA_105_b). (PvdA_105_a)
  • Niet-werkende ouders met kinderen van twee tot vier jaar krijgen recht op kinderopvangtoeslag voor maximaal 16 uur per week. Dit is een intensivering van 0,2 mld euro. (PvdA_156_b)
  • De PvdA vertraagt de afbouw van de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting in het referentieminimumloon naar 2,5% per jaar. De intensivering van de bijstandsuitgaven is 0,1 mld euro in 2021. Er is geen structureel effect. (PvdA_281)
  • De PvdA stelt 0,1 mld euro beschikbaar voor de bestrijding van armoede. (PvdA_117)
  • De PvdA stelt een geoormerkt budget beschikbaar voor meer face-to-face gesprekken in de dienstverlening van het UWV. Dit is een intensivering van 0,1 mld euro in 2021. (PvdA_126)
  • De PvdA verhoogt de bijstandsuitkering naar 71% minimumloon voor alleenstaanden en 101% minimumloon voor paren. De intensivering is 0,1 mld euro. (PvdA_280)
  • De PvdA breidt het aantal beschutte werkplekken uit met 20.000 plekken. De ingroei van deze extra werkplekken sluit aan bij het ingroeipad van de oorspronkelijke plekken. Dit is een intensivering van 0,1 mld euro in 2021 en een structurele intensivering van 0,5 mld euro. (PvdA_111)
  • De PvdA schaft het jeugdminimumloon af vanaf 18 jaar. Dit betekent een verhoging van de Wajonguitkeringen voor achttien- tot en met twintigjarigen met structureel 0,1 mld euro. (PvdA_116_a)
  • De PvdA introduceert een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen, met een uitkering van maximaal 70% van het minimumloon. De premies zijn kostendekkend en worden betaald uit het winstinkomen, conform de variant in het IBO Zelfstandigen zonder personeel. Deze maatregel groeit langzaam in vanaf 2021, in dat jaar zijn zowel premielasten als uitgaven nog verwaarloosbaar. Uiteindelijk leiden de uitkeringen tot een structurele intensivering van 1,3 mld euro. (PvdA_230_b)
  • De PvdA maakt werkgevers verantwoordelijk voor het eerste half jaar WW met een uitzondering voor bedrijven met minder dan 10 werknemers. De maatregel levert een structurele besparing op van 0,7 mld euro. De maatregel impliceert een niet-EMU relevante lastenverzwaring voor bedrijven. (PvdA_130_a)
  • De PvdA schaft vanaf 2020 de huurtoeslag af in twintig jaar en introduceert in de plaats hiervan een inkomensafhankelijke woonquote. De opbrengst van het afschaffen van de huurtoeslag wordt volledig gebruikt voor compensatie aan verhuurders (zie PvdA_190). Het vervallen van de huurtoeslag is een ombuiging van 0,4 mld euro in 2021 en 3,7 mld euro structureel. (PvdA_189)
  • De PvdA behoudt de IOW-uitkering voor oudere werklozen, vanaf 60 jaar tot de pensioenleeftijd. Dit heeft alleen een structureel effect (0,2 mld euro). (PvdA_129)

Overdrachten aan bedrijven

  • De PvdA vergroot het budget voor het lage-inkomensvoordeel (LIV) en breidt de doelgroep uit. De LIV gaat gelden voor werkgevers die werknemers in dienst nemen met een salaris tot 130% wml. Dit is een intensivering van 2,5 mld euro in 2021. (PvdA_108)
  • De PvdA vergroot het budget voor het loonkostenvoordeel (LKV) voor werkgevers die oudere werknemers of mensen met een arbeidsbeperking in dienst nemen. Dit is een intensivering van 1,5 mld euro in 2021. (PvdA_109)
  • De PvdA compenseert verhuurders via een compensatiefonds voor de daling van de huurinkomsten als gevolg van de invoering van de woonquote. Dit is een intensivering van 0,4 mld euro in 2021. De structurele intensivering is 3,8 mld euro. Het compensatiefonds wordt daarnaast deels gevuld door verhuurders die als gevolg van de invoering van de woonquote meer huurinkomsten ontvangen. (PvdA_190)
  • De PvdA stimuleert via een investeringsfonds de nieuwbouw van sociale huurwoningen. Dit is een intensivering van 0,3 mld euro in 2021. (PvdA_187)
  • De PvdA kort in totaal 0,9 mld euro in 2021 en 1,0 mld euro structureel op subsidies. Deze generieke subsidietaakstelling leidt tot een besparing van 0,1 mld euro in 2021 en 0,2 mld euro structureel op overdrachten aan bedrijven. (PvdA_276_g)

Internationale samenwerking

  • De PvdA verhoogt de uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking naar 0,7% bni, een intensivering van 2,0 mld euro. (PvdA_206)

Overig

  • De PvdA trekt 0,3 mld euro uit voor een investeringsfonds voor de provincie Groningen. (PvdA_211)
  • De PvdA trekt 0,1 mld euro uit voor versterking van de wijkvoorzieningen in gemengde wijken. (PvdA_101)
  • De PvdA verhoogt het budget voor kunst en cultuur met 0,1 mld euro. (PvdA_173)
  • De PvdA trekt 0,1 mld euro uit ter versterking van de nationale publieke omroep en de regionale en lokale omroep. (PvdA_175)
  • De PvdA trekt 0,1 mld euro uit ter vergroting van de toegankelijkheid van de rechtsbijstand. (PvdA_184)
  • De PvdA trekt 0,1 mld euro uit gericht op behoud van voorzieningen voor onder andere onderwijs en zorg in krimpgebieden. (PvdA_192)
  • De PvdA trekt 0,1 mld euro uit voor uitbreiding van de personele bezetting van de NVWA met 1000 fte. (PvdA_203)
  • De PvdA kort 0,2 mld euro op subsidies op de VWS-begroting. (PvdA_276_b, 276_a)
  • De extra boeteopbrengsten van de NVWA als gevolg van de formatieve-uitbreiding (zie PvdA_203) zijn gelijk aan de kosten daarvan, namelijk 0,1 mld euro. (PvdA_204)

Tabel 14.3 Netto ombuigingen in 2021, t.o.v. basispad ex ante, mld euro

(-) betekent EMU-saldo verslechterend, (+) betekent EMU-saldo verbeterend. 2021
Totaal -22,2
   
Openbaar bestuur -1,3
Publieke banen (deel openbaar bestuur) (PvdA_106_b) -0,8
Intensivering belastingdienst (PvdA_215_a) -0,5
   
Veiligheid -0,4
Intensivering politie overig (PvdA_180) -0,3
Intensivering politie, wijkagenten (PvdA_181) -0,1
Subsidietaakstelling: Veiligheid (PvdA_276_c) 0,0
   
Defensie -0,4
Verhoging defensie-uitgaven (PvdA_186) -0,4
Subsidietaakstelling: Defensie (PvdA_276_e) 0,0
Bereikbaarheid -0,6
Intensivering openbaar vervoer (PvdA_195) -0,2
Invoeren kilometerheffing vrachtwagens (exploitatiekosten) (PvdA_222_c) -0,2
Invoeren kilometerheffing bestel- en personenauto's (exploitatiekosten) (PvdA_223_c) -0,2
Intensivering fiets- en wandelpaden (PvdA_202_a) -0,1
   
Milieu -1,0
Investeringsfonds duurzame energie (PvdA_212) -0,3
Intensivering woningisolatie (PvdA_201) -0,2
Verruimen SDE+ (zon-pv) (PvdA_282_a) -0,2
Verlagen gaswinning in Groningen (investeringskosten) (PvdA_213_b) -0,1
Intensivering ecologische structuur (PvdA_196) -0,1
Subsidietaakstelling: Milieu (PvdA_276_f) 0,0
   
Onderwijs -2,6
Publieke banen (deel onderwijs) (PvdA_106_a) -0,8
Verhogen lumpsum achterstandsscholen po en vo (PvdA_169_a) -0,5
Verhogen lumpsum po (PvdA_170_a) -0,4
Verhogen lumpsum vo (PvdA_170_b, 172) -0,4
Scholingsvouchers t.w.v. 415 euro voor laag- en middelbaar opgeleide werkenden (PvdA_168) -0,3
Wetenschapsagenda (PvdA_174) -0,2
Intensivering VVE (naar 16 uur) (PvdA_156_a) -0,2
Publiek bekostigen tweede bachelor en master (en stapelen) (PvdA_167_b) -0,2
Verhogen lumpsum vo en mbo (PvdA_160) -0,1
Scholingsvouchers t.w.v. 555 euro voor laagopgeleiden (PvdA_167_a) -0,1
VMBO met één jaar verlengen (PvdA_159) -0,1
Subsidietaakstelling: Onderwijs (PvdA_276_d) 0,4
   
Zorg -3,2
Afschaffen van het verplicht eigen risico (PvdA_133_a, 133_d) -4,3
Taakstellende intensivering verpleeghuiszorg (PvdA_155) -0,5
Intensivering wijkverpleging (PvdA_139) -0,3
Sport en diverse intensiveringen zorg (PvdA_143) -0,1
Verhoging Rijksbijdrage Wmo (PvdA_277) -0,1
Hoofdlijnenakkoord ziekenhuiszorg en ggz i.c.m. MBI (PvdA_149_a) 1,0
Diverse maatregelen op het gebied van geneesmiddelen. (PvdA_266_a, 267_a, 268_a) 0,4
Verplichten meerjarige contracten in de Wet langdurige zorg (PvdA_150) 0,2
Capaciteitsregulering dure infrastructuur (PvdA_269, 140, 142, 270) 0,1
Overhead- en ziekteverzuimnormen in de Wet langdurige zorg (PvdA_151) 0,1
Gepast gebruik (PvdA_136) 0,1
Aanpassen voorwaardelijke toelating (als subsidie) (PvdA_135) 0,1
Medisch specialisten in loondienst onder de WNT (PvdA_138) 0,0
   
Sociale zekerheid -5,7
Verhoging kinderopvangtoeslag (PvdA_120) -2,0
Verhogen AOW-uitkering (PvdA_128) -1,6
Afschaffen eigen risico: effect zorgtoeslag (PvdA_133_c) -1,0
Inkomensafhankelijke inkomensondersteuning AOW (PvdA_249) -0,5
Flexibilisering AOW tot drie jaar eerder of later (PvdA_124_a) -0,4
Uitbreiding betaald geboorteverlof (PvdA_119) -0,2
Verhoging kinderbijslag (PvdA_279) -0,2
Loondoorbetaling bij ziekte: collectief tweede jaar kleine werkgevers (PvdA_105_a) -0,2
Kinderopvangtoeslag voor niet-werkende ouders met kinderen van twee tot vier jaar (PvdA_156_b) -0,2
Vertragen afbouw overdraagbaarheid AHK in het referentieminimumloon (PvdA_281) -0,1
Intensivering armoedebeleid (PvdA_117) -0,1
Meer face-to-face gesprekken in dienstverlening UWV (PvdA_126) -0,1
Verhoging bijstand met 1%-punt (PvdA_280) -0,1
Uitbreiding beschutte werkplekken (PvdA_111) -0,1
Jeugdminimumloon vanaf 18 jaar afschaffen (PvdA_116_a) 0,0
Verplichte AOV voor zelfstandigen op wml-niveau (uitgaven) (PvdA_230_b) 0,0
Werkgevers eerste half jaar verantwoordelijk voor WW, uitzondering voor kleine bedrijven (PvdA_130_a) 0,7
Geleidelijke afschaffing huurtoeslag en invoering woonquote (PvdA_189) 0,4
Structurele IOW (PvdA_129) 0,0
   
Overdrachten aan bedrijven -4,5
Uitbreiding LIV (PvdA_108) -2,5
Uitbreiding LKV (PvdA_109) -1,5
Compensatiefonds verhuurders (PvdA_190) -0,4
Investeringsfonds sociale woningbouw (PvdA_187) -0,3
Subsidietaakstelling: Overdrachten aan bedrijven (PvdA_276_g) 0,1
   
Internationale samenwerking -2,0
Intensivering ontwikkelingssamenwerking: ODA naar 0,7% bni (PvdA_206) -2,0
   
Overig -0,6
Investeringsfonds voor de provincie Groningen (PvdA_211) -0,3
Extra geld voor gemengde wijken (PvdA_101) -0,1
Intensivering kunst en cultuur (PvdA_173) -0,1
Budget NPO en regionale omroep (PvdA_175) -0,1
Intensivering gesubsidieerde rechtsbijstand (PvdA_184) -0,1
Steun aan krimpgebieden (PvdA_192) -0,1
Intensivering NVWA (PvdA_203) -0,1
Subsidietaakstelling: VWS-begroting (PvdA_276_b, 276_a) 0,2
Boeteopbrengsten NVWA door handhaving (PvdA_204) 0,1
   

14.2.2Lasten

De PvdA verhoogt de collectieve lasten met per saldo 10,0 mld euro in 2021. Een opsomming van de lastenmaatregelen wordt gevolgd door een tabel. Het gaat hier om de beleidsmatige lastenontwikkeling op EMU-basis (blo). De verhoging van 10,0 mld euro is opgebouwd uit een verlaging van 7,9 mld euro voor gezinnen, een verhoging van 17,4 mld euro voor bedrijven en een verhoging van 0,5 mld euro voor het buitenland.

Inkomen en arbeid

  • De PvdA vervangt de arbeidskorting en zelfstandigenaftrek door een werknemers- en zelfstandigenvoordeel. Het maximale bedrag in het werknemersvoordeel wordt verhoogd met 1365 euro. De omzetting voor zelfstandigen is neutraal. Per saldo is sprake van een lastenverlichting van 8,1 mld euro in 2021 (8,0 mld euro structureel). (PvdA_102_a, 102_b, 102_c, 125_a, 125_c, 232)
  • De PvdA intensiveert 4,5 mld euro in de inkomensafhankelijke combinatiekorting door het maximale bedrag met 8980 euro en het opbouwpercentage met 27,07%-punt te verhogen. (PvdA_242)
  • De PvdA verhoogt de algemene heffingskorting met 284 euro. Dit is een lastenverlichting van 2,5 mld euro in 2021. (PvdA_241_a)
  • De PvdA verhoogt de ouderenkorting voor lagere inkomens met 650 euro. De intensivering is 1,0 mld euro. (PvdA_247)
  • De PvdA verplicht zelfstandigen tot pensioenopbouw tot het niveau van de socialepremiegrens. De hogere aftrek van pensioenpremies kost 0,7 mld euro in 2021. Op lange termijn zijn belastbare pensioenuitkeringen hoger door de hogere pensioenpremies. (PvdA_121_j, 121_c, 121_d)
  • De PvdA verplicht werknemers die nog geen verplicht pensioen opbouwen tot pensioenopbouw tot het niveau van de socialepremiegrens. De hogere aftrek van pensioenpremies kost 0,1 mld euro in 2021. Op lange termijn zijn belastbare pensioenuitkeringen hoger door de hogere pensioenpremies. (PvdA_121_f, 121_h, 121_i)
  • De PvdA verhoogt de WW-premie voor werkgevers, een lastenverzwaring van 8 mld euro in 2021. (PvdA_231)
  • De PvdA verhoogt de eerste drie schijftarieven met 1%-punt, ter dekking van het afschaffen van het eigen risico in de Zvw. Dit is een lastenverzwaring van 3,4 mld euro in 2021. (PvdA_134)
  • de PvdA schaft de 30%-regeling voor ingekomen werknemers en de regeling extraterritoriale kosten af. Dit is een lastenverzwaring voor gezinnen van 0,8 mld euro. (PvdA_236)
  • De PvdA laat de lengte van de derde schijf in box 1 alleen indexeren met de tabelcorrectiefactor en schaft verdere verhogingen vanaf 2018 af. Dit is een lastenverzwaring van 0,7 mld euro in 2021. Structureel is dit een lastenverzwaring van 2,3 mld euro. (PvdA_245)
  • De PvdA verkleint de marge in de gebruikelijkloonregeling in box 2 tot 5%, waardoor een groter deel van het inkomen van de DGA onder de progressieve heffing van box 1 valt. Dit is een lastenverzwaring van 0,6 mld euro in 2021 en 0,2 mld euro structureel. (PvdA_260)
  • Vanaf 2019 voert de PvdA in dat premies worden geheven over het verzamelinkomen. Dit is een lastenverzwaring van 0,5 mld euro in 2021. (PvdA_234)
  • De PvdA introduceert een toptarief ('vijfde schijf'): voor inkomsten boven 150.000 euro geldt een belastingtarief van 60%. Dat betekent een lastenverzwaring van 0,3 mld euro in 2021. Omdat het hoogste schijftarief bij ongewijzigd beleid zou afnemen, is het structurele effect iets groter, namelijk 0,4 mld euro. (PvdA_246)
  • De PvdA schaft geleidelijk in tien jaar de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld ('wet Hillen') af. Dit is een lastenverzwaring van 0,3 mld euro in 2021 en 1,4 mld euro structureel. (PvdA_252)
  • De PvdA laat het inkomen uit box 2 en box 3 meetellen bij het bepalen van de algemene heffingskorting. De lastenverzwaring is 0,2 mld euro. (PvdA_243)
  • De PvdA beperkt de mkb-winstaftrek tot de balkenendenorm (179 duizend euro). Dat leidt tot een lastenverzwaring van 0,2 mld euro in 2021. (PvdA_255)
  • De PvdA topt de hypotheekrenteaftrek in tien jaar af tot de rente over een eigenwoningschuld van 500.000 euro. Dit is een lastenverzwaring van 0,2 mld euro in 2021. (PvdA_235)
  • De PvdA verlaagt de verplichtstelling voor pensioenpremies naar twee keer modaal. Daarboven mag ook (fiscaal gefaciliteerd tot de huidige aftoppingsgrens van ruim 100.000 euro) worden opgebouwd, maar dan vrijwillig. De lagere benutting van premieaftrek leidt tot een lastenverzwaring van 0,2 mld euro in 2021. Op lange termijn zijn belastbare pensioenuitkeringen lager door een lagere premie-inleg. (PvdA_122)
  • De PvdA introduceert een collectieve verzekering voor het tweede jaar loondoorbetaling bij ziekte voor bedrijven tot tien werknemers. De toename van de overheidsuitgaven (PvdA_105_a) wordt betaald uit een verhoging van werkgeverspremies. Dit is een EMU-relevante lastenverzwaring van 0,2 mld euro. De lastenverzwaring is gedeeltelijk een schuif van private loondoorbetaling naar de collectieve verzekering. (PvdA_105_b)
  • De PvdA verhoogt het tarief in de vierde schijf naar 53%. Dat betekent een lastenverzwaring van 0,2 mld euro in 2021. Omdat het schijftarief bij ongewijzigd beleid zou afnemen, is het structurele effect iets groter, namelijk 0,5 mld euro. (PvdA_244)
  • Voor nieuwe gevallen schaft de PvdA de huidige startersaftrek af, inclusief de extra verliesverrekening. Deze aftrekpost wordt vervangen door een aannamebonus van maximaal 10.000 euro, als zij in de eerste drie jaar werknemers in dienst nemen. Per saldo is sprake van een lastenverzwaring van 0,1 mld euro. (PvdA_112_a, 112_b)
  • De PvdA introduceert een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen, met een uitkering van maximaal 70% van het minimumloon. De premies zijn kostendekkend en worden betaald uit het winstinkomen, conform de variant in het IBO Zelfstandigen zonder personeel. Deze maatregel groeit langzaam in vanaf 2021, in dat jaar zijn zowel premielasten als uitgaven nog verwaarloosbaar. Structureel leidt de premieheffing tot een lastenverzwaring van 0,7 mld euro. (PvdA_230_a, 230_c)
  • De PvdA voert in de WW een individueel gedifferentieerde premie in, waardoor werkgevers die weinig mensen de WW laten instromen een lagere premie betalen. Dit wordt budgetneutraal vormgegeven. (PvdA_104)

Vermogen en winst

  • De PvdA verlaagt de verhuurderheffing voor woningcorporaties die bovengemiddeld veel investeren. Dit is een taakstellende lastenverlichting van 0,2 mld euro. (PvdA_191)
  • De PvdA beperkt de aftrekbaarheid van rente voor bedrijven tot maximaal 30% van de winst voor rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie (EBITDA) met een drempel van 1 mln euro zonder groepsvrijstelling, conform de bouwstenen 0 en 1 van de werkgroep fiscaliteit van de Studiegroep Duurzame Groei. Dit betekent een lastenverzwaring voor bedrijven van 1,2 mld euro. Daarnaast beperkt de partij belastingontwijking door bedrijven via Nederland door de introductie van een bronbelasting op uitgaande rente en royalty's naar landen met een vpb-tarief lager dan 10%, conform de bouwstenen 11 en 12 van eerder genoemde werkgroep. In dat kader wordt ook de switch- overbepaling in de vennootschapsbelasting aangescherpt zodat er bijheffing plaatsvindt over inkomende dividenden uit zowel passieve als actieve structuren uit landen met een vpb-tarief lager dan 10%. Dit laatste voorstel heeft een beperkte budgettaire opbrengst in 2021, waardoor het totale pakket aan maatregelen leidt tot een lastenverzwaring voor bedrijven van 1,3 mld euro. (PvdA_259_a, 259_b, 259_c)
  • De PvdA verhoogt het tarief van de tweede schijf van de vennootschapsbelasting van 25% naar 27% en verzwaart zo de lasten voor bedrijven met 1,0 mld euro. (PvdA_264_b)
  • De PvdA introduceert een voorheffing van jaarlijks 4% in box 2. Dat is een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,8 mld euro in 2021. Structureel is dit lastenneutraal. (PvdA_272)
  • De PvdA verhoogt de bankenbelasting taakstellend met 0,6 mld euro. (PvdA_256)
  • De PvdA voert een vermogensaanwasbelasting met progressief tarief in per 2021. Voor een vermogensaanwas tot 9250 euro geldt een tarief van 30% en voor vermogensaanwas vanaf 9250 euro geldt een tarief van 40%. Dit is een lastenverzwaring van 0,5 mld euro. Structureel is er sprake van een lastenverzwaring van 0,6 mld euro. (PvdA_237, 238)
  • De PvdA schaft de aftrek over de vergoeding op zogenoemde additionele Tier-1 instrumenten (coco’s) voor banken en vergelijkbare instrumenten voor verzekeraars af, conform bouwsteen 7 van de werkgroep fiscaliteit van de Studiegroep Duurzame Groei. Dit is een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,5 mld euro. (PvdA_257)
  • De PvdA verhoogt het effectieve tarief van de innovatiebox van 5% naar 10%. Dat is een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,3 mld euro. (PvdA_262)
  • De PvdA kort de eerste schijf in de vennootschapsbelasting in van 350.000 euro naar 200.000 euro. Dat is een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,2 mld euro. (PvdA_264_a)
  • De PvdA schaft de aftrekbaarheid van bijdragen van banken aan het Depositogarantiestelsel en Single Resolution Fund af, waardoor de lasten voor bedrijven met 0,2 mld euro worden verzwaard. (PvdA_263)
  • De PvdA introduceert twee schijven in box 2 met een tarief van 25% voor de eerste 50.000 euro en een tarief van 30% voor hetgeen de 50.000 euro te boven gaat. Dat betekent een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,1 mld euro in 2021 en 0,3 mld euro structureel. (PvdA_239)

Milieu

  • De PvdA verlaagt de motorrijtuigenbelasting voor bestel- en personenauto's. Dit is een lastenverlichting van 3,3 mld euro. Deze maatregel is gekoppeld aan de introductie van de kilometerheffing op bestel- en personenauto's (PvdA_223_a). (PvdA_273)
  • Het invoeren van de kilometerheffing op bestel- en personenauto's leidt tot accijnsderving. Dit vermindert de belastingontvangsten met 0,4 mld euro. (PvdA_223_b)
  • De PvdA breidt de salderingsregeling uit. Dit is een lastenverlichting van 0,3 mld euro. (PvdA_218)
  • De PvdA schaft het eurovignet af. Dit is een lastenverlichting van 0,2 mld euro. (PvdA_222_b)
  • Het invoeren van de kilometerheffing op vrachtwagens (Maut) leidt tot accijnsderving. Dit vermindert de belastingontvangsten met 0,1 mld euro. (PvdA_222_d)
  • De PvdA introduceert een kilometerheffing voor bestel- en personenauto's met een opbrengst van 3,7 mld euro. Deze lastenverzwaring is gekoppeld aan een verlaging van de motorrijtuigenbelasting op personen- en bestelauto's (PvdA_273) en gaat gepaard met exploitatiekosten (PvdA_223_c) en accijnsderving (PvdA_223_b). (PvdA_223_a, 223_d)
  • De PvdA introduceert een kilometerheffing op vrachtwagens (Maut) met een opbrengst van 1,3 mld euro. Deze heffing verhoogt de lasten voor bedrijven en het buitenland en gaat gepaard met exploitatiekosten (PvdA_222_c) en accijnsderving (PvdA_222_d). (PvdA_222_a, 222_e)
  • De PvdA voert een verpakkingenbelasting in met een opbrengst van 1,2 mld euro. (PvdA_228)
  • De PvdA voert een minimumprijs CO2 in. De grondslag van deze lastenverzwaring wordt gevormd door de ETS-bedrijven exclusief de industrieën die blootgesteld staan aan internationale handel. Dit is een lastenverzwaring van 0,8 mld euro in 2021 en 1,6 mld euro structureel. (PvdA_217)
  • De PvdA verhoogt de tarieven in de energiebelasting. Dit is een lastenverzwaring voor gezinnen en bedrijven van 0,7 mld euro. Op lange termijn wordt de opbrengst van deze maatregel 1,1 mld euro, vanwege verder oplopende tarieven, ondanks een structureel lagere grondslag. (PvdA_220, 221)
  • De PvdA introduceert een openruimteheffing. Dit verhoogt de lasten met 0,5 mld euro. (PvdA_225)
  • De PvdA voert een belasting in op vliegtickets met een opbrengst van 0,5 mld euro. (PvdA_226)
  • De PvdA introduceert een belasting op restwarmte. De opbrengst van deze belasting is 0,4 mld euro. (PvdA_219)
  • De PvdA verhoogt de Opslag Duurzame Energie (ODE) op de energierekening om de SDE+ (PvdA_282_a) te financieren. Dit is een lastenverzwaring van 0,2 mld euro in 2021, die structureel gelijk is aan 0. (PvdA_282_b, 282_c)

Overig

  • De formatieve uitbreiding door intensivering in de Belastingdienst (PvdA_215_a) gaat samen met hogere belastingopbrengsten van 0,5 mld euro. (PvdA_215_b)
  • De PvdA reguleert het telen, verkopen en gebruiken van softdrugs. Dit genereert een opbrengst voor de overheid van 0,2 mld euro door het veilen van vergunningen, een nationale verbruiksbelasting of dividenduitkeringen door een staatsbedrijf. (PvdA_265)

Gasbaten

  • De PvdA verlaagt de gaswinning in Groningen met 5 mld Nm3. Dit verlaagt de overheidsontvangsten met 0,7 mld euro. Er is geen structureel effect op de overheidsbegroting. Om de gaswinning in Groningen met 5 mld Nm3 te kunnen verlagen zijn investeringen in de gasinfrastructuur nodig (zie PvdA_213_b). (PvdA_213_a)

14.2.3Maatregelen met een direct EMU-schuldeffect

De volgende maatregelen hebben geen effect op het EMU-saldo maar wel een direct effect op de EMU-schuld.

EMU-schuld direct

  • De PvdA richt een groene investeringsbank op. Dit verhoogt de EMU-schuld met 2,5 mld euro per jaar in de kabinetsperiode. (PvdA_207)
  • De PvdA intensiveert in 2018 eenmalig 1 mld euro in regionale investeringsmaatschappijen. (PvdA_210)

Tabel 14.4Lastenmutaties t.o.v. basispad in 2021, ex ante, mld euro

(-) betekent EMU-saldo verslechterend, (+) betekent EMU-saldo verbeterend. 2021
Verlagen gaswinning in Groningen (PvdA_213_a) -0,7
   
Inkomen en arbeid -1,0
Arbeidskorting en zelfstandigenaftrek wordt werknemers- en zelfstandigenvoordeel en verhoging werknemersvoordeel (PvdA_102_a, 102_b, 102_c, 125_a, 125_c, 232) -8,1
Verhogen inkomensafhankelijke combinatiekorting (PvdA_242) -4,5
Verhoging algemene heffingskorting (PvdA_241_a) -2,5
Verhoging ouderenkorting onder de inkomensgrens (PvdA_247) -1,0
Verplichte pensioenopbouw voor zelfstandigen (PvdA_121_j, 121_c, 121_d) -0,7
Verplichte pensioenopbouw werknemers (PvdA_121_f, 121_h, 121_i) -0,1
Verhoging WW-premie (PvdA_231) 8,0
Verhogen tarieven in box 1 schijven 1, 2 en 3 met 1%-punt (PvdA_134) 3,4
Afschaffen 30%-regeling en regeling extraterritoriale kosten (PvdA_236) 0,8
Verkorten derde schijf box 1 (PvdA_245) 0,7
Verkleinen marge gebruikelijk loon in box 2 (PvdA_260) 0,6
Premies volksverzekeringen ook over inkomen uit box 2 en box 3 (PvdA_234) 0,5
Nieuwe schijf in box 1 van 60% voor inkomens vanaf 150.000 euro (PvdA_246) 0,3
Uitfaseren wet Hillen (PvdA_252) 0,3
Afbouw algemene heffingskorting ook over inkomen uit box 2 en box 3 (PvdA_243) 0,2
Mkb-winstvrijstelling aftoppen op balkenendenorm (PvdA_255) 0,2
Aftoppen hypotheekrenteaftrek op een eigenwoningschuld van 500.000 euro (PvdA_235) 0,2
Pensioenplicht tot twee keer modaal (PvdA_122) 0,2
Loondoorbetaling bij ziekte: premie tweede jaar kleine werkgevers (PvdA_105_b) 0,2
Verhoging tarief vierde schijf naar 53% (PvdA_244) 0,2
Startersaftrek (en verliesverrekening) geleidelijk afschaffen en vervangen door aannamebonus (PvdA_112_a, 112_b) 0,1
Verplichte AOV voor zelfstandigen op wml-niveau (premies) (PvdA_230_a, 230_c) 0,0
Premiedifferentiatie WW (PvdA_104) 0,0
   
Vermogen en winst 5,3
Verlagen verhuurderheffing en introductie investeringsprikkel (PvdA_191) -0,2
Beperken renteaftrek bedrijven (PvdA_259_a, 259_b, 259_c) 1,3
Verhogen tarief tweede schijf vennootschapsbelasting (PvdA_264_b) 1,0
Introductie voorheffing box 2 (PvdA_272) 0,8
Verhogen bankenbelasting (PvdA_256) 0,6
Vermogensaanwasbelasting met progressief tarief in box 3 (PvdA_237, 238) 0,5
Afschaffen aftrek vergoeding over additioneel Tier-1 instrumenten (PvdA_257) 0,5
Verhogen effectief tarief innovatiebox (PvdA_262) 0,3
Inkorten eerste schijf vennootschapsbelasting (PvdA_264_a) 0,2
Afschaffen aftrekbaarheid bijdragen Depositogarantiestelsel en Single Resolution Fund (PvdA_263) 0,2
Introductie twee schijven in box 2 (PvdA_239) 0,1
   
Milieu 5,0
Verlagen motorrijtuigenbelasting (PvdA_273) -3,3
Invoeren kilometerheffing bestel- en personenauto's (accijnsderving) (PvdA_223_b) -0,4
Uitbreiding salderingsregeling (PvdA_218) -0,3
Afschaffen eurovignet (PvdA_222_b) -0,2
Invoeren kilometerheffing vrachtwagens (accijnsderving) (PvdA_222_d) -0,1
Invoeren kilometerheffing bestel- en personenauto's (PvdA_223_a, 223_d) 3,7
Invoeren kilometerheffing vrachtwagens (PvdA_222_a, 222_e) 1,3
Invoeren verpakkingenbelasting (PvdA_228) 1,2
Invoeren minimumprijs CO2 (PvdA_217) 0,8
Verhogen energiebelasting op gas (PvdA_220, 221) 0,7
Invoeren openruimteheffing (PvdA_225) 0,5
Invoeren vliegbelasting (PvdA_226) 0,5
Invoeren heffing op lozen restwarmte (PvdA_219) 0,4
Verhogen ODE-heffing (PvdA_282_b, 282_c) 0,2
   
Overig 0,7
Hogere belastingopbrengsten door intensivering belastingdienst (PvdA_215_b) 0,5
Reguleren softdrugs (PvdA_265) 0,2
   
Totaal beleidsmatige lasten 10,0
   
w.v. gezinnen -7,9
        bedrijven 17,4
        buitenland 0,5
   
Gasbaten  

14.3SP

Deze paragraaf geeft een gedetailleerd overzicht van de door de SP voorgestelde maatregelen en hun effecten op de overheidsfinanciën. De bedragen zijn ex ante, in prijzen 2017 en betreffen afwijkingen ten opzichte van de middellangetermijnverkenning zoals weergegeven in hoofdstuk 4 van de Macro Economische Verkenning 2017.

14.3.1Uitgaven

De SP intensiveert per saldo 15,7 mld euro in 2021 op de collectieve uitgaven. Na een opsomming volgt een tabel met de uitgavenmaatregelen.

Openbaar bestuur

  • De SP intensiveert 0,1 mld euro in openbaar bestuur ten behoeve van het uitbreiden van inspecties. (SP_125)
  • De SP beperkt taakstellend de apparaatsuitgaven bij het Rijk en zondert de Belastingdienst en veiligheid uit van een apparaatskorting. De partij wil deze ombuiging bereiken door onder andere te besparen op communicatiepersoneel en externe inhuur. Dit betekent een totale ombuiging van 0,4 mld euro in 2021 en een structurele ombuiging van 0,5 mld euro. Deze besparing slaat grotendeels neer bij het openbaar bestuur (0,3 mld euro in 2021 en 0,4 mld euro structureel) en deels bij defensie en bereikbaarheid. (SP_145_a, 145_b)

Veiligheid

  • De SP verhoogt de uitgaven aan veiligheid en justitie met 0,9 mld euro. Daarvan is 0,6 mld euro bestemd voor het verhogen van het aantal wijkagenten, extra opleiding en scholing van politiepersoneel en versterking van gevangeniswezen en reclassering. De overige 0,3 mld euro zijn bestemd voor het versterken van justitie, onder andere voor rechtspraak en fraudebestrijding. (SP_126)
  • De SP verlaagt de doorberekende kosten van de beveiliging op Schiphol. Dit betekent een intensivering van 0,2 mld euro. (SP_136)
  • De SP trekt 0,1 mld euro uit voor het versterken van de Koninklijke Marechaussee. (SP_143)
  • De SP trekt 0,1 mld euro uit voor het bestrijden van fraude en afpakken misdaadgeld. (SP_160)

Defensie

  • De SP bezuinigt taakstellend 0,5 mld euro op defensie met nadruk op afschaf van wapensystemen en bijbehorend personeel. (SP_164)
  • De SP stopt met het JSF-programma en least vervangende toestellen. Dit betreft een ombuiging van 0,5 mld euro in 2021 en van 0,2 mld euro structureel. (SP_165)
  • De apparaatskorting leidt tot een beperkte besparing op defensie. (SP_145_c)

Bereikbaarheid

  • De SP trekt 0,3 mld euro extra uit voor de verbetering van het spoor. (SP_135)
  • De SP trekt 0,2 mld euro extra uit voor verbetering van de vaarwegen. (SP_137)
  • Het invoeren van de kilometerheffing op bestel- en personenauto's leidt tot exploitatiekosten (Smart Vignet). Dit is een intensivering van 0,2 mld euro. (SP_188_c)
  • De SP trekt 0,1 mld euro uit ten behoeve van openbaar vervoer voor ouderen in stads- en streekvervoer buiten de spits. (SP_261)
  • Het invoeren van de kilometerheffing voor vrachtwagens (Maut) leidt tot exploitatiekosten (Smart Vignet). Dit is een intensivering van 0,1 mld euro. (SP_189_b)
  • De SP verlaagt de aanlegbudgetten voor nieuwe wegen uit het Infrastructuurfonds met 0,5 mld euro. (SP_162)
  • De apparaatskorting leidt tot een besparing van 0,1 mld euro op bereikbaarheid. (SP_145_d)
  • De SP trekt eenmalig in 2018 0,1 mld euro uit voor sloopvergoedingen van oude milieuonvriendelijke snor- en bromscooters. (SP_139)
  • De SP trekt eenmalig in 2019 0,1 mld euro uit voor een sloopregeling van oude jachten. (SP_141)

Milieu

  • De SP sluit twee kolencentrales in de komende kabinetsperiode. Dit is een kostenpost voor de overheid van 0,5 mld euro in 2019, 2020 en 2021. (SP_132)
  • Om de gaswinning in Groningen met 12 mld Nm3 te kunnen verlagen (SP_133_a) zijn investeringen in de infrastructuur en in nieuwe stikstofinstallaties nodig. Dit is een jaarlijkse intensivering van 0,3 mld euro tijdens de kabinetsperiode. Het structurele effect is 0. (SP_133_b)
  • De SP intensiveert 0,2 mld euro op het gebied van natuur. (SP_134)
  • De SP stelt tot en met 2021 jaarlijks 0,2 mld euro beschikbaar om de motoren van onder Nederlandse vlag varende schepen te vergroenen. (SP_138)
  • De SP buigt 0,1 mld euro om binnen het agrodomein. (SP_161)
  • De SP verhoogt de SDE+-uitgaven met 4,5 mld euro structureel. Deze verplichting wordt aangegaan tijdens de komende kabinetsperiode. Door een lange aanlooptijd bij implementatie van deze maatregel is er tot en met 2021 geen budgettair effect. (SP_249_a)
  • De SP intensiveert in 2019 eenmalig 0,1 mld euro in een demonstratie CCS. (SP_259)

Onderwijs

  • De SP verhoogt de lumpsum van het primair onderwijs met 0,6 mld euro met als doel het verlagen van de maximum klassenomvang naar 25 leerlingen. (SP_121)
  • De SP verhoogt de lumpsum van het speciaal onderwijs met 0,2 mld euro. (SP_122)
  • De SP trekt 0,2 mld euro extra uit voor onderzoek. (SP_123)
  • De SP intensiveert 0,2 mld euro in taal- en inburgeringsonderwijs. (SP_124)
  • De SP voert de basisbeurs voor bachelor en master opnieuw in. Dit betekent een intensivering van 0,2 mld euro in 2021 en 0,9 mld euro structureel. (SP_120_a)
  • De SP verhoogt de lumpsum van het primair onderwijs met 0,2 mld euro met als doel drie uur gymles gegeven door een vakdocent. (SP_129)
  • De SP verhoogt de maximale aanvullende beurs met 200 euro per maand. Dit is een structurele intensivering van 0,2 mld euro. (SP_120_b)
  • De SP verlaagt de lumpsum van het hoger onderwijs met 0,3 mld euro met als doel het verlagen van overheadkosten. (SP_158)

