Kopafbeelding publicaties CPB

Onbedoelde effecten bij de invoering van prestatiebekostiging in de curatieve geestelijke gezondheidszorg

CPB Discussion Paper 292, 6 november 2014

In deze studie evalueren we de invoering van prestatiebekostiging bij zelfstandige zorgaanbieders in de curatieve geestelijke gezondheidszorg (cGGZ) in 2008.

Het doel van dit beleid was om de efficiency in de cGGZ te vergroten. Bij prestatiebekostiging declareren zorgaanbieders hun behandeling op basis van Diagnose Behandelcombinaties (DBC’s). Het tarief dat zorgaanbieders ontvangen, volgt een trapfunctie waarbij het tarief wordt verhoogd wanneer de behandelduur een bepaalde tijdsgrens overschrijdt. Voor de evaluatie gebruiken we data van alle behandelingen in de cGGZ die in Nederland hebben plaatsgevonden gedurende de periode 2008-2010. We vinden twee effecten. Ten eerste een efficiency-effect: prestatiebekostiging leidt tot ± 2-6% kortere behandelduur van patiënten in vergelijking met een controlegroep. Dit resulteerde in ± 3-5% lagere kosten. Ten tweede een onbedoeld effect: prestatiebekostiging leidt tot doorbehandelen van ± 11-13% patiënten totdat een hoger tarief is bereikt, hetgeen resulteerde in een kostenstijging van ± 7-8%. Gedurende de periode 2008-2010 waren, in vergelijking met een controlegroep, bij zelfstandige zorgaanbieders in de cGGZ de onbedoelde effecten dus groter dan het efficiency-effect.

Deel deze pagina