Juniraming 2013: economische vooruitzichten 2013 en 2014

CPB Policy Brief 2013/06 | 13‑06‑2013

De Nederlandse economie krimpt dit jaar met 1%. Volgend jaar is naar verwachting sprake van een licht herstel en neemt het bbp met 1% toe. Het begrotingstekort (EMU-tekort) komt in 2014 naar verwachting uit op 3,7%.

Juniraming 2013: economische vooruitzichten 2013 en 2014

Download (PDF document, 1.6 MB) | 14 pagina's | ISBN 978‑90‑5833‑604‑0


Lees ook bijbehorend persbericht en bekijk de bijbehorende ramingscijfers.

De internationale en de Nederlandse economie staan er nog steeds slecht voor. Hetzelfde geldt voor de overheidsfinanciën. In 2013 zal de economie naar verwachting met 1% krimpen. Dat is ½% lager dan in de raming in het Centraal Economisch Plan 2013 van afgelopen maart. De teruggang in 2013 is zowel het gevolg van een verslechterd buitenlandbeeld, als van tegenvallende realisaties voor het eerste kwartaal van 2013. De wereldhandel groeit in historisch perspectief traag, net als het bruto binnenlands product (bbp) in de eurozone. Het enige kleine lichtpuntje is dat de verslechtering lijkt af te vlakken: de economie krimpt steeds minder snel. Dat duidt erop dat het dieptepunt nadert. In de tweede helft van 2013 groeit de economie naar verwachting weer. In lijn daarmee is voor 2014 een matige groei van 1% voorzien, gelijk aan de raming uit maart.

Op de arbeidsmarkt laat het dieptepunt nog op zich wachten. De werkloosheid stijgt naar verwachting tot gemiddeld 7% in 2014. Het niveau is dan gelijk aan de piek in 1995. De snelheid waarmee de werkloosheid oploopt, doet denken aan het begin van de jaren tachtig. Vooral het eerste kwartaal van 2013 liet een sterke stijging van de werkloosheid zien. In lijn hiermee is de raming voor heel 2013 bijgesteld van 6¼% in het Centraal Economisch Plan naar 6¾% nu.

De overheidsfinanciën zijn niet ongevoelig voor de economische malaise. Uitgaven aan werkloosheidsuitkeringen nemen toe, terwijl de belasting- en premieopbrengsten dalen. Hierdoor komt het EMU-tekort in 2013 uit op 3,5% en in 2014 op 3,7%. Dit is als gevolg van de omvangrijke ombuigingen en lastenverzwaringen uit het regeerakkoord wel lager dan het tekort in 2012 (4,1%). In 2014 is het tekort hoger dan de vereiste 3,0% van de Europese Commissie. De tekortpercentages zijn respectievelijk 0,2% en 0,3% hoger dan in het Centraal Economisch Plan 2013. In deze raming is voor 2014 geen aanvullend pakket verwerkt van tekortreducerende maatregelen ten opzichte van het regeerakkoord.

De Tweede Kamer heeft het CPB gevraagd de structurele effecten (de effecten die doorlopen na 2017) van het Sociaal Akkoord te analyseren. Ten opzichte van het regeerakkoord halveren de structurele werkgelegenheidseffecten. Het effect op de houdbaarheid van de overheidsfinanciën uit het regeerakkoord verslechtert hierdoor met 0,1% van het bbp. De verzachting van de WW-maatregelen uit het regeerakkoord verlaagt de structurele werkgelegenheid. De omzetting van het quotum voor arbeidsgehandicapten in een inspanningsverplichting voor bedrijven is gunstig voor de werkgelegenheid, omdat werkgevers niet kunnen volstaan met het betalen van een boete. Ook de afbouw van de IOW en IOAW leiden tot een opwaarts effect op de structurele werkgelegenheid ten opzichte van het regeerakkoord.

Over CPB

Het Centraal Planbureau is een onderzoeksinstituut dat sinds 1945 onafhankelijke, beleidsrelevante, economische analyses maakt.

Lees meer over CPB