Zorg

  • De SP schaft het verplicht eigen risico af en introduceert een verbod op het vrijwillig eigen risico. Door interactie met het hoofdlijnenakkoord (SP_152) zijn de eigen betalingen onder het eigen risico lager. De maatregelen resulteren hierdoor in een verhoging van de collectieve zorguitgaven van 4,4 mld euro. Het gaat deels om een verschuiving van private naar collectieve zorguitgaven. (SP_103_a, 103_d, 241_a)
  • De SP breidt het verzekerde pakket uit met mondzorg, fysiotherapie en geestelijke gezondheidszorg. Dit is een verhoging van de collectieve zorguitgaven met 4,0 mld euro. Het gaat deels om een verschuiving van private naar collectieve zorguitgaven. Zo wordt de aanspraak voor mondzorg voor verzekerden van 18 jaar en ouder conform de huidige aanspraak voor verzekerden tot 18 jaar en wordt fysiotherapie bij verwijzing door de huisarts vergoed vanaf de eerste behandeling. (SP_219_a, 220_a, 221_a)
  • De SP voert een bezettingsnorm in voor de verpleeghuiszorg (zorgzwaartepakketten verpleging & verzorging 4 en hoger) van twee gekwalificeerde zorg- of welzijnsmedewerkers op een groep van acht bewoners gedurende de dag- en avonduren (16 van de 24 uur). Dit is een intensivering van 1,9 mld euro in 2021. De structurele intensivering is 2,3 mld euro. Het kost namelijk tijd om het aantal medewerkers voldoende te laten toenemen om de norm te halen. (SP_250)
  • De SP richt een knelpuntenfonds op voor de maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg waar gemeenten een beroep op kunnen doen als zij (buiten hun eigen invloed om) tegen een tekort aanlopen. Dit is een intensivering van 0,9 mld euro in 2021. Er worden verplichtende landelijke regels opgesteld rondom de indicatiestelling en inkoop van maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg. Het effect van de landelijke regels is een beperkte ombuiging in 2021. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_095). (SP_104)
  • De SP voert in de curatieve zorg een publiek stelsel in met centrale aansturing en regionale uitvoerders (ZIK_099). Curatieve zorg wordt een voorziening in plaats van een recht. De Rijksoverheid neemt de centrale regie over het stelsel en introduceert het buurtzorgconcept. De overgang naar een publiek stelsel duurt minstens zes, en mogelijk acht tot tien jaar. Met deze stelselherziening zijn gedurende een periode van acht jaar transitiekosten gemoeid van 0,8 mld euro per jaar. Het structurele effect is nul. Een onzekere factor bij de overgang zijn de waardeoverdrachten (-3,4 tot +23,1 mld euro) van de overheid naar verzekeraars voor het afnemen van de markt. Deze zijn op PM gezet. (SP_101, 239, 240)
  • Zorgaanbieders indiceren zelf in de Wlz. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_087). Het is een intensivering van 0,4 mld euro in 2021. De structurele intensivering is 0,7 mld euro. (SP_106)
  • De SP wil alle medisch specialisten verplichten tot loondienst en ze onder de Wet Normering Topinkomens (WNT) brengen (ZIK_008). Dit betreft een intensivering van 0,3 mld euro in 2021 en een structurele ombuiging van 0,6 mld euro. Een onzekere factor bij de overgang zijn de waardeoverdrachten (tot maximaal 2 mld euro) van de overheid naar de medisch specialisten voor de financiële claims op grond van eigendomsontneming (verlies aan goodwill). Deze kosten voor de overheid zijn op PM gezet. (SP_223)
  • De SP maakt verzorgingshuiszorg opnieuw beschikbaar voor ouderen met een lichtere zorgindicatie (lage zorgzwaartepakketten, zzp's) die graag intramurale zorg willen gebruiken. Dit is per saldo een intensivering van 0,3 mld euro in 2021.Daarnaast vindt er een financieringsschuif plaats van de Zvw en de Wmo naar de Wlz. Mensen met lage zzp's kunnen een Wlz-indicatie alleen verzilveren via intramurale zorg in natura. (SP_105)
  • De SP verhoogt de Rijksbijdrage Wmo aan gemeenten met 0,3 mld euro in 2021 met het oog op jeugdzorg. (SP_130)
  • De SP stelt jaarlijks taakstellend 0,1 mld euro beschikbaar voor de vorming van een letselschadefonds. (SP_107)
  • De SP heeft de intentie om een hoofdlijnenakkoord af te sluiten in combinatie met het macrobeheersinstrument. In 2021 resulteert dit in ombuigingen van 0,9 mld euro in de ziekenhuiszorg, 0,1 mld euro in de geestelijke gezondheidszorg en 0,1 mld euro in de wijkverpleging. Voor ombuigingen geldt dat lagere zorguitgaven leiden tot minder zorg of lagere kwaliteit van zorg. (SP_152)
  • De SP neemt in de curatieve zorg diverse maatregelen uit Zorgkeuzes in Kaart op het gebied van geneesmiddelen: aanpassing van de Wet geneesmiddelenprijzen (ZIK_065), herberekening van limieten geneesmiddelenvergoedingssysteem (ZiK_066), uitbreiding centrale inkoop genees- en hulpmiddelen door de Rijksoverheid (ZiK_071) en verplichten uniforme barcodering genees- en hulpmiddelen (ZiK_073). Bij de herberekening van limieten geneesmiddelenvergoedingssysteem gaat het deels om een verschuiving van collectieve naar private zorguitgaven. Samen betreft dit een ombuiging van 0,4 mld euro in 2021 en een structurele ombuiging van 0,5 mld euro. (SP_233_a, 234_a, 235, 237_a)
  • De SP kiest ervoor het vermogen van de eigen woning mee te nemen in de vermogensinkomensbijtelling (VIB) in de berekening van de eigen bijdrage in de Wlz. Het vermogen van de eigen woning wordt voortaan hetzelfde behandeld als het vermogen in box 3. Er is een vrijstelling op overwaarde van 50.000 euro. De opbrengst van de maatregel is 0,3 mld euro in 2021. Het gaat deels om een verschuiving van collectieve naar private zorguitgaven. Deze maatregel is een variant op een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_019). (SP_148_a)
  • De SP voert in de Wlz een verplichting in voor zorgkantoren om meerjarige contracten met budgetafspraken af te sluiten met zorgaanbieders. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_085). Het is een ombuiging van 0,2 mld euro in 2021. De structurele ombuiging is 0,1 mld euro. De concurrentie tussen aanbieders neemt namelijk op den duur af. (SP_153)
  • De overheid verplicht zorgkantoren om bij de zorginkoop in de Wlz gedifferentieerde tarieven te hanteren die afhangen van het overheadpercentage en het ziekteverzuim van de aanbieder. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_002). Het is een ombuiging van 0,1 mld euro in 2021. (SP_222)
  • De SP neemt in de curatieve zorg diverse kleine maatregelen uit Zorgkeuzes in Kaart: substitutie eenvoudige tweedelijnszorg (ZiK_051), palliatieve zorg van ziekenhuis naar thuissetting (ZiK_055), verminderen vermijdbare heropnames (ZiK_060) en een bestuurlijk akkoord mondzorg (ZiK_061). Tezamen is dit een ombuiging van 0,1 mld euro. (SP_229, 230, 231, 232)
  • De SP zet in op gepast gebruik van zorg. Deze maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_014) betekent een ombuiging van 0,1 mld euro. (SP_228)
  • De SP beperkt de voorwaardelijke toelating tot een subsidieregeling. Deze maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_013a) betekent een ombuiging van 0,1 mld euro. (SP_227)

Sociale zekerheid

  • De SP brengt de AOW-leeftijd in 2020 terug tot 65 jaar en handhaaft deze erna op deze leeftijd. Dit is een intensivering van 5,3 mld euro in 2021. Op lange termijn loopt dit op naar 15,5 mld euro. (SP_260_a)
  • De SP verhoogt het minimumloon met 10%. Als gevolg stijgen de socialezekerheidsuitgaven met 4,5 mld euro in 2021. (SP_108)
  • De SP reserveert taakstellend 0,5 mld euro voor een AOW-overbruggingsregeling. (SP_112)
  • Huishoudens met kinderen van twee tot vier jaar (werkend en niet-werkend) krijgen recht op zestien uur gratis kinderopvang. Dit is een intensivering van 0,3 mld euro in 2021 en 0,9 mld euro structureel. (SP_128_a)
  • De SP breidt het betaald geboorteverlof uit met zes weken tegen 70% van het loon. Dit is een intensivering van 0,2 mld euro. (SP_115)
  • De SP schaft de kostendelersnorm in de bijstand af. De intensivering is 0,1 mld euro in 2021. (SP_113)
  • De SP stelt 0,1 mld euro beschikbaar voor de bestrijding van armoede. (SP_114)
  • De SP breidt het aantal plekken op sociale werkplaatsen uit. Dit is een beperkte intensivering in 2021 en een structurele intensivering van 0,3 mld euro. (SP_116)
  • De SP schaft het jeugdminimumloon af vanaf 18 jaar. Dit betekent een verhoging van de Wajonguitkeringen voor achttien- tot en met twintigjarigen met structureel 0,1 mld euro. (SP_109)
  • De SP voert een quotum voor arbeidsgehandicapten in. Dit leidt tot heffingsinkomsten (zie SP_157_a). Daarnaast is sprake van een beperkte besparing op uitkeringslasten en uitgaven aan uitvoeringskosten. (SP_157_b, 157_c)
  • Per 2019 schaft de SP de zorgtoeslag af. Dit is een ombuiging van 5,5 mld euro in 2021. (SP_156)
  • Door de verlaging van de AOW-leeftijd naar 65 jaar bij de SP daalt het beroep op arbeidsongeschiktheids-, WW- en bijstandsuitkeringen. Dit is een ombuiging van 2,2 mld euro in 2021. Structureel dalen de uitgaven met 6,1 mld euro. (SP_260_b)
  • De SP voert een inkomensafhankelijke kinderbijslag in. Bij een inkomen van twee keer modaal komt de kinderbijslag te vervallen. Dit is een ombuiging van 0,9 mld euro. (SP_187)

Overdrachten aan bedrijven

  • De SP intensiveert 0,1 mld euro in de BMKB-regeling. (SP_119)
  • De SP schaft het lage-inkomensvoordeel (LIV) voor werkgevers die werknemers in dienst nemen met een salaris tot 120% wml af. Dit is een ombuiging van 0,6 mld euro in 2021. (SP_182)
  • De SP schaft het loonkostenvoordeel (LKV) voor werkgevers die oudere werknemers of mensen met een arbeidsbeperking in dienst nemen af. Dit is een ombuiging van 0,3 mld euro in 2021. (SP_183)
  • De SP buigt 0,2 mld euro om op de financiering van TO2-instituten geoormerkt voor topsectoren en innovatiefonds. (SP_166)

Internationale samenwerking

  • De SP verhoogt de uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking met 0,5 mld euro. (SP_142)

Overig

  • De SP verhoogt het budget voor cultuur met 0,1 mld euro. (SP_131)

Tabel 14.5 Netto ombuigingen in 2021, t.o.v. basispad ex ante, mld euro

(-) betekent EMU-saldo verslechterend, (+) betekent EMU-saldo verbeterend. 2021
Totaal -15,7
   
Openbaar bestuur 0,2
Intensivering inspecties (SP_125) -0,1
Apparaatskorting Rijk: openbaar bestuur (SP_145_a, 145_b) 0,3
   
Veiligheid -1,3
Intensivering veiligheid en justitie (SP_126) -0,9
Verlagen doorberekening veiligheidskosten Schiphol (SP_136) -0,2
Versterken Koninklijke Marechaussee (SP_143) -0,1
Fraudebestrijding (SP_160) -0,1
   
Defensie 1,0
Ombuiging defensie (SP_164) 0,5
Stoppen JSF programma (SP_165) 0,5
Apparaatskorting Rijk: defensie (SP_145_c) 0,0
   
Bereikbaarheid -0,2
Intensivering in spoorwegen (SP_135) -0,3
Intensivering vaarwegen (SP_137) -0,2
Invoeren kilometerheffing bestel- en personenauto's (exploitatiekosten) (SP_188_c) -0,2
Openbaar vervoer voor ouderen (SP_261) -0,1
Invoeren kilometerheffing vrachtwagens (exploitatiekosten) (SP_189_b) -0,1
Verlagen aanlegbudgetten voor wegen (SP_162) 0,5
Apparaatskorting Rijk: bereikbaarheid (SP_145_d) 0,1
Sloopregeling scooters (SP_139) 0,0
Sloopregeling oude jachten (SP_141) 0,0
   
Milieu -1,0
Sluiten twee kolencentrales (SP_132) -0,5
Verlagen gaswinning in Groningen (investeringskosten) (SP_133_b) -0,3
Intensivering natuur (SP_134) -0,2
Invoeren subsidie vergroenen motoren binnenvaart (SP_138) -0,2
Ombuiging binnen het agro domein (SP_161) 0,1
Verhogen SDE+-uitgaven (SP_249_a) 0,0
Eenmalige intensivering demonstratie CCS (SP_259) 0,0
   
Onderwijs -1,2
Verhogen lumpsum po (SP_121) -0,6
Verhoging lumpsum speciaal onderwijs (SP_122) -0,2
Intensivering onderzoek (SP_123) -0,2
Intensivering taal- en inburgeringsonderwijs (SP_124) -0,2
Herinvoering basisbeurs voor bachelor en master (SP_120_a) -0,2
Verhogen lumpsum po (SP_129) -0,2
Verhogen aanvullende studiebeurs met 200 euro (SP_120_b) 0,0
Verlagen lumpsum ho (SP_158) 0,3
   
Zorg -11,0
Afschaffen van het verplicht eigen risico (SP_103_a, 103_d, 241_a) -4,4
Pakketmaatregel mondzorg, fysiotherapie en GGZ (SP_219_a, 220_a, 221_a) -4,0
Bezettingsnorm zorg en welzijn van twee medewerkers per acht bewoners in 2022 (SP_250) -1,9
Knelpuntenfonds decentralisaties plus uniformeren indicatie en inkoop (SP_104) -0,9
Nationaal zorgfonds (SP_101, 239, 240) -0,8
Zorgaanbieders indiceren zelf in de Wlz (SP_106) -0,4
Medisch specialisten verplicht in loondienst en onder Wet normering topinkomens (SP_223) -0,3
Uitbreiding van de Wlz met intramurale verzorgingshuiszorg in natura (SP_105) -0,3
Taakstellende intensivering Gemeentefonds met oog op jeugdzorg (SP_130) -0,3
Letselschadefonds (SP_107) -0,1
Hoofdlijnenakkoord i.c.m. MBI (SP_152) 1,2
Diverse maatregelen op het gebied van geneesmiddelen. (SP_233_a, 234_a, 235, 237_a) 0,4
Vermogen eigen woning gelijk behandelen in vermogensinkomensbijtelling (SP_148_a) 0,3
Verplichten meerjarige contracten in de Wet langdurige zorg (SP_153) 0,2
Overhead- en ziekteverzuimnormen in de wet langdurige zorg (SP_222) 0,1
Diverse maatregelen curatieve zorg (SP_229, 230, 231, 232) 0,1
Gepast gebruik (SP_228) 0,1
Voorwaardelijke toelating als subsidie (SP_227) 0,1
   
Sociale zekerheid -2,6
AOW-leeftijd naar 65 jaar, deel AOW-uitkeringen (SP_260_a) -5,3
Minimumloon 10% omhoog (SP_108) -4,5
Nieuwe overbruggingsregeling AOW (SP_112) -0,5
Gratis kinderopvang voor huishoudens met kinderen van twee tot vier jaar (SP_128_a) -0,3
Uitbreiding betaald geboorteverlof (SP_115) -0,2
Afschaffen kostendelersnorm bijstand (SP_113) -0,1
Intensivering armoedebestrijding (SP_114) -0,1
Uitbreiding sociale werkplaatsen (SP_116) 0,0
Jeugdminimumloon vanaf 18 jaar afschaffen (SP_109) 0,0
Quotum arbeidsgehandicapten: uitkeringslasten (SP_157_b, 157_c) 0,0
Afschaffen zorgtoeslag (SP_156) 5,5
AOW-leeftijd naar 65 jaar, deel weglek andere uitkeringen (SP_260_b) 2,2
Inkomensafhankelijke kinderbijslag (SP_187) 0,9
   
Overdrachten aan bedrijven 1,0
Intensivering BMKB regeling (SP_119) -0,1
Afschaffen LIV (SP_182) 0,6
Afschaffen LKV (SP_183) 0,3
Ombuiging financiering TO2-instituten geoormerkt voor topsectoren en innovatiefonds (SP_166) 0,2
   
Internationale samenwerking -0,5
Intensivering ontwikkelingssamenwerking (SP_142) -0,5
   
Overig -0,1
Intensivering cultuur (SP_131) -0,1
   

14.3.2Lasten

De SP verhoogt de collectieve lasten met per saldo 5,6 mld euro in 2021. Een opsomming van de lastenmaatregelen wordt gevolgd door een tabel. Het gaat hier om de beleidsmatige lastenontwikkeling op EMU-basis (blo). De verhoging van 5,6 mld euro is opgebouwd uit een verlaging van 7,6 mld euro voor gezinnen, een verhoging van 12,6 mld euro voor bedrijven en een verhoging van 0,6 mld euro voor het buitenland.

Inkomen en arbeid

  • De SP verlaagt het tarief van de eerste schijf met 2,9%-punt, zodat de lasten voor gezinnen verlicht worden met 5,8 mld euro in 2021. (SP_215)
  • De SP verlaagt de nominale premie tot 150 euro. De rest van de nominale premie wordt omgezet in een inkomensafhankelijke premie. Hierbij wordt het budget van de afgeschafte zorgtoeslag ingezet. Dit is een lastenverlichting voor gezinnen van 5,5 mld euro in 2021. (SP_206)
  • De SP verhoogt het maximale bedrag in de arbeidskorting met 600 euro. Dit is een lastenverlichting van 3,6 mld euro in 2021. (SP_218)
  • De SP verhoogt de algemene heffingskorting met 200 euro. Dit kost 1,8 mld euro in 2021. (SP_217)
  • De verlaging van de AOW-leeftijd naar 65 jaar leidt bij de SP tot 1,2 mld euro lagere lasten in 2021 doordat men eerder AOW ontvangt en daardoor geen AOW-premie meer betaalt. Op termijn loopt dit bedrag op tot 3,5 mld euro structureel. (SP_260_c)
  • De SP verhoogt de ouderenkorting voor lagere inkomens met 180 euro. Dit kost 0,3 mld euro in 2021. (SP_216)
  • De SP verkort de derde schijf in box 1 in 2021 naar het nominale niveau van 2015. Dit is een lastenverzwaring van 4,0 mld euro in 2021. De structurele lastenverzwaring is 6,1 mld euro. (SP_177)
  • De SP voert in dat pensioenpremies maximaal tegen 40,4% afgetrokken kunnen worden. Dit is een lastenverzwaring van 2,0 mld euro in 2021. Op lange termijn zijn de belastinginkomsten op pensioenuitkeringen lager door aftopping op 40,4% van het belastingtarief op pensioenuitkeringen. (SP_181)
  • De SP topt de hypotheekrenteaftrek af tot de rente over een eigenwoningschuld van 350.000 euro. Dit is een lastenverzwaring van 1,0 mld euro in 2021 en 0,4 mld euro structureel. (SP_184_a)
  • De SP schaft de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld ('wet Hillen') af. Dit is een lastenverzwaring van 0,9 mld euro in 2021. De structurele lastenverzwaring is 1,4 mld euro. (SP_186)
  • De SP schaft de 30%-regeling voor ingekomen werknemers en de regeling extraterritoriale kosten af. Dit is een lastenverzwaring voor gezinnen van 0,8 mld euro. (SP_180)
  • De SP verhoogt het belastingtarief in de vierde schijf met 3%-punt. Dat betekent een lastenverzwaring van 0,7 mld euro in 2021. (SP_178)
  • De SP introduceert een toptarief ('vijfde schijf'): voor inkomsten boven 150 duizend euro geldt een belastingtarief van 65%. Dat betekent een lastenverzwaring van 0,5 mld euro in 2021. Omdat het hoogste schijftarief bij ongewijzigd beleid zou afnemen, is het structurele effect iets groter, namelijk 0,6 mld euro. (SP_176)
  • De SP versnelt de afbouw van het maximale aftrekpercentage van de hypotheekrenteaftrek naar 1%-punt per jaar (is nu 0,5% per jaar). Dit is een lastenverzwaring van 0,1 mld euro in 2021. Structureel is deze maatregel lastenneutraal. (SP_184_b)

Vermogen en winst

  • De verhuurderheffing wordt door de SP afgeschaft. Dit verlaagt de overheidsinkomsten met 2 mld euro. (SP_210)
  • De SP verlaagt het tarief in de eerste schijf van de vennootschapsbelasting van 20% naar 19%. Dit is een lastenverlichting van 0,2 mld euro voor bedrijven. (SP_209)
  • De SP verhoogt het tarief van de tweede schijf van de vennootschapsbelasting van 25% naar 30%. Dit is een lastenverzwaring voor bedrijven van 2,4 mld euro. (SP_167)
  • De SP voert per 2021 een vermogensaanwasbelasting in met een heffingsvrije voet van 200 euro en een tarief van 40%. Dit is een lastenverzwaring van 1,9 mld euro in 2021. (SP_174)
  • De SP beperkt de aftrekbaarheid van rente voor bedrijven tot maximaal 20% van de winst voor rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie (EBITDA) met een drempel van 1 mln euro zonder groepsvrijstelling. Dit betekent een lastenverzwaring voor bedrijven van 1,7 mld euro. (SP_168_a, 168_b, 168_c)
  • De SP voert een vermogensbelasting in van 1% voor huishoudvermogens tussen de één en twee miljoen euro, en voor huishoudvermogens vanaf twee miljoen euro geldt een tarief van 2%. Dit is een lastenverzwaring van 1,2 mld euro in 2021. (SP_173)
  • De SP verhoogt de bankenbelasting taakstellend met 1 mld euro. (SP_170)
  • De SP verhoogt de tarieven van de erf- en schenkbelasting naar 30% en 40% en bevriest de schijfgrenzen. Daar staat tegenover dat de vrijstelling voor kinderen wordt verhoogd. De maatregelen leiden per saldo tot een lastenverzwaring voor gezinnen van 1,0 mld euro. (SP_175, 211)
  • De SP schaft de innovatiebox af. Dat betekent een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,5 mld euro. (SP_169)
  • De SP schaft de aftrek over de vergoeding op zogenoemde additionele Tier-1 instrumenten (coco’s) voor banken en vergelijkbare instrumenten voor verzekeraars af, conform bouwsteen 7 van de werkgroep fiscaliteit van de Studiegroep Duurzame Groei. Dit is een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,5 mld euro. (SP_172)
  • De SP schaft de kleinschaligheidsaftrek af, waardoor de lasten voor bedrijven met 0,4 mld euro worden verzwaard. (SP_208)
  • De SP kort de eerste schijf in de vennootschapsbelasting in van 350.000 euro naar 200.000 euro. Dit is een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,2 mld euro. (SP_179)
  • De SP voert unilateraal een financiële transactiebelasting in met een taakstellende opbrengst van 0,1 mld euro. (SP_171)

Milieu

  • De SP schaft de motorrijtuigenbelasting af voor bestel- en personenauto's. Dit is een lastenverlichting van 4,4 mld euro. Deze maatregel is gekoppeld aan de introductie van de kilometerheffing op bestel- en personenauto's (SP_188_a). Het deel van de motorrijtuigenbelasting dat wordt geheven door provincies blijft bestaan. (SP_212)
  • Het invoeren van kilometerheffing op bestel- en personenauto's leidt tot accijnsderving. Dit vermindert de belastingontvangsten met 0,4 mld euro. (SP_188_d)
  • De SP verhoogt het budget voor de energie-investeringsaftrek (EIA), de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) en de milieu-investeringsaftrek (MIA) met 0,3 mld euro. Dit is een lastenverlichting voor met name grootverbruikers en is gericht op het stimuleren van groene investeringen. (SP_214)
  • De SP schaft het eurovignet af. Dit is een lastenverlichting van 0,2 mld euro. (SP_189_e)
  • Het invoeren van de kilometerheffing voor vrachtwagens (Maut) leidt tot accijnsderving. Dit vermindert de belastingontvangsten met 0,1 mld euro. (SP_189_c)
  • De SP introduceert een kilometerheffing voor bestel- en personenauto's met een opbrengst van 4,4 mld euro. Deze lastenverzwaring is gekoppeld aan de afschaffing van de motorrijtuigenbelasting op personen- en bestelauto's (SP_212) en gaat gepaard met exploitatiekosten (SP_188_c) en accijnsderving (SP_188_d). (SP_188_a, 188_b)
  • De SP introduceert een belasting op CO2 voor bedrijven ETS en voor niet-ETS, met uitzondering van huishoudens en transport. Dit is een lastenverzwaring van 2,9 mld euro in 2021, die afloopt tot 1,9 mld euro structureel. (SP_191)
  • De SP voert een verpakkingenbelasting in met een opbrengst van 2,1 mld euro. (SP_203)
  • De SP introduceert een kilometerheffing voor vrachtwagens (Maut) met een opbrengst van 1,0 mld euro. Deze heffing verhoogt de lasten voor bedrijven en het buitenland en gaat gepaard met exploitatiekosten (SP_189_b) en accijnsderving (SP_189_c). (SP_189_a, 189_d)
  • De SP introduceert een openruimteheffing. Dit verhoogt de lasten met 0,7 mld euro. (SP_199)
  • De SP verhoogt de tarieven in de energiebelasting. Dit is een lastenverzwaring voor gezinnen en bedrijven van 0,5 mld euro. Op lange termijn wordt de opbrengst van deze maatregel 0 mld euro vanwege een structureel lagere grondslag. (SP_252, 190)
  • De SP introduceert een heffing op de winning van koolwaterstoffen. Dit is een lastenverzwaring van 0,5 mld euro. (SP_197)
  • De SP introduceert een belasting op restwarmte. De opbrengst van deze belasting is 0,4 mld euro. (SP_195)
  • De SP introduceert een heffing op het gebruik van niet-duurzaam hout. Dit is een lastenverzwaring van 0,2 mld euro. (SP_196)
  • De SP introduceert een heffing op niet-afbreekbare smeermiddelen. Dit is een lastenverzwaring van 0,2 mld euro. (SP_202)
  • De SP introduceert een heffing op verouderde en vervuilende vliegtuigen. Dit is een lastenverzwaring van 0,2 mld euro. (SP_204)
  • De SP verhoogt de verbrandingsbelasting. Deze maatregel heeft een positief effect op het EMU-saldo van 0,2 mld euro. (SP_194)
  • De SP schaft het verlaagd tarief voor de glastuinbouw in de energiebelasting af. Dit is een lastenverzwaring van 0,1 mld euro. (SP_193)
  • De SP schaft de vrijstelling kolenbelasting energiecentrales af. Dit is een lastenverzwaring van 0,1 mld euro. Er is samenloop met het sluiten van twee kolencentrales (SP_132). (SP_198)
  • De SP introduceert een belasting op bestrijdingsmiddelen. Dit is een lastenverzwaring van 0,1 mld euro. (SP_200)
  • De SP introduceert een heffing op kunstmest. Dit is een lastenverzwaring van 0,1 mld euro. (SP_201)
  • De SP schaft de landbouwvrijstelling af. Dit is een lastenverzwaring van 0,1 mld euro in 2021, oplopend tot 0,5 mld euro structureel. (SP_192)
  • De SP verhoogt de Opslag Duurzame Energie (ODE) op de energierekening om de SDE+ (SP_249_a) te financieren. Dit is een structurele lastenverzwaring van 4,5 mld euro. (SP_249_b, 249_c)

Overig

  • De SP verlaagt het algemene btw-tarief met 2%-punt naar 19%. Dat betekent een lastenverlichting voor gezinnen en bedrijven van 4,1 mld euro. (SP_251)
  • De SP voert een quotum voor arbeidsgehandicapten in. De opbrengst als gevolg van heffingsinkomsten is 0,4 mld euro in 2021 en 1,0 mld euro structureel. (SP_157_a)
  • De SP reguleert het telen, verkopen en gebruiken van softdrugs. Dit genereert een opbrengst voor de overheid van 0,2 mld euro door het veilen van vergunningen, een nationale verbruiksbelasting of dividenduitkeringen door een staatsbedrijf. (SP_205)

Gasbaten

  • De SP verlaagt de gaswinning in Groningen met 12 mld Nm3. Dit verlaagt de overheidsontvangsten met 1,7 mld euro. Er is geen structureel effect op de overheidsbegroting. Om de gaswinning in Groningen met 12 mld Nm3 te kunnen verlagen zijn investeringen in de infrastructuur en in nieuwe stikstofinstallaties nodig (SP_133_b). (SP_133_a)

14.3.3Maatregelen met een direct EMU-schuldeffect

De volgende maatregelen hebben geen effect op het EMU-saldo maar wel een direct effect op de EMU-schuld.

EMU-schuld direct

  • De SP trekt eenmalig in 2018 0,2 mld euro uit ten behoeve van een nationale investeringsbank. (SP_118)

Tabel 14.6Lastenmutaties t.o.v. basispad in 2021, ex ante, mld euro

(-) betekent EMU-saldo verslechterend, (+) betekent EMU-saldo verbeterend. 2021
Verlagen gaswinning in Groningen (SP_133_a) -1,7
   
Inkomen en arbeid -8,2
Verlagen tarief eerste schijf met 2,9%-punt (SP_215) -5,8
Inkomensafhankelijke zorgpremie (SP_206) -5,5
Verhoging arbeidskorting (SP_218) -3,6
Verhogen algemene heffingskorting (SP_217) -1,8
AOW-leeftijd naar 65 jaar, deel AOW-premies (SP_260_c) -1,2
Verhoging ouderenkorting onder de inkomensgrens (SP_216) -0,3
Verkorten derde schijf box 1 naar niveau 2015 (SP_177) 4,0
Aftoppen pensioenpremieaftrek op 40,4% (SP_181) 2,0
Aftoppen hypotheekrenteaftrek op een eigenwoningschuld van 350.000 euro (SP_184_a) 1,0
Afschaffen wet Hillen (SP_186) 0,9
Afschaffen 30%-regeling (SP_180) 0,8
Verhogen tarief vierde schijf met 3%-punt (SP_178) 0,7
Nieuwe schijf in box 1 van 65% voor inkomens vanaf 150.000 euro (SP_176) 0,5
Versnelde afbouw maximale aftrekpercentage hypotheekrenteaftrek (SP_184_b) 0,1
   
Vermogen en winst 8,8
Afschaffen verhuurderheffing (SP_210) -2,0
Verlagen tarief eerste schijf vennootschapsbelasting (SP_209) -0,2
Verhogen tarief tweede schijf vennootschapsbelasting (SP_167) 2,4
Vermogensaanwasbelasting in box 3 (SP_174) 1,9
Beperken renteaftrek bedrijven (SP_168_a, 168_b, 168_c) 1,7
Vermogensbelasting in box 3 (SP_173) 1,2
Verhogen bankenbelasting (SP_170) 1,0
Verhogen erf- en schenkbelasting (SP_175, 211) 1,0
Afschaffen innovatiebox (SP_169) 0,5
Afschaffen aftrek vergoeding over additioneel Tier-1 instrumenten (SP_172) 0,5
Afschaffen kleinschaligheidsaftrek (SP_208) 0,4
Inkorten eerste schijf vennootschapsbelasting (SP_179) 0,2
Invoeren financiële transactiebelasting (SP_171) 0,1
   
Milieu 8,5
Afschaffen motorrijtuigenbelasting bestel- en personenauto's (SP_212) -4,4
Invoeren kilometerheffing bestel- en personenauto's (accijnsderving) (SP_188_d) -0,4
Verhogen EIA, VAMIL en MIA (SP_214) -0,3
Afschaffen eurovignet (SP_189_e) -0,2
Invoeren kilometerheffing vrachtwagens (accijnsderving) (SP_189_c) -0,1
Invoeren kilometerheffing bestel- en personenauto's (SP_188_a, 188_b) 4,4
Invoeren CO2-belasting (SP_191) 2,9
Invoeren verpakkingenbelasting (SP_203) 2,1
Invoeren kilometerheffing vrachtwagens (SP_189_a, 189_d) 1,0
Invoeren openruimteheffing (SP_199) 0,7
Verhogen energiebelasting (SP_252, 190) 0,5
Invoeren heffing op winning koolwaterstoffen (SP_197) 0,5
Invoeren heffing op lozen restwarmte (SP_195) 0,4
Invoeren heffing op het gebruik van niet-duurzaam hout (SP_196) 0,2
Invoeren heffing op niet-afbreekbare smeermiddelen (SP_202) 0,2
Invoeren heffing op verouderde vliegtuigen (SP_204) 0,2
Verhogen verbrandingsbelasting (SP_194) 0,2
Afschaffen verlaagd tarief energiebelasting glastuinbouw (SP_193) 0,1
Intrekking vrijstellen kolenbelasting centrales (SP_198) 0,1
Invoeren belasting op bestrijdingsmiddelen (SP_200) 0,1
Invoeren heffing op kunstmest (SP_201) 0,1
Afschaffen landbouwvrijstelling (SP_192) 0,1
Verhogen ODE (SP_249_b, 249_c) 0,0
   
Overig -3,5
Verlagen algemeen btw-tarief (SP_251) -4,1
Quotum arbeidsgehandicapten: heffingen (SP_157_a) 0,4
Reguleren softdrugs (SP_205) 0,2
   
Totaal beleidsmatige lasten 5,6
   
w.v. gezinnen -7,6
        bedrijven 12,6
        buitenland 0,6
   
Gasbaten  

14.4CDA

Deze paragraaf geeft een gedetailleerd overzicht van de door het CDA voorgestelde maatregelen en hun effecten op de overheidsfinanciën. De bedragen zijn ex ante, in prijzen 2017 en betreffen afwijkingen ten opzichte van de middellangetermijnverkenning zoals weergegeven in hoofdstuk 4 van de Macro Economische Verkenning 2017.

14.4.1Uitgaven

Het CDA intensiveert per saldo 3,9 mld euro in 2021 op de collectieve uitgaven. Na een opsomming volgt een tabel met de uitgavenmaatregelen.

Openbaar bestuur

  • Het CDA verlaagt de uitgaven aan het Gemeente- en Provinciefonds taakstellend via een apparaatskorting. Dit is een besparing van 0,7 mld euro in 2021 en 0,9 mld euro structureel. (CDA_135)
  • Het CDA beperkt taakstellend de apparaatsuitgaven bij het Rijk en zondert veiligheid en defensie uit van deze korting. Dit betekent een totale ombuiging van 0,5 mld euro in 2021 en een structurele ombuiging van 0,6 mld euro. Deze besparing slaat grotendeels neer bij het openbaar bestuur (0,4 mld euro in 2021 en 0,5 mld euro structureel) en deels bij bereikbaarheid. (CDA_131_a, 131_b)

Veiligheid

  • Het CDA intensiveert 0,4 mld euro ten behoeve van extra capaciteit en deskundigheid bij de politie en justitie. (CDA_160)
  • Het CDA kort op subsidies. Deze generieke subsidietaakstelling leidt tot een beperkte besparing op veiligheid. (CDA_132_a)

Defensie

  • Het CDA verhoogt het defensiebudget, oplopend tot 2,1 mld euro in 2021. (CDA_162)

Bereikbaarheid

  • Het CDA trekt 0,3 mld euro uit voor maatregelen ter verbetering van de benutting en uitbreiding van de huidige infrastructuur. (CDA_163)
  • Het CDA beperkt de nationale ambities van het European Railway Traffic Management System (ERTMS) tot het strikt noodzakelijke. Dit resulteert in een ombuiging van 0,1 mld euro. (CDA_130)
  • De apparaatskorting leidt tot een besparing van 0,1 mld euro op bereikbaarheid. (CDA_131_c)

Milieu

  • Het CDA intensiveert tijdens de kabinetsperiode 0,4 mld euro aan CO2-reductie via subsidies aan de nieuw op te richten nationale investeringsbank (zie CDA_157_a). (CDA_157_b)
  • Het CDA intensiveert 0,1 mld euro in energiebesparing en duurzame veehouderij. (CDA_200_d)
  • Het CDA kort op subsidies. Deze generieke subsidietaakstelling leidt tot een beperkte besparing op milieusubsidies. (CDA_132_d)

Onderwijs

  • Het CDA verhoogt de lumpsum van het mbo met 0,2 mld euro met als doel een intensieve begeleiding van risicojongeren om voortijdig schoolverlaten te voorkomen. (CDA_151)
  • Het CDA trekt 0,2 mld euro extra uit ten behoeve van fundamenteel onderzoek. (CDA_159_c)
  • Het CDA verhoogt de lumpsum van het primair onderwijs met 0,2 mld euro met als doel meer ondersteuning van docenten, bijvoorbeeld via klassenassistenten of conciërges, en structureel een half jaar intensieve coaching van docenten. (CDA_201, 152)
  • Het CDA intensiveert 0,2 mld euro om vroeg- en voorschoolse educatie uit te breiden van tien naar zestien uur. (CDA_150)
  • Het CDA voert de basisbeurs voor de bachelor opnieuw in. Dit betekent een intensivering van 0,1 mld euro in 2021 en 0,8 mld euro structureel. (CDA_153)
  • Het CDA voert een doubleerverbod in voor het voortgezet onderwijs en bespaart daarmee op onderwijsuitgaven. Daarnaast verhoogt het CDA de lumpsum omdat zwakke leerlingen worden verplicht een zomerschool van honderd uur te volgen in hun tekortvak(ken). De netto-ombuiging is 0,3 mld euro in 2021. (CDA_123)
  • Het CDA introduceert een integrale vmbo-mbo leergang, verkort hiermee de lestijd met 12% en bespaart hiermee 0,2 mld euro, omdat er minder docenten worden ingezet. (CDA_124)
  • Het CDA verlaagt de lumpsum van het hoger onderwijs met 0,2 mld euro met als doel het verminderen van kleine opleidingen en het verlagen van overheadkosten. (CDA_125, 126, 147_c)
  • Het CDA draait de verhoging van de aanvullende studiebeurs deels terug en de versoepeling van de terugbetaalvoorwaarden geheel terug. Dit levert samen structureel 0,1 mld euro op. De besparing in 2021 is slechts beperkt. (CDA_129_b)
  • Het CDA kort op subsidies. Deze generieke subsidietaakstelling leidt tot een beperkte besparing op onderwijs. (CDA_132_b)
  • Het CDA verhoogt de rente op studieleningen van de 5-jaars naar de 10-jaarsobligatie rente. Dit heeft nog geen budgettair effect in 2021 en leidt structureel tot een ombuiging van 0,2 mld euro. (CDA_129_a)

Zorg

  • Het CDA verlaagt het eigen risico met 105 euro. Dit is een verhoging van de collectieve zorguitgaven van 1,2 mld euro. Het gaat deels om een verschuiving van private naar collectieve zorguitgaven. (CDA_136_a)
  • Het CDA intensiveert 0,6 mld euro in 2021 ten behoeve van een nog nader uit te werken bezettingsnorm voor de verpleeghuiszorg. (CDA_191)
  • Het CDA verhoogt de Rijksbijdrage Wmo aan gemeenten met 0,3 mld euro in 2021 onder meer met het oog op respijtzorg. (CDA_194, 137_a)
  • Het CDA legt gemeenten een verplichting op om de eigen bijdragen in de Wmo voor maatwerkvoorzieningen te verlagen voor mensen die mantelzorg ontvangen. Het CDA verhoogt hiervoor de Rijksbijdrage aan het Gemeentefonds. Dit is een intensivering van 0,1 mld euro in 2021. (CDA_137_c)
  • Het CDA intensiveert per saldo 0,1 mld euro op het gebied van meer bewegen en sporten. (CDA_168, 133, 140)
  • Het CDA intensiveert in 2021 voor 0,1 mld euro in de wijkverpleging. (CDA_138)
  • Het CDA heeft de intentie om in de ziekenhuiszorg en de geestelijke gezondheidszorg een hoofdlijnenakkoord af te sluiten in combinatie met het macrobeheersinstrument. Per saldo resulteert dit in ombuigingen van 0,9 mld euro in de ziekenhuiszorg en 0,1 mld euro in de geestelijke gezondheidszorg. Voor ombuigingen geldt dat lagere zorguitgaven leiden tot minder zorg of lagere kwaliteit van zorg. (CDA_101_a)
  • Het CDA neemt in de curatieve zorg diverse maatregelen uit Zorgkeuzes in Kaart op het gebied van geneesmiddelen: aanpassing van Wet geneesmiddelenprijzen (ZiK_065), herberekening van limieten geneesmiddelenvergoedingssysteem (ZiK_066), overhevelen medisch specialistische geneesmiddelen naar ziekenhuisbudget (ZiK_067), uitbreiding centrale inkoop genees- en hulpmiddelen door de Rijksoverheid (ZiK_071), verplichten uniforme barcodering genees- en hulpmiddelen (ZiK_073). Bij de herberekening van limieten geneesmiddelenvergoedingssysteem gaat het deels om een verschuiving van collectieve naar private zorguitgaven. Samen betreft dit een ombuiging van 0,4 mld euro in 2021 en een structurele ombuiging van 0,5 mld euro. (CDA_104_a, 105_a, 106_a, 107_a, 108)
  • Het CDA voert in de Wlz een verplichting in voor zorgkantoren om meerjarige contracten met budgetafspraken af te sluiten met zorgaanbieders. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_085). Het is een ombuiging van 0,2 mld euro in 2021. De structurele ombuiging is 0,1 mld euro. De concurrentie tussen aanbieders neemt namelijk op den duur af. (CDA_110)
  • De overheid verplicht zorgkantoren om bij de zorginkoop in de Wlz gedifferentieerde tarieven te hanteren die afhangen van het overheadpercentage en het ziekteverzuim van de aanbieder. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_002). Het is een ombuiging van 0,1 mld euro in 2021. (CDA_102)
  • Het CDA zet in op het verminderen van vermijdbare heropnames. Deze maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_060) betekent een beperkte ombuiging. (CDA_111)

