Kopafbeelding publicaties CPB

Hoge bomen in de polder; globalisering en topbeloningen in Nederland

CPB Document 199, 10 februari 2010

Sinds eind jaren negentig is het loonaandeel van de 0,1% van de Nederlanders met het hoogste arbeidsinkomen toegenomen van 1,3% naar 2,0%. Deze ontwikkeling is in andere West-Europese landen eerder begonnen dan in Nederland. Het inkomensaandeel van de 0,1% met het hoogste inkomen ligt in Nederland verhoudingsgewijs op een laag niveau.

Lees hier het bijbehorende persbericht.

Dit CPB Document analyseert de oorzaken van de groei van topbeloningen in Nederland. De beloningen van topbestuurders bij ongeveer 600 grote ondernemingen in Nederland groeiden met gemiddeld 5,8% nominaal per jaar tussen 1999 en 2005. Na aftrek van 2,9%-punten inflatie, kan 2,6%-punten verklaard worden uit schaalvergroting van ondernemingen en 0,2%-punten uit vergrijzing onder bestuurders. Ter vergelijking: de mediaan van de beloning groeide in deze periode met gemiddeld 3,1% nominaal per jaar.

De beloningsgroei bij beursgenoteerde ondernemingen is met 8,9% per jaar bovengemiddeld. 4,8%-punten van deze groei kan worden verklaard door inflatie, schaalvergroting en vergrijzing. Voor 3,9%-punten is geen verklaring gevonden. Gemiddeld ligt de beloning van een bestuurder van een beursgenoteerde onderneming 25% tot 52% hoger dan bij vergelijkbare onderneming zonder beursnotering.

Het beloningsverschil tussen ondernemingen met en zonder een Angelsaksische eigenaar wordt kleiner. Bij ondernemingen met een Angelsaksische eigenaar ligt de beloning van topbestuurders 20% hoger dan bij vergelijkbare ondernemingen met een eigenaar uit een niet-Angelsaksisch land.

De loongroei bij bedrijven met een Angelsaksische eigenaar is met 4% per jaar lager dan gemiddeld. Het aandeel van buitenlandse bestuurders blijft gemiddeld genomen constant, maar neemt af bij bedrijven met een Angelsaksische eigenaar.

Deel deze pagina