Kopafbeelding publicaties CPB

Effecten van het Regeerakkoord voor de marginale druk

CPB Notitie, 10 december 2012

Met de ‘motie Van der Staaij’ van 14 november jl. verzoekt de Tweede Kamer aan de regering om “gedetailleerd te berichten over de effecten van het Regeerakkoord op de marginale druk, uitgesplitst naar werknemers, mensen met resultaat uit overige inkomsten en zelfstandigen.” Het CPB is door SZW verzocht om de gevraagde informatie te leveren.

De marginale druk geeft aan welk deel van een stijging van het individuele bruto inkomen niet resulteert in een hoger nominaal besteedbaar inkomen, maar wel in hogere af te dragen belastingen en premies, hogere of lagere heffingskortingen of lagere toeslagen. Onder premies vallen ziektekostenpremies, sociale premies en pensioenpremies voor zover deze voor rekening zijn van werknemers. Onder toeslagen vallen de huurtoeslag, zorgtoeslag en kinderopvangtoeslag. Verhoging van de marginale druk betekent dat werk minder lonend wordt, waardoor meer personen in deeltijd gaan werken en de werkgelegenheid in arbeidsjaren daalt.

In deze CPB Notitie wordt ingegaan op de marginale druk voor zowel werknemers als zelfstandigen. De marginale druk voor mensen met resultaat uit overige inkomsten kan niet worden bepaald, omdat het aantal waarnemingen in onze steekproef voor deze specifieke groep niet groot genoeg is voor algemene uitspraken.

Deel deze pagina