Sociale zekerheid

  • Het CDA introduceert een extra uitkering van 1,5% van de bruto AOW-uitkering op jaarbasis. Dit is een intensivering van 0,5 mld euro. (CDA_143)
  • Het CDA breidt de mogelijkheid tot geboorteverlof tegen 70% van het loon uit tot drie maanden voor beide partners gezamenlijk. Dit is een intensivering van 0,3 mld euro. (CDA_145)
  • Het CDA verhoogt het kindgebonden budget door alle kindbedragen te verhogen. Dit is een intensivering van 0,2 mld euro. (CDA_148_b)
  • Het CDA verhoogt de kinderbijslag. Dit is een intensivering van 0,1 mld euro. (CDA_148_a)
  • Het CDA reserveert taakstellend 0,1 mld euro in 2021 als overbrugging voor mensen met een AOW-gat. (CDA_169)
  • Als gevolg van de verlaging van het eigen risico door het CDA daalt de zorgtoeslag. Dit is een ombuiging van 0,4 mld euro in 2021. (CDA_136_c)
  • Het CDA verlaagt de zorgtoeslag voor alleenstaanden. Dit is een ombuiging van 0,3 mld euro in 2021. (CDA_121)
  • Het CDA houdt in het inkomensbegrip voor de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget nog beperkt (voor 33%) rekening met aftrekposten. Dit is een ombuiging van 0,2 mld euro in 2021 en 0,3 mld euro structureel. (CDA_115)
  • Het CDA kort het re-integratiebudget van gemeenten. Deze middelen zullen worden ingezet voor de maatschappelijke dienstplicht. Dit is een ombuiging van 0,1 mld euro in 2021. (CDA_114)
  • Het CDA vervangt de loonkostensubsidie in de Participatiewet voor loondispensatie. Dit levert een besparing van 0,1 mld euro in 2021 en 0,5 mld euro structureel. (CDA_112)
  • Het CDA past het Schattingsbesluit aan zodat het arbeidsongeschiktheidspercentage voortaan wordt gebaseerd op het loon dat men nog kan verdienen in minimaal twee functies. Dit levert een beperkte besparing in 2021 en 0,2 mld euro structureel doordat minder mensen volledig arbeidsongeschikt zullen worden verklaard. (CDA_117)

Overdrachten aan bedrijven

  • Het CDA intensiveert 0,2 mld euro in innovatie met name gericht op het MKB. (CDA_159_a)
  • Het CDA intensiveert 0,1 mld euro in topsectorenbeleid en verruimen TKI toeslag. (CDA_159_b)
  • Het CDA kort in totaal 0,1 mld euro op subsidies. Deze generieke subsidietaakstelling leidt tot een beperkte besparing op overdrachten aan bedrijven. (CDA_132_e)

Internationale samenwerking

  • Het CDA verhoogt de uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking ten behoeve van asielopvang in de regio met 0,2 mld euro. (CDA_164)

Overig

  • Het CDA maakt een begin met de invoering van een algemeen maatschappelijke dienstplicht. In 2021 zullen er 40.000 dienstplichtigen worden opgeroepen. De opzet is dat daarvan ruwweg 40% wordt ingezet bij defensie en bij onderwijs, zorg en veiligheid elk 20%. De dienstplicht zal 6 maanden duren en elke dienstplichtige ontvangt een vergoeding van 70% van het wettelijk minimum loon. Dit is een intensivering van 0,5 mld euro. (CDA_161)
  • Het CDA trekt 0,1 mld euro uit voor krimpregio's. (CDA_156)
  • Het CDA intensiveert 0,1 mld euro als Rijksbijdrage aan gemeentelijke startersfondsen. (CDA_166)
  • Het CDA voert een beperkte korting door op subsidies op de VWS-begroting. (CDA_132_f)

Tabel 14.7 Netto ombuigingen in 2021, t.o.v. basispad ex ante, mld euro

(-) betekent EMU-saldo verslechterend, (+) betekent EMU-saldo verbeterend. 2021
Totaal -3,9
   
Openbaar bestuur 1,2
Apparaatskorting lokale overheden (CDA_135) 0,7
Apparaatskorting Rijk: openbaar bestuur (CDA_131_a, 131_b) 0,4
   
Veiligheid -0,4
Intensivering veiligheid (CDA_160) -0,4
Subsidietaakstelling: Veiligheid (CDA_132_a) 0,0
   
Defensie -2,1
Verhoging defensie-uitgaven (CDA_162) -2,1
   
Bereikbaarheid 0,0
Benutting bestaande infrastructuur (CDA_163) -0,3
Afschaffen nationale kop op het ERTMS (CDA_130) 0,1
Apparaatskorting Rijk: bereikbaarheid (CDA_131_c) 0,1
   
Milieu -0,5
Intensivering CO2-reductie (CDA_157_b) -0,4
Intensivering energiebesparing en duurzame veehouderij (CDA_200_d) -0,1
Subsidietaakstelling: Milieu (CDA_132_d) 0,0
   
Onderwijs -0,2
Verhogen lumpsum mbo (CDA_151) -0,2
Intensiveren fundamenteel onderzoek (CDA_159_c) -0,2
Verhogen lumpsum po (CDA_201, 152) -0,2
Intensivering VVE (naar 16 uur) (CDA_150) -0,2
Herinvoering basisbeurs bachelor (CDA_153) -0,1
Doubleerverbod vo + verhoging lumpsum vo (CDA_123) 0,3
Introductie integrale vmbo-mbo leergang (CDA_124) 0,2
Verlagen lumpsum ho (CDA_125, 126, 147_c) 0,2
Ombuigingen aanvullende studiebeurs en aanpassen voorwaarden terugbetalen studielening (CDA_129_b) 0,0
Subsidietaakstelling: Onderwijs (CDA_132_b) 0,0
Verhogen rente studielening (5-jaars- naar 10-jaarsobligatie) (CDA_129_a) 0,0
   
Zorg -0,5
Verlagen van het verplicht eigen risico met 105 euro (CDA_136_a) -1,2
Taakstellende intensivering t.b.v. bezettingsnorm verpleeghuiszorg (CDA_191) -0,6
Verhoging Rijksbijdrage Wmo (CDA_194, 137_a) -0,3
Korting eigen bijdrage Wmo (CDA_137_c) -0,1
Meer sporten en bewegen (CDA_168, 133, 140) -0,1
Intensivering wijkverpleging (CDA_138) -0,1
Hoofdlijnenakkoord ziekenhuiszorg en ggz i.c.m. MBI (CDA_101_a) 1,0
Diverse maatregelen op het gebied van geneesmiddelen. (CDA_104_a, 105_a, 106_a, 107_a, 108) 0,4
Verplichten meerjarige contracten in de Wet langdurige zorg (CDA_110) 0,2
Overhead- en ziekteverzuimnormen in de Wet langdurige zorg (CDA_102) 0,1
Verminderen vermijdbare heropnames (CDA_111) 0,0
   
   
Sociale zekerheid -0,2
Extra AOW-uitkering AOW'ers (CDA_143) -0,5
Uitbreiding betaald geboorteverlof (CDA_145) -0,3
Verhoging kindgebonden budget (CDA_148_b) -0,2
Verhoging kinderbijslag (CDA_148_a) -0,1
Nieuwe overbruggingsregeling AOW (CDA_169) -0,1
Verlagen eigen risico met 105 euro: effect zorgtoeslag (CDA_136_c) 0,4
Beperken zorgtoeslag alleenstaanden (CDA_121) 0,3
Aftrekposten (deels) buiten inkomensbegrip kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget (CDA_115) 0,2
Ombuigen re-integratiebudget gemeenten (CDA_114) 0,1
Loondispensatie Participatiewet (CDA_112) 0,1
Aanscherpen claimbeoordeling (CDA_117) 0,0
   
Overdrachten aan bedrijven -0,3
Intensiveren innovatie (CDA_159_a) -0,2
Intensivering topsectorenbeleid (CDA_159_b) -0,1
Subsidietaakstelling: Overdrachten aan bedrijven (CDA_132_e) 0,0
   
Internationale samenwerking -0,2
Intensivering ontwikkelingssamenwerking voor opvang in de regio (CDA_164) -0,2
   
Overig -0,7
Invoering maatschappelijke dienstplicht (CDA_161) -0,5
Extra geld voor krimpregio's (CDA_156) -0,1
Fonds voor startersleningen (CDA_166) -0,1
Subsidietaakstelling: VWS-begroting (CDA_132_f) 0,0
   

14.4.2Lasten

Het CDA verlaagt de collectieve lasten met per saldo 6,5 mld euro in 2021. Een opsomming van de lastenmaatregelen wordt gevolgd door een tabel. Het gaat hier om de beleidsmatige lastenontwikkeling op EMU-basis (blo). De verlaging van 6,5 mld euro is opgebouwd uit een verlaging van 5,7 mld euro voor gezinnen en een verlaging van 0,8 mld euro voor bedrijven.

Inkomen en arbeid

  • Het CDA verlaagt de tarieven van de tweede en derde schijf naar 36,55% in 2021. Daardoor worden deze tarieven gelijk aan het tarief van de eerste schijf. Door deze verlaging ontstaat een lastenverlichting van in totaal 6,7 mld euro in 2021. Omdat de schijftarieven ook bij ongewijzigd beleid zouden afnemen, is het structurele effect kleiner, namelijk 1,7 mld euro. (CDA_178_b)
  • Het CDA verlaagt het tarief van de vierde schijf naar 49,05%. Daardoor ontstaat een lastenverlichting van 0,6 mld euro in 2021. Omdat het schijftarief ook bij ongewijzigd beleid zou afnemen, is het structurele effect kleiner, namelijk 0,1 mld euro. (CDA_178_a)
  • Het CDA verhoogt de ouderenkorting voor lagere inkomens met 116 euro. Dit is een lastenverlichting van 0,2 mld euro in 2021. (CDA_204)
  • Het CDA introduceert een uitzondering op de afbouw van de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting voor gezinnen met kinderen tot en met twaalf jaar. Deze gezinnen kunnen de helft van de overdraagbare heffingskorting overdragen. Deze maatregel kost 0,2 mld euro in 2021. (CDA_195)
  • Het CDA verplicht zelfstandigen om zich privaat te verzekeren voor loondoorbetaling bij ziekte, op het niveau van 70% van het minimumloon na een eigen risicoperiode van acht weken. De aftrekbaarheid van de premies leidt tot een lastenverlichting van 0,1 mld euro in 2021. (CDA_146_c)
  • Het CDA introduceert een fiscaal aftrekbaar scholingsbudget. Dit is een lastenverlichting van 0,1 mld euro. Het budget bedraagt 85 euro per werkende. (CDA_147_b)
  • Het CDA introduceert een mantelzorgvergoeding in de vorm van een heffingskorting. Men komt in aanmerking voor deze heffingskorting als de werknemer recht heeft op langdurig zorgverlof en dit ook benut. Dit is een lastenverlichting voor gezinnen van 0,1 mld euro in 2021. (CDA_172)
  • Het CDA beoogt de pensioendeelname van zelfstandigen te bevorderen door de zelfstandigenaftrek inkomensafhankelijk te maken tenzij men vrijwillig pensioen opbouwt bij een pensioenfonds, verzekeraar of bank. Daarbij geldt een franchise van 20.000 euro. De aftrekbaarheid van de premies leidt tot een lastenverlichting van 0,1 mld euro in 2021. (CDA_182)
  • Het CDA beperkt de aftrek van een aantal posten tot het tarief van de eerste schijf. Dit betreft alle ondernemersaftrekposten, de mkb-winstvrijstelling, de persoonsgebonden aftrek, de aftrek vanwege geringe eigenwoningschuld ('wet Hillen') en de hypotheekrenteaftrek. Dit is voor gezinnen een lastenverzwaring van in totaal 1,0 mld euro in 2021. Het structurele effect is kleiner omdat de hypotheekrenteaftrek en de zelfstandigenaftrek ook bij ongewijzigd beleid al worden afgebouwd. (CDA_178_c)
  • Het CDA schaft de 30%-regeling voor ingekomen werknemers en de regeling extraterritoriale kosten af. Dit is een lastenverzwaring voor gezinnen van 0,8 mld euro. (CDA_177_b)
  • Het CDA beperkt de overdraagbaarheid van inkomensafhankelijke combinatiekorting en arbeidskorting tot op het niveau van de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting. Dit brengt 0,1 mld euro op in 2021. (CDA_196)
  • Het CDA versnelt de afbouw van de algemene heffingskorting. Dit is een lastenverzwaring van 0,1 mld euro in 2021. (CDA_184_b)

Vermogen en winst

  • Het CDA verlaagt het tarief in de tweede schijf van de vennootschapsbelasting van 25% naar 23,25%, waardoor de lasten voor bedrijven met 0,7 mld euro worden verlicht. (CDA_179)
  • Het CDA verlaagt het tarief in de eerste schijf van de vennootschapsbelasting van 20% naar 19%, waardoor de lasten voor bedrijven met 0,3 mld euro worden verlicht. (CDA_202)
  • Het CDA verhoogt het heffingsvrije vermogen in box 3 naar 30.000 euro in 2021. Dit is een lastenverlichting van 0,2 mld euro in 2021. (CDA_181)
  • Het CDA verlengt de eerste schijf van de vennootschapsbelasting van 350.000 euro naar 500.000 euro. Dit is een lastenverlichting voor bedrijven van 0,2 mld euro. (CDA_189)
  • Het CDA beperkt de renteaftrek voor bedrijven door middel van implementatie van de ATAD-richtlijn zoals beschreven in bouwsteen 0 van de werkgroep fiscaliteit van de Studiegroep Duurzame Groei. Dit betekent dat de aftrekbaarheid van rente wordt beperkt tot maximaal 30% van de winst voor rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie (EBITDA) met een drempel van 3 mln euro en een groepsvrijstelling. Dit is een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,7 mld euro. (CDA_180)

Milieu

  • Het CDA verlaagt de verhuurderheffing voor woningcorporaties die energiezuiniger gaan bouwen. Dit is een lastenverlichting van 0,5 mld euro. (CDA_165)
  • Het CDA verlaagt de energiebelasting op elektriciteit. Dit is een lastenverlichting voor gezinnen en bedrijven van 0,3 mld euro. (CDA_200_b, 200_e)
  • Het CDA verlaagt de accijns op diesel en lpg met 0,2 mld euro. Dit is een taakstellende lastenverlichting voor gezinnen en bedrijven. (CDA_175)
  • Het CDA verhoogt de CO2-heffing op energiecentrales. Dit is een taakstellende lastenverzwaring van 0,4 mld euro. (CDA_200_a)
  • Het CDA verhoogt de opbrengst van de bijtellingsregeling en beperkt de milieudifferentiatie met een totaal budgettair effect van 0,1 mld euro. Dit is een lastenverzwaring. (CDA_187)

Overig

  • Het CDA verhoogt de opbrengst van de tabaksaccijns taakstellend met 0,6 mld euro. (CDA_171)
  • Het CDA verhoogt de kansspelbelasting taakstellend met 0,1 mld euro. (CDA_183)

14.4.3Maatregelen met een direct EMU-schuldeffect

De volgende maatregelen hebben geen effect op het EMU-saldo maar wel een direct effect op de EMU-schuld.

EMU-schuld direct

  • Het CDA richt een nationale investeringsbank op. De bank wordt in de eerste twee jaar van de kabinetsperiode gevuld met een kapitaalinjectie van 2 mld euro. Dit verhoogt de EMU-schuld. (CDA_157_a)

Tabel 14.8Lastenmutaties t.o.v. basispad in 2021, ex ante, mld euro

(-) betekent EMU-saldo verslechterend, (+) betekent EMU-saldo verbeterend. 2021
        bedrijven -0,8
   
Inkomen en arbeid -6,1
Verlaging tarief tweede en derde schijf naar 36,55% (CDA_178_b) -6,7
Verlaging tarief vierde schijf naar 49,05% (CDA_178_a) -0,6
Verhoging ouderenkorting onder de inkomensgrens (CDA_204) -0,2
Introductie uitzondering op afbouw overdraagbaarheid algemene heffingskorting (CDA_195) -0,2
Verplichte (private) loonverzekering ZW zelfstandigen (aftrekbaarheid premie-inleg) (CDA_146_c) -0,1
Fiscaal aftrekbaar scholingsbudget (CDA_147_b) -0,1
Mantelzorgvergoeding (CDA_172) -0,1
Zelfstandigenaftrek inkomensafhankelijk en gekoppeld aan pensioenopbouw (CDA_182) -0,1
Aftrekposten box 1 beperken tot tarief eerste schijf (CDA_178_c) 1,0
Afschaffen 30%-regeling en de regeling extraterritoriale kosten (CDA_177_b) 0,8
Beperking overdraagbaarheid van de inkomensafhankelijke combinatiekorting en arbeidskorting (CDA_196) 0,1
De algemene heffingskorting wordt sneller afgebouwd (CDA_184_b) 0,1
Vermogen en winst -0,6
Verlagen tarief tweede schijf vennootschapsbelasting (CDA_179) -0,7
Verlagen tarief eerste schijf vennootschapsbelasting (CDA_202) -0,3
Heffingsvrij vermogen naar 30.000 euro in box 3 (CDA_181) -0,2
Verlengen eerste schijf vennootschapsbelasting (CDA_189) -0,2
Beperken renteaftrek bedrijven (CDA_180) 0,7
   
Milieu -0,5
Verlaging verhuurderheffing voor energiezuinig bouwen (CDA_165) -0,5
Verlagen energiebelasting (CDA_200_b, 200_e) -0,3
Verlagen accijns op diesel en lpg (CDA_175) -0,2
Invoeren belasting op CO2-uitstoot energiecentrales (CDA_200_a) 0,4
Verhogen bijtelling en beperken milieudifferentiatie (CDA_187) 0,1
   
Overig 0,7
Verhogen tabaksaccijns (CDA_171) 0,6
Verhogen kansspelbelasting (CDA_183) 0,1
   
Totaal beleidsmatige lasten -6,5
   
w.v. gezinnen -5,7

14.5D66

Deze paragraaf geeft een gedetailleerd overzicht van de door D66 voorgestelde maatregelen en hun effecten op de overheidsfinanciën. De bedragen zijn ex ante, in prijzen 2017 en betreffen afwijkingen ten opzichte van de middellangetermijnverkenning zoals weergegeven in hoofdstuk 4 van de Macro Economische Verkenning 2017.

14.5.1Uitgaven

D66 intensiveert per saldo 5,4 mld euro in 2021 op de collectieve uitgaven. Na een opsomming volgt een tabel met de uitgavenmaatregelen.

Openbaar bestuur

  • D66 verlaagt de uitgaven aan het Gemeente- en Provinciefonds taakstellend via een apparaatskorting. Dit is een besparing van 0,7 mld euro in 2021 en 0,9 mld euro structureel. (D66_102)
  • D66 beperkt taakstellend de uitgaven bij het Rijk en zbo's via een apparaatskorting. Dit betekent een totale ombuiging van 0,7 mld euro in 2021 en een structurele ombuiging van 0,9 mld euro. Deze besparing slaat grotendeels neer bij het openbaar bestuur (0,4 mld euro in 2021 en 0,5 mld euro structureel) en deels bij defensie, veiligheid en bereikbaarheid. (D66_101_a, 101_b)

Veiligheid

  • D66 trekt 0,3 mld euro extra uit voor uitbreiding van de capaciteit van de Nationale politie. (D66_104)
  • D66 trekt 0,2 mld euro uit voor uitbreiding van de capaciteit van het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak. (D66_103)
  • De apparaatskorting leidt tot een besparing van 0,2 mld euro op veiligheid. (D66_101_d)
  • D66 kort op subsidies. Deze generieke subsidietaakstelling leidt tot een beperkte besparing op veiligheid. (D66_193_a)

Defensie

  • D66 verhoogt het defensiebudget, oplopend tot 0,5 mld euro in 2021. (D66_105)
  • De apparaatskorting leidt tot een beperkte besparing op defensie. (D66_101_c)

Bereikbaarheid

  • Het invoeren van de kilometer- en congestieheffing leidt tot exploitatiekosten. Dit is een intensivering van 0,3 mld euro. (D66_199_e)
  • Het invoeren van de kilometerheffing op vrachtwagens (Maut) leidt tot exploitatiekosten. Dit is een intensivering van 0,2 mld euro. (D66_198_d)
  • D66 beperkt de nationale ambities van het European Railway Traffic Management System (ERTMS) tot het strikt noodzakelijke. Dit resulteert in een ombuiging van 0,1 mld euro. (D66_115)
  • De apparaatskorting leidt tot een besparing van 0,1 mld euro op bereikbaarheid. (D66_101_e)

Milieu

  • D66 laat de overheid rechten uit het emissiehandelssysteem opkopen. Dit gaat om een intensivering van 0,3 mld euro. (D66_276)
  • D66 intensiveert 0,2 mld euro in natuur om de biodiversiteit te vergroten en de EHS te versterken. (D66_118)
  • D66 stelt 0,2 mld euro ter beschikking aan provincies met als doel om verlies van natuur te compenseren. (D66_119)
  • D66 intensiveert 0,1 mld euro in geothermie. (D66_121_b)
  • D66 buigt 0,1 mld euro om binnen het agrodomein. (D66_120)
  • D66 kort op subsidies. Deze generieke subsidietaakstelling leidt tot een beperkte besparing op milieusubsidies. (D66_193_d)
  • D66 verhoogt de SDE+-uitgaven met 4,4 mld euro structureel. Deze verplichting wordt aangegaan tijdens de komende kabinetsperiode. Door een lange aanlooptijd bij implementatie van deze maatregel is er tot en met 2021 geen budgettair effect. (D66_117_e)

Onderwijs

  • D66 verhoogt de lumpsum van het primair onderwijs met 1,1 mld euro, waarvan 0,8 mld euro met als doel het verlagen van de maximum klassenomvang naar 24 leerlingen en 0,3 mld euro met als doel meer klassenassistenten en conciërges. (D66_126, 130)
  • D66 verhoogt de lumpsum van het primair en voortgezet onderwijs samen met 1,0 mld euro met als doel verlaging van de lestaak van leraren met 67,5 klokuren per fte per jaar. (D66_129)
  • D66 trekt 0,4 mld euro extra uit voor fundamenteel onderzoek, waarvan 0,3 mld euro via de OCW-begroting en 0,1 mld euro via de KNAW/NWO. (D66_137)
  • D66 verhoogt de lumpsum van het mbo met 0,2 mld euro met als doel een intensieve begeleiding van risicojongeren om voortijdig schoolverlaten te voorkomen. (D66_128)
  • D66 verhoogt de lumpsum van het primair en voortgezet onderwijs samen met 0,2 mld euro met als doel salarisverhoging voor docenten (ter waarde van 7,5%) op scholen met 15% of meer leerlingen met zeer laagopgeleide ouders (een kwart van alle scholen). (D66_131)
  • D66 breidt de ov-studentenkaart voor alle studenten uit naar 7 dagen per week. Dit is een intensivering van 0,2 mld euro. (D66_278)
  • D66 intensiveert 0,2 mld euro om vroeg- en voorschoolse educatie uit te breiden van tien naar zestien uur. (D66_125)
  • D66 verlaagt het collegegeld voor de tweede bachelor- en tweede masterstudie naar de hoogte van het wettelijk collegegeld. Dit is een intensivering van 0,2 mld euro. (D66_134)
  • D66 verhoogt de lumpsum van het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en mbo met in totaal 0,1 mld euro met als doel het bevorderen van maatwerk. (D66_133)
  • D66 intensiveert 0,1 mld euro in onderwijs om leerachterstanden tegen te gaan via het onderwijsachterstandenbudget, zomerscholen, pilots laaggeletterdheid en stimuleringsprogramma voorlezen. (D66_132)
  • D66 versoepelt de cascaderegeling in het mbo. Dit betekent dat de bekostiging voor het vijfde en zesde leerjaar mbo verhoogd wordt. De intensivering is 0,1 mld euro in 2021. (D66_127)
  • D66 trekt 0,1 mld euro uit voor onderzoek naar concrete maatschappelijke uitdagingen. (D66_139)
  • D66 intensiveert 0,1 mld euro in scholingsvouchers van 625 euro voor laagopgeleide werkenden. (D66_141_a)
  • D66 intensiveert 0,1 mld euro in taallessen voor vluchtelingen. (D66_142)
  • D66 schaft de regeling voor gratis schoolboeken af, met compensatie voor lage inkomens. Dit betekent een netto besparing van 0,2 mld euro. (D66_135)
  • D66 draait de bij de afschaffing van de scholingsaftrek horende intensivering terug. Dit betekent een ombuiging van 0,1 mld euro. (D66_141_c)

Zorg

  • D66 wil alle medisch specialisten verplichten tot loondienst en ze onder de Wet Normering Topinkomens (WNT) brengen (ZIK_008). Dit betreft een intensivering van 0,3 mld euro in 2021 en een structurele ombuiging van 0,6 mld euro. Een onzekere factor bij de overgang zijn de waardeoverdrachten (tot maximaal 2 mld euro) van de overheid naar de medisch specialisten voor de financiële claims op grond van eigendomsontneming (verlies aan goodwill). Deze kosten voor de overheid zijn op PM gezet. (D66_156)
  • D66 intensiveert in 2021 voor 0,3 mld euro in de verpleeghuiszorg. (D66_144)
  • D66 verhoogt de Rijksbijdrage Wmo aan gemeenten in 2021 met 0,2 mld euro met het oog op een verlaging van de eigen bijdragen in de Wmo en compensatie Wmo-vervoer. (D66_149, 146_a, 275_b)
  • D66 schaft de vermogensinkomensbijtelling (VIB) van 8% in de Wlz af. Dit is een intensivering van 0,2 mld euro in 2021. Het gaat deels om een verschuiving van private naar collectieve zorguitgaven. (D66_147_a)
  • D66 versoepelt het preferentiebeleid voor geneesmiddelen wanneer er sprake is van tekorten van bepaalde geneesmiddelen. Dit betreft een intensivering van 0,1 mld euro. (D66_159_a)
  • D66 scheidt wonen en zorg in de Wlz met compensatie voor financieel minder draagkrachtigen. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_077b). Voor de zorg levert dit structureel een ombuiging op van 2,3 mld euro. Vanwege transitie- en uitvoeringskosten is het in 2021 een intensivering van 0,1 mld euro. Zie D66_153_b voor de inkomensondersteuning. (D66_153_a, 153_c)
  • D66 heeft de intentie om een hoofdlijnenakkoord af te sluiten in combinatie met het macrobeheersinstrument. Tevens intensiveert D66 in de wijkverpleging. Per saldo resulteren deze maatregelen in 2021 in ombuigingen van 0,9 mld euro in de ziekenhuiszorg, 0,1 mld euro in de geestelijke gezondheidszorg en een beperkte ombuiging in de wijkverpleging. Voor ombuigingen geldt dat lagere zorguitgaven leiden tot minder zorg of lagere kwaliteit van zorg. (D66_154, 143)
  • D66 neemt in de curatieve zorg twee maatregelen uit Zorgkeuzes in Kaart op het gebied van geneesmiddelen: herberekening van limieten geneesmiddelenvergoedingssysteem (ZiK_066) en uitbreiding centrale inkoop genees- en hulpmiddelen door de Rijksoverheid (ZiK_071). Bij de herberekening van limieten geneesmiddelenvergoedingssysteem gaat het deels om een verschuiving van collectieve naar private zorguitgaven. Samen betreft dit een ombuiging van 0,4 mld euro. (D66_157_a, 158_a)
  • D66 voert in de Wlz een verplichting in voor zorgkantoren (Wlz-uitvoerders) om meerjarige contracten met budgetafspraken af te sluiten met zorgaanbieders. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_085). Het is een ombuiging van 0,2 mld euro in 2021. De structurele ombuiging is 0,1 mld euro. De concurrentie tussen aanbieders neemt namelijk op den duur af. (D66_279)
  • D66 neemt in de curatieve zorg diverse kleine maatregelen uit Zorgkeuzes in Kaart: capaciteitsregulering dure infrastructuur (ZiK_041), capaciteitsplan spoedeisende hulp (ZiK_042), palliatieve zorg van ziekenhuis naar thuissetting (ZiK_055)en verminderen vermijdbare heropnames (ZiK_060). Tezamen is dit een ombuiging van 0,1 mld euro. (D66_268, 266, 267, 269)

Sociale zekerheid

  • D66 verhoogt de kinderopvangtoeslag door de eigen bijdrage met 30% te verlagen voor alle inkomens. Dit is een intensivering van 0,5 mld euro. (D66_165)
  • D66 introduceert een collectieve verzekering voor het tweede jaar loondoorbetaling bij ziekte voor bedrijven tot 25 werknemers. De overheidsuitgaven nemen 0,3 mld euro toe. Hier staat een verhoging van de werkgeverspremies tegenover (zie D66_172_b). (D66_172_a)
  • D66 breidt het betaald geboorteverlof voor de partner uit met twaalf weken tegen 70% van het loon. Dit is een intensivering van 0,2 mld euro. (D66_164)
  • D66 geeft niet-werkende ouders met kinderen van twee tot vier jaar recht op kinderopvangtoeslag voor maximaal 16 uur per week. De intensivering is 0,2 mld euro in 2021. (D66_124)
  • D66 introduceert een geoormerkt budget voor scholing in de WW gericht op langdurig werklozen. Dit is een intensivering van 0,1 mld euro in 2021. (D66_140)
  • D66 stelt 0,1 mld euro beschikbaar voor de bestrijding van armoede onder kinderen. (D66_167)
  • D66 stelt een geoormerkt budget beschikbaar voor meer face-to-face gesprekken in de dienstverlening van het UWV. Dit is een intensivering van 0,1 mld euro in 2021. (D66_168)
  • D66 verhoogt de huurtoeslag via een verlaging van de normhuur. Dit is een intensivering van 0,1 mld euro. (D66_175)
  • D66 breidt het aantal beschutte werkplekken uit met 20.000 plekken. De ingroei van deze extra werkplekken sluit aan bij het ingroeipad van de oorspronkelijke plekken. Dit is een intensivering van 0,1 mld euro in 2021 en een structurele intensivering van 0,5 mld euro. (D66_178)
  • D66 wil de vrijwillige verzekering tegen ziekte en arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen aantrekkelijker maken door de premie te maximeren en het tekort te dekken via een Rijksbijdrage. Deze maatregel is conform de variant uit IBO Zelfstandigen zonder personeel en de Studiegroep Duurzame Groei. De extra uitgaven aan uitkeringen leiden structureel tot een intensivering van 0,2 mld euro. (D66_182_b)
  • D66 maakt werkgevers verantwoordelijk voor het eerste half jaar WW. De maatregel levert een structurele besparing op van 0,8 mld euro. De maatregel impliceert een niet-EMU relevante lastenverzwaring voor bedrijven. (D66_170_b)
  • De nominale premie wordt met negentig euro verlaagd om een lastenverlichting van 1,2 mld euro te realiseren. Als een gevolg daarvan dalen de uitgaven aan de zorgtoeslag met 0,5 mld euro. (D66_261_b)
  • D66 maakt de kinderbijslag inkomensafhankelijk. Vanaf een inkomen van 80.000 euro wordt de kinderbijslag met 3% afgebouwd. Dit is een ombuiging van 0,3 mld euro in 2021 en 0,2 mld euro structureel. (D66_173)
  • D66 maakt het kindgebonden budget leeftijdsonafhankelijk. Dit is een ombuiging van 0,1 mld euro. (D66_180)
  • D66 verhoogt het afbouwpercentage in het kindgebonden budget naar 8,3%. Dit is een ombuiging van 0,1 mld euro. (D66_179)
  • D66 maakt de hoogte van de kinderbijslag leeftijdsonafhankelijk op het niveau van de hoogte voor kinderen tot vijf jaar. Voor kinderen die reeds een leeftijd van zes jaar of ouder hebben bereikt, wordt de kinderbijslag niet verlaagd. Dit is ombuiging van 0,1 mld euro in 2021 en 0,6 mld euro structureel. (D66_174)
  • D66 vervangt de loonkostensubsidie in de Participatiewet door loondispensatie. Dit levert een besparing van 0,1 mld euro in 2021 en 0,5 mld euro structureel. (D66_177)
  • D66 scheidt wonen en zorg in de Wlz. Cliënten die hun woon- en verblijfslasten niet zelf kunnen dragen worden gecompenseerd. Dit betreft structureel 2,2 mld euro. (D66_153_b)
  • D66 biedt de mogelijkheid om, actuarieel neutraal, de AOW maximaal één jaar eerder of vijf jaar later te laten ingaan. In 2021 is het budgettaire effect neutraal: het grotere aandeel van de AOW-gerechtigden dat vervroegd opneemt weegt op tegen de ruimere mogelijkheid tot latere opname. Op lange termijn resulteert een uitgavenverhoging van 0,1 mld euro. Dit komt door het grote aantal jaren dat men de AOW-opname kan uitstellen. Dit leidt tot een aanzienlijk hogere uitkeringshoogte bij het later opnemende deel van de AOW-gerechtigden. De verhoging van de uitkering is, door de actuariële neutraliteit, groter dan het daling van het aantal uitkeringsjaren. (D66_166_a)

Overdrachten aan bedrijven

  • D66 vergroot het budget voor het lage-inkomensvoordeel (LIV) voor werkgevers die werknemers in dienst nemen met een salaris tot 120% wml. Dit is een intensivering van 0,5 mld euro in 2021. (D66_232)
  • D66 intensiveert 0,2 mld euro in de TKI-toeslag met als doel privaat-publieke samenwerking tussen onderzoeksorganisaties en bedrijven. (D66_187)
  • D66 intensiveert 0,1 mld euro in de SBIR-regeling. (D66_188)
  • D66 intensiveert 0,1 mld euro in de MIT-regeling. (D66_189)
  • D66 intensiveert 0,1 mld euro in innovatie, via uitbreiding van de DEI-regeling en de groeifaciliteit. (D66_190)
  • D66 verruimt de afdrachtvermindering werkgevers WBSO taakstellend met 0,1 mld euro. (D66_249)
  • D66 kort in totaal 0,2 mld euro op subsidies. Deze generieke subsidietaakstelling slaat voor 0,1 mld euro neer bij de overdrachten aan bedrijven. (D66_193_e)
  • D66 schrapt de afdrachtvermindering werkgevers in de scheepvaart, een ombuiging van 0,1 mld euro. (D66_257)

Internationale samenwerking

  • D66 verhoogt de uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking met 0,8 mld euro. (D66_192)
  • D66 intensiveert tijdens de kabinetsperiode jaarlijks 0,3 mld euro in ontwikkelingssamenwerking (Noodhulpfonds ODA) ten behoeve van noodhulp en opvang in de regio. De structurele intensivering is 0. (D66_286)

Overig

  • D66 verhoogt de uitgaven aan cultuur, inclusief het terugdraaien van de bezuiniging op de monumentenaftrek, met 0,1 mld euro. (D66_197)

Tabel 14.9 Netto ombuigingen in 2021, t.o.v. basispad ex ante, mld euro

(-) betekent EMU-saldo verslechterend, (+) betekent EMU-saldo verbeterend. 2021
Totaal -5,4
   
Openbaar bestuur 1,2
Apparaatskorting lokale overheden (D66_102) 0,7
Apparaatskorting Rijk: openbaar bestuur (D66_101_a, 101_b) 0,4
   
Veiligheid -0,3
Intensivering politie (D66_104) -0,3
Intensivering veiligheid en justitie (D66_103) -0,2
Apparaatskorting Rijk: veiligheid (D66_101_d) 0,2
Subsidietaakstelling: Veiligheid (D66_193_a) 0,0
   
Defensie -0,5
Verhoging defensie-uitgaven (D66_105) -0,5
Apparaatskorting Rijk: defensie (D66_101_c) 0,0
   
Bereikbaarheid -0,3
Invoeren kilometer- en congestieheffing (exploitatiekosten) (D66_199_e) -0,3
Invoeren kilometerheffing vrachtwagens (exploitatiekosten) (D66_198_d) -0,2
Afschaffen nationale kop op het ERTMS (D66_115) 0,1
Apparaatskorting Rijk: bereikbaarheid (D66_101_e) 0,1
   
Milieu -0,6
Opkopen ETS-rechten (D66_276) -0,3
Vergroting biodiversiteit (D66_118) -0,2
Intensiveren in natuur (D66_119) -0,2
Intensivering geothermie (D66_121_b) -0,1
Ombuiging binnen het agrodomein (D66_120) 0,1
Subsidietaakstelling: Milieu (D66_193_d) 0,0
Verhogen SDE+ (D66_117_e) 0,0
   
Onderwijs -3,8
Verhogen lumpsum po (D66_126, 130) -1,1
Verhogen lumpsum po en vo (D66_129) -1,0
Intensivering fundamenteel onderzoek (D66_137) -0,4
Verhogen lumpsum mbo (D66_128) -0,2
Verhogen lumpsum po en vo gewichtenscholen (D66_131) -0,2
Uitbreiden ov-studentenkaart (D66_278) -0,2
Intensivering VVE (naar 16 uur) (D66_125) -0,2
Publiek bekostigen tweede bachelor en master (en stapelen) (D66_134) -0,2
Verhogen lumpsum po, vo, mbo (D66_133) -0,1
Intensivering onderwijs: tegengaan leerachterstanden (D66_132) -0,1
Verhoging bekostiging voor vijfde- en zesdejaars mbo’ers (D66_127) -0,1
Verhogen NWO-budget onderzoek maatschappelijke uitdagingen (D66_139) -0,1
Scholingsvouchers t.w.v. 625 euro voor laagopgeleide werkenden (D66_141_a) -0,1
Taallessen voor vluchtelingen (D66_142) -0,1
Afschaffen gratis schoolboeken met compensatie voor lage inkomens (D66_135) 0,2
Terugdraaien intensivering scholingsuitgaven (D66_141_c) 0,1
   
Zorg 0,6
Medisch specialisten verplicht in loondienst en onder de Wet normering topinkomens (D66_156) -0,3
Taakstellende intensivering verpleeghuiszorg (D66_144) -0,3
Verhoging Rijksbijdrage Wmo (D66_149, 146_a, 275_b) -0,2
Afschaffen vermogensinkomensbijtelling Wlz (D66_147_a) -0,2
Versoepelen preferentiebeleid (D66_159_a) -0,1
Volledig scheiden van wonen en zorg in de Wlz, structurele besparing in de Wlz (D66_153_a, 153_c) -0,1
Hoofdlijnenakkoord i.c.m. MBI (D66_154, 143) 1,1
Diverse maatregelen op het gebied van geneesmiddelen (D66_157_a, 158_a) 0,4
Verplichten meerjarige contracten in de Wet langdurige zorg (D66_279) 0,2
Diverse maatregelen curatieve zorg (D66_268, 266, 267, 269) 0,1
   
Sociale zekerheid 0,3
Verhoging kinderopvangtoeslag (D66_165) -0,5
Loondoorbetaling bij ziekte: collectief tweede jaar kleine werkgevers (D66_172_a) -0,3
Uitbreiding betaald geboorteverlof (D66_164) -0,2
Kinderopvangtoeslag voor niet-werkende ouders met kinderen van twee tot vier jaar (D66_124) -0,2
Scholing in de WW (D66_140) -0,1
Intensivering armoedebestrijding (D66_167) -0,1
Meer face-to-face gesprekken in dienstverlening UWV (D66_168) -0,1
Verhogen huurtoeslag (D66_175) -0,1
Uitbreiding beschutte werkplekken (D66_178) -0,1
Vrijwillige AOV zelfstandigen stimuleren (extra uitgaven) (D66_182_b) 0,0
Werkgevers eerste half jaar verantwoordelijk voor WW (D66_170_b) 0,8
Verlagen nominale Zvw-premies: effect zorgtoeslag (D66_261_b) 0,5
Inkomensafhankelijke kinderbijslag (D66_173) 0,3
Kindgebonden budget: bedragen per kind leeftijdsonafhankelijk (D66_180) 0,1
Kindgebonden budget: afbouwpercentage verhogen naar 8,3% (D66_179) 0,1
Kinderbijslag: bedragen gefaseerd naar jongste leeftijdscategorie (D66_174) 0,1
Loondispensatie Participatiewet (D66_177) 0,1
Volledig scheiden van wonen en zorg in de Wlz, compensatie (D66_153_b) 0,0
Flexibele AOW-leeftijd: tot één jaar eerder en vijf jaar later (D66_166_a) 0,0
   
Overdrachten aan bedrijven -0,9
Uitbreiding LIV (D66_232) -0,5
Intensivering TKI-toeslag (D66_187) -0,2
Intensivering innovatie: SBIR-regeling (D66_188) -0,1
Intensivering MIT-regeling (D66_189) -0,1
Intensivering innovatie: DEI-regeling en de groeifaciliteit (D66_190) -0,1
Intensivering afdrachtvermindering WBSO (D66_249) -0,1
Subsidietaakstelling: Overdrachten aan bedrijven (D66_193_e) 0,1
Afschaffen afdrachtvermindering scheepvaart (D66_257) 0,1
   
Internationale samenwerking -1,1
Intensivering ontwikkelingssamenwerking (D66_192) -0,8
Incidentele intensivering in ontwikkelingssamenwerking (ODA) (D66_286) -0,3
   
Overig -0,1
Intensivering cultuur (D66_197) -0,1
   

14.5.2Lasten

D66 verlaagt de collectieve lasten met per saldo 3,4 mld euro in 2021. Een opsomming van de lastenmaatregelen wordt gevolgd door een tabel. Het gaat hier om de beleidsmatige lastenontwikkeling op EMU-basis (blo). De verlaging van 3,4 mld euro is opgebouwd uit een verlaging van 7,4 mld euro voor gezinnen, een verhoging van 3,8 mld euro voor bedrijven en een verhoging van 0,2 mld euro voor het buitenland.

