Kopafbeelding publicaties CPB

Inzicht in de bmkb

CPB Notitie, 18 november 2015

De Borgstelling MKB-kredieten (bmkb) heeft als doelstelling in de kern gezonde mkb-bedrijven met een tekort aan zekerheden te ondersteunen bij het verkrijgen van bancair krediet. Met in de kern gezond bedoelt de overheid bedrijven met bevredigende perspectieven qua rentabiliteit en continuïteit.

De ministeries van Economische Zaken en Financiën vragen namens de ambtelijke werkgroep ‘BMKB’ het Centraal Planbureau onderstaande vragen te beantwoorden:

  1. Kan het Centraal Planbureau inzicht verschaffen in de financiële positie van mkb-bedrijven in Nederland die gebruik maken van de bmkb aan de hand van beschrijvende statistieken op basis van CBS-microdata van balansen en resultatenrekeningen?
  2. Kan het Centraal Planbureau op basis van kwantitatief/econometrisch onderzoek inzicht verschaffen in de effecten van de bmkb-regeling op de performance van bedrijven?

De Borgstelling MKB-kredieten (bmkb) heeft als doelstelling in de kern gezonde mkb-bedrijven met een tekort aan zekerheden te ondersteunen bij het verkrijgen van bancair krediet. Met in de kern gezond bedoelt de overheid bedrijven met bevredigende perspectieven qua rentabiliteit en continuïteit. Met de bmkb-regeling staat de overheid garant voor een deel van het krediet dat een financier aan een ondernemer verstrekt. Nederlandse banken beoordelen zelfstandig over de inzet van de bmkb bij een kredietaanvraag door een Nederlands mkb-bedrijf. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) monitort de regeling en houdt toezicht op de uitvoering. In het geval dat een bedrijf met een bmkb failliet gaat, ontstaat een beroep van banken op de borgstelling (bij verliesdeclaraties). RVO toetst of de bank de bkmb terecht heeft ingezet, of de bank goed beheer heeft uitgevoerd en of de verliesdeclaratie correct is.

De CPB Notitie heeft de volgende structuur. In Sectie 2 beschrijven we de gebruikte datasets en presenteren we een aantal karakteristieken van bedrijven die gebruik maken van de bmkb-regeling. Zo blijkt dat grotere mkb-bedrijven relatief meer gebruik maken van de regeling en dat bedrijven in de sectoren industrie, detailhandel en horeca relatief vaker gebruik maken van de regeling. Sectie 3 bevat een beschrijvende analyse die inzicht verschaft in de financiële positie van Nederlandse mkb-bedrijven die gebruik maken van de bmkb-regeling. De solvabiliteit en het zekerhedenoverschot van bmkb-bedrijven liggen op een laag niveau in vergelijking met bedrijven die geen gebruik maken van de bmkb en vertonen bovendien een dalende trend in de jaren voor garantieverstrekking. De winstgevendheid van bmkb-bedrijven ligt niet structureel lager in het jaar voor garantieverstrekking. In de jaren na garantieverstrekking stijgen de solvabiliteit en het zekerhedenoverschot weer langzaam naar het niveau van voor de garantieverstrekking. In Sectie 4 presenteren we een econometrische analyse waarin we de omzetgroei van bmkb-bedrijven vergelijken met de omzetgroei van vergelijkbare bedrijven die geen gebruik maken van de bmkb. Onze schattingen laten zien dat bedrijven die gebruik maken van de regeling, tussen de 3,2 en 4,7 procent meer omzetgroei hebben dan vergelijkbare bedrijven die geen gebruik maken van de garantieregeling.

Onze bevindingen geven geen antwoord op de vraag of de bmkb-regeling effectief is. De geschatte verschillen in omzetgroei zijn lastig te interpreteren. We verwachten immers op voorhand een toename van de omzet doordat bedrijven extra krediet kunnen aantrekken dankzij de bmkb-regeling. Onze bevindingen bevestigen deze verwachting, maar we weten niet of de omzetstijging groot of juist klein is. Hiermee is de effectiviteit van de regeling dus onduidelijk.

Deel deze pagina