Kopafbeelding publicaties CPB

Grondprijzen en grensregio's: Zijn hoge grondprijzen van bedrijventerreinen een probleem voor het vestigingsklimaat van Nederlandse grensregio’s?

CPB Notitie, 10 maart 2015

Op verzoek van het ministerie van Economische Zaken heeft het CPB onderzocht in hoeverre hoge grondprijzen van bedrijventerreinen een probleem zijn voor het vestigingsklimaat van Nederlandse grensregio’s.

De uitkomsten van dit verkennende onderzoek kunnen worden samengevat in drie conclusies:

  1. De grondprijzen van bedrijventerreinen in Nederlandse grensregio’s zijn inderdaad hoog in vergelijking met de Duitse buurregio’s. In vergelijking met de Belgische buurregio’s lijkt het beeld minder eenduidig: soms hoger en soms lager.
  2. De hogere prijzen van bedrijventerreinen lijken geen groot probleem te zijn voor het vestigingsklimaat van Nederlandse grensregio’s.
  3. De prijsverschillen met Duitse grensregio’s komen vooral door aanbodfactoren en institutionele verschillen; hierdoor zijn diverse kosten in Nederlandse grensregio’s hoger en zijn misschien de subsidies lager.

Deze conclusies zullen we hieronder kort toelichten.  

Grondprijzen duidelijk hoger dan in Duitse buurregio’s

De eerste conclusie is dat de grondprijzen voor bedrijventerreinen in de Nederlandse grensregio’s in 2013/2014 over het algemeen hoger zijn dan aan de Duitse kant van de grens. De prijzen zijn in elke Nederlandse grensregio hoger dan aan de Duitse kant van de grens; het gaat om een verschil van een factor 2 tot 10. Bij aankoop van een hectare kan dit een verschil van 1 miljoen euro betekenen. Voor de vergelijking met België zijn veel minder data beschikbaar, maar is het beeld dat de prijzen in de buurt van Limburg meestal ook hoger zijn in Nederland. Daarentegen lijken de prijzen in Zeeuws-Vlaanderen relatief laag in vergelijking met die in Brugge en Gent.  

Hogere prijzen geen groot probleem voor Nederlandse grensregio’s

De tweede conclusie is dat de hogere prijzen geen groot probleem lijken te zijn voor het vestigingsklimaat van Nederlandse grensregio’s. Dat is de belangrijkste beleidsmatige conclusie van dit verkennende onderzoek. De grondprijs is slechts een van de vele factoren die de vestigingskeuze van een bedrijf bepaalt. De grondkosten zijn maar een kleine fractie van de totale investeringen, en uit de empirische literatuur is nauwelijks bewijs dat de grondprijs een doorslaggevende factor is. Bedrijven verhuizen vaak binnen een regio en grensoverschrijdend verhuizen is extra onaantrekkelijk, bijvoorbeeld omdat werknemers niet mee willen verhuizen en zeker niet naar de andere kant van de grens. Voor internationale ruimte-intensieve bedrijven kan de grondprijs belangrijker zijn. Maar ook daar zijn veel andere factoren in het spel, zoals fiscaal klimaat, imago van het land en de regio, infrastructuur en beschikbaarheid van kavels van voldoende omvang en mogelijkheden van uitbreiding. Door een onderhandelingseffect kunnen gemeenten wel de indruk krijgen dat de grondprijs belangrijk is. Tot slot blijkt dat sommige Nederlandse grensregio’s, zoals Limburg, ondanks de relatief hoge grondprijzen succesvol zijn in het aantrekken van buitenlandse ruimte-intensieve bedrijven. 

Prijsverschillen vooral door aanbodfactoren en institutionele verschillen

De prijsverschillen kunnen maar beperkt worden verklaard door regionale verschillen die wijzen op een hogere vraag naar grond, zoals verschillen in inkomen (bbp per capita), bevolkingsdichtheid of demografie. Ook indicatoren van verschillen in vestigingsklimaat op nationaal niveau lijken geen verklaring te bieden voor de veel hogere grondprijzen aan de Nederlandse kant van de grens. De verschillen komen eerder door aanbodfactoren, vaak in nauwe samenhang met verschillen in beleid en instituties. In Nederland is grondverwerving over het algemeen aanzienlijk duurder, lijken de kosten van het bouwrijp maken hoger,  zouden ook kosten voor vergunningen en natuurcompensatie hoger kunnen zijn en zijn de subsidies misschien lager. Verschil in kosten zou ook kunnen komen door meer of betere voorzieningen en infrastructuur aan de Nederlandse kant.

Deel deze pagina