Inkomen en arbeid

  • D66 voert een werknemerskorting in van 500 euro. De korting komt bovenop de arbeidskorting, maar wordt in tegenstelling tot de arbeidskorting niet afgebouwd en geldt voor alle werkenden zonder recht op de zelfstandigenaftrek. Dit is een lastenverlichting van 3,0 mld euro. (D66_221)
  • Bovenop de verlaging van de tarieven in de tweede en derde schijf (met resp. 1,1%-punt en 0,22%-punt, zie D66_231) verlaagt D66 ook de tarieven in de eerste schijf met 1,044% en de tarieven in de tweede schijf met 1,044% extra. Deze maatregel betekent een extra lastenverlichting van 3 mld euro in 2021 en wordt gedekt door de invoering van het ozb-gebruikersdeel. (D66_236_a)
  • D66 verhoogt de ouderenkorting voor lagere inkomens met 1010 euro en de ouderenkorting voor hogere inkomens met 300 euro. Dit is een lastenverlichting van 1,4 mld euro in 2021. (D66_228)
  • D66 verlaagt de tarieven van de tweede schijf met 1,1%-punt, en in de derde schijf met 0,22%-punt. Daardoor wordt in de structurele situatie (in 2042) het tarief van de tweede schijf gelijk aan het tarief van de eerste schijf. Door deze verlaging ontstaat een lastenverlichting van in totaal 1,2 mld euro in 2021. (D66_231)
  • D66 zet meer collectieve middelen in om de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraars te verhogen. Zorgverzekeraars kunnen daardoor op jaarbasis een negentig euro lagere nominale premie vragen aan verzekerden. Dit levert een lastenverlichting op van 1,2 mld euro. (D66_261_a)
  • D66 verlaagt de WW-premie voor werkgevers. Dit is een lastenverlichting van 0,9 mld euro in 2021. (D66_233)
  • D66 verhoogt de algemene heffingskorting structureel met honderd euro. Dit kost 0,9 mld euro in 2021. (D66_227)
  • D66 verhoogt de arbeidskorting met 112 euro. Dit is een lastenverlichting van 0,7 mld euro in 2021. (D66_223)
  • D66 verhoogt het maximale bedrag in de inkomensafhankelijke combinatiekorting met 1269 euro en het opbouwpercentage met 3,4%-punt. Dit kost 0,7 mld euro in 2021. (D66_225)
  • D66 verhoogt het maximale bedrag in de arbeidskorting met 215 euro en vervroegt het afbouwpunt in de arbeidskorting met 5972 euro. Dit kost 0,5 mld euro in 2021. (D66_224)
  • D66 maakt het niet-verzilverbare deel van de verhoogde arbeidskorting en inkomensafhankelijke combinatiekorting uitkeerbaar. Dit kost 0,4 mld euro in 2021. (D66_222)
  • D66 verlaagt het tarief van de vierde schijf naar 49,5%. Dat leidt in 2021 tot een lastenverlichting van 0,4 mld euro. Het structurele effect is nihil, omdat bij ongewijzigd beleid het tarief wordt afgebouwd naar hetzelfde niveau. (D66_230)
  • D66 verlaagt het tarief van het eigenwoningforfait. Dit is een lastenverlichting van 0,1 mld euro. (D66_237)
  • D66 schaft de doorsneesystematiek af. De hogere pensioenpremie in de transitieperiode leidt tot een lastenverlichting van 0,1 mld euro in 2021. Op lange termijn zijn pensioenpremies lager door de langere beleggingshorizon. (D66_239)
  • D66 voert de mogelijkheid in om op de pensioendatum 10% van de pensioenaanspraken ineens op te nemen. Deze maatregel levert 0,1 mld euro op in 2021. De vervroegde belastingheffing op deze opname levert namelijk 0,2 mld euro op bij vermogen en winst. Daarnaast stijgt door een selectie-effect de premie, wat 0,1 mld euro kost bij inkomen en arbeid. Op lange termijn zijn de belastbare pensioenuitkeringen lager door vervroegde opname van pensioenaanspraken. (D66_241_g, 241_d, 241_e)
  • D66 wil de vrijwillige verzekering tegen ziekte en arbeidsongeschiktheid voor zelfstandiger aantrekkelijker maken, door de premie te maximeren en het tekort te dekken via een Rijksbijdrage. Deze maatregel is conform de variant uit het IBO Zelfstandigen zonder personeel en de Studiegroep Duurzame Groei. De premiekorting leidt tot een beperkte lastenverlichting in 2021 en 0,1 mld euro structureel. (D66_182_a)
  • D66 verkort de derde schijf in box 1 naar 68.158 euro om 1 mld euro lastenverzwaring te realiseren in 2021. Structureel is dit een lastenverzwaring van 0,8 mld euro. (D66_229)
  • D66 verlaagt de verplichtstelling voor pensioenpremies naar het maximumdagloon. Daarboven mag ook (fiscaal gefaciliteerd tot de huidige aftoppingsgrens van ruim 100.000 euro) worden opgebouwd, maar dan vrijwillig. De lagere benutting van premieaftrek leidt tot een lastenverzwaring van 0,7 mld euro in 2021. Op lange termijn zijn de belastbare pensioenuitkeringen lager door een lagere premie-inleg. (D66_242)
  • D66 beperkt de 30%-regeling voor ingekomen werknemers en de regeling extraterritoriale kosten taakstellend met 0,5 mld euro. (D66_245)
  • D66 verkleint de marge in de gebruikelijkloonregeling tot 10%, waardoor een groter deel van het inkomen van de DGA onder de progressieve heffing van box 1 valt. Dit is een lastenverzwaring van 0,4 mld euro in 2021 en 0,1 mld euro structureel. (D66_246)
  • D66 versnelt de afbouw van het maximale aftrekpercentage van de hypotheekrenteaftrek naar 2% per jaar. Dit is een lastenverzwaring van 0,4 mld euro in 2021. Het uiteindelijke aftrekpercentage bedraagt 30%, onder het tarief van de eerste schijf. (D66_243)
  • D66 introduceert een collectieve verzekering voor het tweede jaar loondoorbetaling bij ziekte voor bedrijven tot 25 werknemers. De toename van overheidsuitgaven (D66L_172_a) wordt betaald uit een verhoging van werkgeverspremies. Dit is een EMU-relevante lastenverzwaring van 0,3 mld euro. De lastenverzwaring is gedeeltelijk een schuif van private loondoorbetaling naar de collectieve verzekering. (D66_172_b)
  • D66 voert in de pensioenopbouw de mogelijkheid in van een premievakantie met een maximale duur van vijf jaar. De lagere aftrek van pensioenpremies geeft een lastenverzwaring van 0,3 mld euro in 2021. Op lange termijn zijn de belastbare pensioenuitkeringen lager door een lagere premie-inleg. (D66_240)
  • D66 faseert de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld ('wet Hillen') uit in twintig jaar, in twintig gelijke stappen. In 2021 is dit een lastenverzwaring van 0,1 mld euro. Structureel is dit een lastenverzwaring van 1,4 mld euro. (D66_244)
  • D66 voert in de WW een individueel gedifferentieerde premie in, waardoor werkgevers die weinig mensen de WW laten instromen een lagere premie betalen. Dit wordt budgetneutraal vormgegeven. (D66_171)

Vermogen en winst

  • D66 introduceert een aftrek voor eigen vermogen voor bedrijven van taakstellend 0,5 mld euro. Voor dit bedrag kan een vermogensaftrek van naar verwachting circa 0,5% worden ingevoerd. (D66_251)
  • D66 verlaagt de overdrachtsbelasting voor woningoverdrachten met 0,5%-punt. Dit is een lastenverlichting voor gezinnen van 0,4 mld euro. (D66_262)
  • D66 verhoogt het heffingsvrije vermogen naar 35.000 euro. In 2021, als D66 een variant op de vermogensaanwasbelasting introduceert, vertaalt deze verhoging zich in een hogere heffingsvrije voet. In de variant op de vermogensaanwasbelasting van D66 worden voor de berekening van de vermogensaanwas uit aandelen en obligaties niet de werkelijke, maar de forfaitaire rendementen uit de huidige vermogensrendementsheffing gebruikt. Voor de berekening van de aanwas uit overige vermogensbestanddelen (voornamelijk bank- en spaartegoeden) wordt wel het werkelijk rendement gebruikt. Tezamen resulteren deze wijzigingen in box 3 in een lastenverlichting van 0,2 mld euro in 2021. Structureel is er sprake van een lastenverlichting van 0,3 mld euro. (D66_259)
  • D66 biedt alleenstaanden zonder kinderen de mogelijkheid om twee personen aan te wijzen, op wie het lage tarief van de erfbelasting van toepassing is. Dit is een lastenverlichting voor gezinnen van 0,2 mld euro. (D66_260)
  • D66 introduceert de ozb voor gebruikers als extra belastinggebied voor gemeenten. Dit is een lastenverzwaring van 3 mld euro. D66 roomt deze lastenverzwaring af via het Gemeentefonds, zodat de lasten op inkomen en arbeid landelijk kunnen worden verlaagd. (D66_236_b)
  • D66 beperkt de aftrekbaarheid van rente voor bedrijven tot maximaal 30% van de winst voor rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie (EBITDA) met een drempel van 1 mln euro zonder groepsvrijstelling, conform de bouwstenen 0 en 1 van de werkgroep fiscaliteit van de Studiegroep Duurzame Groei. Naast deze zogenoemde earnings-stripping maatregel voert de partij een generieke renteaftrekbeperking in, waardoor slechts 75% van de netto-rente aftrekbaar is, conform bouwsteen 2 van eerder genoemde werkgroep. Aandachtspunt is dat een samenloopregeling moet worden geïntroduceerd waarbij de hoogste renteaftrekbeperking geldt. Dat verhoogt de complexiteit. Deze maatregelen leiden tot een lastenverzwaring voor bedrijven van 1,4 mld euro. Daarnaast beperkt de partij belastingontwijking door bedrijven via Nederland door een bronbelasting in te voeren op uitgaande rente en royalty's naar landen met een vpb-tarief lager dan 10%, conform de bouwstenen 11 en 12 van eerder genoemde werkgroep. (D66_253, 250, 256)
  • D66 schaft de aftrek over de vergoeding op zogenoemde additionele Tier-1 instrumenten (coco’s) voor banken en vergelijkbare instrumenten voor verzekeraars af, conform bouwsteen 7 van de werkgroep fiscaliteit van de Studiegroep Duurzame Groei. Dit is een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,5 mld euro. (D66_255)
  • D66 verhoogt het effectieve tarief van de innovatiebox van 5% naar 10%. Dit is een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,3 mld euro. (D66_254)
  • D66 voert de mogelijkheid in om op de pensioendatum 10% van de pensioenaanspraken ineens op te nemen. Deze maatregel levert 0,1 mld euro op in 2021. De vervroegde belastingheffing op deze opname levert namelijk 0,2 mld euro op bij vermogen en winst. Daarnaast stijgt door een selectie-effect de premie, wat 0,1 mld euro kost bij inkomen en arbeid. Op lange termijn zijn de belastbare pensioenuitkeringen lager door vervroegde opname van pensioenaanspraken. (D66_241_f, 241_a)
  • D66 schaft het keuzeregime voor winst uit zeescheepvaart (tonnageregeling) af. Dit is een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,1 mld euro. (D66_258)

Milieu

  • D66 schaft de motorrijtuigenbelasting af voor bestel- en personenauto's. Dit is een lastenverlichting van 4,4 mld euro. Deze maatregel hangt samen met de introductie van de kilometerheffing (D66_199_a) en de congestieheffing (D66_208). Het deel van de motorrijtuigenbelasting dat wordt geheven door provincies blijft bestaan. (D66_270)
  • D66 verlaagt de opbrengst van de bpm met 0,4 mld euro. Deze lastenverlichting hangt samen met de introductie van de kilometerheffing (199_a). (D66_199_c, 199_g)
  • Het invoeren van de kilometer- en congestieheffing leidt tot accijnsderving. Dit vermindert de belastingontvangsten met 0,4 mld euro. (D66_199_f)
  • D66 verhoogt het budget voor de (willekeurige afschrijving milieu-investeringen) VAMIL en de milieu-investeringsaftrek (MIA) met in totaal 0,2 mld euro. Dit is een lastenverlichting voor het bedrijfsleven. (D66_213)
  • D66 schaft het eurovignet af. Dit is een lastenverlichting van 0,2 mld euro. (D66_198_c)
  • Het invoeren van de kilometerheffing op vrachtwagens (Maut) leidt tot accijnsderving. Dit vermindert de belastingontvangsten met 0,1 mld euro. (D66_198_e)
  • D66 verlaagt de brandstofaccijnzen. Dit is een taakstellende lastenverlichting van 0,1 mld euro. (D66_273)
  • D66 introduceert een kilometerheffing voor bestel- en personenauto's met een opbrengst van 4,2 mld euro. Deze lastenverzwaring is gekoppeld aan de afschaffing van de motorrijtuigenbelasting op personen- en bestelauto's (D66_270), de verlaging van de bpm (D66_199c) en de verlaging van de brandstofaccijnzen (D66_273) en gaat gepaard met exploitatiekosten (D66_199_e) en accijnsderving (D66_199_f). (D66_199_a, 199_d)
  • D66 verhoogt de tarieven in de energiebelasting. Dit is een lastenverzwaring voor gezinnen en bedrijven van 1,4 mld euro. Op lange termijn wordt de opbrengst van deze maatregel 0,7 mld euro, vanwege een structureel lagere grondslag. (D66_202, 203)
  • D66 introduceert een kilometerheffing op vrachtwagens (Maut) met een opbrengst van 1,2 mld euro. Deze heffing verhoogt de lasten voor bedrijven en het buitenland en gaat gepaard met exploitatiekosten (D66_198d) en accijnsderving (D66_198_e). (D66_198_a, 198_f)
  • D66 schaft de bpm-vrijstelling bestelauto's af. Dit is een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,4 mld euro. (D66_272)
  • D66 voert een congestieheffing in. De opbrengst van deze heffing bedraagt 0,2 mld euro. (D66_208)
  • D66 voert een belasting in op bestrijdingsmiddelen en kunstmest. De opbrengst van deze belasting bedraagt 0,2 mld euro. (D66_212)
  • D66 introduceert een openruimteheffing. Dit verhoogt de lasten met 0,2 mld euro. (D66_214)
  • D66 schaft deels de vrijstelling energiebelasting gebruik gas in wkk-installaties af. Het gaat om een lastenverzwaring voor het bedrijfsleven van 0,2 mld euro. (D66_274)
  • D66 voert een jaarlijks stijgende minimumprijs voor CO2 in voor de energiesector. Dit is een lastenverzwaring van 0,1 mld euro in 2021, oplopend tot 0,3 mld euro structureel. (D66_201)
  • D66 schaft het verlaagd tarief voor de glastuinbouw in de energiebelasting af. Dit is een lastenverzwaring van 0,1 mld euro. (D66_121_a)
  • D66 introduceert een brede afvalstoffenbelasting. Deze belasting geldt voor alle afvalstoffen die worden verbrand of gestort in Nederland, inclusief buitenlands afval, afval verbrand in biomassa-energiecentrales en zuiveringsslib. De taakstellende opbrengst van de heffing is gelijk aan 0,1 mld euro. (D66_210)
  • D66 introduceert een belasting op niet-afbreekbare smeermiddelen met een opbrengst van 0,1 mld euro. (D66_211)
  • D66 schaft de belastinguitgaven voor taxi's in de bpm en de mrb af. Dit is een lastenverzwaring van 0,1 mld euro. (D66_275)
  • D66 schaft de landbouwvrijstelling af. Dit is een lastenverzwaring van 0,1 mld euro in 2021, oplopend tot 0,5 mld euro structureel. (D66_216)
  • D66 verhoogt de Opslag Duurzame Energie (ODE) op de energierekening om de SDE+ (D66_117_e) te financieren. Dit heeft geen budgettair effect in 2021 en is een structurele lastenverzwaring van 4,4 mld euro. (D66_117_a, 117_b)

Overig

  • D66 draait de afschaffing van de scholingsaftrek terug. Dit is een lastenverlichting voor gezinnen van 0,2 mld euro. (D66_141_b)
  • D66 verhoogt de accijnzen op tabak. Dit is een taakstellende lastenverzwaring van 0,5 mld euro. (D66_263)
  • D66 reguleert het telen, verkopen en gebruiken van softdrugs. Dit genereert een opbrengst voor de overheid van 0,2 mld euro door het veilen van vergunningen, een nationale verbruiksbelasting of dividenduitkeringen door een staatsbedrijf. (D66_264)

Gasbaten

  • D66 vermindert de gaswinning in Groningen met 3 mld Nm3. Dit verlaagt de opbrengsten voor de overheid met 0,4 mld euro. Op lange termijn is er geen effect op de overheidsbegroting. (D66_277)

14.5.3Maatregelen met een direct EMU-schuldeffect

De volgende maatregelen hebben geen effect op het EMU-saldo maar wel een direct effect op de EMU-schuld.

EMU-schuld direct

  • D66 trekt in 2018 en 2019 0,5 mld euro uit als bijdrage aan het eigen vermogen van een nationale investeringsbank. (D66_191)

Tabel 14.10Lastenmutaties t.o.v. basispad in 2021, ex ante, mld euro

(-) betekent EMU-saldo verslechterend, (+) betekent EMU-saldo verbeterend. 2021
Verlagen gaswinning in Groningen (D66_277) -0,4
   
Inkomen en arbeid -10,8
Invoering werknemerskorting (D66_221) -3,0
Verlagen tarief laagste schijven (D66_236_a) -3,0
Verhoging ouderenkorting (D66_228) -1,4
Verlaging tarief tweede schijf met 1,1%-punt en derde schijf met 0,22%-punt. (D66_231) -1,2
Verlagen nominale Zvw-premies (D66_261_a) -1,2
Verlaging WW-premie (D66_233) -0,9
Verhoging algemene heffingskorting (D66_227) -0,9
Verhoging arbeidskorting (D66_223) -0,7
Verhoging inkomensafhankelijke combinatiekorting (D66_225) -0,7
Verhoging maximale arbeidskorting en evenredige vervroeging afbouwpunt (D66_224) -0,5
Uitkeerbaar maken verhoogde arbeidskorting en inkomensafhankelijke combinatiekorting (D66_222) -0,4
Verlagen tarief vierde schijf naar structurele niveau van 49,5% (D66_230) -0,4
Verlagen eigenwoningforfait (D66_237) -0,1
Afschaffen doorsneesystematiek (D66_239) -0,1
Mogelijkheid lumpsum (10%) bij bereiken pensioenleeftijd (D66_241_g, 241_d, 241_e) -0,1
Vrijwillige AOV zelfstandigen stimuleren (premies maximeren) (D66_182_a) 0,0
Verkorten derde schijf box 1 (D66_229) 1,0
Verplichte opbouw beperken tot maximumdagloon (D66_242) 0,7
Beperken 30%-regeling en de regeling extraterritoriale kosten (D66_245) 0,5
Verkleinen marge gebruikelijk loon box 2 (D66_246) 0,4
Versnelde en verdere afbouw maximale aftrekpercentage hypotheekrenteaftrek (D66_243) 0,4
Loondoorbetaling bij ziekte: premie tweede jaar kleine werkgevers (D66_172_b) 0,3
Maximaal vijf jaar premievakantie (D66_240) 0,3
Uitfaseren wet Hillen (D66_244) 0,1
Premiedifferentiatie WW (D66_171) 0,0
   
Vermogen en winst 4,1
Introductie vermogensaftrek voor bedrijven (D66_251) -0,5
Verlagen overdrachtsbelasting woningen (D66_262) -0,4
Verhogen heffingsvrije vermogen, invoeren hybride vermogensaanwasbelasting in box 3 (D66_259) -0,2
Verlagen erfbelasting voor alleenstaanden (D66_260) -0,2
Invoeren ozb-gebruikersdeel (D66_236_b) 3,0
Beperken renteaftrek bedrijven (D66_253, 250, 256) 1,4
Afschaffen aftrek vergoeding over additioneel Tier-1 instrumenten (D66_255) 0,5
Verhogen effectief tarief innovatiebox (D66_254) 0,3
Mogelijkheid lumpsum (10%) bij bereiken pensioenleeftijd (D66_241_f, 241_a) 0,2
Afschaffen keuzeregime winst uit zeescheepvaart (D66_258) 0,1
   
Milieu 2,8
Afschaffen motorrijtuigenbelasting bestel- en personenauto's (D66_270) -4,4
Verlagen bpm (D66_199_c, 199_g) -0,4
Invoeren kilometerheffing personen- en bestelauto's (accijnsderving) (D66_199_f) -0,4
Verhogen budget VAMIL/MIA (D66_213) -0,2
Afschaffen eurovignet (D66_198_c) -0,2
Invoeren kilometerheffing vrachtwagens (accijnsderving) (D66_198_e) -0,1
Verlagen accijns brandstof (D66_273) -0,1
Invoeren kilometerheffing personen- en bestelauto's (D66_199_a, 199_d) 4,2
Verhogen energiebelasting op gas (D66_202, 203) 1,4
Invoeren kilometerheffing vrachtwagens (D66_198_a, 198_f) 1,2
Afschaffen bpm-vrijstelling bestelauto's (D66_272) 0,4
Invoeren congestieheffing (D66_208) 0,2
Invoeren heffing op bestrijdingsmiddelen en kunstmest (D66_212) 0,2
Invoeren openruimteheffing (D66_214) 0,2
Deels afschaffen vrijstelling energiebelasting gebruik gas in wkk-installaties (D66_274) 0,2
Invoeren minimumprijs CO2 (D66_201) 0,1
Afschaffen verlaagd tarief glastuinbouw energiebelasting (D66_121_a) 0,1
Invoeren brede afvalstoffenbelasting (D66_210) 0,1
Invoeren belasting op niet-afbreekbare smeermiddelen (D66_211) 0,1
Afschaffen belastinguitgaven taxi's (D66_275) 0,1
Afschaffen landbouwvrijstelling (D66_216) 0,1
Verhogen ODE-heffing (D66_117_a, 117_b) 0,0
   
Overig 0,5
Terugdraaien afschaffen scholingsaftrek (D66_141_b) -0,2
Verhogen tabaksaccijns (D66_263) 0,5
Reguleren softdrugs (D66_264) 0,2
   
Totaal beleidsmatige lasten -3,4
   
w.v. gezinnen -7,4
        bedrijven 3,8
        buitenland 0,2
   
Gasbaten  

14.6ChristenUnie

Deze paragraaf geeft een gedetailleerd overzicht van de door de ChristenUnie voorgestelde maatregelen en hun effecten op de overheidsfinanciën. De bedragen zijn ex ante, in prijzen 2017 en betreffen afwijkingen ten opzichte van de middellangetermijnverkenning zoals weergegeven in hoofdstuk 4 van de Macro Economische Verkenning 2017.

14.6.1Uitgaven

De ChristenUnie intensiveert per saldo 0,6 mld euro in 2021 op de collectieve uitgaven. Na een opsomming volgt een tabel met de uitgavenmaatregelen.

Openbaar bestuur

  • De ChristenUnie verlaagt de uitgaven aan het Gemeente- en Provinciefonds taakstellend via een apparaatskorting. Dit is een besparing van 0,6 mld euro in 2021 en een structurele besparing van 0,7 mld euro. (CU_231)
  • De ChristenUnie beperkt taakstellend de uitgaven bij het Rijk en zbo's via een apparaatskorting. Dit is een totale ombuiging van 0,6 mld euro in 2021 en 0,7 mld euro structureel. Deze besparing slaat grotendeels neer bij het openbaar bestuur (0,4 mld euro in 2021 en 0,5 mld euro structureel) en deels bij defensie, veiligheid en bereikbaarheid. (CU_230_a, 230_b)

Veiligheid

  • De ChristenUnie trekt 0,2 mld euro uit voor extra wijkagenten en meer recherchecapaciteit. (CU_222)
  • De apparaatskorting leidt tot een besparing van 0,1 mld euro op veiligheid. (CU_230_d)
  • De ChristenUnie kort op subsidies. Deze generieke subsidietaakstelling leidt tot een beperkte besparing op veiligheid. (CU_232_a)

Defensie

  • De ChristenUnie verhoogt het defensiebudget oplopend tot 2 mld euro in 2021. (CU_225)
  • De apparaatskorting leidt tot een beperkte besparing op defensie. (CU_230_c)
  • De ChristenUnie kort op subsidies. Deze generieke subsidietaakstelling leidt tot een beperkte besparing bij defensie. (CU_232_d)

Bereikbaarheid

  • De ChristenUnie trekt 0,4 mld euro extra uit voor infrastructuur, te verdelen over openbaar vervoer, regionale wegen, fietsgebruik, waterveiligheid en ruimtelijke adaptatie voor natuur. (CU_223)
  • Het invoeren van de congestie- en de cordonheffing leidt tot exploitatiekosten. Dit is een intensivering van 0,2 mld euro. (CU_200_c)
  • Het invoeren van de kilometerheffing voor vracht- en bestelauto's (Maut) leidt tot exploitatiekosten. Dit is een intensivering van 0,2 mld euro. (CU_198_b)
  • De ChristenUnie verlaagt de aanlegbudgetten voor hoofdwegen uit het Infrastructuurfonds met 0,3 mld euro. (CU_234)
  • De apparaatskorting leidt tot een besparing van 0,1 mld euro op bereikbaarheid. (CU_230_e)

Milieu

  • De ChristenUnie voert een tender in voor CO2-reductie door grootverbruikers. Dit is een intensivering van 0,4 mld euro in 2021, die oploopt tot 1,2 mld euro structureel. (CU_196)
  • Bij de ChristenUnie nemen de SDE+-uitgaven toe met 0,2 mld euro in 2021. Het gaat hierbij om het naar voren halen van uitgaven aan zon-pv. Daarnaast verhoogt de ChristenUnie de SDE+-uitgaven met 4,9 mld euro structureel voor andere duurzame energieprojecten. Deze verplichting wordt aangegaan tijdens de komende kabinetsperiode. Door een lange aanlooptijd bij implementatie van deze 4,9 mld euro is er tot en met 2021 hiervan geen budgettair effect. (CU_188_c)
  • De ChristenUnie intensiveert in de kabinetsperiode jaarlijks 0,1 mld euro in innovatie en verduurzaming van de energievoorziening. (CU_185)
  • De ChristenUnie verstrekt een subsidie aan woningcorporaties voor nul-op-de-meter-woningen. Dit is een intensivering van 0,1 mld euro in 2021. (CU_181_d)
  • De ChristenUnie kort op subsidies. Deze generieke subsidietaakstelling leidt tot een beperkte besparing op milieusubsidies. (CU_232_e)

Onderwijs

  • De ChristenUnie intensiveert 0,4 mld euro in scholingsvouchers van 500 euro voor laag- en middelbaar opgeleide werkenden. (CU_206)
  • De ChristenUnie verhoogt de lumpsum van het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en mbo met in totaal 0,3 mld euro met als doel structureel drie maanden intensieve coaching van docenten. (CU_204)
  • De ChristenUnie verhoogt de uitgaven aan toepassingsgerichte wetenschap en toegepast en programmatisch onderzoek met 0,3 mld euro. (CU_209)
  • De ChristenUnie voert de basisbeurs voor bachelor en master opnieuw in. Dit betekent een intensivering van 0,2 mld euro in 2021 en 0,9 mld euro structureel in 2060. (CU_205)
  • De ChristenUnie verhoogt de lumpsum van het voortgezet onderwijs en het mbo met in totaal 0,1 mld euro met als doel meer technisch vakmanschap en kleinschalig vakonderwijs. (CU_207)
  • De ChristenUnie verhoogt de lumpsum van het primair en voortgezet onderwijs voor scholen in krimpregio's met 0,1 mld euro met als doel het tegengaan van kwaliteitsdaling, meer passend onderwijs en behoud van keuzevrijheid. (CU_208)
  • De ChristenUnie buigt generiek taakstellend 0,3 mld euro om op subsidies uitgegeven door het ministerie van OCW. (CU_232_c)
  • De ChristenUnie buigt 0,2 mld euro om op het mbo door het resultaatafhankelijk budget in de kwaliteitsafspraken stop te zetten. (CU_211)
  • De ChristenUnie schaft de functiemix/salarismix Randstad af in vo en mbo, wat betekent dat onderwijsinstellingen in de Randstad geen middelen voor aanvullende beloning meer zullen ontvangen. De besparing in 2021 is 0,1 mld euro. (CU_213)
  • De ChristenUnie buigt 0,1 mld euro om op onderwijs via het verminderen van de instroom in kunstopleidingen met meer dan 50%. (CU_214)
  • De ChristenUnie buigt 0,1 mld euro in 2021 en 0,3 mld euro structureel om, door het flankerend beleid van de wet studievoorschot terug te draaien, een vermogenstoets voor de aanvullende beurs in te stellen en geen aanvullende beurs uit te keren bij weigering ouders of onvindbare ouders. Het terugdraaien van het flankerend beleid bestaat onder andere uit het terugdraaien van de versoepeling van de terugbetaalvoorwaarden op studieleningen en het terugdraaien van de verhoging van de aanvullende beurs. (CU_216)
  • De ChristenUnie beperkt de duur van de ov-studentenkaart tot de nominale studieduur en schaft de ov-vergoeding af voor studenten, die in het buitenland studeren. Dit heeft nog geen budgettair effect in 2021 en leidt structureel tot een ombuiging van 0,1 mld euro. (CU_212)
  • De ChristenUnie verhoogt de rente op studieleningen van de 5-jaars naar de 15-jaarsobligatie rente. Dit heeft nog geen budgettair effect in 2021 en leidt structureel tot een ombuiging van 0,3 mld euro. (CU_215)

Zorg

  • De ChristenUnie verlaagt het eigen risico met honderd euro. Dit is een verhoging van de collectieve zorguitgaven van 1,1 mld euro. Het gaat deels om een verschuiving van private naar collectieve zorguitgaven. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_021b). (CU_101_a)
  • De ChristenUnie intensiveert in de verpleeghuiszorg voor een bedrag van 0,5 mld euro in 2021. (CU_262)
  • De ChristenUnie wil alle medisch specialisten verplichten tot loondienst en ze onder de Wet Normering Topinkomens (WNT) brengen (ZIK_008). Dit betreft een intensivering van 0,3 mld euro in 2021 en een structurele ombuiging van 0,6 mld euro. Een onzekere factor bij de overgang zijn de waardeoverdrachten (tot maximaal 2 mld euro) van de overheid naar de medisch specialisten voor de financiële claims op grond van eigendomsontneming (verlies aan goodwill). Deze zijn op PM gezet. (CU_112)
  • De ChristenUnie wil een gezamenlijk door gemeenten en verzekeraars te beheren preventiefonds oprichten. Dit is een intensivering van 0,2 mld euro. Deze maatregel is een variant op een maatregel uit Zorgkeuze in Kaart (ZiK_036). (CU_102)
  • De ChristenUnie verhoogt de Rijksbijdrage Wmo aan gemeenten met 0,1 mld euro met het oog op beschermd wonen. (CU_103)
  • De ChristenUnie scheidt wonen en zorg in de Wlz met compensatie voor financieel minder draagkrachtigen. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_077b). Voor de zorg levert dit structureel een ombuiging op van 2,3 mld euro. Vanwege transitie- en uitvoeringskosten is het in 2021 een intensivering van 0,1 mld euro. Zie CU_127_b voor de inkomensondersteuning. (CU_127_a, 127_c)
  • De ChristenUnie heeft de intentie om een hoofdlijnenakkoord af te sluiten in combinatie met het macrobeheersinstrument. Deze maatregel leidt in 2021 tot ombuigingen van 0,9 mld euro in de ziekenhuiszorg, 0,1 mld euro in de geestelijke gezondheidszorg en 0,1 mld euro in de wijkverpleging. Voor ombuigingen geldt dat lagere zorguitgaven leiden tot minder zorg of lagere kwaliteit van zorg. (CU_105)
  • De ChristenUnie neemt in de curatieve zorg diverse maatregelen uit Zorgkeuzes in Kaart op het gebied van geneesmiddelen: aanpassing van Wet geneesmiddelenprijzen (ZIK_065), herberekening van limieten geneesmiddelenvergoedingssysteem (ZiK_066), uitbreiding centrale inkoop genees- en hulpmiddelen door de Rijksoverheid (ZiK_071), verplichten uniforme barcodering genees- en hulpmiddelen (ZiK_073). Bij de herberekening van limieten geneesmiddelenvergoedingssysteem gaat het deels om een verschuiving van collectieve naar private zorguitgaven. Samen betreft dit een ombuiging van 0,4 mld euro in 2021 en een structurele ombuiging van 0,5 mld euro. (CU_110_a, 111_a, 121_a, 122)
  • De ChristenUnie neemt diverse kleine maatregelen uit Zorgkeuzes in Kaart: capaciteitsregulering dure infrastructuur (ZiK_041), capaciteitsplan spoedeisende hulp (ZiK_042), substitutie eenvoudige tweedelijnszorg (ZiK_051), integraal tarief geboortezorg voor alle regio's en aanbieders (variant ZiK_053), palliatieve zorg van ziekenhuis naar thuissetting (ZiK_055), verminderen vermijdbare heropnames (ZiK_060) en een bestuurlijk akkoord mondzorg (ZiK_061). Tezamen is dit een ombuiging van 0,2 mld euro. (CU_114, 109, 113, 115, 116, 117, 118)
  • De ChristenUnie beperkt het verzekerde pakket op het gebied van hulpmiddelen. Dit is een verlaging van de collectieve zorguitgaven met 0,1 mld euro. Het gaat deels om een verschuiving van collectieve naar private zorguitgaven. (CU_107_a)
  • De ChristenUnie voert in de Wlz een verplichting in voor zorgkantoren (Wlz-uitvoerders) om meerjarige contracten met budgetafspraken af te sluiten met zorgaanbieders. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_085). Het is een ombuiging van 0,1 mld euro in 2021. Door de combinatie met een objectief verdeelmodel kan de maatregel pas in 2021 ingaan. (CU_129)
  • De ChristenUnie introduceert een eigen bijdrage van 20% voor logopedie, ergotherapie, oefentherapie Mensendieck en Cesar, dieetadvisering en fysiotherapie. De eigen bijdrage geldt niet voor mensen jonger dan 18 jaar. Dit is een ombuiging van 0,1 mld euro. Het gaat deels om een verschuiving van collectieve naar private zorguitgaven. (CU_106_a)
  • De ChristenUnie zet in op gepast gebruik van zorg. Deze maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_014) betekent een ombuiging van 0,1 mld euro. (CU_120)
  • De ChristenUnie beperkt de voorwaardelijke toelating tot een subsidieregeling. Deze maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_013a) betekent een ombuiging van 0,1 mld euro. (CU_119)
  • De ChristenUnie introduceert een verdeelmodel in de Wlz dat de regionale contracteerruimte van de zorgkantoren bepaalt op basis van objectieve criteria. Het macrobudget wordt gekort op basis van de afwijking tussen de huidige en de door het nieuwe model toegestane uitgaven voor de 50% slechtst presterende regio's. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_089c). De beperkte ombuiging in 2021 loopt op tot 0,2 mld euro structureel. (CU_128)

