Kopafbeelding publicaties CPB

Bilaterale investeringsverdragen

CPB Notitie, 27 mei 2015

Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft het CPB gevraagd een CPB Notitie te schrijven over de effecten van bilaterale investeringsverdragen (ibo’s) op directe buitenlandse investeringen (dbi), en op investeringen naar ontwikkelingslanden in het bijzonder.

Nederland heeft 94 bilaterale investeringsovereenkomsten geratificeerd, vooral met midden- en lage-inkomenslanden in Afrika en Zuid-Amerika. Het doel van deze overeenkomsten is om de rechtspositie van de buitenlandse investeerder te verbeteren. Ongeveer 15 procent van de Nederlandse voorraad directe buitenlandse investeringen is in landen die verdragspartner zijn. Hiervan staat slechts 0,2 procent in de lage-inkomenslanden. Rekening houdend met de causaliteit tussen de investeringsverdragen en buitenlandse investeringen concluderen wij dat een geratificeerd verdrag de voorraad van directe investeringen tussen twee landen met zo’n 30 procent kan verhogen. Deze effecten worden vooral gedreven door verdragen tussen hoge middeninkomenslanden, maar verdragen met lage midden- en lage inkomenslanden leiden ook tot significant meer buitenlandse investeringen in die landen. De kans op een geratificeerd verdrag hangt positief samen met de kwaliteit van overheidsinstituties, maar negatief met de rechtszekerheid in het gastland van de investeringen. Bij elkaar genomen is de Nederlandse voorraad van uitgaande directe investeringen ongeveer 5 procent hoger als gevolg van de investeringsverdragen.

Lees ook CPB Discussion Paper 298.

Deel deze pagina