Kopafbeelding publicaties CPB

VVE en schoolrijpheid: Het effect van een budgetverhoging in 2012 en 2013

CPB Discussion Paper 328, 29 maart 2016

Dit paper rapporteert de causale effecten van voor- en vroegschoolse educatie (VVE) op de ontwikkeling van achterstandskinderen in Nederland. Een verhoging van het VVE-budget met 95 miljoen verlaagt de kans op kleuterbouwverlenging voor jongens in de kleuterklassen met gemiddeld 1 tot 3 procentpunt, vanaf een niveau van 10,5%.

De internationale literatuur vindt soortgelijke positieve effecten van VVE op ontwikkeling van achterstandskinderen. Voor Nederland is het effect van VVE op de ontwikkeling van kinderen tot nu toe goeddeels onbekend, omdat bestaande Nederlandse studies kampen met methodologische problemen.  

VVE is bedoeld voor kinderen met een taal- en ontwikkelachterstand. Voorschoolse educatie wordt gegeven op peuterspeelzalen en kinderdagverblijven aan kinderen tussen de 2,5 en 4 jaar. Het onderzoek richt zich op het effect van VVE op kleuterbouwverlenging. Kleuterbouwverlenging is een indicatie voor het nog niet klaar zijn voor de stap naar groep 3. Verlengd kleuteren wordt gedefinieerd als het drie jaar opeenvolgend observeren van kinderen op 1 oktober in groep 1 of 2.

Om het effect  van VVE op kleuterbouwverlenging te identificeren, wordt gebruik gemaakt van de verhoging van het budget voor VVE in de 37 grootste gemeenten van Nederland (G37). In 2012 kregen deze gemeenten 70 miljoen euro extra en in 2013 kregen ze nog eens 95 miljoen euro. De behandelgroep bestaat uit gewichtenkinderen in de G37. Kinderen van laagopgeleide ouders hebben vaak leerachterstanden. Deze kinderen krijgen om die reden een leerlinggewicht, waardoor er extra middelen voor deze kinderen beschikbaar komen om de achterstanden terug te dringen. De controlegroepen bestaan uit gewichtenkinderen buitten de G37 en niet-gewichtenkinderen binnen en buiten de G37. De groepen worden zowel voor als na de verhoging van het budget geobserveerd. Het effect wordt geschat door middel van een difference-in-difference-in-differences (DDD) model. Hierbij wordt gecontroleerd voor individuele kenmerken die invloed kunnen hebben op kleuterbouwverlenging, zoals geslacht, geboortemaand, schoolgrootte en (religieuze) denominatie van de school. Verlengd kleuteren vóór de verhoging van het budget voor kinderen met een gewicht in de G37 is gemiddeld 10,5%.

De resultaten laten zien dat door de verhoging van het budget van VVE met 95 miljoen de kleuterbouwverlenging met 1 tot 3 procentpunt verlaagd wordt. Deze budgetverhoging heeft alleen een statistisch significant effect voor jongens. Voor meisjes worden geen robuuste effecten gevonden. De resultaten zijn niet vertekend door de selectie van de 37 grootste gemeenten als behandelgroep. Met het extra geld zijn meer kindplaatsen gecreëerd, is de kwaliteit van VVE verhoogd en vindt meer monitoring plaats. Welke impuls heeft geleid tot de reductie in kleuterbouwverlenging is op dit moment nog onduidelijk en een onderwerp voor vervolgonderzoek.

Deel deze pagina