Sociale zekerheid

  • De ChristenUnie maakt de kinderbijslag leeftijdsonafhankelijk, door uit te gaan van de bedragen voor de middelste leeftijdscategorie. De (leeftijdsonafhankelijke) kinderbijslag wordt verhoogd met 0,6 mld euro. (CU_132)
  • De ChristenUnie breidt het zwangerschapsverlof uit met vier weken. Dit is een intensivering van 0,4 mld euro. (CU_134)
  • De ChristenUnie verplicht zelfstandigen om zich te verzekeren tegen loondoorbetaling bij ziekte, na een eigen risicoperiode van 8 weken. Gezinnen gaan extra premie betalen, en ontvangen tegelijkertijd extra uitkeringen. De uitkeringen leiden tot een intensivering van 0,4 mld euro in 2021 en 0,5 mld euro structureel. (CU_154_e)
  • De ChristenUnie maakt het kindgebonden budget leeftijdsonafhankelijk. De verhogingen voor kinderen ouder dan twaalf jaar komen te vervallen. Daarnaast wordt het afbouwpercentage verlaagd met 1,4%-punt. Ook worden de bedragen voor het tweede kind en verder verhoogd. De intensivering is 0,2 mld euro in 2021. (CU_133)
  • De ChristenUnie introduceert een collectieve verzekering voor het tweede jaar loondoorbetaling bij ziekte voor bedrijven tot tien werknemers. De overheidsuitgaven nemen 0,2 mld euro toe. Hier staat een verhoging van de werkgeverspremies tegenover (zie CU_159_b). (CU_159_a)
  • De ChristenUnie beperkt de premiedifferentiatie in de WGA tot vijf jaar in plaats van tien jaar. Het wegnemen van deze financiële prikkel leidt tot 0,1 mld euro hogere WIA-uitgaven in 2021 (0,2 mld euro structureel) en per saldo ook tot hogere WGA-premies (CU_137_b). (CU_137_a)
  • De ChristenUnie breidt de periode van betaald zorgverlof uit met twee weken tegen 70% van het loon. Dit is een intensivering van 0,1 mld euro. (CU_104_c)
  • De ChristenUnie breidt de mogelijkheid tot verlof voor de partner uit met vijf dagen. Dit is een intensivering van 0,1 mld euro. (CU_146_b)
  • De huurtoeslag voor huurders in de private sector wordt onafhankelijk gemaakt van de huur. Daarnaast komen de maximuminkomensgrenzen te vervallen voor deze groep en wordt de huurtoeslag dus geleidelijker afgebouwd. Dit is een intensivering van 0,1 mld euro. (CU_181_c)
  • De ChristenUnie breidt het aantal beschutte werkplekken uit. Dit is een intensivering van 0,1 mld euro. (CU_135)
  • De ChristenUnie introduceert een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen, met een uitkering van maximaal 70% van het minimumloon. De premies zijn kostendekkend en worden betaald uit het winstinkomen. Deze maatregel groeit langzaam in vanaf 2021, in dat jaar zijn zowel premielasten als uitgaven nog verwaarloosbaar. Uiteindelijk leiden de uitkeringen tot een structurele intensivering van 1,3 mld euro. (CU_154_b)
  • De ChristenUnie schaft de huurtoeslag voor huishoudens in een sociale huurwoning af. In plaats daarvan wordt de huurtoeslag door de woningcorporaties verrekend in de huren. De woningcorporaties worden hiervoor volledig gecompenseerd (zie CU_181_a en CU_183). Het vervallen van de huurtoeslag voor deze groep is een ombuiging van 2,9 mld euro. (CU_181_b)
  • In het inkomensbegrip voor toeslagen wordt door de ChristenUnie geen rekening meer gehouden met aftrekposten. Hierdoor ontvangen gezinnen minder zorgtoeslag, kindgebonden budget, kinderopvangtoeslag en individuele huursubsidie. Dit leidt tot een besparing van in totaal 0,9 mld euro in 2021. Het structurele effect is kleiner, 0,6 mld euro. (CU_172)
  • De ChristenUnie harmoniseert de vermogenstoets voor de huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag. Voor alle toeslagen geldt dezelfde vermogensgrens van 50.000 euro. Dit is een ombuiging van 0,6 mld euro in 2021. (CU_247)
  • De ChristenUnie buigt 0,5 mld euro om op de kinderopvangtoeslag via de vergoedingspercentages in de eerstekindtabel. (CU_140)
  • De ChristenUnie verlaagt het maximumdagloon voor de WW naar 40.000 euro per jaar. Daarnaast verlaagt de partij de uitkeringshoogte naar 70% in de eerste twee maanden. De maatregelen leveren een besparing op van 0,3 mld euro in 2021 en structureel. (CU_143_a)
  • Als gevolg van de verlaging van het eigen risico door de ChristenUnie daalt de zorgtoeslag met 0,3 mld euro in 2021. De partij kiest ervoor om de zorgtoeslag extra te verhogen met 0,1 mld euro in 2021 en deze in te zetten voor een meer geleidelijke afbouw van deze toeslag. Per saldo is dit een ombuiging van 0,2 mld euro in 2021. (CU_101_c)
  • De ChristenUnie verlaagt het maximumdagloon in de werknemersverzekeringen naar 40.000 euro. Dit gedeelte betreft de WIA, ZW en WAZO. De besparing is 0,1 mld euro in 2021 en 0,4 mld euro structureel. (CU_143_b)
  • De ChristenUnie beperkt de uitkering van samenwonende WIA'ers en Wajongers tot maximaal 150%, dus elk 75% van hun (loongerelateerde) uitkering. Dit bespaart 0,1 mld euro. (CU_141)
  • De ChristenUnie past het Schattingsbesluit aan zodat het arbeidsongeschiktheidspercentage voortaan wordt gebaseerd op het loon dat men nog kan verdienen in minimaal twee functies. Dit levert een beperkte besparing in 2021 en 0,2 mld euro structureel doordat minder mensen volledig arbeidsongeschikt zullen worden verklaard. (CU_142)
  • De ChristenUnie scheidt wonen en zorg in de Wlz. Cliënten die hun woon- en verblijfslasten niet zelf kunnen dragen worden gecompenseerd. Dit betreft structureel 2,2 mld euro. (CU_127_b)

Overdrachten aan bedrijven

  • De ChristenUnie compenseert woningcorporaties voor het uitvoeren van de huurtoeslag. Dit is een intensivering van 1,0 mld euro in 2021. (CU_181_a)
  • De ChristenUnie vergroot het budget voor het lage-inkomensvoordeel (LIV) voor werkgevers die werknemers in dienst nemen met een salaris tot 120% wml. Dit is een intensivering van 0,1 mld euro in 2021. (CU_148_a)
  • De ChristenUnie vergroot het budget voor het loonkostenvoordeel (LKV) voor werkgevers die oudere werknemers of mensen met een arbeidsbeperking in dienst nemen. Dit is een intensivering van 0,1 mld euro in 2021. (CU_148_b)
  • De ChristenUnie bezuinigt taakstellend 0,5 mld euro op de afdrachtvermindering werkgevers WBSO door de eisen aan te scherpen. (CU_179_a)
  • De ChristenUnie kort in totaal 0,6 mld euro in 2021 en 0,7 mld euro structureel op subsidies. Deze generieke subsidietaakstelling leidt tot een besparing van 0,1 mld euro in 2021 en 0,2 mld euro structureel op overdrachten aan bedrijven. (CU_232_f)
  • De ChristenUnie buigt maximaal om op topsectorenbeleid, wat een besparing van 0,1 mld euro oplevert. (CU_235)
  • De ChristenUnie breidt eenmalig in 2018 het innovatiekrediet voor het mkb uit met 0,3 mld euro. De structurele intensivering is 0. (CU_228)

Internationale samenwerking

  • De ChristenUnie verhoogt de uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking met 1,0 mld euro, onder andere voor asielopvang in de regio en armoedebestrijding. (CU_224)

Overig

  • De ChristenUnie kort 0,2 mld euro op subsidies op de VWS-begroting. (CU_232_g, 232_b)
  • De ChristenUnie reserveert eenmalig in 2018 0,1 mld euro voor behoud van het nationaal cultureel erfgoed. (CU_227)

Tabel 14.11 Netto ombuigingen in 2021, t.o.v. basispad ex ante, mld euro

(-) betekent EMU-saldo verslechterend, (+) betekent EMU-saldo verbeterend. 2021
Totaal -0,6
   
Openbaar bestuur 1,0
Apparaatskorting lokale overheden (CU_231) 0,6
Apparaatskorting Rijk: openbaar bestuur (CU_230_a, 230_b) 0,4
   
Veiligheid -0,1
Intensivering veiligheid (CU_222) -0,2
Apparaatskorting Rijk: veiligheid (CU_230_d) 0,1
Subsidietaakstelling: Veiligheid (CU_232_a) 0,0
   
Defensie -2,0
Verhoging defensie-uitgaven (CU_225) -2,0
Apparaatskorting Rijk: defensie (CU_230_c) 0,0
Subsidietaakstelling: Defensie (CU_232_d) 0,0
   
Bereikbaarheid -0,4
Intensiveren infrastructuur (CU_223) -0,4
Invoeren congestie- en cordonheffing (exploitatiekosten) (CU_200_c) -0,2
Invoeren kilometerheffing vracht- en bestelauto's (exploitatiekosten) (CU_198_b) -0,2
Ombuiging aanlegbudgetten van hoofdwegen (CU_234) 0,3
Apparaatskorting Rijk: bereikbaarheid (CU_230_e) 0,1
   
Milieu -0,8
Tender CO2-reductie grootverbruikers (CU_196) -0,4
Verhogen SDE+ (CU_188_c) -0,2
Innovatie- en verduurzaming energievoorziening (CU_185) -0,1
Subsidie woningcorporaties voor nul-op-de-meter-woningen (CU_181_d) -0,1
Subsidietaakstelling: Milieu (CU_232_e) 0,0
   
Onderwijs -0,6
Scholingsvouchers t.w.v. 500 euro voor laag- en middelbaar opgeleide werkenden (CU_206) -0,4
Verhogen lumpsum po, vo en mbo (CU_204) -0,3
Intensivering onderzoek en wetenschap (CU_209) -0,3
Herinvoering basisbeurs bachelor en master (CU_205) -0,2
Verhoging lumpsum vo en mbo (CU_207) -0,1
Verhoging lumpsum po en vo in krimpregio's (CU_208) -0,1
Subsidietaakstelling: Onderwijs (CU_232_c) 0,3
Stopzetten resultaatafhankelijk budget in de kwaliteitsafspraken mbo (CU_211) 0,2
Beëindigen functiemix/salarismix Randstad in vo en mbo (CU_213) 0,1
Verminderen instroom met meer dan 50% in kunstopleidingen (CU_214) 0,1
Terugdraaien flankerend beleid van wet studievoorschot en ombuiging aanvullende beurs (CU_216) 0,1
Versoberen ov-studentenkaart (CU_212) 0,0
Verhogen rente studielening (5-jaars- naar 15-jaarsobligatie) (CU_215) 0,0
   
Zorg 0,0
Verlagen van het verplicht eigen risico met 100 euro (CU_101_a) -1,1
Intensivering verpleeghuiszorg (CU_262) -0,5
Medisch specialisten verplicht in loondienst en onder de Wet normering topinkomens (CU_112) -0,3
Oprichten preventiefonds (CU_102) -0,2
Verhoging Rijksbijdrage Wmo (CU_103) -0,1
Volledig scheiden van wonen en zorg in de Wlz (variant ZiK_077), structurele besparing in de Wlz (CU_127_a, 127_c) -0,1
Hoofdlijnenakkoord i.c.m. MBI (CU_105) 1,2
Diverse maatregelen op het gebied van geneesmiddelen. (CU_110_a, 111_a, 121_a, 122) 0,4
Diverse maatregelen curatieve zorg (CU_114, 109, 113, 115, 116, 117, 118) 0,2
Pakketmaatregel hulpmiddelen (CU_107_a) 0,1
Verplichten meerjarige contracten in de Wet langdurige zorg (CU_129) 0,1
Eigen betalingen paramedische zorg en dieetadvisering voor 18+ (CU_106_a) 0,1
Gepast gebruik (CU_120) 0,1
Aanpassen voorwaardelijke toelating (als subsidie) (CU_119) 0,1
Introduceren objectief verdeelmodel Wet langdurige zorg (CU_128) 0,0
   
Sociale zekerheid 3,4
Kinderbijslag (CU_132) -0,6
Uitbreiding zwangerschapsverlof (CU_134) -0,4
Verplichte loonverzekering ZW zelfstandigen (uitkeringen) (CU_154_e) -0,4
Kindgebonden budget (CU_133) -0,2
Loondoorbetaling bij ziekte: collectief tweede jaar kleine werkgevers (CU_159_a) -0,2
Premiedifferentiatie WGA beperken tot vijf jaar: uitgaven (CU_137_a) -0,1
Uitbreiding betaald zorgverlof (CU_104_c) -0,1
Uitbreiding betaald geboorteverlof (CU_146_b) -0,1
Huurtoeslag private sector zuiver inkomensafhankelijk (CU_181_c) -0,1
Uitbreiding beschutte werkplekken (CU_135) -0,1
Verplichte AOV voor zelfstandigen op wml-niveau (uitgaven) (CU_154_b) 0,0
Huurtoeslag sociale sector door woningcorporaties (CU_181_b) 2,9
Aftrekposten box 1 niet meer meetellen voor toeslagen (CU_172) 0,9
Harmoniseren vermogenstoets toeslagen en omvormen tot vermogensinkomensbijtelling (CU_247) 0,6
Ombuiging kinderopvangtoeslag (CU_140) 0,5
Verlagen maximumdagloon WW en verlagen uitkering naar 70% in eerste twee maanden (CU_143_a) 0,3
Verlagen van het eigen risico met 100 euro: effect zorgtoeslag (CU_101_c) 0,2
Verlagen maximumdagloon arbeidsongeschiktheid (CU_143_b) 0,1
Samenwonende arbeidsongeschikten maximaal 150% uitkering (CU_141) 0,1
Aanscherpen claimbeoordeling (CU_142) 0,0
Volledig scheiden van wonen en zorg in de Wlz, compensatie (CU_127_b) 0,0
   
Overdrachten aan bedrijven -0,4
Compensatie woningcorporaties (CU_181_a) -1,0
Uitbreiding LIV (CU_148_a) -0,1
Uitbreiding LKV (CU_148_b) -0,1
Ombuiging afdrachtvermindering werkgevers WBSO (CU_179_a) 0,5
Subsidietaakstelling: Overdrachten aan bedrijven (CU_232_f) 0,1
Ombuiging topsectorenbeleid (CU_235) 0,1
Eenmalige uitbreiding innovatiekrediet voor mkb (2018) (CU_228) 0,0
   
Internationale samenwerking -1,0
Intensivering ontwikkelingssamenwerking (CU_224) -1,0
   
Overig 0,2
Subsidietaakstelling: VWS-begroting (CU_232_g, 232_b) 0,2
Cultureel erfgoed (CU_227) 0,0
   

14.6.2Lasten

De ChristenUnie verlaagt de collectieve lasten met per saldo 3,8 mld euro in 2021. Een opsomming van de lastenmaatregelen wordt gevolgd door een tabel. Het gaat hier om de beleidsmatige lastenontwikkeling op EMU-basis (blo). De verlaging van 3,8 mld euro is opgebouwd uit een verlaging van 5,6 mld euro voor gezinnen, een verhoging van 1,2 mld euro voor bedrijven en een verhoging van 0,5 mld euro voor het buitenland.

Inkomen en arbeid

  • De ChristenUnie verlaagt de tarieven van de tweede en derde schijf naar 34% in 2021. Daardoor worden deze tarieven gelijk aan het tarief van de eerste schijf en ontstaat een tweeschijvenstelsel in box 1. Door deze verlaging ontstaat een lastenverlichting van in totaal 10,6 mld euro in 2021. Structureel daalt het tarief verder met 1,2%-punt, zodat de omvang van de lastenverlichting gelijk blijft. (CU_162, 163)
  • De ChristenUnie verlaagt het tarief van de eerste schijf naar 34% in 2021, zodat de lasten voor gezinnen verlicht worden met 5,1 mld euro in 2021. Structureel daalt het tarief verder met 1,2%-punt, zodat de omvang van de lastenverlichting gelijk blijft. (CU_161)
  • De ChristenUnie verhoogt de algemene heffingskorting, inclusief uitzondering in de overdraagbaarheid voor gezinnen met kinderen tot zes jaar, met 115 euro. Dit is een lastenverlichting van 1,0 mld euro in 2021. (CU_165)
  • De ChristenUnie verlaagt de werkgeverspremies Aof. Dit is een lastenverlichting van 0,9 mld euro in 2021. (CU_151)
  • De ChristenUnie integreert de ouderenkorting met de algemene heffingskorting (AHK) en verhoogt deze. Dit is een lastenverlichting van 0,8 mld euro in 2021. (CU_147)
  • De ChristenUnie verlaagt het tarief van de vierde schijf naar 49%. Daardoor ontstaat een lastenverlichting van 0,5 mld euro in 2021. Omdat het schijftarief ook bij ongewijzigd beleid zou afnemen, is het structurele effect kleiner, namelijk 0,1 mld euro. (CU_164)
  • In verband met de verlaging van het maximum dagloon verlaagt de ChristenUnie de Aof-premie voor werkgevers. Dit is een lastenverlichting van 0,5 mld euro. (CU_150_b)
  • De ChristenUnie verlaagt de WW-premie voor werkgevers. Dit is een lastenverlichting van 0,3 mld euro. (CU_150_a)
  • De ChristenUnie voert de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting voor gezinnen met jonge kinderen tot en met vijf jaar weer in. Dit kost 0,2 mld euro in 2021. (CU_166)
  • De ChristenUnie verhoogt de aftrek specifieke zorgkosten, door de vermenigvuldigingsfactoren te verhogen, zowel voor mensen onder als boven de AOW-leeftijd. Dit is een lastenverlichting van 0,1 mld euro. (CU_131)
  • De ChristenUnie herintroduceert de ouderschapsverlofkorting. Dit is een lastenverlichting van 0,1 mld euro in 2021. (CU_146_a)
  • De ChristenUnie schaft de doorsneesystematiek af. De hogere pensioenpremie in de transitieperiode leidt tot een lastenverlichting van 0,1 mld euro in 2021. Op lange termijn zijn pensioenpremies lager door de langere beleggingshorizon. (CU_258)
  • De ChristenUnie beperkt de aftrekposten in box 1 tot het nieuwe tarief van de eerste schijf. Dit betreft alle ondernemersaftrekposten, de mkb-winstvrijstelling, de persoonsgebonden aftrek, de aftrek vrijwillige lijfrente en arbeidsongeschiktheid, de aftrek vanwege geringe eigenwoningschuld ('wet Hillen') en de hypotheekrenteaftrek. Het is voor gezinnen een lastenverzwaring van in totaal 1,7 mld euro in 2021. Het structurele effect is kleiner omdat de hypotheekrenteaftrek en de zelfstandigenaftrek ook bij ongewijzigd beleid al worden afgebouwd. (CU_171, 155, 184)
  • De ChristenUnie verlaagt de aftoppingsgrens voor pensioenpremies naar anderhalf keer modaal. De lagere aftrek van pensioenpremies leidt tot een lastenverzwaring van 1,7 mld euro in 2021. Op lange termijn zijn de belastbare pensioenuitkeringen lager door een lagere premie-inleg. (CU_156)
  • De ChristenUnie verkort de derde schijf in box 1 naar 70.000 euro in 2021. Dit is een lastenverzwaring van 0,6 mld euro in 2021. Het structurele effect is een lastenverzwaring van 0,4 mld euro. (CU_170)
  • De ChristenUnie verkleint de marge in de gebruikelijkloonregeling tot 10%, waardoor een groter deel van het inkomen van de DGA onder de progressieve heffing van box 1 valt. Dit is een lastenverzwaring van 0,4 mld euro in 2021 en 0,1 mld euro structureel. (CU_250)
  • De ChristenUnie verhoogt de Aof-premie als gevolg van de uitbreiding van het door de overheid betaalde zwangerschapsverlof (CU_134). Dit is een lastenverzwaring van 0,4 mld euro. (CU_158)
  • De ChristenUnie beperkt de 30%-regeling voor ingekomen werknemers en de regeling extraterritoriale kosten tot de balkenendenorm. Ook wordt de duur beperkt van tien naar vijf jaar. Dit betekent een lastenverzwaring voor gezinnen van 0,3 mld euro. (CU_174)
  • De ChristenUnie verplicht zelfstandigen om zich te verzekeren tegen loondoorbetaling bij ziekte, na een eigen risicoperiode van acht weken. Gezinnen gaan extra premie betalen, en ontvangen tegelijkertijd extra uitkeringen. De premies leiden tot een lastenverzwaring van 0,3 mld euro. (CU_154_d, 154_f)
  • De ChristenUnie fiscaliseert de AOW-premie in 18 jaar, te beginnen in 2018. Dit is een lastenverzwaring van 1,1 mld euro in 2021. Dit bedrag loopt op naar 4,1 mld euro structureel. AOW-gerechtigden met een aanvullend pensioen tot 12.000 euro worden gecompenseerd via een met de algemene heffingskorting (AHK) geïntegreerde ouderenkorting. Dit is een lastenverlichting voor gezinnen van 0,8 mld euro in 2021. Op de lange termijn loopt dit bedrag op tot 2,8 mld euro. Per saldo resulteert dit in een lastenverzwaring van 0,2 mld euro in 2021 en 1,3 mld euro structureel. (CU_160)
  • De ChristenUnie introduceert een collectieve verzekering voor het tweede jaar loondoorbetaling bij ziekte voor bedrijven tot tien werknemers. De toename van de overheidsuitgaven (CU_159_a) wordt betaald uit een verhoging van werkgeverspremies. Dit is een EMU-relevante lastenverzwaring van 0,2 mld euro. De lastenverzwaring is gedeeltelijk een schuif van private loondoorbetaling naar de collectieve verzekering. (CU_159_b)
  • De ChristenUnie beperkt de overdraagbaarheid van de inkomensafhankelijke combinatiekorting en de arbeidskorting conform die van de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting. Dit brengt 0,2 mld euro op in 2021. (CU_249)
  • De ChristenUnie topt de hypotheekrenteaftrek geleidelijk af op een eigenwoningschuld van 750.000 euro in 2021 en 500.000 euro structureel. Dit is een lastenverzwaring van 0,2 mld euro in 2021 en 0,1 mld euro structureel. (CU_263)
  • De ChristenUnie beperkt de premiedifferentiatie in de WGA tot vijf jaar in plaats van tien jaar. Het wegnemen van deze financiële prikkel leidt tot hogere WIA-uitgaven (CU_137_a) en per saldo ook tot 0,1 mld euro hogere WGA-premies in 2021 (0,2 mld euro structureel). (CU_137_b)
  • De ChristenUnie schaft de aftrekbaarheid van de eigen bijdrage van de werknemer voor een duurdere leaseauto af. Dit is een lastenverzwaring van 0,1 mld euro. (CU_157)
  • De ChristenUnie introduceert een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen, met een uitkering van maximaal 70% van het minimumloon. De premies zijn kostendekkend en worden betaald uit het winstinkomen. Deze maatregel groeit langzaam in vanaf 2021, in dat jaar zijn zowel premielasten als uitgaven nog verwaarloosbaar. Structureel leidt de premieheffing tot een lastenverzwaring van 0,7 mld euro. (CU_154_a, 154_c)

Vermogen en winst

  • De ChristenUnie schaft de verhuurderheffing af. Dit verlaagt de overheidsinkomsten met 2 mld euro. (CU_183)
  • De ChristenUnie introduceert een aftrek voor eigen vermogen voor bedrijven van taakstellend 2 mld euro. Voor dit bedrag kan een vermogensaftrek van naar verwachting circa 2% worden ingevoerd. (CU_243)
  • De ChristenUnie verlaagt het tarief in de tweede schijf van de vennootschapsbelasting van 25% naar 22,5%. Dit is een lastenverlichting voor bedrijven van 1,2 mld euro. (CU_178_j)
  • De ChristenUnie verlaagt het tarief in de eerste schijf van de vennootschapsbelasting van 20% naar 17,5%, waardoor de lasten voor bedrijven met 0,5 mld euro worden verlicht. (CU_178_i)
  • De ChristenUnie introduceert een vrijstelling in de overdrachtsbelasting voor starters op de woningmarkt. Dit is een lastenverlichting van 0,4 mld euro voor gezinnen. (CU_182)
  • De ChristenUnie verhoogt het heffingsvrije vermogen naar 30.000 euro in 2021. In 2021, als de ChristenUnie een vermogensaanwasbelasting in box 3 invoert, vertaalt dit zich in een hogere heffingsvrije voet. De vermogensaanwasbelasting vervangt de huidige vermogensrendementsheffing in box 3. Dit is een lastenverlichting van 0,1 mld euro. Structureel is er sprake van een lastenverlichting van 0,2 mld euro. (CU_169)
  • De ChristenUnie introduceert de ozb voor gebruikers als extra belastinggebied voor gemeenten. Dit is een lastenverzwaring van 4 mld euro. De ChristenUnie roomt deze lastenverzwaring af via het Gemeentefonds, zodat de lasten op inkomen en arbeid landelijk kunnen worden verlaagd. (CU_255)
  • De ChristenUnie beperkt de aftrekbaarheid van rente voor bedrijven tot maximaal 30% van de winst voor rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie (EBITDA) met een drempel van 1 mln euro zonder groepsvrijstelling, conform de bouwstenen 0 en 1 van de werkgroep fiscaliteit van de Studiegroep Duurzame Groei. Dit betekent een lastenverzwaring voor bedrijven van 1,2 mld euro. Daarnaast beperkt de partij belastingontwijking door bedrijven via Nederland door een bronbelasting in te voeren op uitgaande rente en royalty's naar landen met een vpb-tarief lager dan 10%, conform de bouwstenen 11 en 12 van eerder genoemde werkgroep. (CU_178_a, 178_b)
  • De ChristenUnie verhoogt de tarieven in de erf- en schenkbelasting met 10% en verkort de eerste schijf tot 100.000 euro, waardoor de lasten voor gezinnen met 0,8 mld euro worden verzwaard. (CU_177)
  • De ChristenUnie schaft de aftrek over de vergoeding op zogenoemde additionele Tier-1 instrumenten (coco’s) voor banken en vergelijkbare instrumenten voor verzekeraars af, conform bouwsteen 7 van de werkgroep fiscaliteit van de Studiegroep Duurzame Groei. Dit is een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,5 mld euro. (CU_178_f)
  • De ChristenUnie schaft de kleinschaligheidsaftrek (KIA) af, waardoor de lasten voor bedrijven worden verzwaard met 0,4 mld euro. (CU_178_d)
  • De ChristenUnie versobert de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting, door de carry-back af te schaffen en de carry forward te beperken tot zes jaar. Dit is een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,4 mld euro in 2021 en 1,0 mld euro structureel. (CU_178_e)
  • De ChristenUnie verhoogt het effectieve tarief van de innovatiebox van 5% naar 10%. Daarnaast worden de voorwaarden aangescherpt zodat de innovatiebox voor taakstellend 0,1 mld euro wordt beperkt. Deze maatregelen leiden tot een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,4 mld euro. (CU_178_c, 179_b)
  • De ChristenUnie voert een generieke minimum-kapitaalregel (thin cap rule) in conform bouwsteen 8 van de werkgroep fiscaliteit van de Studiegroep Duurzame Groei. Dat betekent een beperking van de renteaftrek over vreemd vermogen vanaf 92% van het commerciële balanstotaal. Dit is een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,3 mld euro die vooral effect heeft op banken. (CU_178_g)
  • De ChristenUnie kort de lengte van de eerste schijf van de vennootschapsbelasting in van 350.000 euro naar 200.000 euro. Dit is een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,2 mld euro. (CU_178_h)
  • De ChristenUnie introduceert twee schijven in box 2 met een tarief van 20% voor de eerste 70.000 euro en een tarief van 30% voor hetgeen de 70.000 euro te boven gaat. Dat betekent een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,1 mld euro in 2021 en 0,2 mld euro structureel. (CU_248)

Milieu

  • De ChristenUnie verlaagt de motorrijtuigenbelasting voor personen- en bestelauto's. Dit is een lastenverlichting van 0,6 mld euro. Deze maatregel is gekoppeld aan de invoering van de congestie- en de cordonheffing (CU_200_d en CU_200_a). (CU_252)
  • Het invoeren van de kilometerheffing voor vracht- en bestelauto's (Maut) leidt tot accijnsderving. Dit vermindert de belastingontvangsten met 0,2 mld euro. (CU_198_c)
  • De ChristenUnie schaft het eurovignet af. Dit is een lastenverlichting van 0,2 mld euro. (CU_198_e)
  • De ChristenUnie introduceert een energiebesparingsaftrek in de loon- en inkomstenheffing. Dit is een lastenverlichting van 0,1 mld euro voor gezinnen. (CU_193)
  • De ChristenUnie introduceert een kilometerheffing voor vracht- en bestelauto's (Maut) met een opbrengst van 2,7 mld euro. Deze heffing verhoogt de lasten voor bedrijven en het buitenland en gaat gepaard met exploitatiekosten (CU_198b) en accijnsderving (CU_198_c). (CU_198_a, 198_d)
  • De ChristenUnie verhoogt de tarieven in de energiebelasting. Dit is een lastenverzwaring voor gezinnen en bedrijven van 1,1 mld euro. Op lange termijn wordt de opbrengst van deze maatregel, ondanks verdere oploop van de tarieven, 0,9 mld euro, vanwege een structureel lagere grondslag. (CU_195)
  • De ChristenUnie voert een jaarlijks stijgende minimumprijs voor CO2 in voor energie en industrie. Dit is een lastenverzwaring van 0,8 mld euro in 2021, oplopend tot 1,1 mld euro structureel. (CU_190_a)
  • De ChristenUnie voert een congestieheffing in. De opbrengst van deze heffing bedraagt 0,4 mld euro. Deze heffing gaat gepaard met exploitatiekosten (CU_200_c). (CU_200_a, 200_b)
  • De ChristenUnie introduceert een belasting op restwarmte. De opbrengst van deze belasting is 0,4 mld euro. (CU_256)
  • De ChristenUnie voert een cordonheffing in. De opbrengst van deze heffing bedraagt 0,3 mld euro. Deze heffing gaat gepaard met exploitatiekosten (CU_200_c). (CU_200_d, 200_e)
  • De ChristenUnie verhoogt de Opslag Duurzame Energie (ODE) op de energierekening om de SDE+ (CU_188_c) te financieren. Dit is een lastenverzwaring van 0,2 mld euro in 2021, die oploopt tot 4,9 mld euro structureel. (CU_188_a, 188_b)
  • De ChristenUnie verhoogt de verbrandingsbelasting met 0,1 mld euro. Dit is een lastenverzwaring voor bedrijven. (CU_201)

Overig

  • De ChristenUnie harmoniseert de btw-tarieven. Het nieuwe geharmoniseerde tarief wordt 19,5%. Uitzondering betreft voedingsmiddelen en voedingsmiddelen verstrekt in de horeca. Alleen voor deze productcategorieën blijft het lage btw-tarief van 6% in stand. Dit betekent een lastenverzwaring voor gezinnen en bedrijven van 2,0 mld euro. (CU_251)
  • De ChristenUnie verhoogt taakstellend de tabaksaccijns, met een opbrengst van 0,3 mld euro. (CU_175_a)
  • De ChristenUnie verhoogt taakstellend de alcoholaccijns, met een opbrengst van 0,1 mld euro. (CU_175_b)
  • De ChristenUnie verhoogt de kansspelbelasting taakstellend met 0,1 mld euro. (CU_176)

Gasbaten

  • De ChristenUnie verlaagt de gaswinning in Groningen met 3 mld Nm3. Dit verlaagt de overheidsontvangsten met 0,4 mld euro. Er is geen structureel effect op de overheidsbegroting. (CU_187)

Tabel 14.12Lastenmutaties t.o.v. basispad in 2021, ex ante, mld euro

(-) betekent EMU-saldo verslechterend, (+) betekent EMU-saldo verbeterend. 2021
Verlagen gaswinning in Groningen (CU_187) -0,4
   
Inkomen en arbeid -13,6
Verlaging tarief tweede en derde schijf naar tarief eerste schijf (CU_162, 163) -10,6
Verlagen tarief eerste schijf naar 34% (CU_161) -5,1
Verhoging algemene heffingskorting (CU_165) -1,0
Verdere verlaging sociale premies werkgevers (CU_151) -0,9
Verhogen en geleidelijke afbouw ouderenkorting (CU_147) -0,8
Verlagen tarief vierde schijf naar 49% (CU_164) -0,5
Verlagen Aof-premie werkgevers (CU_150_b) -0,5
Verlagen WW-premie (CU_150_a) -0,3
Herinvoering overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting voor gezinnen met jonge kinderen (CU_166) -0,2
Verhoging aftrek specifieke zorgkosten (CU_131) -0,1
Herintroductie ouderschapsverlofkorting (CU_146_a) -0,1
Afschaffing doorsneesystematiek (CU_258) -0,1
Aftrekposten box 1 beperken tot tarief eerste schijf (CU_171, 155, 184) 1,7
Aftoppingsgrens pensioenpremies naar anderhalf keer modaal (CU_156) 1,7
Verkorten derde schijf in box 1 (CU_170) 0,6
Verkleinen marge gebruikelijk loon box 2 (CU_250) 0,4
Verhogen Aof-premie i.v.m. uitbreiden zwangerschapsverlof (CU_158) 0,4
Beperken 30%-regeling en de regeling extraterritoriale kosten (CU_174) 0,3
Verplichte loonverzekering ZW zelfstandigen (premies) (CU_154_d, 154_f) 0,3
AOW-premie verder fiscaliseren (CU_160) 0,2
Loondoorbetaling bij ziekte: premie tweede jaar kleine werkgevers (CU_159_b) 0,2
Beperken overdraagbaarheid van de inkomensafhankelijke combinatiekorting en arbeidskorting conform de algemene heffingskorting (CU_249) 0,2
Aftoppen hypotheekrenteaftrek op een eigenwoningschuld van 500.000 euro (CU_263) 0,2
Premiedifferentiatie WGA beperken tot vijf jaar: lasten (CU_137_b) 0,1
Afschaffen aftrekbaarheid eigen bijdrage werknemer voor een duurdere leaseauto (CU_157) 0,1
Verplichte AOV voor zelfstandigen op wml-niveau (premies) (CU_154_a, 154_c) 0,0
   
Vermogen en winst 2,3
Afschaffen verhuurderheffing (CU_183) -2,0
Introductie vermogensaftrek voor bedrijven (CU_243) -2,0
Verlagen tarief tweede schijf vennootschapsbelasting (CU_178_j) -1,2
Verlagen tarief eerste schijf vennootschapsbelasting (CU_178_i) -0,5
Vrijstelling overdrachtsbelasting voor starters (CU_182) -0,4
Hoger heffingsvrij vermogen en vermogensaanwasbelasting in box 3 (CU_169) -0,1
Invoeren ozb-gebruikersdeel (CU_255) 4,0
Beperken renteaftrek bedrijven (CU_178_a, 178_b) 1,2
Verhogen tarieven erf- en schenkbelasting (CU_177) 0,8
Afschaffen aftrek vergoeding over additioneel Tier-1 instrumenten (CU_178_f) 0,5
Afschaffen kleinschaligheidsaftrek (KIA) (CU_178_d) 0,4
Versoberen verliesverrekening (CU_178_e) 0,4
Verhogen effectief tarief en beperken Innovatiebox (CU_178_c, 179_b) 0,4
Invoeren generieke minimum kapitaalregel (thin cap rule) (CU_178_g) 0,3
Inkorten eerste schijf vennootschapsbelasting (CU_178_h) 0,2
Introductie twee schijven in box 2 (CU_248) 0,1
   
Milieu 4,9
Verlagen motorrijtuigenbelasting (CU_252) -0,6
Invoeren kilometerheffing vracht- en bestelauto's (accijnsderving) (CU_198_c) -0,2
Afschaffen eurovignet (CU_198_e) -0,2
Introductie energiebesparingsaftrek voor particulieren (CU_193) -0,1
Invoeren kilometerheffing vracht- en bestelauto's (CU_198_a, 198_d) 2,7
Verhogen energiebelasting (CU_195) 1,1
Invoeren minimumprijs CO2 (CU_190_a) 0,8
Invoeren congestieheffing (CU_200_a, 200_b) 0,4
Invoeren heffing op lozen restwarmte (CU_256) 0,4
Invoeren cordonheffing (CU_200_d, 200_e) 0,3
Verhogen ODE (CU_188_a, 188_b) 0,2
Verhogen verbrandingsbelasting (CU_201) 0,1
   
Overig 2,5
Harmoniseren btw-tarieven op 19,5% (CU_251) 2,0
Verhogen tabaksaccijns (CU_175_a) 0,3
Verhogen alcoholaccijns (CU_175_b) 0,1
Verhogen kansspelbelasting (CU_176) 0,1
   
Totaal beleidsmatige lasten -3,8
   
w.v. gezinnen -5,6
        bedrijven 1,2
        buitenland 0,5
   
Gasbaten  

14.7GroenLinks

Deze paragraaf geeft een gedetailleerd overzicht van de door GroenLinks voorgestelde maatregelen en hun effecten op de overheidsfinanciën. De bedragen zijn ex ante, in prijzen 2017 en betreffen afwijkingen ten opzichte van de middellangetermijnverkenning zoals weergegeven in hoofdstuk 4 van de Macro Economische Verkenning 2017.

14.7.1Uitgaven

GroenLinks intensiveert per saldo 10,0 mld euro in 2021 op de collectieve uitgaven. Na een opsomming volgt een tabel met de uitgavenmaatregelen.

