Nieuw pensioencontract onvermijdelijk

CPB Policy Brief 2011/01 | 2‑02‑2011

De feitelijke koopkracht van toekomstige pensioenen is onzeker als gevolg van de lage rentestanden, inflatierisico en de stijgende levensverwachting. Een betere verdeling van risico en opbrengsten tussen generaties zou bij de herziening centraal moeten staan.

Nieuw pensioencontract onvermijdelijk

Download (PDF document, 798.8 KB) | 16 pagina's | ISBN 978‑90‑5833‑494‑7


Lees ook het bijbehorende persbericht.

Door de daling van de beurskoersen, de lage rente- en de stijgende levensverwachting bestaat er een serieus tekort bij pensioenfondsen. Deelnemers van pensioenfondsen kunnen tot 4% van hun koopkracht over de rest van hun leven verliezen, waarbij de generaties die geboren zijn rond 1950 het meeste inleveren. Deze verliezen zullen nog groter uitvallen wanneer wordt vastgehouden aan strikte zekerheid van de nominale pensioenen.

Het huidige pensioencontract legt eenzijdig de nadruk op nominale pensioentoezeggingen. Nominale zekerheid is duur bij de huidige lage rente; bovendien bieden nominale pensioenen een slechte bescherming tegen het inflatierisico. De feitelijke koopkracht van het toekomstige pensioen is daarmee onzeker. Een goed pensioen is een reëel pensioen, maar ook een risicodragend pensioen. Zonder risico zijn de beleggingsrendementen te laag om een degelijk pensioen te kunnen bieden. Jongeren kunnen dit risico goed dragen omdat zij nog een heel werkzaam leven voor zich hebben. Maar ook voor ouderen is een zekere mate van risico aantrekkelijk om zo een beter pensioenresultaat te bereiken.

Herziening van het pensioencontract is daarom noodzakelijk.

Over CPB

Het Centraal Planbureau is een onderzoeksinstituut dat sinds 1945 onafhankelijke, beleidsrelevante, economische analyses maakt.

Lees meer over CPB