Kopafbeelding publicaties CPB

Arbeidsmarkteffecten van baanverlies voor jongere en oudere werknemers

CPB Discussion Paper 285, 29 september 2014

Deze studie onderzoekt de effecten van bedrijfsfaillissementen voor oudere werknemers (45-54 jaar) in vergelijking met werknemers in de leeftijdsklasse 35-44 jaar.

We komen tot de conclusie dat oudere werknemers na gedwongen baanverlies een kleinere kans hebben om een baan te vinden. De ouderen die wel weer aan het werk geraken ondervinden een sterkere loondaling dan de jongere groep. Dit nadeel van ouderen is het sterkst in de eerste twee jaar na ontslag, maar blijft ook in latere jaren substantieel: 2 tot 6 jaar na ontslag blijft de kans op werk van ouderen 3,5%-punt achter bij die van de jongere leeftijdsgroep, terwijl hun loonverlies 1,0%-punt groter is. Het grotere verlies voor ouderen wordt deels verklaard door een langere baanduur voorafgaand aan ontslag en een grotere gevoeligerheid voor de lokale en sectorale arbeidsmarktomstandigheden. Een lange baanduur verkleint de kans om weer werk te vinden en vergroot het loonverlies. Niet alleen hebben ouderen vaker een lange baanduur, ook is het arbeidsmarktperspectief na baanverlies voor ouderen met een lange baanduur ongunstiger dan voor ouderen met een kortere baanduur terwijl voor jongere ontslagenen de baanduur in de baan voorafgaand aan ontslag minder uitmaakt voor hun uitkomsten na ontslag. Ook zijn oudere ontslagenen gevoeliger dan jongeren voor een krimpende arbeidsmarkt in de regio en sector waaruit hun baan afkomstig was, vooral in de eerste jaren na het baanverlies. Een baan vinden in een andere sector dan waar men werkte voorafgaand aan het faillissement draagt ook bij aan het relatief groot loonverlies van oudere werknemers.

Het onderzoek is uitgevoerd op basis van microdata van werknemers die in de periode 2000 - 2009 hun baan hebben verloren door bedrijfsfaillissementen.

Deel deze pagina