Veiligheid

  • GroenLinks trekt 0,4 mld euro uit voor uitbreiding van het aantal wijkagenten en voor rechtsbijstand, begeleiding en reclassering. (GL_143)
  • GroenLinks schaft detentie korter dan een maand af, voert elektronische detentie in en stopt opsporing, vervolging, berechting en tenuitvoerlegging van criminaliteit m.b.t. softdrugs. Dit leidt tot een ombuiging van 0,1 mld euro en structureel 0,2 mld euro. (GL_181)

Defensie

  • GroenLinks verhoogt het defensiebudget met 0,2 mld euro gericht op verbetering van de inzetbaarheid en verhoging van cybersecurity. (GL_144)
  • GroenLinks buigt 0,2 mld euro om op defensie onder andere door samenvoegen van landmacht en van marine met omringende landen en door efficiencyverbetering van wapensystemen. (GL_152)

Bereikbaarheid

  • GroenLinks trekt 0,9 mld euro extra uit voor aanleg en gebruik van het openbaar vervoer. (GL_140)
  • Het invoeren van een kilometerheffing en een congestieheffing leidt tot exploitatiekosten. Dit is een intensivering van 0,3 mld euro. (GL_182_c)
  • Het invoeren van de kilometerheffing voor vracht- en bestelauto's (Maut) leidt tot exploitatiekosten. Dit is een intensivering van 0,2 mld euro. (GL_186_b)
  • GroenLinks trekt 0,2 mld euro extra uit voor infrastructuur voor fietsgebruik en infrastructuur voor elektrische auto's. (GL_141)
  • GroenLinks verlaagt de uitgaven aan de aanleg van wegen in het Infrastructuurfonds met 0,6 mld euro. (GL_151)

Milieu

  • GroenLinks wil een tender voor energiebesparing (stimulans innovatie t.b.v. de toekomstige energietransitie). Het gaat hier om een structurele intensivering van 0,5 mld euro. (GL_135)
  • GroenLinks intensiveert in groene innovatie. Het gaat om een intensivering van 0,5 mld euro. (GL_150)
  • GroenLinks intensiveert 0,4 mld euro op het gebied van natuur en natuurbeheer. (GL_136)
  • Om de gaswinning in Groningen met 12 mld Nm3 te kunnen verlagen (GL_138_a) zijn investeringen in de infrastructuur en in nieuwe stikstofinstallaties nodig. Dit is een jaarlijkse intensivering van 0,3 mld euro tijdens de kabinetsperiode. Het structurele effect is 0. (GL_138_b)
  • Bij GroenLinks nemen de SDE+-uitgaven toe met 0,2 mld euro in 2021. Het gaat hierbij om het naar voren halen van uitgaven aan zon-pv. Daarnaast verhoogt GroenLinks de SDE+-uitgaven met 8 mld euro structureel voor andere duurzame energieprojecten. Deze verplichting wordt aangegaan tijdens de komende kabinetsperiode. Door een lange aanlooptijd bij implementatie hebben deze projecten tot en met 2021 geen budgettair effect. (GL_132_c)
  • GroenLinks intensiveert 0,2 mld euro in geothermie. (GL_268)
  • De overheid koopt alleen nog emissieloze auto's. Dit betekent een verhoging van de uitgaven van 0,1 mld euro. (GL_259)
  • GroenLinks intensiveert 0,1 mld euro op het gebied van landbouw. (GL_137)
  • GroenLinks intensiveert 0,1 mld euro in de energie-investeringsaftrek (EIA), de VAMIL en circulaire inkoop. (GL_263)

Onderwijs

  • GroenLinks verhoogt de lumpsum van het voortgezet onderwijs met 0,8 mld euro voor verschillende doelen: klassenverkleining in het vmbo, lesprogramma's voor achterstandsleerlingen, meer passend onderwijs, preventie vroegtijdig schoolverlaten, het stimuleren van een brede brugklas, coaching van beginnende leraren, het verlagen van de lestaak van leraren in het vo met 22,5 klokuren per fte per jaar en salarisverhoging voor vmbo-docenten (ter waarde van 2%). (GL_116, 117, 118, 119, 120, 121, 122)
  • GroenLinks verhoogt de lumpsum van het primair onderwijs voor scholen met een positief schoolgewicht met 0,4 mld euro met als doel het verlagen van de maximum klassenomvang naar 21 leerlingen. (GL_112)
  • GroenLinks verlaagt het wettelijk collegegeld in het hoger onderwijs en het lesgeld in het mbo met een kwart, waarbij instellingen volledig gecompenseerd worden voor misgelopen ontvangsten. Dit betekent een intensivering van 0,4 mld euro. (GL_265)
  • GroenLinks verhoogt de lumpsum van het primair onderwijs met 0,3 mld euro voor verschillende doelen: intensieve (non)cognitieve steunlessen voor leerlingen met grote leerachterstanden, een jaar coaching voor beginnende leraren en een maximale klassengrootte voor beginnende leraren van 21 leerlingen, meer passend onderwijs en hogere salarissen voor leraren (ter waarde van 0,19%). (GL_113, 114, 115)
  • GroenLinks verhoogt de lumpsum van het mbo met 0,2 mld euro met als doel een intensieve begeleiding van risicojongeren om voortijdig schoolverlaten te voorkomen. (GL_123)
  • GroenLinks intensiveert 0,2 mld euro in hoger onderwijs, met als doel publieke bekostiging van de tweede bachelor en master (en stapelen) en het bevorderen van doorstroming (schakelklassen, begeleiding en voorlichting). (GL_125, 124)
  • GroenLinks intensiveert 0,2 mld euro in scholingsvouchers van 1000 euro voor laagopgeleide werkenden. (GL_128_a)
  • GroenLinks intensiveert 0,1 mld euro in het post-initieel onderwijs met als doel kwaliteitsverbetering en het opzetten van een EVC-structuur (eerder verworven competenties). (GL_128_b)
  • GroenLinks verhoogt de uitgaven voor fundamenteel onderzoek met 0,1 mld euro. (GL_127_b)
  • GroenLinks intensiveert 0,1 mld euro in begeleiding en scholing voor asielzoekers en vergunninghouders (incl. kinderen). (GL_131)
  • GroenLinks verhoogt de aanvullende beurs met 125 euro per maand. Dit is een structurele intensivering van 0,1 mld euro. (GL_126)
  • GroenLinks buigt 0,1 mld euro om door verminderen van het budget van de NWO. (GL_180)

Zorg

  • GroenLinks schaft het verplicht eigen risico af en introduceert een verbod op het vrijwillig eigen risico. Door interactie met het hoofdlijnenakkoord (GL_154) zijn de eigen betalingen onder het eigen risico lager. De maatregelen resulteren hierdoor in een verhoging van de collectieve zorguitgaven met 4,4 mld euro. Het gaat deels om een verschuiving van private naar collectieve zorguitgaven. (GL_111_a, 111_d, 251_a)
  • GroenLinks intensiveert 1,7 mld euro in 2021 ten behoeve van een nog nader uit te werken bezettingsnorm voor de verpleeghuiszorg. (GL_273)
  • GroenLinks voert een intensivering door in de gehandicaptenzorg van 0,4 mld euro in 2021. (GL_271)
  • GroenLinks wil alle medisch specialisten verplichten tot loondienst en ze onder de Wet Normering Topinkomens (WNT) brengen (ZIK_008). Dit betreft een intensivering van 0,3 mld euro in 2021 en een structurele ombuiging van 0,6 mld euro. Een onzekere factor bij de overgang zijn de waardeoverdrachten (tot maximaal 2 mld euro) van de overheid naar de medisch specialisten voor de financiële claims op grond van eigendomsontneming (verlies aan goodwill). Deze zijn op PM gezet. (GL_156)
  • GroenLinks scheidt wonen en zorg in de Wlz met compensatie voor financieel minder draagkrachtigen. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_077b). Voor de zorg levert dit structureel een ombuiging op van 2,3 mld euro. Vanwege transitie- en uitvoeringskosten is het in 2021 een intensivering van 0,1 mld euro. Zie GL_167_b voor de inkomensondersteuning. (GL_167_a, 167_c)
  • GroenLinks heeft de intentie om in de ziekenhuiszorg en de geestelijke gezondheidszorg een hoofdlijnenakkoord af te sluiten in combinatie met het macrobeheersinstrument. Per saldo resulteren ombuigingen van 0,9 mld euro in de ziekenhuiszorg en 0,1 mld euro in de geestelijke gezondheidszorg. Voor ombuigingen geldt dat lagere zorguitgaven leiden tot minder zorg of lagere kwaliteit van zorg. (GL_154)
  • GroenLinks neemt in de curatieve zorg diverse maatregelen uit Zorgkeuzes in Kaart op het gebied van geneesmiddelen: aanpassing van Wet geneesmiddelenprijzen (ZIK_065), herberekening van limieten geneesmiddelenvergoedingssysteem (ZiK_066), overhevelen medisch specialistische geneesmiddelen naar ziekenhuisbudget (ZiK_067), uitbreiding centrale inkoop genees- en hulpmiddelen door de Rijksoverheid (ZiK_071), verplichten uniforme barcodering genees- en hulpmiddelen (ZiK_073). Bij de herberekening van limieten geneesmiddelenvergoedingssysteem gaat het deels om een verschuiving van collectieve naar private zorguitgaven. Samen betreft dit een ombuiging van 0,4 mld euro in 2021 en een structurele ombuiging van 0,5 mld euro. (GL_239_a, 240_a, 245_a, 247)
  • GroenLinks voert in de Wlz een verplichting in voor zorgkantoren (Wlz-uitvoerders) om meerjarige contracten met budgetafspraken af te sluiten met zorgaanbieders. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_085). Het is een ombuiging van 0,2 mld euro in 2021. De structurele ombuiging is 0,1 mld euro. De concurrentie tussen aanbieders neemt namelijk op den duur af. (GL_169)
  • GroenLinks neemt in de curatieve zorg diverse kleine maatregelen uit Zorgkeuzes in Kaart: capaciteitsregulering dure infrastructuur (ZiK_041), capaciteitsplan spoedeisende hulp (ZiK_042), substitutie eenvoudige tweedelijnszorg (ZiK_051), palliatieve zorg van ziekenhuis naar thuissetting (ZiK_055), belonen van infectiepreventie in ziekenhuizen (ZiK_059), verminderen vermijdbare heropnames (ZiK_060) en een bestuurlijk akkoord mondzorg (ZiK_061). Tezamen is dit een ombuiging van 0,2 mld euro. (GL_159, 160, 161, 162, 163, 164, 165)
  • GroenLinks introduceert een vermogenstoets in de Wlz en de Wmo. Dit is feitelijk een verhoging van de vermogensinkomensbijtelling van 8% naar 100%. De maatregel leidt tot een ombuiging van 0,1 mld euro. Het gaat deels om een verschuiving van collectieve naar private zorguitgaven. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_018). (GL_158_a)
  • De overheid verplicht zorgkantoren om bij de zorginkoop in de Wlz gedifferentieerde tarieven te hanteren die afhangen van het overheadpercentage en het ziekteverzuim van de aanbieder. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_002). Het is een ombuiging van 0,1 mld euro in 2021. (GL_155)
  • GroenLinks zet in op gepast gebruik van zorg. Deze maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_014) betekent een ombuiging van 0,1 mld euro. (GL_157)
  • GroenLinks brengt de geestelijke gezondheidszorg onder in een apart wettelijk kader met instellingsbudgettering (ZiK_100). In 2021 resulteert dit in een beperkte ombuiging. Structureel is de ombuiging 0,1 mld euro. (GL_171)
  • GroenLinks stimuleert integrale dementiezorg door de introductie van een landelijke subsidieregeling ter bekostiging van casemanagers dementiezorg. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_091). De beperkte ombuiging door de grotere inzet van casemanagers dementiezorg in 2021 loopt op tot 0,1 mld euro structureel. (GL_170)

Sociale zekerheid

  • GroenLinks verhoogt de kindbedragen (eerste t/m zesde kind) in het kindgebonden budget en de kopjes voor kinderen ouder dan twaalf jaar. Daarnaast wordt een kopje geïntroduceerd voor kinderen tussen zes en twaalf jaar. Het kindgebonden budget wordt voor ieder huishouden afgebouwd tot nul bij een inkomen van ca. 80 duizend euro. Dit is een intensivering van 1,5 mld euro. (GL_175_b)
  • GroenLinks verhoogt de AOW-uitkering in twintig jaar met 15%. Dit is een intensivering van 1,2 mld euro in 2021 en 6,7 mld euro structureel. (GL_101)
  • GroenLinks introduceert drie dagen gratis kinderopvang voor kinderen van een half tot en met drie jaar. Dit is een intensivering van 0,7 mld euro in 2021 (jaar van invoering) en 2,1 mld euro structureel. (GL_108)
  • GroenLinks verhoogt de bijstandsuitkering naar 74,5% minimumloon voor alleenstaanden en 104,5% minimumloon voor paren. De intensivering is 0,4 mld euro in 2021 en 0,5 mld euro structureel. (GL_272)
  • GroenLinks breidt het betaald geboorteverlof uit tot zeven weken per partner tegen 70% van het loon. Dit is een intensivering van 0,3 mld euro. (GL_109)
  • GroenLinks breidt het geboorteverlof voor de partner uit met vijftien dagen. Dit is een intensivering van 0,2 mld euro. (GL_110)
  • GroenLinks introduceert een collectieve verzekering voor het tweede jaar loondoorbetaling bij ziekte voor bedrijven tot tien werknemers. De overheidsuitgaven nemen 0,2 mld euro toe. (GL_106_a)
  • GroenLinks stelt een geoormerkt budget beschikbaar voor meer face-to-face gesprekken in de dienstverlening van het UWV. Dit is een intensivering van 0,1 mld euro in 2021. (GL_105)
  • GroenLinks breidt het aantal beschutte werkplekken uit met 20.000 plekken. De ingroei van deze extra werkplekken sluit aan bij het ingroeipad van de oorspronkelijke plekken. Dit is een intensivering van 0,1 mld euro in 2021 en een structurele intensivering van 0,5 mld euro. (GL_103)
  • GroenLinks schaft het jeugdminimumloon af vanaf 18 jaar. Dit betekent een verhoging van de Wajonguitkeringen voor achttien- tot en met twintigjarigen met structureel 0,1 mld euro. (GL_104_a)
  • GroenLinks introduceert een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen, waarbij de premie wordt betaald uit de algemene middelen. De uitkering bedraagt maximaal 70% van het minimumloon. Deze maatregel groeit langzaam in vanaf 2021, en leidt uiteindelijk tot een structurele intensivering van 1,3 mld euro. (GL_102)
  • GroenLinks voert een quotum voor arbeidsgehandicapten in. Dit leidt tot heffingsinkomsten (zie GL_276_a). Daarnaast is sprake van een beperkte besparing op uitkeringslasten en uitgaven aan uitvoeringskosten. (GL_276_b, 276_c)
  • GroenLinks schaft de zorgtoeslag af. De ombuiging is 5,5 mld euro in 2021. (GL_153)
  • GroenLinks schaft de kinderbijslag af. Dit is een ombuiging van 3,2 mld euro. (GL_175_a)
  • GroenLinks maakt werkgevers verantwoordelijk voor het eerste half jaar WW. De maatregel levert een structurele besparing op van 0,8 mld euro. De maatregel impliceert een niet-EMU relevante lastenverzwaring voor bedrijven. (GL_176_a)
  • GroenLinks biedt de mogelijkheid om, actuarieel neutraal, de AOW maximaal drie jaar later te laten ingaan. Latere opname wordt, in termen van contante waarden, exact gecompenseerd door een verhoging van de AOW-uitkering. In de jaren 2019-2021 zijn de AOW-uitgaven lager omdat een deel van de ‘nieuwe’ AOW-gerechtigden opteert voor latere opname. In 2021 is dit effect 0,3 mld euro. Omdat dit vanwege de actuariële neutraliteit leidt tot hogere uitkeringen zijn de AOW-uitgaven op lange termijn echter hoger (0,3 mld euro). De actuariële neutraliteit leidt er bij later opnemen namelijk toe dat de (procentuele) stijging van de uitkeringen groter is dan de (procentuele) daling van het aantal uitkeringsjaren. (GL_264)
  • GroenLinks scheidt wonen en zorg in de Wlz. Cliënten die hun woon- en verblijfslasten niet zelf kunnen dragen worden gecompenseerd. Dit betreft structureel 2,2 mld euro. (GL_167_b)

Overdrachten aan bedrijven

  • GroenLinks intensiveert 1,5 mld euro in een loonkostensubsidie ten behoeve van de onderkant van de arbeidsmarkt. (GL_228)
  • GroenLinks intensiveert 0,3 mld euro in innovatie via budget voor het mkb. (GL_148)
  • GroenLinks beperkt de afdrachtsvermindering werkgevers WBSO tot innovaties die nieuw zijn voor de wereld. Dit betekent een ombuiging van 0,6 mld euro. (GL_177)
  • GroenLinks buigt maximaal om op topsectorenbeleid, wat een besparing van 0,1 mld euro oplevert. (GL_178)

Internationale samenwerking

  • GroenLinks verhoogt de uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking met 2,1 mld euro, onder andere voor extra opvang in de regio. (GL_142)

Overig

  • GroenLinks intensiveert 0,2 mld euro in het Gemeentefonds, met als doel extra voorzieningen in wijken met vooral sociale huurwoningen. (GL_145)
  • GroenLinks verhoogt het budget voor kunst en cultuur met 0,2 mld euro. (GL_146)
  • GroenLinks intensiveert 0,2 mld euro in asielopvang in Nederland met als doel kleinschaligere opvang door gemeenten en het verbeteren en versnellen van procedures. (GL_147_a)
  • GroenLinks intensiveert 0,2 mld euro in inburgering en het bevorderen van sociale cohesie. (GL_147_b)

Tabel 14.13 Netto ombuigingen in 2021, t.o.v. basispad ex ante, mld euro

(-) betekent EMU-saldo verslechterend, (+) betekent EMU-saldo verbeterend. 2021
Totaal -10,0
   
Veiligheid -0,2
Intensivering veiligheid en justitie (GL_143) -0,4
Ombuiging veiligheid (GL_181) 0,1
   
Defensie 0,0
Verhogen van defensie-uitgaven (GL_144) -0,2
Ombuiging defensie (GL_152) 0,2
   
Bereikbaarheid -0,9
Intensivering openbaar vervoer (GL_140) -0,9
Invoeren kilometer- en congestieheffing (exploitatiekosten) (GL_182_c) -0,3
Invoeren kilometerheffing vracht- en bestelauto's (exploitatiekosten) (GL_186_b) -0,2
Intensivering infrastructuur voor fietsgebruik en elektrische auto’s (GL_141) -0,2
Verlagen aanlegbudget wegen (GL_151) 0,6
   
Milieu -2,4
Tender energiebesparing (GL_135) -0,5
Intensivering groene innovatie (GL_150) -0,5
Intensivering natuur en natuurbeheer (GL_136) -0,4
Verlagen gaswinning in Groningen (investeringskosten) (GL_138_b) -0,3
Verhogen SDE+ (GL_132_c) -0,2
Intensivering geothermie (GL_268) -0,2
Overgaan op emissieloze auto's door de overheid (GL_259) -0,1
Intensivering landbouw (GL_137) -0,1
Intensiveringen in EIA, VAMIL en circulaire inkoop (GL_263) -0,1
   
Onderwijs -2,8
Verhogen lumpsum vo (GL_116, 117, 118, 119, 120, 121, 122) -0,8
Verhogen lumpsum po (voor scholen met een positief schoolgewicht) (GL_112) -0,4
Verlagen wettelijk collegegeld ho en lesgeld mbo met een kwart (GL_265) -0,4
Verhogen lumpsum po (GL_113, 114, 115) -0,3
Verhogen lumpsum mbo (GL_123) -0,2
Intensiveringen ho (GL_125, 124) -0,2
Scholingsvouchers t.w.v. 1000 euro voor laagopgeleide werkenden (GL_128_a) -0,2
Intensivering post-initieel onderwijs en opzetten EVC (GL_128_b) -0,1
Fundamenteel onderzoek (GL_127_b) -0,1
Intensivering onderwijs voor vluchtelingen (GL_131) -0,1
Verhogen aanvullende studiebeurs met 125 euro (GL_126) 0,0
Ombuiging NWO (GL_180) 0,1
   
Zorg -4,7
Afschaffen van het verplicht eigen risico (GL_111_a, 111_d, 251_a) -4,4
Taakstellende intensivering t.b.v. bezettingsnorm verpleeghuiszorg (GL_273) -1,7
Intensivering gehandicaptenzorg (GL_271) -0,4
Medisch specialisten verplicht in loondienst en onder de Wet Normering Topinkomens (GL_156) -0,3
Volledig scheiden van wonen en zorg in de Wlz, structurele besparing in de Wlz (GL_167_a, 167_c) -0,1
Hoofdlijnenakkoord ziekenhuiszorg en ggz i.c.m. MBI (GL_154) 1,0
Diverse maatregelen op het gebied van geneesmiddelen (GL_239_a, 240_a, 245_a, 247) 0,4
Verplichten meerjarige contracten in de Wet langdurige zorg (GL_169) 0,2
Diverse maatregelen curatieve zorg (GL_159, 160, 161, 162, 163, 164, 165) 0,2
Vermogenstoets in Wlz en Wmo (GL_158_a) 0,1
Overhead- en ziekteverzuimnormen in Wlz (GL_155) 0,1
Gepast gebruik (GL_157) 0,1
Wettelijk kader met instellingsbudgettering voor de geestelijke gezondheidszorg (GL_171) 0,0
Stimuleren integrale dementiezorg (GL_170) 0,0
   
Sociale zekerheid 5,1
Aanpassing en intensivering kindgebonden budget (GL_175_b) -1,5
Verhoging AOW-uitkering (GL_101) -1,2
Kinderopvang: drie dagen gratis voor kinderen van een half tot en met drie jaar (GL_108) -0,7
Verhogen bijstand (GL_272) -0,4
Uitbreiding betaald geboorteverlof (GL_109) -0,3
Uitbreiding betaald geboorteverlof met 15 dagen (GL_110) -0,2
Loondoorbetaling bij ziekte: collectief tweede jaar kleine werkgevers (GL_106_a) -0,2
Meer face-to-face gesprekken in dienstverlening UWV (GL_105) -0,1
Uitbreiding beschutte werkplekken (GL_103) -0,1
Jeugdminimumloon vanaf 18 jaar afschaffen (GL_104_a) 0,0
Premievrije AOV voor zelfstandigen op wml-niveau (uitgaven) (GL_102) 0,0
Quotum arbeidsgehandicapten: uitkeringslasten (GL_276_b, 276_c) 0,0
Afschaffen zorgtoeslag (GL_153) 5,5
Afschaffen kinderbijslag (GL_175_a) 3,2
Werkgevers eerste half jaar verantwoordelijk voor WW (GL_176_a) 0,8
Flexibele AOW-leeftijd: maximaal drie jaar later (GL_264) 0,3
Volledig scheiden van wonen en zorg in de Wlz, compensatie (GL_167_b) 0,0
   
Overdrachten aan bedrijven -1,1
Loonkostensubsidie onderkant arbeidsmarkt (GL_228) -1,5
Intensivering innovatie via budget mkb (GL_148) -0,3
Ombuiging WBSO (GL_177) 0,6
Ombuiging topsectorenbeleid (GL_178) 0,1
   
Internationale samenwerking -2,1
Intensivering ontwikkelingssamenwerking (GL_142) -2,1
   
Overig -0,8
Intensivering Gemeentefonds: voorzieningen in wijken met vooral sociale huurwoningen (GL_145) -0,2
Intensivering kunst en cultuur (GL_146) -0,2
Intensivering asielopvang in Nederland (GL_147_a) -0,2
Intensivering inburgering en sociale cohesie (GL_147_b) -0,2
   

14.7.2Lasten

GroenLinks verlaagt de collectieve lasten met per saldo 0,0 mld euro in 2021. Een opsomming van de lastenmaatregelen wordt gevolgd door een tabel. Het gaat hier om de beleidsmatige lastenontwikkeling op EMU-basis (blo). De verlaging van 0,0 mld euro is opgebouwd uit een verlaging van 3,9 mld euro voor gezinnen, een verhoging van 2,6 mld euro voor bedrijven en een verhoging van 1,3 mld euro voor het buitenland.

Inkomen en arbeid

  • GroenLinks voegt de werkgeverspremies arbeidsongeschiktheid, WW en Zvw samen tot een werkgeversheffing collectieve voorzieningen. Daarin komt een franchise ter hoogte van 79% van het wettelijk minimumloon en vervalt de premiegrens. Hierdoor verschuiven werkgeverslasten van lage naar hoge inkomens. Het tarief voor de nieuwe premie is de som van de huidige tarieven voor de premies arbeidsongeschiktheid, WW en Zvw (19,8% in 2021). Per saldo resulteert dit in een lastenverlichting voor werkgevers van 15,6 mld euro in 2021. (GL_227)
  • GroenLinks zet meer collectieve middelen in om de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraars te verhogen. Zorgverzekeraars kunnen daardoor op jaarbasis een 1000 euro lagere nominale premie vragen aan verzekerden. Dit levert een lastenverlichting op van 13,5 mld euro. Een lagere nominale premie heeft geen negatieve gevolgen voor de premieconcurrentie tussen verzekeraars. Omdat GroenLinks de bijdrage uit de collectieve middelen verhoogt zonder de private verzekeringsmarkt te wijzigen, bestaat het risico dat de Europese Commissie dit zal beoordelen als staatssteun. (GL_226)
  • GroenLinks verhoogt de arbeidskorting. Het afbouwpercentage wordt versneld. Daarnaast wordt de maximale arbeidskorting verhoogd. Ook wordt het niet-verzilverbare deel uitkeerbaar. De lastenverlichting is per saldo 4,4 mld euro. (GL_234)
  • GroenLinks verhoogt het maximale bedrag van de algemene heffingskorting om 2,5 mld euro lastenverlichting te realiseren in 2021. (GL_233)
  • GroenLinks verhoogt de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). De IACK bouwt af voor inkomens vanaf 40.000 euro. Het bedrag dat met de afbouw wordt opgehaald, gaat naar een hoger maximaal bedrag. Daarnaast wordt het niet-verzilverbare deel uitkeerbaar. Het opbouwpercentage wordt 14,65% en het afbouwpercentage 18,17%. Dit is per saldo een lastenverlichting van 1,0 mld euro. (GL_235)
  • GroenLinks verhoogt de alleenstaande-ouderenkorting met 475 euro. Dit is een lastenverlichting van 0,6 mld euro in 2021. (GL_218_f)
  • GroenLinks maakt de ouderenkorting voor lagere inkomens volledig uitkeerbaar. Dit kost 0,3 mld euro in 2021. (GL_215)
  • GroenLinks zet het tarief derde schijf terug naar 42%. Ook draait GroenLinks de verlenging van de derde schijf van de loon- en inkomstenbelasting uit het Belastingplan 2016 en verdere verlengingen in het basispad terug. Hierdoor wordt de algemene heffingskorting ook eerder afgebouwd. Daarnaast wordt de verlaging van het tarief van de vierde belastingschijf teruggedraaid: in 2021 is dit tarief weer 52%. De lastenverzwaring is 3,6 mld euro in 2021 en 6,3 mld euro structureel. (GL_213)
  • GroenLinks schaft de mkb-winstvrijstelling voor zelfstandigen af. Dat betekent een lastenverzwaring van 1,8 mld euro. (GL_222)
  • GroenLinks defiscaliseert de eigen woning vanaf 2019 in 24 jaar. Het eigenwoningforfait en de hypotheekrenteaftrek komen geleidelijk te vervallen. Dit is een lastenverzwaring van 1,0 mld euro in 2021 en 4,0 mld euro structureel. (GL_220_a)
  • GroenLinks fiscaliseert de AOW-premie geleidelijk tot 2040. Dit is een lastenverzwaring van 0,9 mld euro in 2021. Dit bedrag loopt op naar 3,8 mld euro structureel. (GL_218_a)
  • GroenLinks schaft de belastingvrije reiskostenvergoeding auto voor woon-werkverkeer af. Dit is een lastenverzwaring van 0,9 mld euro. Als flankerend beleid worden de mogelijkheden voor leaserijders om op kosten van de werkgever te tanken beperkt. (GL_185)
  • GroenLinks schaft de 30%-regeling voor ingekomen werknemers en de regeling extraterritoriale kosten af. Dit is een lastenverzwaring voor gezinnen van 0,8 mld euro. (GL_221)
  • GroenLinks verkleint de marge in de gebruikelijkloonregeling tot 0%, waardoor een groter deel van het inkomen van de DGA onder de progressieve heffing van box 1 valt. Dit is een lastenverzwaring van 0,7 mld euro in 2021 en 0,2 mld euro structureel. (GL_209)
  • GroenLinks introduceert een werkgeversheffing op topinkomens van 14% over het loon boven 150.000 euro. Dit is een lastenverzwaring voor werkgevers van 0,6 mld euro in 2021. (GL_217)
  • GroenLinks verlaagt de aftoppingsgrens voor pensioenpremies naar twee keer modaal. De lagere aftrek van pensioenpremies leidt tot een lastenverzwaring van 0,5 mld euro in 2021. Op lange termijn zijn de belastbare pensioenuitkeringen lager door een lagere premie-inleg. (GL_219)
  • GroenLinks verhoogt de bijtelling in de inkomstenbelasting, met name voor onzuinige auto's. Dit is een lastenverzwaring van 0,3 mld euro. (GL_184)
  • GroenLinks schaft de ouderenkorting voor hogere inkomens af en halveert de ouderenkorting voor lagere inkomens in stappen richting 2040. Dit is een lastenverzwaring van 0,3 mld euro in 2021 en 1,3 mld euro structureel in 2040. (GL_218_e, 218_d)
  • GroenLinks introduceert een collectieve verzekering voor het tweede jaar loondoorbetaling bij ziekte voor bedrijven tot tien werknemers. De toename van de overheidsuitgaven (GL_106_a) wordt betaald uit een verhoging van werkgeverspremies. Dit is een EMU-relevante lastenverzwaring van 0,2 mld euro. De lastenverzwaring is gedeeltelijk een schuif van private loondoorbetaling naar de collectieve verzekering. (GL_106_c)

Vermogen en winst

  • GroenLinks verhoogt de korting op de verhuurderheffing voor woningbouw in gebieden met woningschaarste. Dit is een lastenverlichting van 0,4 mld euro. (GL_212)
  • GroenLinks beperkt de aftrekbaarheid van rente voor bedrijven tot maximaal 30% van de winst voor rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie (EBITDA) met een drempel van 1 mln euro zonder groepsvrijstelling, conform de bouwstenen 0 en 1 van de werkgroep fiscaliteit van de Studiegroep Duurzame Groei. Dit betekent een lastenverzwaring voor bedrijven van 1,2 mld euro. Daarnaast beperkt de partij belastingontwijking door bedrijven via Nederland door een bronbelasting in te voeren op uitgaande rente en royalties naar landen met een vpb-tarief lager dan 10%, conform de bouwstenen 11 en 12 van eerder genoemde werkgroep. (GL_201_a, 201_b, 201_c)
  • GroenLinks verhoogt de bankenbelasting taakstellend met 1 mld euro. (GL_205)
  • GroenLinks verhoogt het tarief in de tweede schijf van de vennootschapsbelasting van 25% naar 27% en verzwaart zo de lasten voor bedrijven met 0,9 mld euro. (GL_269)
  • GroenLinks vervangt de huidige vermogensrendementsheffing in box 3 door een vermogensaanwasbelasting en kiest daarbij voor een heffingsvrije voet van 1000 euro. Daarnaast introduceert GroenLinks een progressief tarief in box 3. Voor een vermogensaanwas van 1000 tot en met 20.000 euro geldt een tarief van 35%; voor een aanwas van 20.000 tot en met 60.000 euro geldt een tarief van 42% en voor een aanwas van meer dan 60.000 geldt een tarief van 52%. Tezamen resulteren deze maatregelen in een lastenverzwaring van 0,7 mld euro in 2021. (GL_204)
  • GroenLinks schaft de Innovatiebox af. Dit is een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,5 mld euro. (GL_202)
  • GroenLinks harmoniseert en verhoogt de tarieven in de erf- en schenkbelasting. Daar staat tegenover dat de vrijstelling van de eigen woning bij overdracht aan de partner wordt verruimd. Per saldo leiden deze maatregelen tot een lastenverzwaring voor gezinnen van 0,5 mld euro. (GL_203)
  • GroenLinks schaft de aftrek over de vergoeding op zogenoemde additionele Tier-1 instrumenten (coco’s) voor banken en vergelijkbare instrumenten voor verzekeraars af, conform bouwsteen 7 van de werkgroep fiscaliteit van de Studiegroep Duurzame Groei. Dit is een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,5 mld euro. (GL_206)
  • GroenLinks versobert de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting door de carry-back af te schaffen en de carry forward te beperken tot zes jaar. Dit is een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,4 mld euro in 2021 en 1,0 mld euro structureel. (GL_262)
  • GroenLinks voert een generieke minimum-kapitaalregel (thin cap rule) in conform bouwsteen 8 van de werkgroep fiscaliteit van de Studiegroep Duurzame Groei. Dat betekent een beperking van de renteaftrek over vreemd vermogen vanaf 92% van het commerciële balanstotaal. Dit is een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,3 mld euro die vooral effect heeft op banken. (GL_261)
  • GroenLinks schaft het doorschuiven van stakingswinst af, waardoor bij de overgang van een onderneming belasting betaald dient te worden over de stakingswinst, ofwel het verschil tussen de boekwaarde van de onderneming en de overnamesom. Dit is een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,3 mld euro. (GL_267)
  • GroenLinks kort de eerste schijf van de vennootschapsbelasting in van 350.000 euro naar 200.000 euro. Dit is een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,2 mld euro. (GL_210)
  • GroenLinks schaft de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) in de erf- en schenkbelasting af, en verzwaart zo de lasten voor bedrijven met 0,1 mld euro in 2021 en 0,4 mld euro structureel. (GL_266_b)
  • GroenLinks verhoogt het tarief in box 2 naar 30%, waardoor de lasten voor bedrijven worden verzwaard met 0,1 mld euro in 2021 en 0,4 mld euro structureel. (GL_208)
  • GroenLinks schaft de doorschuiffaciliteiten in box 2 af, waardoor 'oneindig' uitstel van belastingheffing in box 2 niet meer mogelijk is. Dat verzwaart de lasten voor bedrijven met 0,1 mld euro. (GL_266_a)
  • GroenLinks gaat bij de verkoop van koopwoningen die gekocht zijn na invoering van de maatregel de winst na correctie voor de landelijke trend in huizenprijzen belasten in box 3. Gedurende de bezitsperiode uitgevoerde verbouw- en herstelwerkzaamheden mogen worden afgetrokken. Voor zowel de investeringsaftrek als de belastinggrondslag gelden drempels van 50.000 euro. Dit is een structurele lastenverzwaring van 0,3 mld euro. (GL_220_b)

Milieu

  • GroenLinks introduceert een belastingkorting voor het bedrijfsleven, mits bespaard wordt op energie. Het gaat om een lastenverlichting van 1 mld euro. (GL_196)
  • Het invoeren van een kilometerheffing en een congestieheffing en de verhoging van de bpm leidt tot accijnsderving. Dit vermindert de belastingontvangsten met 0,6 mld euro. (GL_182_d)
  • GroenLinks verlaagt de motorrijtuigenbelasting op bestelauto's. Dit is een lastenverlichting van 0,5 mld euro. (GL_186_f)
  • GroenLinks introduceert een belastingaftrek voor duurzame woninginvesteringen. Dit is een lastenverlichting voor gezinnen van 0,4 mld euro. (GL_198)
  • Het invoeren van de kilometerheffing voor vracht- en bestelauto's (Maut) leidt tot accijnsderving. Dit vermindert de belastingontvangsten met 0,3 mld euro. (GL_186_c)
  • GroenLinks schaft het eurovignet af. Dit is een lastenverlichting van 0,2 mld euro. (GL_186_e)
  • GroenLinks introduceert een kilometerheffing voor vracht- en bestelauto's (Maut) met een opbrengst van 3,8 mld euro. Deze heffing verhoogt de lasten voor bedrijven en het buitenland en gaat gepaard met exploitatiekosten (GL_186_b) en accijnsderving (GL_186_c). (GL_186_a, 186_d)
  • GroenLinks voert een minimumprijs voor CO2 in. De grondslag van deze lastenverzwaring wordt gevormd door alle emissies. De grondslag wordt kleiner over de tijd, doordat de CO2-emissies ook door ander beleid omlaag gaan. In totaal gaat het om een lastenverzwaring van 3,4 mld euro in 2021 en 2,4 mld euro structureel. (GL_189)
  • GroenLinks introduceert een kilometerheffing en een congestieheffing op het weggebruik van personenauto's. Dit is een lastenverzwaring voor gezinnen en bedrijven van 3,2 mld euro. Deze heffingen gaan gepaard met exploitatiekosten (GL_182_c) en accijnsderving (GL_186_d). (GL_182_a, 182_b)
  • GroenLinks voert een verpakkingenbelasting in met een opbrengst van 2,1 mld euro. (GL_191)
  • GroenLinks introduceert een heffing op bestaande bebouwing van 2 euro per vierkante meter. De opbrengst van deze heffing bedraagt 1,8 mld euro. (GL_200)
  • GroenLinks verhoogt het tarief voor gas in de eerste schijf van de energiebelasting en verhoogt de heffingsvermindering. Samen vormen deze een lastenverzwaring voor gezinnen en bedrijven van 1,7 mld euro. Op lange termijn is de opbrengst van deze maatregel negatief (-0,4 mld euro) vanwege een structureel lagere grondslag. (GL_188)
  • GroenLinks schaft de belastinguitgaven voor bestelauto's in de mrb en de bpm af. Ook worden de belastingfaciliteiten voor taxi's, kampeerauto's, politievoertuigen, ambulances en defensievoertuigen afgeschaft. Totaal is dat een lastenverzwaring van 1,5 mld euro. (GL_195_b, 195_c)
  • GroenLinks verhoogt de bpm, met een taakstellende extra opbrengst van 1,1 mld euro. (GL_183)
  • GroenLinks voert een belasting in op vliegtickets met een opbrengst van 1 mld euro. (GL_187)
  • GroenLinks introduceert een openruimteheffing. Dit verhoogt de lasten met 0,5 mld euro. (GL_194)
  • GroenLinks verhoogt de verbrandingsbelasting. Dit is een lastenverzwaring van 0,4 mld euro. (GL_193)
  • GroenLinks verhoogt de Opslag Duurzame Energie (ODE) op de energierekening om de SDE+ (GL_132_c) te financieren. Dit is een lastenverzwaring van 0,2 mld euro in 2021, die oploopt tot 8 mld euro structureel. (GL_132_a, 132_b)
  • GroenLinks schaft de vrijstellingen in de overdrachtsbelasting voor cultuurgrond en landinrichting af. Dit is een lastenverzwaring van 0,1 mld euro. (GL_195_f)
  • GroenLinks schaft het verlaagd tarief voor de glastuinbouw in de energiebelasting af. Dit is een lastenverzwaring van 0,1 mld euro. (GL_195_a)
  • GroenLinks schaft de landbouwvrijstelling af. Dit is een lastenverzwaring van 0,1 mld euro in 2021, oplopend tot 0,5 mld euro structureel. (GL_211)

Overig

  • GroenLinks brengt vlees en vis onder het algemene btw-tarief van 21%. Dat is een lastenverzwaring voor gezinnen en bedrijven van 1,1 mld euro. Aandachtspunt bij deze maatregel zijn problemen met afbakening van de begrippen vlees en vis. Daardoor leidt de maatregel tot uitvoeringsproblematiek voor de Belastingdienst. (GL_192)
  • GroenLinks verhoogt het tarief van de assurantiebelasting van 21% naar 25%, waardoor de lasten voor gezinnen en bedrijven worden verzwaard met 0,5 mld euro. (GL_207)
  • GroenLinks brengt sierteelt over van het lage naar het algemene btw-tarief van 21%, waardoor de lasten voor gezinnen en bedrijven met 0,2 mld euro worden verzwaard. (GL_195_e, 195_h)
  • GroenLinks voert een quotum voor arbeidsgehandicapten in. De opbrengst als gevolg van heffingsinkomsten is 0,1 mld euro in 2021 en 0,2 mld euro structureel. (GL_276_a)

Gasbaten

  • GroenLinks verlaagt de gaswinning in Groningen met 12 mld Nm3. Dit verlaagt de overheidsontvangsten met 1,7 mld euro. Er is geen structureel effect op de overheidsbegroting. (GL_138_a)

14.7.3Maatregelen met een direct EMU-schuldeffect

De volgende maatregelen hebben geen effect op het EMU-saldo maar wel een direct effect op de EMU-schuld.

EMU-schuld direct

  • GroenLinks richt een groene investeringsbank op. Dit verhoogt de EMU-schuld met 0,2 mld euro. (GL_258)

Tabel 14.14Lastenmutaties t.o.v. basispad in 2021, ex ante, mld euro

(-) betekent EMU-saldo verslechterend, (+) betekent EMU-saldo verbeterend. 2021
Verlagen gaswinning in Groningen (GL_138_a) -1,7
   
Inkomen en arbeid -26,4
Werkgeversheffing collectieve voorzieningen (GL_227) -15,6
Zorgfinanciering collectiviseren: verlaging nominale premie (GL_226) -13,5
Wijzigingen in de arbeidskorting (GL_234) -4,4
Verhoging algemene heffingskorting (GL_233) -2,5
Wijzigingen in de inkomensafhankelijke combinatiekorting (GL_235) -1,0
Verhoging alleenstaande-ouderenkorting (GL_218_f) -0,6
Uitkering van niet-verzilverbare ouderenkorting onder de inkomensgrens (GL_215) -0,3
Belastingplan 2016 m.b.t. box 1 terugdraaien (GL_213) 3,6
Afschaffen mkb-winstaftrek (GL_222) 1,8
Defiscaliseren eigen woning (GL_220_a) 1,0
Fiscaliseren AOW-premie (GL_218_a) 0,9
Afschaffen belastingvrije reiskostenvergoeding auto (woon-werk) (GL_185) 0,9
Afschaffen 30%-regeling en regeling extraterritoriale kosten (GL_221) 0,8
Verlagen marge gebruikelijk loon in box 2 (GL_209) 0,7
Werkgeversheffing topinkomens (GL_217) 0,6
Fiscaal aftoppen pensioenopbouw op twee keer modaal (GL_219) 0,5
Verhogen bijtelling onzuinige auto's (GL_184) 0,3
Halvering ouderenkorting onder de inkomensgrens, afschaffen ouderenkorting boven de inkomensgrens (GL_218_e, 218_d) 0,3
Loondoorbetaling bij ziekte: premie tweede jaar kleine werkgevers (GL_106_c) 0,2
Vermogen en winst 6,5
Verhogen korting verhuurderheffing bij woningbouw in gebieden met woningschaarste (GL_212) -0,4
Beperken renteaftrek bedrijven (GL_201_a, 201_b, 201_c) 1,2
Verhogen bankenbelasting (GL_205) 1,0
Verhogen tarief tweede schijf vennootschapsbelasting (GL_269) 0,9
Vermogensaanwasbelasting met progressief tarief in box 3 (GL_204) 0,7
Afschaffen innovatiebox (GL_202) 0,5
Verhogen tarieven erf- en schenkbelasting (GL_203) 0,5
Afschaffen aftrek vergoeding over additioneel Tier-1 instrumenten (GL_206) 0,5
Versoberen verliesverrekening vennootschapsbelasting (GL_262) 0,4
Invoeren generieke minimum kapitaalregel (thin cap rule) (GL_261) 0,3
Afschaffen doorschuif stakingswinst (GL_267) 0,3
Inkorten eerste schijf vennootschapsbelasting (GL_210) 0,2
Afschaffen bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) (GL_266_b) 0,1
Verhogen tarief box 2 (GL_208) 0,1
Afschaffen doorschuiffaciliteiten in box 2 (GL_266_a) 0,1
Belasting op overwinst eigen woning in box 3 (GL_220_b) 0,0
   
Milieu 18,0
Invoeren belastingkorting bedrijfsleven energiebesparing (GL_196) -1,0
Invoeren kilometer- en congestieheffing, verhogen bpm (accijnsderving) (GL_182_d) -0,6
Verlagen motorrijtuigenbelasting bestelauto's (GL_186_f) -0,5
Introductie belastingaftrek voor duurzame woninginvesteringen (GL_198) -0,4
Invoeren kilometerheffing vracht- en bestelauto's (accijnsderving) (GL_186_c) -0,3
Afschaffen eurovignet (GL_186_e) -0,2
Invoeren kilometerheffing vracht- en bestelauto's (GL_186_a, 186_d) 3,8
Invoeren minimumprijs CO2 (GL_189) 3,4
Invoeren kilometer- en congestieheffing (GL_182_a, 182_b) 3,2
Invoeren verpakkingenbelasting (GL_191) 2,1
Invoeren heffing op bestaande bebouwing (GL_200) 1,8
Verhogen energiebelasting op gas (GL_188) 1,7
Afschaffen belastinguitgaven mrb en bpm (GL_195_b, 195_c) 1,5
Verhogen bpm (GL_183) 1,1
Invoeren vliegbelasting (GL_187) 1,0
Invoeren openruimteheffing (GL_194) 0,5
Verhogen verbrandingsbelasting (GL_193) 0,4
Verhogen ODE-heffing (GL_132_a, 132_b) 0,2
Afschaffen belastinguitgaven overdrachtsbelasting (GL_195_f) 0,1
Afschaffen verlaagd tarief energiebelasting glastuinbouw (GL_195_a) 0,1
Afschaffen landbouwvrijstelling (GL_211) 0,1
   
Overig 1,9
Vlees en vis naar het algemene btw-tarief (GL_192) 1,1
Verhogen assurantiebelasting (GL_207) 0,5
Sierteelt naar het algemene btw-tarief (GL_195_e, 195_h) 0,2
Quotum arbeidsgehandicapten: heffingen (GL_276_a) 0,1
   
Totaal beleidsmatige lasten 0,0
w.v. gezinnen -3,9
        bedrijven 2,6
        buitenland 1,3
   
Gasbaten  

14.8SGP

Deze paragraaf geeft een gedetailleerd overzicht van de door de SGP voorgestelde maatregelen en hun effecten op de overheidsfinanciën. De bedragen zijn ex ante, in prijzen 2017 en betreffen afwijkingen ten opzichte van de middellangetermijnverkenning zoals weergegeven in hoofdstuk 4 van de Macro Economische Verkenning 2017.

