Kopafbeelding publicaties CPB

Aflossing en inkomenseffecten studievoorschot

CPB Notitie, 11 november 2014

De heren Rog en Omtzigt van de Tweede Kamerfractie van het CDA hebben het CPB verzocht om een eerdere doorrekening over de effecten van het sociaal leenstelsel uit te breiden voor alternatieve schuldniveaus.

Het CPB komt aan deze wens tegemoet door de effecten van het sociaal leenstelsel te differentiëren naar de woonsituatie (thuis- of uitwonend) en het niveau van de opleiding van studenten. De in beeld gebrachte effecten hebben, conform de eerdere doorrekening, betrekking op het terugbetaalpercentage van de studieschuld en het mediane inkomenseffect.

Een basisveronderstelling in deze notitie is dat studenten twee derde van de weggevallen studiefinanciering bijlenen via het studievoorschot. Daarnaast wordt geen rekening gehouden met eventuele veranderingen in het leengedrag van studenten naar aanleiding van een aanpassing in de terugbetaalregels.

De conclusies zijn:

  1. De verschillen tussen HBO’ers en WO’ers zijn klein. De studieschuld van WO’ers is weliswaar gemiddeld bijna 50% hoger, maar dit wordt gecompenseerd door hogere inkomens. Daardoor is per saldo sprake van ongeveer gelijke terugbetaalpercentages en gelijke mediane inkomenseffecten voor HBO’ers en WO’ers.
  2. Tussen thuis- en uitwonende studenten treden wel verschillen op. De studieschuld van uitwonende studenten is gemiddeld bijna 50% hoger en dit drukt het terugbetaalpercentage met circa 5%-punt. Het mediane inkomenseffect is voor uitwonende studenten ook relatief groot.

Deel deze pagina