14.8.1Uitgaven

De SGP intensiveert per saldo 1,4 mld euro in 2021 op de collectieve uitgaven. Na een opsomming volgt een tabel met de uitgavenmaatregelen.

Openbaar bestuur

  • De SGP verlaagt de uitgaven aan het Gemeente- en Provinciefonds taakstellend via een apparaatskorting. Dit is een besparing van 0,7 mld euro in 2021 en 0,9 mld euro structureel. (SGP_206)
  • De SGP beperkt taakstellend de uitgaven bij het Rijk en zbo's via een apparaatskorting. Dit betekent een totale ombuiging van 0,7 mld euro in 2021 en een structurele ombuiging van 0,9 mld euro. Deze besparing slaat grotendeels neer bij het openbaar bestuur (0,4 mld euro in 2021 en 0,5 mld euro structureel) en deels bij defensie, veiligheid en bereikbaarheid. (SGP_205_a, 205_b)

Veiligheid

  • De SGP trekt 0,9 mld euro uit voor veiligheid en terrorismebestrijding en voor het aanstellen van extra wijkagenten en het versterken van het OM, de rechtspraak en de veiligheidsdiensten. (SGP_102)
  • De SGP verdubbelt de tarieven van de griffierechten met compensatie voor lage inkomens. Dit is een ombuiging van 0,3 mld euro. (SGP_118)
  • De apparaatskorting leidt tot een besparing van 0,2 mld euro op veiligheid. (SGP_205_c)

Defensie

  • De SGP verhoogt het defensiebudget, oplopend tot 3 mld euro in 2021. (SGP_101)
  • De apparaatskorting leidt tot een beperkte besparing op defensie. (SGP_205_d)

Bereikbaarheid

  • Het invoeren van de kilometerheffing voor vrachtwagens (Maut) leidt tot exploitatiekosten. Dit is een intensivering van 0,2 mld euro. (SGP_151_b)
  • Het invoeren van de spitsheffing leidt tot exploitatiekosten. Dit is een intensivering van 0,2 mld euro. (SGP_154_c)
  • De SGP trekt 0,1 mld euro extra uit voor verbetering van de regionale aansluiting op openbaar vervoer, onder andere met ov-fiets aansluitingen. (SGP_105)
  • De SGP verlaagt de aanlegbudgetten op het Infrastructuurfonds met 10%. Dit betekent een ombuiging van 0,2 mld euro. (SGP_123)
  • De SGP beperkt de nationale ambities van het European Railway Traffic Management System (ERTMS). Dit leidt tot een ombuiging van 0,1 mld euro. (SGP_122)
  • De apparaatskorting leidt tot een besparing van 0,1 mld euro op bereikbaarheid. (SGP_205_e)

Milieu

  • De SGP intensiveert 0,3 mld euro in energiebesparing en -innovatie. (SGP_109)

Onderwijs

  • De SGP verhoogt de lumpsum van het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en mbo met in totaal 0,2 mld euro. (SGP_103_d)
  • De SGP verhoogt de lumpsum van het hoger onderwijs met 0,2 mld euro met als doel onder andere het invoeren van tweejarige masters. (SGP_103_c, 103_e)
  • De SGP intensiveert 0,1 mld euro in onderwijs, met als doel het uitbreiden van de lerarenbeurs en opleidingsscholen. (SGP_103_a, 103_b)
  • De SGP buigt 0,2 mld euro om op het onderwijsachterstandenbeleid. (SGP_120)

Zorg

  • De SGP verlaagt het eigen risico met honderd euro. Dit is een verhoging van de collectieve zorguitgaven van 1,1 mld euro. Het gaat deels om een verschuiving van private naar collectieve zorguitgaven. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_021b). (SGP_114_a)
  • De SGP voert meer persoonsvolgende bekostiging in de Wlz in zonder de mogelijkheid van bijbetalen voor extra kwaliteit. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_080a). Het is een intensivering van 0,3 mld euro in 2021. (SGP_113)
  • De SGP intensiveert taakstellend 0,2 mld euro in 2021 in de Wlz. (SGP_207_b)
  • De SGP stelt 0,1 mld euro beschikbaar om huishoudens met opgroeiende kinderen tegemoet te komen in de eigen bijdrage voor de Wlz en de Wmo. (SGP_115_a)
  • De SGP intensiveert 0,1 mld euro in onder meer palliatieve zorg. (SGP_207_a)
  • De SGP verhoogt de Rijksbijdrage Wmo aan gemeenten met 0,1 mld euro onder andere met het oog op ongewenst zwangeren. (SGP_207_c)
  • De SGP heeft de intentie om een hoofdlijnenakkoord af te sluiten in combinatie met het macrobeheersinstrument. In 2021 resulteert dit in ombuigingen van 0,9 mld euro in de ziekenhuiszorg, 0,1 mld euro in de geestelijke gezondheidszorg en 0,1 mld euro in de wijkverpleging. Voor ombuigingen geldt dat lagere zorguitgaven leiden tot minder zorg of lagere kwaliteit van zorg. (SGP_139)
  • De SGP neemt in de curatieve zorg diverse maatregelen uit Zorgkeuzes in Kaart op het gebied van geneesmiddelen: herberekening van limieten geneesmiddelenvergoedingssysteem (ZiK_066), uitbreiding centrale inkoop genees- en hulpmiddelen door de Rijksoverheid (ZiK_071), verplichten uniforme barcodering genees- en hulpmiddelen (ZiK_073). Bij de herberekening van limieten geneesmiddelenvergoedingssysteem gaat het deels om een verschuiving van collectieve naar private zorguitgaven. Samen betreft dit een ombuiging van 0,4 mld euro in 2021 en een structurele ombuiging van 0,5 mld euro. (SGP_137_a, 134_a, 143)
  • De SGP neemt in de curatieve zorg diverse kleine maatregelen uit Zorgkeuzes in Kaart: palliatieve zorg van ziekenhuis naar thuissetting (ZiK_055), belonen van infectiepreventie in ziekenhuizen (ZiK_059), verminderen vermijdbare heropnames (ZiK_060) en een bestuurlijk akkoord mondzorg (ZiK_061). Tezamen is dit een ombuiging van 0,1 mld euro. (SGP_136, 140, 141, 142)
  • Medisch specialisten in loondienst komen onder de Wet normering topinkomens (WNT). Het maximale salaris dat een medisch specialist in loondienst mag ontvangen wordt zo genormeerd. Dit betreft een structurele ombuiging van 0,1 mld euro. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_007). (SGP_138)

Sociale zekerheid

  • De SGP introduceert een eenmalige extra kinderbijslag van 1000 euro voor de geboorte van het eerste kind. De (maximale) kinderbijslag wordt verder verhoogd met vijftig euro per kind per kwartaal. Dit is een intensivering van 0,6 mld euro in 2021. (SGP_110)
  • De SGP introduceert een toets na één jaar ziekte in de loondoorbetaling. Werknemers zonder perspectief op werkhervatting bij de eigen werkgever krijgen recht op een WIA-uitkering. De werknemer ontvangt in het eerste jaar in de WIA inkomenscompensatie indien het niveau van de uitkering lager ligt dan het doorbetaalde loon. Verder wordt voor bedrijven tot vijftig werknemers het tweede jaar loondoorbetaling bij ziekte collectief verzekerd. De maatregel zorgt voor een toename van de WIA-uitgaven met 0,6 mld euro. Hier staat een verhoging van de werkgeverspremies tegenover (zie SGP_111_b). (SGP_111_a)
  • De SGP halveert de alleenstaande-ouderkop in de WKB. Dit is een ombuiging van 0,5 mld euro. (SGP_129)
  • De SGP verlaagt de vergoedingspercentages in de tweedekindtabel van de kinderopvangtoeslag naar de vergoedingspercentages in de eerste kindtabel. Dit is een ombuiging van 0,4 mld euro. (SGP_127_b)
  • De SGP kort 0,4 mld euro op de kinderopvangtoeslag en beoogt daarmee efficiëntiewinst (lagere kosten) te boeken in de kinderopvangsector. (SGP_128)
  • Als gevolg van de verlaging van het eigen risico door de SGP daalt de zorgtoeslag. Dit is een ombuiging van 0,3 mld euro in 2021. (SGP_114_c)
  • De SGP biedt de mogelijkheid om, actuarieel neutraal, de AOW maximaal drie jaar later te laten ingaan. In de jaren 2019-2021 zijn de AOW-uitgaven lager omdat een deel van de ‘nieuwe’ AOW-gerechtigden opteert voor latere opname. In 2021 is dit effect 0,3 mld euro. Omdat dit vanwege de actuariële neutraliteit leidt tot hogere uitkeringen zijn de AOW-uitgaven op lange termijn echter 0,3 mld euro hoger. De actuariële neutraliteit leidt er bij later opnemen namelijk toe dat de (procentuele) stijging van de uitkeringen groter is dan de (procentuele) daling van het aantal uitkeringsjaren. (SGP_133_a)
  • De SGP verlaagt de WW-uitkering in het tweede jaar in twaalf maandelijkse stappen tot het niveau van de bijstand. Bij herhaalwerkloosheid wordt eerder gebruik in mindering gebracht op de WW-rechten. Het eerste onderdeel van de maatregel is niet gemakkelijk inpasbaar in het huidige stelsel (gebaseerd op een percentage van het laatstverdiende loon) en zal extra invoeringskosten met zich meebrengen. De maatregelen leveren een besparing op van 0,3 mld euro in 2021 en dat loopt op tot 0,6 mld euro structureel. (SGP_132)
  • De SGP laat de kinderopvangtoeslag vervallen voor inkomens boven de 100.000 euro. Dit is een ombuiging van 0,2 mld euro. (SGP_127_c)

Overdrachten aan bedrijven

  • De SGP intensiveert 0,1 mld euro in NVWA ten behoeve van lagere keuringstarieven en een hogere capaciteit. (SGP_106)
  • De SGP intensiveert 0,1 mld euro in innovatie. (SGP_108)
  • De SGP introduceert een korting op werkgeverlasten van 2500 euro voor de eerste werknemer van startende bedrijven om risico’s te compenseren bij het in dienst nemen van personeel. Hiervoor is een gelimiteerd budget beschikbaar (op is op). Dit is een intensivering van 0,1 mld euro in 2021. (SGP_193)
  • De SGP vergroot het budget voor het loonkostenvoordeel (LKV) voor werkgevers die oudere werknemers of mensen met een arbeidsbeperking in dienst nemen. Dit is een intensivering van 0,1 mld euro in 2021. (SGP_194)
  • De SGP scherpt de eisen van de afdrachtvermindering werkgevers WBSO aan zodat 0,3 mld euro op de regeling wordt bezuinigd. (SGP_126)
  • De SGP kort 0,1 mld euro in 2021 en 0,2 mld euro structureel op subsidies op overdrachten aan bedrijven. (SGP_145_e)

Internationale samenwerking

  • De SGP intensiveert per saldo 0,2 mld euro in 2021 en 0,1 mld euro structureel in ontwikkelingssamenwerking. Tegenover een intensivering van 0,3 mld euro staat een ombuiging op de vrijwillige bijdragen aan minder goed functionerende multilaterale instellingen en aan grote internationale organisaties. (SGP_117, 144)

Overig

  • De SGP trekt 0,1 mld euro uit voor innovatie en sanering van de visserij en het bevorderen van groen onderwijs. (SGP_107)
  • De SGP besteedt 0,1 mld euro aan renovatie en monumentenzorg van kerken. (SGP_116)
  • De SGP verlaagt de subsidies aan de publieke omroep met 0,5 mld euro. (SGP_121)
  • De SGP kort 0,2 mld euro op subsidies op de VWS-begroting. (SGP_145_g, 145_f)

Tabel 14.15 Netto ombuigingen in 2021, t.o.v. basispad ex ante, mld euro

(-) betekent EMU-saldo verslechterend, (+) betekent EMU-saldo verbeterend. 2021
Totaal -1,4
   
Openbaar bestuur 1,2
Apparaatskorting lokale overheden (SGP_206) 0,7
Apparaatskorting Rijk: Openbaar bestuur (SGP_205_a, 205_b) 0,4
   
Veiligheid -0,5
Intensivering veiligheid en justitie (SGP_102) -0,9
Verhoging griffierechten (SGP_118) 0,3
Apparaatskorting Rijk: Veiligheid (SGP_205_c) 0,2
   
Defensie -3,0
Verhoging defensie-uitgaven (SGP_101) -3,0
Apparaatskorting Rijk: Defensie (SGP_205_d) 0,0
   
Bereikbaarheid 0,0
Invoeren kilometerheffing vrachtwagens (exploitatiekosten) (SGP_151_b) -0,2
Invoeren spitsheffing (exploitatiekosten) (SGP_154_c) -0,2
Intensivering regionale aansluiting op openbaar vervoer (SGP_105) -0,1
Verlagen aanlegbudgetten Infrastructuurfonds met 10% (SGP_123) 0,2
Beperking nationale kop op het ERTMS (SGP_122) 0,1
Apparaatskorting Rijk: bereikbaarheid (SGP_205_e) 0,1
   
Milieu -0,3
Intensivering energiebesparing en -innovatie (SGP_109) -0,3
   
Onderwijs -0,2
Verhoging lumpsum po, vo en mbo (SGP_103_d) -0,2
Verhogen lumpsum ho (SGP_103_c, 103_e) -0,2
Overige intensiveringen (SGP_103_a, 103_b) -0,1
Ombuiging onderwijsachterstandenbeleid (SGP_120) 0,2
   
Zorg -0,2
Verlagen van het verplicht eigen risico met 100 euro (SGP_114_a) -1,1
Meer persoonsvolgende bekostiging in de Wet langdurige zorg (SGP_113) -0,3
Intensivering Wlz (SGP_207_b) -0,2
Compensatie eigen bijdragen voor huishoudens in Wmo en Wlz met opgroeiende kinderen (SGP_115_a) -0,1
Intensivering subsidies VWS (SGP_207_a) -0,1
Verhoging Rijksbijdrage Wmo (SGP_207_c) -0,1
Hoofdlijnenakkoord i.c.m. MBI (SGP_139) 1,2
Diverse maatregelen op het gebied van geneesmiddelen. (SGP_137_a, 134_a, 143) 0,4
Diverse maatregelen curatieve zorg (SGP_136, 140, 141, 142) 0,1
Medisch specialisten in loondienst onder wet normering topinkomens (SGP_138) 0,0
   
Sociale zekerheid 1,2
Intensiveringen kinderbijslag (SGP_110) -0,6
Loondoorbetaling bij ziekte: collectief tweede jaar kleine werkgevers (SGP_111_a) -0,6
Halveren alleenstaande-ouderkop kindgebonden budget (WKB) (SGP_129) 0,5
Kinderopvangtoeslag: tweedekindtabel gelijk aan eerste kindtabel (SGP_127_b) 0,4
Ombuiging kinderopvangtoeslag (SGP_128) 0,4
Verlaging eigen risico 100 euro: effect zorgtoeslag (SGP_114_c) 0,3
Flexibele AOW-leeftijd: maximaal drie jaar later (SGP_133_a) 0,3
Afbouw WW-uitkering in tweede jaar en beperken herhaal-WW (SGP_132) 0,3
Kinderopvangtoeslag: vervalt voor huishoudens boven de 100.000 euro (SGP_127_c) 0,2
   
Overdrachten aan bedrijven 0,0
Intensivering NVWA (SGP_106) -0,1
Intensivering innovatie (SGP_108) -0,1
Introductie bonus eerste werknemer (SGP_193) -0,1
Intensivering LKV (SGP_194) -0,1
Ombuiging afdrachtvermindering werkgevers WBSO (SGP_126) 0,3
Subsidietaakstelling: overdrachten aan bedrijven (SGP_145_e) 0,1
   
Internationale samenwerking -0,2
Intensivering ontwikkelingssamenwerking (SGP_117, 144) -0,2
   
Overig 0,5
Innovatie en sanering visserij (SGP_107) -0,1
Renovatie en monumentenzorg kerken (SGP_116) -0,1
Verlagen subsidies publieke omroep (SGP_121) 0,5
Subsidietaakstelling: VWS-begroting (SGP_145_g, 145_f) 0,2
   

14.8.2Lasten

De SGP verlaagt de collectieve lasten met per saldo 5,1 mld euro in 2021. Een opsomming van de lastenmaatregelen wordt gevolgd door een tabel. Het gaat hier om de beleidsmatige lastenontwikkeling op EMU-basis (blo). De verlaging van 5,1 mld euro is opgebouwd uit een verlaging van 5,8 mld euro voor gezinnen, een verhoging van 0,0 mld euro voor bedrijven en een verhoging van 0,7 mld euro voor het buitenland.

Inkomen en arbeid

  • De SGP introduceert een draagkrachtkorting van ongeveer 4400 euro voor paren onder de AOW-leeftijd en ongeveer 2400 euro voor paren boven de AOW-leeftijd. Alleenstaanden krijgen 70% van dit bedrag. Personen in alleenverdienershuishoudens ontvangen 500 euro extra korting. De draagkrachtkorting bouwt af bij een huishoudinkomen tussen 40.000 en 100.000 euro met een percentage van 4,38% en 2,19% voor respectievelijk personen onder en personen boven de AOW-gerechtigde leeftijd. Dit is een lastenverlichting van 18,5 mld euro. (SGP_186, 184)
  • De SGP introduceert een tweeschijvenstelsel met een algemeen tarief van 36,5% en een topheffing van 49% voor gezinnen met een huishoudinkomen van meer dan 100.000 euro. Dit is een lastenverlichting van 7,7 mld euro. (SGP_188)
  • De SGP verlaagt de Aof-premie voor werkgevers. Dit is een lastenverlichting van 4,0 mld euro in 2021. (SGP_189)
  • De SGP introduceert een splitsingsstelsel waarin de belastingheffing voortaan plaatsvindt op basis van huishoudinkomen. Dit is een lastenverlichting van 4,0 mld euro. (SGP_187)
  • De SGP voert de mogelijkheid in om pensioenaanspraken vervroegd op te nemen. Deze maatregel levert 0,5 mld euro op in 2021. De vervroegde belastingheffing op deze opname levert namelijk 0,7 mld euro op bij vermogen en winst. Daarnaast stijgt door een selectie-effect de premie, wat 0,2 mld euro kost bij inkomen en arbeid. Op lange termijn zijn de belastbare pensioenuitkeringen lager door vervroegde opname van pensioenaanspraken. (SGP_181_h, 181_a, 181_e)
  • De SGP verhoogt de startersaftrek met 2000 euro. Dit leidt tot een lastenverlichting van 0,1 mld euro in 2021. Omdat de startersaftrek nominaal is bevroren, is het structurele effect kleiner. (SGP_163)
  • SGP schaft de doorsneesystematiek af. De hogere pensioenpremie in de transitieperiode leidt tot een lastenverlichting van 0,1 mld euro in 2021. Op lange termijn zijn pensioenpremies lager door de langere beleggingshorizon. (SGP_208)
  • De SGP schaft de algemene heffingskorting af, zonder doorwerking in de WWB en AOW. Dit is (zonder doorwerking in WWB en AOW) een lastenverzwaring van 15,1 mld euro. (SGP_179)
  • De SGP verlaagt de aftoppingsgrens voor pensioenpremies naar anderhalf keer modaal. De lagere aftrek van pensioenpremies leidt tot een lastenverzwaring van 1,7 mld euro in 2021. Op lange termijn zijn de belastbare pensioenuitkeringen lager door een lagere premie-inleg. (SGP_178)
  • De SGP introduceert een collectieve verzekering voor het tweede jaar loondoorbetaling bij ziekte voor bedrijven tot vijftig werknemers. Daarbij wordt na één jaar ziekte getoetst of de werknemer perspectief op werkhervatting heeft bij de eigen werkgever. De toename van overheidsuitgaven (SGP_111_a) wordt betaald uit een verhoging van werkgeverspremies. Dit is een EMU-relevante lastenverzwaring van 0,6 mld euro. De lastenverzwaring is gedeeltelijk een schuif van private loondoorbetaling naar de collectieve verzekering. (SGP_111_b)
  • De SGP verlaagt de zelfstandigenaftrek met 2000 euro. Dit leidt tot een lastenverzwaring van 0,4 mld euro in 2021 en 0,2 mld euro structureel. (SGP_164)
  • Het tarief van de mkb-winstvrijstelling wordt door de SGP verlaagd van 14% naar 12%. Dit leidt tot een lastenverzwaring van 0,2 mld euro in 2021. Dit bedrag bevat ook de interactie met de verlaging van de zelfstandigenaftrek. (SGP_165)
  • De SGP beperkt de 30%-regeling voor ingekomen werknemers en de regeling extraterritoriale kosten tot de balkenendenorm. Dit is een lastenverzwaring voor gezinnen van 0,2 mld euro. (SGP_172)
  • De SGP schaft de regeling Fiscale Oudedagsreserve (FOR) voor IB-ondernemers af. Dit betekent een lastenverzwaring van 0,2 mld euro in 2021. Structureel is dit lastenneutraal. (SGP_162)
  • De SGP introduceert een eigen bijdrage van vijftig euro per huishouden per maand voor de kinderopvang. Dit is een lastenverzwaring van 0,2 mld euro. (SGP_127_a)
  • De SGP defiscaliseert de partneralimentatie, zowel aan de betalende als ontvangende kant. Dit is een lastenverzwaring van (per saldo) 0,1 mld euro. (SGP_180)
  • De SGP fiscaliseert de AOW-premie in 18 jaar, te beginnen in 2021. Dit is een lastenverzwaring van 0,2 mld euro in 2021. Dit bedrag loopt op naar 4,1 mld euro structureel. AOW-gerechtigden met een aanvullend pensioen tot 10.000 euro worden gecompenseerd via een inkomensafhankelijke ouderenkorting. Dit is een lastenverlichting voor gezinnen van 0,2 mld euro in 2021. Op de lange termijn loopt dit bedrag op tot 2,7 mld euro. (SGP_182)

Vermogen en winst

  • De SGP verlaagt tarieven in de eerste en tweede schijf van de vennootschapsbelasting naar 17%. Dit is een lastenverlichting voor bedrijven van 4,2 mld euro. (SGP_191)
  • De SGP verhoogt het heffingsvrije vermogen in box 3 naar 50.000 euro. Dit is een lastenverlichting van 0,7 mld euro in 2021. (SGP_199)
  • De SGP past de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting aan naar drie jaar terug en zes jaar vooruit. Door de verruiming van de carry-back betekent dit een lastenverlichting van 0,5 mld euro in 2021. Nadat die verliezen weggewerkt zijn, begint de beperking naar zes jaar te werken, waardoor er sprake is van een lastenverzwaring van structureel 0,3 mld euro omdat het aantal jaren dat er verlies verrekend kan worden kleiner is. (SGP_192)
  • De SGP introduceert de ozb voor gebruikers als extra belastinggebied voor gemeenten. Dit is een lastenverzwaring van 3 mld euro. De SGP roomt deze lastenverzwaring af via het Gemeentefonds, zodat de lasten op inkomen en arbeid landelijk kunnen worden verlaagd. (SGP_147)
  • De SGP beperkt de aftrekbaarheid van de rente voor bedrijven tot 30% van de winst voor belasting met een drempel van 1 mln euro zonder groepsvrijstelling, conform de bouwstenen 0 en 1 van de werkgroep fiscaliteit van de Studiegroep Duurzame Groei. Dit betekent een lastenverzwaring voor bedrijven van 1,2 mld euro. (SGP_171_g, 171_b)
  • De SGP voert de mogelijkheid in om pensioenaanspraken vervroegd op te nemen. Deze maatregel levert 0,5 mld euro op in 2021. De vervroegde belastingheffing op deze opname levert namelijk 0,7 mld euro op bij vermogen en winst. Daarnaast stijgt door een selectie-effect de premie, wat 0,2 mld euro kost bij inkomen en arbeid. Op lange termijn zijn de belastbare pensioenuitkeringen lager door vervroegde opname van pensioenaanspraken. (SGP_181_g, 181_b)
  • De SGP schaft de innovatiebox af, waardoor de lasten voor bedrijven worden verzwaard met 0,5 mld euro. (SGP_161, 171_d)
  • De SGP schaft de aftrek over de vergoeding op zogenoemde additionele Tier-1 instrumenten (coco’s) voor banken en vergelijkbare instrumenten voor verzekeraars af, conform bouwsteen 7 van de werkgroep fiscaliteit van de Studiegroep Duurzame Groei. Dit is een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,5 mld euro. (SGP_171_f)
  • De SGP schaft de kleinschaligheidsaftrek (KIA) af, wat de lasten voor bedrijven verzwaart met 0,4 mld euro. (SGP_171_e)
  • De SGP voert een generieke minimum-kapitaalregel (thin cap rule) in conform bouwsteen 8 van de werkgroep fiscaliteit van de Studiegroep Duurzame Groei. Dat betekent een beperking van de renteaftrek over vreemd vermogen vanaf 92% van het commerciële balanstotaal. Dit is een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,3 mld euro die vooral effect heeft op banken. (SGP_171_c)
  • De SGP schaft het kwarttarief voor kampeerauto's in de mrb af. Dit is een lastenverzwaring van 0,1 mld euro. (SGP_152)

Milieu

  • Ter compensatie van de introductie van het tolvignet (SGP_150_a) wordt de motorrijtuigenbelasting voor personenauto's verlaagd met 3,5 mld euro. (SGP_150_d, 150_e)
  • De SGP schaft de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto's af. Dit is een lastenverlichting van 0,5 mld euro. (SGP_151_d)
  • De SGP voert een belastingvoordeel in voor rode diesel. Dit is een lastenverlichting van 0,2 mld euro. (SGP_197)
  • De SGP schaft het eurovignet af. Dit is een lastenverlichting van 0,2 mld euro. (SGP_151_c)
  • Het invoeren van de kilometerheffing voor vrachtwagens (Maut) leidt tot accijnsderving. Dit vermindert de belastingontvangsten met 0,1 mld euro. (SGP_151_e)
  • Het invoeren van de spitsheffing leidt tot accijnsderving. Dit vermindert de belastingontvangsten met 0,1 mld euro. (SGP_154_d)
  • De SGP introduceert een tolvignet naar Duits model, met een opbrengst van 3,7 mld euro. De opbrengst van deze maatregel wordt voor gezinnen en bedrijven teruggesluisd via de motorrijtuigenbelasting (SGP_150_d). De lastenverzwaring voor het buitenland wordt niet teruggesluisd en bedraagt 0,2 mld euro. (SGP_150_a, 150_b, 150_c)
  • De SGP voert een verpakkingenbelasting in met een opbrengst van 1,8 mld euro. (SGP_148)
  • De SGP introduceert een kilometerheffing voor vrachtwagens (Maut) met een opbrengst van 1,1 mld euro. Deze heffing verhoogt de lasten voor bedrijven en het buitenland en gaat gepaard met exploitatiekosten (SGP_151_b) en accijnsderving (SGP_151_e). (SGP_151_a, 151_f)
  • De SGP voert een minimumprijs CO2 in voor ETS. Dit is een lastenverzwaring van 1,0 mld euro in 2021. (SGP_159)
  • De SGP introduceert een belasting op restwarmte. De opbrengst van deze belasting is 0,9 mld euro. (SGP_156)
  • De SGP voert een belasting in op vliegtickets met een opbrengst van 0,5 mld euro. (SGP_155)
  • De SGP introduceert een spitsheffing met een opbrengst van 0,5 mld euro. Deze lastenverzwaring gaat gepaard met exploitatiekosten (SGP_154_c) en accijnsderving (SGP_154_d). (SGP_154_a, 154_b)
  • De SGP schaft deels de vrijstelling energiebelasting gebruik gas in warmte-kracht-koppeling (wkk)-installaties af. Het gaat om een lastenverzwaring voor het bedrijfsleven van 0,2 mld euro. (SGP_157)
  • De SGP schaft de vrijstelling kolenbelasting energiecentrales af. Dit is een lastenverzwaring van 0,2 mld euro. (SGP_158)
  • De SGP introduceert een belasting op vuurwerk met een opbrengst van 0,1 mld euro. (SGP_149)

Overig

  • De SGP schaft het verlaagd btw-tarief af op kunst- en verzamelvoorwerpen, voedingsmiddelen horeca, kermissen, attractieparken, sportwedstrijden en -accommodatie, circussen, bioscopen, theaters en concerten. Dit betekent een lastenverzwaring voor gezinnen en bedrijven van 2,8 mld euro. (SGP_166, 167, 168, 169)
  • De SGP verhoogt het lage btw-tarief van 6% naar 7% en verzwaart zo de lasten voor gezinnen en bedrijven met 0,6 mld euro. (SGP_160)
  • De SGP verhoogt de opbrengst van de kansspelbelasting met 0,2 mld euro. (SGP_177)
  • De SGP verhoogt de accijns op tabak met dertig eurocent per pakje sigaretten. Dit is een lastenverzwaring voor gezinnen van 0,1 mld euro. (SGP_174)
  • De SGP verhoogt de alcoholaccijnzen met 10%. Dit is een lastenverzwaring voor gezinnen van 0,1 mld euro. (SGP_175)

Tabel 14.16Lastenmutaties t.o.v. basispad in 2021, ex ante, mld euro

(-) betekent EMU-saldo verslechterend, (+) betekent EMU-saldo verbeterend. 2021
        buitenland 0,7
   
Inkomen en arbeid -15,9
Introductie draagkrachtkorting (SGP_186, 184) -18,5
Tweeschijvenstelsel in box 1 (SGP_188) -7,7
Verlaging werkgeverspremies (SGP_189) -4,0
Introductie splitsingsstelsel (belastingheffing op huishoudinkomen) (SGP_187) -4,0
Vervroegde opname pensioen (SGP_181_h, 181_a, 181_e) -0,2
Startersaftrek verhogen met 2000 euro (SGP_163) -0,1
Afschaffing doorsneesystematiek (SGP_208) -0,1
Afschaffen algemene heffingskorting (zonder doorwerking WWB en AOW) (SGP_179) 15,1
Verlagen aftoppingsgrens pensioen naar anderhalf keer modaal (SGP_178) 1,7
Loondoorbetaling bij ziekte: premie tweede jaar kleine werkgevers (SGP_111_b) 0,6
Zelfstandigenaftrek verlagen met 2000 euro (SGP_164) 0,4
Mkb-winstvrijstelling verlagen naar 12% (SGP_165) 0,2
Beperken 30%-regeling (SGP_172) 0,2
Afschaffen fiscale oudedagsreserve (FOR) (SGP_162) 0,2
Introductie eigen bijdrage kinderopvang (SGP_127_a) 0,2
Defiscaliseren partneralimentatie (SGP_180) 0,1
Fiscaliseren AOW-premie met compensatie tot 10.000 euro pensioen (SGP_182) 0,1
   
Vermogen en winst 1,6
Verlagen eerste en tweede schijf vennootschapsbelasting (SGP_191) -4,2
Heffingsvrij vermogen box 3 naar 50.000 euro (SGP_199) -0,7
Aanpassen verliesverrekening vennootschapsbelasting (SGP_192) -0,5
Invoeren ozb-gebruikersdeel (SGP_147) 3,0
Beperken renteaftrek bedrijven (SGP_171_g, 171_b) 1,2
Vervroegde opname pensioen (SGP_181_g, 181_b) 0,7
Afschaffen Innovatiebox (SGP_161, 171_d) 0,5
Afschaffen aftrek Tier-1 instrumenten banken/verzekeraars (SGP_171_f) 0,5
Afschaffen Kleinschaligheidsaftrek (KIA) (SGP_171_e) 0,4
Invoeren generieke minimum-kapitaalregel (thin cap rule) (SGP_171_c) 0,3
Afschaffen kwarttarief kampeerauto's mrb (SGP_152) 0,1
   
Milieu 5,3
Verlagen motorrijtuigenbelasting (SGP_150_d, 150_e) -3,5
Afschaffen motorrijtuigenbelasting bestelauto's (SGP_151_d) -0,5
Invoeren belastingvoordeel rode diesel (SGP_197) -0,2
Afschaffen eurovignet (SGP_151_c) -0,2
Invoeren kilometerheffing vrachtwagens (accijnsderving) (SGP_151_e) -0,1
Invoeren spitsheffing (accijnsderving) (SGP_154_d) -0,1
Invoeren tolvignet (SGP_150_a, 150_b, 150_c) 3,7
Invoeren verpakkingenbelasting (SGP_148) 1,8
Invoeren kilometerheffing vrachtwagens (SGP_151_a, 151_f) 1,1
Invoeren minimumprijs CO2 (SGP_159) 1,0
Invoeren heffing op lozen restwarmte (SGP_156) 0,9
Invoeren vliegbelasting (SGP_155) 0,5
Invoeren spitsheffing (SGP_154_a, 154_b) 0,5
Deels afschaffen vrijstelling energiebelasting gebruik gas in wkk-installaties (SGP_157) 0,2
Afschaffing vrijstelling kolenbelasting centrales (SGP_158) 0,2
Invoeren belasting op vuurwerk (SGP_149) 0,1
Overig 3,9
Beperken verlaagd btw-tarief (SGP_166, 167, 168, 169) 2,8
Verhogen lage btw-tarief (SGP_160) 0,6
Verhogen kansspelbelasting (SGP_177) 0,2
Verhogen tabaksaccijns (SGP_174) 0,1
Verhogen alcoholaccijns (SGP_175) 0,1
   
Totaal beleidsmatige lasten -5,1
   
w.v. gezinnen -5,8
        bedrijven 0,0

14.9DENK

Deze paragraaf geeft een gedetailleerd overzicht van de door DENK voorgestelde maatregelen en hun effecten op de overheidsfinanciën. De bedragen zijn ex ante, in prijzen 2017 en betreffen afwijkingen ten opzichte van de middellangetermijnverkenning zoals weergegeven in hoofdstuk 4 van de Macro Economische Verkenning 2017.

14.9.1Uitgaven

DENK intensiveert per saldo 8,2 mld euro in 2021 op de collectieve uitgaven. Na een opsomming volgt een tabel met de uitgavenmaatregelen.

Openbaar bestuur

  • DENK verlaagt de uitgaven aan het Gemeente- en Provinciefonds taakstellend via een apparaatskorting. De partij wil deze ombuiging onder andere bereiken door medebewindstaken te beperken en de waterschappen onder te brengen bij de provincies. De besparing is 0,7 mld euro in 2021 en 0,9 mld euro structureel. (DENK_138)
  • DENK beperkt taakstellend de uitgaven bij het Rijk en zbo's via een apparaatskorting. Dit betekent een totale ombuiging van 0,7 mld euro in 2021 en een structurele ombuiging van 0,9 mld euro. Deze besparing slaat grotendeels neer bij het openbaar bestuur (0,4 mld euro in 2021 en 0,5 mld euro structureel) en deels bij defensie, veiligheid en bereikbaarheid. (DENK_140_a, 140_b)

Veiligheid

  • DENK verlaagt de griffierechten taakstellend met 0,1 mld euro. (DENK_160)
  • DENK draait de recente intensivering van veiligheid en justitie ter versterking van de Nationale Politie, de rechtstaat en het oplossen van knelpunten terug en vergroot daarvoor in de plaats alleen het aantal wijkagenten. Dit betekent een ombuiging van 0,4 mld euro. (DENK_162, 182)
  • De apparaatskorting leidt tot een besparing van 0,2 mld euro op veiligheid. (DENK_140_d)

Defensie

  • DENK beperkt de mogelijkheden voor de krijgsmacht tot internationale interventies. Dit leidt tot een ombuiging van 0,8 mld euro. (DENK_154)
  • DENK stopt met het JSF-programma en least vervangende toestellen. Dit betreft een ombuiging van 0,5 mld euro in 2021 en van 0,2 mld euro structureel. (DENK_151)
  • DENK verlaagt de norm voor inzetbaarheid van de krijgsmacht. Dit betekent een ombuiging van 0,2 mld euro. (DENK_152)
  • DENK draait de intensivering op defensie uit de Miljoenennota 2017 zoveel mogelijk terug. Dit betekent een ombuiging van 0,2 mld euro. (DENK_153)
  • De apparaatskorting leidt tot een beperkte besparing op defensie. (DENK_140_c)

Bereikbaarheid

  • DENK introduceert gratis openbaar vervoer voor AOW-gerechtigden met een inkomen van maximaal 120% van het wml en voor iedereen met een bijstandsuitkering. Dit betekent een intensivering van 2 mld euro. (DENK_156)
  • DENK verlaagt de uitgaven aan de aanleg van wegen in het Infrastructuurfonds met 0,6 mld euro. (DENK_157)
  • DENK verlengt de looptijd van het Infrastructuurfonds met een jaar en verlaagt de aanlegbudgetten met 5%. Dit levert een ombuiging op van 0,3 mld euro. (DENK_155)
  • De apparaatskorting leidt tot een besparing van 0,1 mld euro op bereikbaarheid. (DENK_140_e)

Onderwijs

  • DENK verhoogt de lumpsum van het primair onderwijs met 0,6 mld euro met als doel het verlagen van de maximum klassenomvang naar 25 leerlingen. (DENK_166_a)
  • DENK verhoogt de lumpsum van het voortgezet onderwijs met 0,3 mld euro, waarvan 0,2 mld euro met als doel het verlagen van de maximum klassenomvang naar 25 leerlingen en 0,1 mld euro met als doel meer talenonderwijs. (DENK_166_b, 183)
  • DENK voert een inkomensafhankelijke basisbeurs voor bachelor en master in, waarbij alleen studenten met een ouderlijk bruto jaarlijks huishoudinkomen van minder dan 75.000 euro een beurs krijgen. Dit betekent een intensivering van 0,1 mld euro in 2021 en 0,8 mld euro structureel. (DENK_163)
  • DENK schaft de regeling voor gratis schoolboeken af, met compensatie voor lage inkomens. Dit betekent een netto besparing van 0,2 mld euro. (DENK_164)

Zorg

  • DENK schaft het verplicht eigen risico af. Dit is een verhoging van de collectieve zorguitgaven van 4,5 mld euro. Het gaat deels om een verschuiving van private naar collectieve zorguitgaven. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_021d). (DENK_146_a)
  • DENK voert een bezettingsnorm in voor de verpleeghuiszorg (zorgzwaartepakketten verpleging & verzorging 4 en hoger) van twee gekwalificeerde zorgmedewerkers op een groep van acht bewoners gedurende de dag- en avonduren (16 van de 24 uur). Dit is een intensivering van 1,9 mld euro in 2021. De structurele intensivering is 3,1 mld euro. Het kost namelijk tijd om het aantal zorgmedewerkers voldoende te laten toenemen om de norm te halen. (DENK_149)
  • DENK wil een gezamenlijk door gemeenten en verzekeraars te beheren preventiefonds oprichten. De partij trekt hiervoor jaarlijks een bedrag uit van 0,5 mld euro. Dit is een maatregel uit Zorgkeuze in Kaart (ZiK_036). (DENK_147)
  • DENK neemt in de curatieve zorg twee maatregelen uit Zorgkeuzes in Kaart op het gebied van geneesmiddelen: herberekening van limieten geneesmiddelenvergoedingssysteem (ZiK_066) en uitbreiding centrale inkoop genees- en hulpmiddelen door de Rijksoverheid (ZiK_071). Bij de herberekening van limieten geneesmiddelenvergoedingssysteem gaat het deels om een verschuiving van collectieve naar private zorguitgaven. Samen betreft dit een ombuiging van 0,4 mld euro. (DENK_142_a, 143_a)
  • DENK voert in de Wlz een verplichting in voor zorgkantoren (Wlz-uitvoerders) om meerjarige contracten met budgetafspraken af te sluiten met zorgaanbieders. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_085). Het is een ombuiging van 0,2 mld euro in 2021. De structurele ombuiging is 0,1 mld euro. De concurrentie tussen aanbieders neemt namelijk op den duur af. (DENK_144)

Sociale zekerheid

  • DENK draait de versnelling van de AOW-leeftijdsverhoging terug. De leeftijd van 67 wordt dan niet al in 2021 bereikt maar pas in 2023. De kleinere leeftijdsverhoging leidt in de periode tot 2021 tot hogere AOW-uitgaven. In 2021 is dit 1,1 mld euro. Na 2023 is er geen effect meer omdat de AOW-leeftijd dan weer gelijk is aan die bij het huidige beleid. (DENK_128_a)
  • DENK verhoogt de grens van de vermogenstoets in de AIO en de bijstand naar 30.000 euro. Dit is een intensivering van 0,7 mld euro in 2021 en 0,9 mld euro structureel. (DENK_130)
  • DENK verhoogt de kinderopvangtoeslag door de eigen bijdrage met ca. 23% te verlagen, waarbij voor de laagste inkomens het eerste kind gratis naar de opvang gaat. Dit is een intensivering van 0,5 mld euro. (DENK_133)
  • DENK breidt het zorgverlof uit naar twaalf weken tegen 70% van het loon. Dit is een intensivering van 0,4 mld euro. (DENK_136)
  • DENK introduceert een collectieve verzekering voor het tweede jaar loondoorbetaling bij ziekte voor bedrijven tot tien werknemers. De overheidsuitgaven nemen 0,2 mld euro toe. Hier staat een verhoging van de werkgeverspremies tegenover (zie DENK_131_b). (DENK_131_a)
  • DENK breidt de mogelijkheid tot verlof voor de partner uit met vijf dagen. Dit is een intensivering van 0,1 mld euro. (DENK_137)
  • DENK stelt 0,1 mld euro beschikbaar voor de bestrijding van armoede onder kinderen. (DENK_180)
  • DENK stelt een geoormerkt budget beschikbaar voor meer face-to-face gesprekken in de dienstverlening van het UWV. Dit is een intensivering van 0,1 mld euro in 2021. (DENK_187)
  • DENK breidt het aantal beschutte werkplekken uit met 20.000 plekken. De ingroei van deze extra werkplekken sluit aan bij het ingroeipad van de oorspronkelijke plekken. Dit is een intensivering van 0,1 mld euro in 2021 en een structurele intensivering van 0,5 mld euro. (DENK_186)
  • DENK introduceert een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen, met een uitkering van maximaal 70% van het minimumloon. De premies zijn kostendekkend en worden betaald uit het winstinkomen. Deze maatregel groeit langzaam in vanaf 2021, in dat jaar zijn zowel premielasten als uitgaven nog verwaarloosbaar. Uiteindelijk leiden de uitkeringen tot een structurele intensivering van 1,3 mld euro. (DENK_135_b)
  • Als gevolg van de afschaffing van het eigen risico door DENK daalt de zorgtoeslag. Dit is een ombuiging van 1,5 mld euro in 2021. (DENK_146_c)
  • DENK voert een vermogenstoets in de AOW in. Bij een vermogen van 80.000 euro in box 3 vervalt de AOW-uitkering. Dit is een ombuiging van 0,5 mld euro in 2021 en 1,5 mld euro structureel. Er is een juridisch risico dat deze maatregel in strijd is met het internationaal (eigendoms-)recht. (DENK_132)
  • Als gevolg van de langzamere verhoging van de AOW-leeftijd bij DENK daalt het beroep op arbeidsongeschiktheids-, WW- en bijstandsuitkeringen. Dit is een besparing van 0,4 mld euro in 2021. Op langere termijn is er geen verschil met de huidige situatie. (DENK_128_b)
  • DENK biedt de mogelijkheid om, actuarieel neutraal, de AOW maximaal drie jaar later te laten ingaan. In de jaren 2019-2021 zijn de AOW-uitgaven lager omdat een deel van de ‘nieuwe’ AOW-gerechtigden opteert voor latere opname. In 2021 is dit effect 0,3 mld euro. Omdat dit vanwege de actuariële neutraliteit leidt tot hogere uitkeringen zijn de AOW-uitgaven op lange termijn echter hoger (0,3 mld euro). De actuariële neutraliteit leidt er bij later opnemen namelijk toe dat de (procentuele) stijging van de uitkeringen groter is dan de (procentuele) daling van het aantal uitkeringsjaren. (DENK_185)
  • DENK introduceert inkomensafhankelijkheid in de kinderbijslag, waarbij voor hogere inkomens (verzamelinkomen boven 75.000 euro) de kinderbijslag komt te vervallen. Dit bedrag wordt gebruikt voor een algemene verhoging van de kinderbijslag. Per saldo heeft de maatregel geen budgettair effect. (DENK_125, 126)

Overdrachten aan bedrijven

  • DENK intensiveert 0,4 mld euro in vouchers van 750 euro voor start-upbedrijven. (DENK_172)
  • DENK buigt maximaal om op de oormerking voor topsectoren aan TO2-instituten, NWO en KNAW. Dit betekent een besparing van 0,3 mld euro in 2021 en een structurele besparing van 0,5 mld euro. (DENK_176_b)
  • DENK buigt maximaal om op topsectorenbeleid, wat een besparing van 0,1 mld euro oplevert. (DENK_176_a)

Internationale samenwerking

  • DENK verhoogt de uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking met 2,1 mld euro. (DENK_167)

Overig

  • Ter compensatie van de verhoging van de gaswinning in Groningen voorziet DENK in een fonds dat jaarlijks gevuld wordt met 0,5 mld euro. Structureel is er geen effect op de overheidsbegroting, omdat met het opraken van de Groningse gasvoorraad ook het fonds wordt afgebouwd. (DENK_175_b)
  • DENK trekt taakstellend in de periode 2018-2021 in totaal 1,0 mld euro (0,3 mld euro per jaar) uit voor de aanleg van toegangspunten gericht op gratis wifi met buitenshuis dekking voor ongeveer 80% van de bevolking. (DENK_173)
  • DENK trekt 0,1 mld euro uit voor tegemoetkoming aan (nakomelingen van) slachtoffers van Nederlands oorlogsgeweld en benadeelden van de Indische Kwestie. (DENK_169)

Tabel 14.17 Netto ombuigingen in 2021, t.o.v. basispad ex ante, mld euro

(-) betekent EMU-saldo verslechterend, (+) betekent EMU-saldo verbeterend. 2021
Totaal -8,2
   
Openbaar bestuur 1,2
Apparaatskorting lokale overheden (DENK_138) 0,7
Apparaatskorting Rijk: openbaar bestuur (DENK_140_a, 140_b) 0,4
   
Veiligheid 0,4
Verlaging griffierechten (DENK_160) -0,1
Gedeeltelijk terugdraaien intensivering veiligheid en justitie (DENK_162, 182) 0,4
Apparaatskorting Rijk: veiligheid (DENK_140_d) 0,2
   
Defensie 1,7
Beperken internationale interventies (DENK_154) 0,8
Stoppen JSF programma (DENK_151) 0,5
Lagere norm inzetbaarheid krijgsmacht (DENK_152) 0,2
Terugdraaien intensivering defensie (DENK_153) 0,2
Apparaatskorting Rijk: defensie (DENK_140_c) 0,0
   
Bereikbaarheid -1,0
Gratis openbaar vervoer voor ouderen met een laag inkomen en voor bijstandsgerechtigden (DENK_156) -2,0
Verlaging aanlegbudget wegen (DENK_157) 0,6
Infrastructuurfonds verlengen met een jaar en verlagen met 5% (DENK_155) 0,3
Apparaatskorting Rijk: bereikbaarheid (DENK_140_e) 0,1
   
Onderwijs -0,9
Verhogen lumpsum po (DENK_166_a) -0,6
Verhogen lumpsum vo (DENK_166_b, 183) -0,3
Invoering van een inkomensafhankelijke basisbeurs voor bachelor en master (DENK_163) -0,1
Afschaffen gratis schoolboeken met compensatie voor lage inkomens (DENK_164) 0,2
   
Zorg -6,3
Afschaffen van het verplicht eigen risico (DENK_146_a) -4,5
Bezettingsnorm zorg per 2023 met twee gekwalificeerde zorgverleners per groep van acht (DENK_149) -1,9
Oprichten preventiefonds (DENK_147) -0,5
Diverse maatregelen op het gebied van geneesmiddelen. (DENK_142_a, 143_a) 0,4
Verplichten meerjarige contracten in de Wet langdurige zorg (DENK_144) 0,2
   
   
Sociale zekerheid -0,5
Terugdraaien versnelde verhoging AOW-leeftijd, deel AOW-uitkeringen (DENK_128_a) -1,1
Verhoging grens vermogenstoets AIO en bijstand (DENK_130) -0,7
Intensivering kinderopvangtoeslag (DENK_133) -0,5
Uitbreiding betaald zorgverlof (DENK_136) -0,4
Loondoorbetaling bij ziekte: collectief tweede jaar kleine werkgevers (DENK_131_a) -0,2
Uitbreiding betaald geboorteverlof (DENK_137) -0,1
Intensivering armoedebeleid (DENK_180) -0,1
Meer face-to-face gesprekken in dienstverlening UWV (DENK_187) -0,1
Uitbreiding beschutte werkplekken (DENK_186) -0,1
Verplichte AOV voor zelfstandigen op WML-niveau (uitgaven) (DENK_135_b) 0,0
Afschaffen eigen risico: effect zorgtoeslag (DENK_146_c) 1,5
Invoeren vermogenstoets AOW (DENK_132) 0,5
Terugdraaien versnelde verhoging AOW-leeftijd, deel weglek uitkeringen (DENK_128_b) 0,4
Flexibele AOW-leeftijd: maximaal drie jaar later (DENK_185) 0,3
Inkomensafhankelijke kinderbijslag (DENK_125, 126) 0,0
   
Overdrachten aan bedrijven 0,1
Intensivering innovatie: Start-up vouchers (DENK_172) -0,4
Ombuiging oormerking voor topsectoren: TO2, NWO en KNAW (DENK_176_b) 0,3
Ombuiging topsectorenbeleid (DENK_176_a) 0,1
   
Internationale samenwerking -2,1
Intensivering ontwikkelingssamenwerking (DENK_167) -2,1
   
Overig -0,9
Schadecompensatie gaswinning Groningen (DENK_175_b) -0,5
Toegankelijkheid wifi (DENK_173) -0,3
Tegemoetkoming oorlogsslachtoffers (DENK_169) -0,1
   

14.9.2Lasten

DENK verhoogt de collectieve lasten met per saldo 9,3 mld euro in 2021. Een opsomming van de lastenmaatregelen wordt gevolgd door een tabel. Het gaat hier om de beleidsmatige lastenontwikkeling op EMU-basis (blo). De verhoging van 9,3 mld euro is opgebouwd uit een verhoging van 5,0 mld euro voor gezinnen, een verhoging van 3,8 mld euro voor bedrijven en een verhoging van 0,5 mld euro voor het buitenland.

Inkomen en arbeid

  • DENK verhoogt de maximale arbeidskorting met 560 euro en stelt het afbouwpunt daarvan gelijk aan het opbouwpunt. Dit is een lastenverlichting van 1,5 mld euro in 2021. (DENK_179)
  • DENK verhoogt het maximale bedrag in de inkomensafhankelijke combinatiekorting met 3050 euro en verhoogt het opbouwpercentage naar 9,34%. Dit is een lastenverlichting van 0,8 mld euro in 2021. (DENK_178)
  • De tijdelijk lagere AOW-leeftijd bij DENK leidt ertoe dat mensen korter AOW-premie betalen. Dit is een lastenverlichting van 0,3 mld euro in 2021. Op langere termijn is er geen effect. (DENK_128_c)
  • DENK vergroot de fiscale jaarruimte voor de aftrek van de pensioenpremie. In 2021 zijn de kosten van de hogere pensioenpremieaftrek 0,2 mld euro bij inkomen en arbeid en nihil bij vermogen en winst. Op lange termijn zijn de kosten lager omdat het budgettaire effect van de hogere belastbare pensioenuitkeringen sterker is dan de lagere budgettaire opbrengst in box 3. (DENK_134_f, 134_d, 134_e)
  • DENK verhoogt de ouderenkorting voor lagere inkomens met honderd euro. Dit kost 0,2 mld euro in 2021. (DENK_114)
  • Het tarief van de mkb-winstvrijstelling wordt door DENK verhoogd naar 14,8%. Dit leidt tot een lastenverlichting van 0,1 mld euro in 2021. (DENK_181)
  • DENK draait eerdere verlengingen van de derde schijf in box 1 terug. Dit is een lastenverzwaring van 2,5 mld euro in 2021 en 3,2 mld euro structureel. (DENK_117)
  • DENK draait de verlaging van het tarief van de derde schijf terug, hierdoor wordt het tarief van de derde schijf verhoogd met 1,25%-punt. Dit is een lastenverzwaring voor gezinnen van 0,9 mld euro in 2021. (DENK_118)
  • DENK schaft de 30%-regeling voor ingekomen werknemers en de regeling extraterritoriale kosten af. Dit is een lastenverzwaring voor gezinnen van 0,8 mld euro. (DENK_116)
  • DENK introduceert een werkgeversheffing van 16% op het gedeelte van salarissen boven 150.000 euro. Dit is een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,6 mld euro in 2021. (DENK_112)
  • DENK topt de hypotheekrenteaftrek af tot de rente over een eigenwoningschuld van 500.000 euro. Dit is een lastenverzwaring van 0,4 mld euro in 2021 en 0,1 mld euro structureel. (DENK_101)
  • DENK versnelt de afbouw van het maximale aftrekpercentage van de hypotheekrenteaftrek naar 2% per jaar. Dit is een lastenverzwaring van 0,4 mld euro in 2021. In de structurele situatie bedraagt het aftrekpercentage 40%. Dit is een lastenverlichting (0,1 mld euro). (DENK_102)
  • DENK introduceert een collectieve verzekering voor het tweede jaar loondoorbetaling bij ziekte voor bedrijven tot tien werknemers. De toename van overheidsuitgaven (DENK_131_a) wordt betaald uit een verhoging van werkgeverspremies. Dit is een EMU-relevante lastenverzwaring van 0,2 mld euro. De lastenverzwaring is gedeeltelijk een schuif van private loondoorbetaling naar de collectieve verzekering. (DENK_131_b)
  • DENK schaft de aftrekbaarheid van de eigen bijdrage van de werknemer voor een duurdere leaseauto af. Dit is een lastenverzwaring van 0,1 mld euro. (DENK_127)
  • DENK introduceert een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen, met een uitkering van maximaal 70% van het minimumloon. De premies zijn kostendekkend en worden betaald uit het winstinkomen. Deze maatregel groeit langzaam in vanaf 2021, in dat jaar zijn zowel premielasten als uitgaven nog verwaarloosbaar. Structureel leidt de premieheffing tot een lastenverzwaring van 0,7 mld euro. (DENK_135_a, 135_c)

Vermogen en winst

  • DENK schaft de verhuurderheffing af. Dit verlaagt de lasten voor woningcorporaties met 2 mld euro. (DENK_103)
  • DENK vergroot de fiscale jaarruimte voor de aftrek van de pensioenpremie. In 2021 zijn de kosten van de hogere pensioenpremieaftrek 0,2 mld euro bij inkomen en arbeid en nihil bij vermogen en winst. Op lange termijn zijn de kosten lager omdat het budgettaire effect van de hogere belastbare pensioenuitkeringen sterker is dan de lagere budgettaire opbrengst in box 3. (DENK_134_g, 134_a)
  • DENK vervangt de huidige vermogensrendementsheffing in box 3 door een vermogensaanwasbelasting met een progressief tarief. DENK kiest voor een heffingsvrije voet van 500 euro. Voor een vermogensaanwas van 500 tot en met 1500 euro geldt een tarief van 30%. Voor een vermogensaanwas van 1500 tot en met 5000 euro geldt een tarief van 40%. Voor een vermogensaanwas van meer dan 5000 euro geldt een tarief van 50%. Dit is een lastenverzwaring van 1,9 mld euro. Structureel is er sprake van een lastenverzwaring van 2 mld euro. (DENK_104, 105)
  • DENK beperkt de aftrekbaarheid van rente voor bedrijven tot maximaal 30% van de winst voor rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie (EBITDA) met een drempel van 1 mln euro zonder groepsvrijstelling, conform de bouwstenen 0 en 1 van de werkgroep fiscaliteit van de Studiegroep Duurzame Groei. Dit betekent een lastenverzwaring voor bedrijven van 1,2 mld euro. (DENK_113_a, 113_b)
  • DENK verhoogt de bankenbelasting taakstellend met 1 mld euro. (DENK_106)
  • DENK schaft de innovatiebox af, waardoor de lasten voor bedrijven worden verzwaard met 0,5 mld euro. (DENK_177)
  • DENK voert unilateraal een financiële transactiebelasting in met een tarief van 0,1%-punt per transactie voor aandelen en schuldpapier en een tarief van 0,01%-punt per transactie voor derivaten. Dit is een lastenverzwaring voor bedrijven van 0,5 mld euro. (DENK_121)
  • DENK verhoogt het tarief van de tweede schijf van de vennootschapsbelasting met 1%-punt naar 26% en verzwaart zo de lasten voor bedrijven met 0,4 mld euro. (DENK_184)
  • DENK schaft het kwarttarief voor kampeerauto's in de mrb af. Dit is een lastenverzwaring van 0,1 mld euro. (DENK_115)

Milieu

  • DENK voert een belasting in op vliegtickets met een opbrengst van 1 mld euro. (DENK_122)
  • DENK verhoogt de hogere schijven in de energiebelasting. Dit is een lastenverzwaring van 0,5 mld euro. (DENK_120)
  • DENK verhoogt de opbrengst van de verbrandingsbelasting met 0,2 mld euro. (DENK_124)
  • DENK schaft de vrijstelling kolenbelasting energiecentrales af. Dit is een lastenverzwaring van 0,2 mld euro. (DENK_119)
  • DENK schaft de landbouwvrijstelling af. Dit is een lastenverzwaring van 0,1 mld euro in 2021, oplopend tot 0,5 mld euro structureel. (DENK_123)

Overig

  • DENK reguleert het telen, verkopen en gebruiken van softdrugs. Dit genereert een opbrengst voor de overheid van 0,2 mld euro door het veilen van vergunningen, een nationale verbruiksbelasting of dividenduitkeringen door een staatsbedrijf. (DENK_159)
  • DENK verhoogt de opbrengst van de kansspelbelasting taakstellend met 0,1 mld euro. (DENK_107)
  • DENK verhoogt de accijns op bier. Dit is een lastenverzwaring voor gezinnen van 0,1 mld euro. (DENK_109)
  • DENK verhoogt de opbrengst van de wijnaccijns met 0,1 mld euro. (DENK_110)
  • DENK verhoogt de accijns op gedestilleerde drank. De taakstellende opbrengst van deze lastenverzwaring is 0,1 mld euro. (DENK_111)
  • DENK verhoogt de tabaksaccijns, met een extra opbrengst van 0,1 mld euro. (DENK_108)

Gasbaten

  • DENK verhoogt de gaswinning in Groningen met 12 mld Nm3. Dit verhoogt de opbrengsten voor de overheid met 1,7 mld euro. Op lange termijn is er geen effect op de overheidsbegroting. De verhoging van de gaswinning gaat gepaard met een compensatiefonds (DENK_175_b). (DENK_175_a)

14.9.3Maatregelen met een direct EMU-schuldeffect

De volgende maatregelen hebben geen effect op het EMU-saldo maar wel een direct effect op de EMU-schuld.

EMU-schuld direct

  • DENK stelt in de jaren 2018 tot en met 2021 in totaal 1 mld euro aan kapitaal beschikbaar ten behoeve van een op te richten nationale ondernemingskredietbank. (DENK_170)

Tabel 14.18Lastenmutaties t.o.v. basispad in 2021, ex ante, mld euro

(-) betekent EMU-saldo verslechterend, (+) betekent EMU-saldo verbeterend. 2021
Verhogen gaswinning Groningen (DENK_175_a) 1,7
   
Inkomen en arbeid 2,9
Verhoging arbeidskorting (DENK_179) -1,5
Intensivering inkomensafhankelijke combinatiekorting (DENK_178) -0,8
Terugdraaien versnelde verhoging AOW-leeftijd, deel AOW-premies (DENK_128_c) -0,3
Verhoging fiscale jaarruimte (DENK_134_f, 134_d, 134_e) -0,2
Verhoging ouderenkorting onder de inkomensgrens (DENK_114) -0,2
Verhoging mkb-winstvrijstelling naar 14,8% (DENK_181) -0,1
Verkorten derde schijf box 1 (DENK_117) 2,5
Verhoging tarief derde schijf met 1,25%-punt (DENK_118) 0,9
Afschaffen 30%-regeling en regeling extraterritoriale kosten (DENK_116) 0,8
Werkgeversheffing topinkomens (DENK_112) 0,6
Aftoppen hypotheekrenteaftrek op een eigenwoningschuld van 500.000 euro (DENK_101) 0,4
Versnelde en kleinere afbouw maximale aftrekpercentage hypotheekrenteaftrek (DENK_102) 0,4
Loondoorbetaling bij ziekte: premie tweede jaar kleine werkgevers (DENK_131_b) 0,2
Afschaffen aftrekbaarheid eigen bijdrage werknemer voor een duurdere leaseauto (DENK_127) 0,1
Verplichte AOV voor zelfstandigen op WML-niveau (premies) (DENK_135_a, 135_c) 0,0
   
Vermogen en winst 3,8
Afschaffen verhuurderheffing (DENK_103) -2,0
Verhoging fiscale jaarruimte (DENK_134_g, 134_a) 0,0
Vermogensaanwasbelasting met progressief tarief in box 3 (DENK_104, 105) 1,9
Beperken renteaftrek bedrijven (DENK_113_a, 113_b) 1,2
Verhogen bankenbelasting (DENK_106) 1,0
Afschaffen innovatiebox (DENK_177) 0,5
Invoeren financiële transactiebelasting (DENK_121) 0,5
Verhogen tarief tweede schijf vennootschapsbelasting (DENK_184) 0,4
Afschaffen kwarttarief kampeerauto's mrb (DENK_115) 0,1
   
Milieu 2,0
Invoeren vliegbelasting (DENK_122) 1,0
Verhogen hogere schijven energiebelasting (DENK_120) 0,5
Verhogen verbrandingsbelasting (DENK_124) 0,2
Afschaffen vrijstelling kolenbelasting centrales (DENK_119) 0,2
Afschaffen landbouwvrijstelling (DENK_123) 0,1
   
Overig 0,7
Reguleren softdrugs (DENK_159) 0,2
Verhogen kansspelbelasting (DENK_107) 0,1
Verhogen bieraccijns (DENK_109) 0,1
Verhogen wijnaccijns (DENK_110) 0,1
Verhogen accijns op gedestilleerd (DENK_111) 0,1
Verhogen tabaksaccijns (DENK_108) 0,1
   
Totaal beleidsmatige lasten 9,3
   
w.v. gezinnen 5,0
        bedrijven 3,8
        buitenland 0,5
   
Gasbaten  

14.10VNL

Deze paragraaf geeft een gedetailleerd overzicht van de door VNL voorgestelde maatregelen en hun effecten op de overheidsfinanciën. De bedragen zijn ex ante, in prijzen 2017 en betreffen afwijkingen ten opzichte van de middellangetermijnverkenning zoals weergegeven in hoofdstuk 4 van de Macro Economische Verkenning 2017.

14.10.1Uitgaven

VNL buigt per saldo 18,1 mld euro in 2021 om op de collectieve uitgaven. Na een opsomming volgt een tabel met de uitgavenmaatregelen.

Openbaar bestuur

  • VNL verlaagt de uitgaven aan het Gemeente- en Provinciefonds taakstellend via een apparaatskorting. De partij wil deze ombuiging onder andere bereiken door overheidsdiensten te bundelen en het aantal bestuurslagen te beperken. Dit is een besparing van 0,7 mld euro in 2021 en 0,9 mld euro structureel. (VNL_180)
  • VNL beperkt taakstellend de uitgaven bij het Rijk en zbo's via een apparaatskorting. Dit betekent een totale ombuiging van 0,7 mld euro in 2021 en een structurele ombuiging van 0,9 mld euro. Deze besparing slaat grotendeels neer bij het openbaar bestuur (0,4 mld euro in 2021 en 0,5 mld euro structureel) en deels bij defensie, veiligheid en bereikbaarheid. De partij wil deze ombuiging onder andere bereiken door lagere apparaatskosten bij de Belastingdienst, als gevolg van de introductie van de vlaktaks. (VNL_182_a, 182_b)

Veiligheid

  • VNL verhoogt de uitgaven aan veiligheid en justitie met 1,2 mld euro. (VNL_142)
  • De apparaatskorting leidt tot een besparing van 0,2 mld euro op veiligheid. (VNL_182_d)
  • VNL kort op subsidies. Deze generieke subsidietaakstelling leidt tot een beperkte besparing op veiligheid. (VNL_188_a)

Defensie

  • VNL verhoogt het defensiebudget, oplopend tot 5 mld euro in 2021. (VNL_141)
  • De apparaatskorting leidt tot een beperkte besparing op defensie. (VNL_182_c)

Bereikbaarheid

  • VNL trekt 0,5 mld euro extra uit voor infrastructuur en waterbeheer. (VNL_144)
  • VNL beperkt de nationale ambities van het European Railway Traffic Management System (ERTMS) tot het strikt noodzakelijke. Dit resulteert in een ombuiging van 0,1 mld euro. (VNL_174)
  • De apparaatskorting leidt tot een besparing van 0,1 mld euro op bereikbaarheid. (VNL_182_e)

Milieu

  • VNL introduceert een investeringsfonds voor innovatie en energietransitie en vult dat vijftien jaar lang met 1 mld euro per jaar. (VNL_143)
  • VNL schaft de SDE+ af. Dit is door juridische aangegane verplichtingen een ombuiging van 0,3 mld euro in 2021 en 3 mld euro structureel. (VNL_176_c)
  • VNL kort op subsidies. Deze generieke subsidietaakstelling leidt tot een beperkte besparing op milieusubsidies. (VNL_188_d)

Onderwijs

  • VNL trekt 0,5 mld euro extra uit voor wetenschap. (VNL_145)
  • VNL verlaagt de lumpsum van het hoger onderwijs met 1,2 mld euro in 2021 en 1,7 mld euro structureel. (VNL_171)
  • VNL verlaagt de lumpsum van het primair onderwijs met 0,7 mld euro. (VNL_168)
  • VNL buigt 0,7 mld euro om op onderwijs en onderzoek over alle sectoren. (VNL_167)
  • VNL verlaagt de lumpsum van het voortgezet onderwijs met 0,6 mld euro. (VNL_169)
  • VNL buigt in totaal 0,6 mld euro om op lerarenbeleid in po, vo en mbo. (VNL_170)
  • VNL buigt generiek taakstellend 0,4 mld euro in 2021 en 0,5 mld euro structureel om op subsidies uitgegeven door het ministerie van OCW. (VNL_188_b)
  • VNL buigt 0,4 mld euro om op studiefinanciering in 2021 en 1,0 mld euro structureel. (VNL_166)

Zorg

  • VNL verlaagt het verplicht eigen risico met vijftig euro. Dit is een verhoging van de collectieve zorguitgaven van 0,5 mld euro. Het gaat deels om een verschuiving van private naar collectieve zorguitgaven. (VNL_148_a)
  • VNL doet een taakstellende intensivering van 0,5 mld euro in 2021 ten behoeve van de verpleeghuiszorg. (VNL_240)
  • VNL verhoogt de Rijksbijdrage Wmo aan gemeenten in 2021 met 0,2 mld euro met het oog op inkomensondersteuning chronisch zieken en gehandicapten. (VNL_147, 189_c)
  • VNL heeft de intentie om een hoofdlijnenakkoord af te sluiten in combinatie met het macrobeheersinstrument. In 2021 resulteert dit in ombuigingen van 0,9 mld euro in de ziekenhuiszorg, 0,1 mld euro in de geestelijke gezondheidszorg en 0,1 mld euro in de wijkverpleging. Voor ombuigingen geldt dat lagere zorguitgaven leiden tot minder zorg of lagere kwaliteit van zorg. (VNL_189_a)
  • VNL beperkt het verzekerde pakket op het gebied van geneesmiddelen en ouderdomsgerelateerde zorg. Dit is een verlaging van de collectieve zorguitgaven met 0,5 mld euro. Het gaat deels om een verschuiving van collectieve naar private zorguitgaven. De maatregel ouderdomsgerelateerde zorg is conform maatregel ZiK_015 uit Zorgkeuzes in Kaart. (VNL_210_a, 212_a)
  • VNL neemt in de curatieve zorg diverse maatregelen uit Zorgkeuzes in Kaart op het gebied van geneesmiddelen: aanpassing van Wet geneesmiddelenprijzen (ZIK_065), herberekening van limieten geneesmiddelenvergoedingssysteem (ZiK_066), uitbreiding centrale inkoop genees- en hulpmiddelen door de Rijksoverheid (ZiK_071), verplichten uniforme barcodering genees- en hulpmiddelen (ZiK_073). Bij de herberekening van limieten geneesmiddelenvergoedingssysteem gaat het deels om een verschuiving van collectieve naar private zorguitgaven. Samen betreft dit een ombuiging van 0,4 mld euro in 2021 en een structurele ombuiging van 0,5 mld euro. (VNL_213_a, 214_a, 215_a, 216)
  • VNL voert in de Wlz een verplichting in voor zorgkantoren (Wlz-uitvoerders) om meerjarige contracten met budgetafspraken af te sluiten met zorgaanbieders. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_085). Het is een ombuiging van 0,2 mld euro in 2021. De structurele ombuiging is 0,1 mld euro. De concurrentie tussen aanbieders neemt namelijk op den duur af. (VNL_219)
  • VNL kort het beschikbare budget huishoudelijke hulp van gemeenten netto met 0,2 mld euro in 2021. Hiertoe wordt binnen de Wmo huishoudelijke hulp als een aparte voorziening gedefinieerd. Vervolgens wordt het gemeentelijk instrumentarium uitgebreid, zodat gemeenten de toegang tot huishoudelijke hulp kunnen inperken. Dit is een maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_096a). (VNL_224)
  • VNL introduceert een eigen bijdrage van 20% voor logopedie, ergotherapie, oefentherapie Mensendieck en Cesar, dieetadvisering en fysiotherapie. De eigen bijdrage geldt ook voor mensen jonger dan 18 jaar. Dit is een ombuiging van 0,2 mld euro. Het gaat deels om een verschuiving van collectieve naar private zorguitgaven. (VNL_197_a)
  • VNL zet in op gepast gebruik van zorg. Deze maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_014) betekent een ombuiging van 0,1 mld euro. (VNL_206)
  • VNL beperkt de voorwaardelijke toelating tot een subsidieregeling. Deze maatregel uit Zorgkeuzes in Kaart (ZiK_013a) betekent een ombuiging van 0,1 mld euro. (VNL_205)
  • VNL neemt in de curatieve zorg diverse kleine maatregelen uit Zorgkeuzes in Kaart: palliatieve zorg van ziekenhuis naar thuissetting (ZiK_055) en verminderen vermijdbare heropnames (ZiK_060). Tezamen is dit een beperkte ombuiging. (VNL_203, 204)

Sociale zekerheid

  • VNL verhoogt het kindgebonden budget. De alleenstaande-ouderkop wordt verhoogd met circa 400 euro. Daarnaast worden de basisbedragen (bedragen voor het eerste tot derde kind en de kopjes voor kinderen ouder dan twaalf jaar) verhoogd (iets meer dan een verdubbeling van de bedragen). Het kindgebonden budget wordt daarbij beperkt tot drie kinderen. Per saldo is de intensivering 2,2 mld euro. (VNL_146_c, 146_a, 146_b)
  • VNL schaft per 2021 de zorgtoeslag af. Dit is een ombuiging van 5,5 mld euro. (VNL_149)
  • VNL schaft de kinderbijslag af. Dit is een ombuiging van 3,2 mld euro. (VNL_150)
  • VNL schaft de inkomensondersteuning AOW af. De ombuiging bedraagt 0,9 mld euro. (VNL_159)
  • VNL verlaagt de huurtoeslag door aanpassing van de kwaliteitskorting en door het verhogen van het kopje op de normhuur. Dit is een ombuiging van 0,9 mld euro. (VNL_151)
  • VNL maakt werkgevers verantwoordelijk voor het eerste half jaar WW. De maatregel levert een structurele besparing op van 0,8 mld euro. De maatregel impliceert een niet-EMU relevante lastenverzwaring voor bedrijven. (VNL_154_a)
  • VNL verlaagt de bijstandsuitkering naar 64% minimumloon voor alleenstaanden en 94% minimumloon voor paren. De besparing is 0,6 mld euro in 2021 en 0,7 mld euro structureel. (VNL_156)
  • VNL schaft de tegemoetkoming arbeidsongeschikten af. De besparing is 0,2 mld euro. (VNL_160_a)
  • VNL schaft de kinderopvangtoeslag af voor doelgroepouders. De zogenoemde doelgroepouders werken niet, maar hebben bij uitzondering toch recht op kinderopvangtoeslag. Dit is een ombuiging van 0,1 mld euro. (VNL_152)
  • VNL kort het re-integratiebudget van gemeenten en UWV. Dit is een ombuiging van 0,1 mld euro in 2021. (VNL_161)
  • VNL vervangt de loonkostensubsidie in de Participatiewet door loondispensatie. Dit levert een besparing van 0,1 mld euro in 2021 en 0,5 mld euro structureel. (VNL_157)
  • VNL past het Schattingsbesluit aan zodat het arbeidsongeschiktheidspercentage voortaan wordt gebaseerd op het loon dat men nog kan verdienen in minimaal twee functies. Dit levert een beperkte besparing in 2021 en 0,2 mld euro structureel doordat minder mensen volledig arbeidsongeschikt zullen worden verklaard. (VNL_160_b)

Overdrachten aan bedrijven

  • VNL schaft de afdrachtvermindering werkgevers WBSO af. Dit is een ombuiging van 1,2 mld euro. (VNL_126_j)
  • VNL schaft het lage-inkomensvoordeel (LIV) voor werkgevers die werknemers in dienst nemen met een salaris tot 120% wml af. Dit is een ombuiging van 0,6 mld euro in 2021. (VNL_162_b)
  • VNL schaft het loonkostenvoordeel (LKV) voor werkgevers die oudere werknemers of mensen met een arbeidsbeperking in dienst nemen af. Dit is een ombuiging van 0,3 mld euro in 2021. (VNL_162_a)
  • VNL kort in totaal 0,7 mld euro in 2021 en 0,9 mld euro structureel op subsidies. Deze generieke subsidietaakstelling leidt tot een besparing van 0,1 mld euro in 2021 en 0,2 mld euro structureel op overdrachten aan bedrijven. (VNL_188_e)
  • VNL schrapt de afdrachtsvermindering werkgevers in de scheepvaart, een ombuiging van 0,1 mld euro. (VNL_126_i)
  • VNL buigt maximaal om op topsectorenbeleid, wat een besparing van 0,1 mld euro oplevert. (VNL_177)

Internationale samenwerking

  • VNL buigt 3,7 mld euro op ontwikkelingssamenwerking om door ODA te beperken tot noodhulp. (VNL_178)
  • VNL buigt 0,6 mld euro om op internationale samenwerking (HGIS non-ODA). (VNL_179)

Overig

  • VNL vermindert de uitgaven aan cultuur en media met 0,7 mld euro, door beperken taak publieke omroep, taakstelling Rijksmediabijdrage, verdere beperking cultuursubsidies en beëindigen emancipatiebeleid. (VNL_172)
  • VNL buigt 0,3 mld euro om op de uitgaven op het gebied van agro-, visserij en voedselketens. (VNL_175)
  • VNL kort 0,1 mld euro op subsidies op de VWS-begroting. (VNL_188_g, 188_f)

Tabel 14.19 Netto ombuigingen in 2021, t.o.v. basispad ex ante, mld euro

(-) betekent EMU-saldo verslechterend, (+) betekent EMU-saldo verbeterend. 2021
Totaal 18,1
   
Openbaar bestuur 1,2
Apparaatskorting lokale overheden (VNL_180) 0,7
Apparaatskorting Rijk: openbaar bestuur (VNL_182_a, 182_b) 0,4
   
Veiligheid -1,0
Intensivering veiligheid en justitie (VNL_142) -1,2
Apparaatskorting Rijk: veiligheid (VNL_182_d) 0,2
Subsidietaakstelling: Veiligheid (VNL_188_a) 0,0
   
Defensie -5,0
Verhoging defensie-uitgaven (VNL_141) -5,0
Apparaatskorting Rijk: defensie (VNL_182_c) 0,0
   
Bereikbaarheid -0,3
Intensivering infrastructuur en waterbeheer (VNL_144) -0,5
Afschaffen nationale kop op het ERTMS (VNL_174) 0,1
Apparaatskorting Rijk: bereikbaarheid (VNL_182_e) 0,1
   
Milieu -0,7
Investeringsfonds innovatie en energietransitie (VNL_143) -1,0
Verlagen SDE+ (VNL_176_c) 0,3
Subsidietaakstelling: Milieu (VNL_188_d) 0,0
   
Onderwijs 4,1
Uitgaven Wetenschapsagenda (VNL_145) -0,5
Verlagen lumpsum ho (VNL_171) 1,2
Verlagen lumpsum po (VNL_168) 0,7
Ombuiging onderwijs en onderzoek algemeen (VNL_167) 0,7
Verlagen lumpsum vo (VNL_169) 0,6
Ombuiging lerarenbeleid (VNL_170) 0,6
Subsidietaakstelling: Onderwijs (VNL_188_b) 0,4
Ombuigingen studiefinanciering (VNL_166) 0,4